null Beeld

De toekomst van het wonen in Vlaanderen: 'Villa's raken niet meer verkocht omdat de prijzen te hoog liggen. Dat is uitstekend'

Minder files, minder verkeersslachtoffers, een efficiëntere zorg, minder luchtvervuiling, minder eenzaamheid... De betonstop kan ons miljarden besparen

'Minder files, minder verkeersslachtoffers, een efficiëntere zorg, minder luchtvervuiling, minder eenzaamheid... De betonstop kan ons miljarden besparen'

Applaus op alle banken. Dat kreeg Vlaams minister Joke Schauvliege toen ze een jaar geleden het idee voor de betonstop lanceerde. Schauvliege was tot de conclusie gekomen dat de verkavelingswoede van de Vlaming heeft geleid tot een landschap dat is dichtgeplamuurd met bakstenen en beton. ‘Er wordt te veel open ruimte aangesneden, we moeten die trend keren’, zei ze. Elke dag valt er 6 hectare vrije ruimte ten prooi aan de bouw. Tegen 2025 hoopt de Vlaamse regering dat terug te dringen naar 3 hectare per dag, tegen 2040 moet dat 0 hectare worden. Elk nieuw bouwproject moet dan gecompenseerd worden door elders minstens evenveel ruimte terug te geven aan de natuur. Maar heeft dat plan wel kans op slagen? Eén jaar na Schauvlieges voornemen wordt er alvast lustig verder verkaveld en lijkt de regering te aarzelen om door te zetten.


1| Wat doen we verkeerd?

Vlaams Bouwmeester Leo Van Broeck weigert met z’n eigen architectenbureau al meer dan tien jaar om vrijstaande kavels te bebouwen die alleen met de auto bereikbaar zijn. Hij ijvert voor dichtbevolkte woonkernen.

LEO VAN BROECK «Europa heeft alle lidstaten een betonstop opgelegd tegen 2050. Vlaanderen wil dat vervroegen naar 2040. Terecht, want we zijn de slechtste leerling van de klas. Wij wonen zo verspreid dat het lijkt alsof Vlaanderen in een blender is gevallen. 70 procent van de Vlamingen woont niet in een dorp of stad, maar ergens tussenin: in afgelegen verkavelingen. Een passiefbouwvilla in zo’n verkaveling heeft dezelfde ecologische voetafdruk als een ouderwetse, slecht geïsoleerde rijwoning in de stad. In zo’n verkaveling is niets: geen werk, geen school, geen kinderopvang, geen sportclub, geen winkel. Daarom moet men voor alle verplaatsingen de wagen nemen. Dit land rijdt zich volledig vast: we zijn Europees kampioen in het aantal uren file per werknemer én in het aantal kilometers asfaltweg per woning. Zelfs in de weekends raak je haast nergens meer zonder vertragingen.

»Ons openbaar vervoer is niet rendabel, omdat het een onmogelijke taak heeft. Bussen en treinen moeten op te veel plaatsen stoppen. De ruimtelijke verrommeling kost ons veel meer dan we denken: ze zorgt voor 30 procent van onze overheidsuitgaven! Eén voorbeeld: als mensen afgelegen wonen, moeten er meer wegen en nutsleidingen tot aan hun voordeur aangelegd worden. Die moeten ook allemaal onderhouden worden.»

PASCAL DE DECKER (professor Stad en Wonen KU Leuven) «Men heeft de mensen 150 jaar lang wijsgemaakt dat ze een vrijstaande woning met tuin moesten hebben. Dat kon alleen met goedkope grondprijzen. De politiek heeft die altijd laag gehouden door veel bouwgrond te voorzien: iedereen mocht gaan wonen waar hij wou. Pas na 1975 heeft men dat met de gewestplannen proberen af te remmen. Zonder succes, want de bebouwbare zones waren ruim bemeten en volstaan nu nog steeds. En hoe verder de bouwgronden van de stad lagen, hoe goedkoper. Daardoor vestigden steeds meer mensen zich op het platteland.»

FILIP DE RYNCK (professor Bestuurskunde UGent) «De anti-stedelijkheid zit diep in onze cultuur. De overheid heeft wonen op het platteland jarenlang fiscaal gestimuleerd met premies. Dat heeft zeer nefaste gevolgen.»

VAN BROECK «Vlaanderen heeft het kleinste percentage vrije natuur in heel Europa: 3 procent. Als we zo doorgaan, houden we straks alleen nog kort gemaaid gras over. Dan is Vlaanderen weg. Wat wij verkavelen noemen, staat eigenlijk gelijk aan collectief natuur vermoorden. Architecten zouden moeten weigeren om daar nog aan mee te werken. Het gaat in onze job niet meer over mooi of lelijk, maar over goed of slecht.»


2| Moet iedereen nu naar de stad?

DE DECKER «Nee. Kleinere stadjes en stevige dorpjes kunnen ook nog. Maar de ruimte tússen die dorpen en steden moet zoveel mogelijk natuur- en landbouwgebied worden.»

VAN BROECK «Je moet straks nog altijd landelijk kunnen wonen, met een tuintje, een barbecue en een trampoline. Maar dan wel in dichte woonkernen, niet meer in verkavelingen. Dat fenomeen kennen we nog maar een zestigtal jaar. Vroeger waren onze dorpen even dichtbebouwd als de steden. Mensen woonden er in rijhuizen en buiten die kernen had je alleen natuur en boerderijen. We moeten opnieuw wat meer Toscane worden. Iedereen is zot van de Toscaanse dorpjes met hun historische centra, maar daar wonen de mensen dicht op elkaar. Rond die dorpen heb je alleen bossen, weilanden en wijngaarden.»

HUMO Maar als 70 procent van de Vlamingen in die tussenruimtes woont, moeten die de komende 25 jaar dan allemaal verhuizen?

DE DECKER «Een deel wel, maar stel u daar geen communistische toestanden bij voor. Zoiets kan alleen geleidelijk gebeuren. De mensen die naast de Vlaamse steenwegen wonen, hebben gebouwd in de jaren 60. Zij worden stilaan oud, leven in onaangepaste woningen en moeten overal met de auto naartoe. Comfortabel is anders. Die mensen zouden straks beter verhuizen naar aangepaste appartementen en woon-zorgcentra in de kernen. Daar kunnen ze alles te voet of met de fiets doen. Zo zorgen we er ook voor dat de zorgverleners minder in hun auto zitten. Vandaag rijden alle Vlaamse thuisverplegers samen vijftien keer per dag rond de wereld, omdat iedereen zo verspreid woont.»

HUMO Wat doe je met de oude woningen die leeg komen te staan?

DE DECKER «Afbreken (lacht). De overheid moet verhinderen dat ze worden opgekocht door jongere generaties. Vaak zijn die woningen betaalbaar, maar wat krijg je voor je geld? Een versleten, slecht geïsoleerde woning op een foute plek.»

HUMO Moeten vrijstaande villa’s op het platteland ook afgebroken worden?

VAN BROECK «Je mag ze alleszins niet opdelen in verschillende wooneenheden. Duw daar twee extra gezinnen in en je verlengt de files met vier wagens. Nee, je moet wonen in zulke villa’s rustig laten ‘uitdoven’. En als er grote renovatiewerken nodig zijn, zeg je tegen de bewoners: ‘Die renovatie kost u evenveel als een appartement in het centrum, we geven u dezelfde grondwaarde als u naar daar verhuist.’ Daardoor lijden ze geen financieel verlies en krijgen ze er een pak levenskwaliteit bij.»

'Onze vier miljoen privéwagens hebben allemaal twee parkeerplaatsen nodig: thuis én op het werk. Privaat autobezit moet verboden worden'

MARC DILLEN (algemeen directeur Vlaamse Confederatie Bouw) «De betonstop lost enkele chronische problemen niet op. Men wil de bewoning concentreren rond grote knooppunten, maar in Nederland zijn ze daarvan afgestapt, omdat die knooppunten helemaal dichtslibben. De Nederlanders geloven meer in een netwerkstructuur, met een bundel van knooppunten die met elkaar zijn verbonden. In de Vlaamse Ruit (het dichtbevolkte gebied tussen Gent, Brussel, Antwerpen en Leuven, red.) kan dat, maar wat doen we met West-Vlaanderen, Limburg en de Kempen, die bijna geen knooppunten hebben? In die gebieden heeft de industrie zich gevestigd langs het Albertkanaal en de snelwegen. Dat draai je niet zomaar terug. Je kunt ook niet álles verweven in de steden. Industrieterreinen moet je buiten de kernen houden en veel werknemers zullen nog altijd een auto nodig hebben om daar te raken.

»De mensen moeten ook naar de stad wíllen komen. Tegen 2030 komen er 220.000 gezinnen bij. Het is aan de politiek om daar ruimte voor te maken, met aangepaste infrastructuur en voldoende groen. Door Vlaanderen te spiegelen aan een romantisch beeld van Toscane gaan we er niet komen. Zoek liever inspiratie in Nederland, dat sluit veel beter aan bij de structuur van Vlaanderen.»


3| Is er nog wel plaats in de stad?

Door een bevolkingsgroei van 5 procent zullen we over tien jaar met 7 miljoen zijn in Vlaanderen. Geografen zien de Vlaamse Ruit transformeren in één groot verstedelijkt gebied. Vooral daar zullen de extra inwoners terechtkomen. Maar is er nog plaats, als ook plattelandsbewoners meer naar de steden moeten verhuizen?

VAN BROECK «Zonder twijfel. Tegen 2060 verwachten we ongeveer 1,2 miljoen bijkomende inwoners. Daarna zal de bevolking dalen. Door te verdichten is er al plaats voor 2,2 miljoen mensen in de huidige woonruimte. Dat betekent dat je alle woonuitbreidingsgebieden die nu nog niet zijn bebouwd, kunt schrappen. We hebben vijf keer meer woonruimte ingekleurd dan nodig.»

GEORGES ALLAERT (professor emeritus Geografie en Ruimtelijke Planning, UGent) «Nóg meer verdichten in de centra van de grootsteden lijkt me geen goede zaak. Steden kunnen wel nog uitbreiden tot aan hun buitenste ringwegen. Daar raak je misschien nog 1 miljoen mensen in kwijt. Maar die stadsgewesten hebben dan wel een eigen structuur nodig waarin je alles op elkaar afstemt: woonbeleid, openbaar vervoer, ruimtelijke ordening…»

VAN BROECK «De steden zitten heus nog niet vol. In Parijs wonen er gemiddeld 21.000 mensen per vierkante kilometer, in Brussel maar 7.000. In Parijs zie je haast overal gebouwen van minstens acht bouwlagen, bij ons veel minder. Niet dat we Parijs moeten kopiëren – de woningen zijn er te klein en te duur – maar er is wel nog plaats in onze steden als we anders gaan bouwen. We moeten voor verschillende woonvormen zorgen, zodat iedereen zijn gading kan vinden in de stad. Rijwoningen met tuintjes kunnen nog, maar er moeten ook rechthoekige woonblokken bijkomen van verschillende hoogtes, zodat je een gevarieerde skyline krijgt. Ook in de dorpscentra moeten gemeentebesturen meer bouwlagen toestaan.»

ALLAERT «We moeten opletten dat we de identiteit van het platteland bewaken. Van de dorpen buiten de ring moet je afblijven. Maak daar geen stad van, hou ze klein. Ik gruw van de verappartementisering van de dorpen. Er zou een Plattelandsmeester moeten komen die daarover waakt.»

VAN BROECK «Dat is een terechte bezorgdheid, maar de Vlaamse Bouwmeester kan dat ook. Alles hangt samen, er is één overkoepelende visie nodig.»

DILLEN «Maar ook de steden staan niet allemaal te springen, hoor. In een tiental steden verwachten ze een demografische groei van 25 procent. Door de betonstop zouden die nog méér mensen moeten opnemen. Dat vergt grote financiële investeringen. Als je weet dat een gemiddeld stadsvernieuwingsproject 12 jaar in beslag neemt, is dat onmogelijk. We moeten realistisch blijven.»


4| Moet ik écht in een flat wonen?

HUMO Veel Vlamingen zijn gehecht aan hun rust, barbecues, mooie gazon en perfect geschoren beukenhagen. Die dénken er nog niet aan om in een appartement te wonen.

VAN BROECK «Appartementen hebben een slechte reputatie, omdat ze worden geassocieerd met grijze woonblokken en kansarmoede. Daar ligt de uitdaging voor de bouwsector: we moeten die reputatie omkeren door kwaliteitsvolle, gezinsvriendelijke wooncomplexen te bouwen waarin mensen hetzelfde comfort hebben als in een villa. In zo’n gebouw moet het mogelijk zijn om aan je fiets te werken in de kelder, te barbecueën in de tuin en te sporten in de fitnessruimte. Als we in de buurt ook voldoende scholen, kinderopvang, winkelruimte en groen plannen, zullen mensen daar graag wonen, omdat alles vlakbij is.»

ALLAERT «Toch vrees ik dat de oude generatie niet bereid is om massaal naar het centrum te verhuizen. Ook jonge gezinnen met kinderen trekken vaak weg uit de stad. Het zal generaties duren om die trend te keren. Men zal de mensen moeten aantonen dat er genoeg voordelen zijn in ruil voor het opgeven van een stukje privacy.»

DE DECKER «Het spijtige is dat er voor ouderen te weinig goede appartementen zijn. We hebben de voorbije tien jaar meer dan 200.000 appartementen bijgebouwd, maar de grote meerderheid daarvan is onaangepast. Wéér een gemiste kans.»

DILLEN «De appartementen die we bouwen, worden steeds kleiner. Er komen ook meer moderne, polyvalente gebouwen.»

DE RYNCK «Die polyvalente gebouwen zijn de toekomst. Er is wel degelijk veel aan het veranderen. Veel centrumsteden zijn hun infrastructuur volop aan het aanpassen en slagen er steeds beter in om de middenklasse daar te houden. Oude fabrieksgebouwen worden omgebouwd tot deelwoningen, er wordt meer in de hoogte gebouwd en de klassieke woonvormen dalen, omdat de maatschappij verandert. De markt speelt in op het stijgende aantal singles.»

null Beeld

VAN BROECK «We moeten ermee ophouden de stadsinfrastructuur aan te passen aan de auto. De 4 miljoen privéwagens in Vlaanderen hebben allemaal twee parkeerplaatsen nodig: één thuis en één op het werk. Al die parkings beslaan twee keer het Brussels Gewest, 2 procent van het Vlaams grondgebied. En als ze rijden, veroorzaken ze files, verpesten ze de lucht en rijden ze fietsers van hun sokken. De auto is de voornaamste doodsoorzaak bij jongeren tussen 20 en 25 jaar. Je kan dus alleen maar besluiten dat privaat autobezit verboden moet worden.»

HUMO Verbóden?

VAN BROECK «Of maak het zó duur dat niemand nog een auto wil. In plaats van salariswagens te subsidiëren moeten we investeren in autodelen, betaalbaar openbaar vervoer en fietsostrades. Schrap parkings en maak ruimte voor veilige fietspaden. Richt per gemeente nog twee grote bushaltes in en haal de rest weg. Dan gaat het vooruit. Die haltes moeten grote fietsbergingen hebben, zodat mensen uit de verkavelingen erheen kunnen fietsen. Van de enorme parkingvlaktes aan de stations kun je woongebieden maken.»

DILLEN «In plaats van mensen in de buurt van het station te laten wonen, organiseren we beter zo veel mogelijk werk rond dat station. Dat heeft een directere impact op de files. Men verkoopt de betonstop als een oplossing voor de mobiliteitsproblematiek, maar het zal dertig jaar duren voor we de effecten daarvan voelen. Men zou een mobiliteitsplan moeten maken met duidelijke en snelle oplossingen voor de mensen die nú in de file staan.»


5| Zal wonen nog te betalen zijn?

ALLAERT «Als er in de steden meer aanbod komt, kan dat de prijzen betaalbaar houden.»

DE DECKER «Euh, er ís in de steden al meer aanbod en ik hoor alleen maar geklaag over te dure woningen. Áls we massaal bouwgronden gaan schrappen, wordt wonen duurder. Dat is een economische wetmatigheid.»

VAN BROECK «In de centra kunnen de prijzen nog dalen als daar meer in de hoogte mag worden gebouwd.»

DILLEN «Er zullen vooral dure stadsprojecten worden gerealiseerd. Daardoor zullen de lagere inkomens het moeilijker krijgen om een kwalitatieve, betaalbare woning te vinden.»

DE DECKER «De overheid kan wonen wel betaalbaar houden via belastingcorrecties en subsidies.»

VAN BROECK «Appartementen worden steeds kleiner. Dat kan de prijzen ook drukken. We moeten niet naar Hong Kong-toestanden, maar we kunnen heus nog kleiner gaan wonen. Voor mindergegoeden of singles kun je miniflatjes bouwen, waarin de ruimte optimaal wordt benut.

»Ik geloof ook in tussenvormen zoals huurkoop: je koopt aandelen van een coöperatieve die verschillende woonvormen aanbiedt, van studentenkoten tot gezinswoningen en serviceflats. Daardoor kun je vlot verhuizen van het ene naar het andere, zonder te moeten kopen en verkopen.»

HUMO Uit een rondvraag van VTM bij immokantoren en notarissen bleek onlangs dat de klassieke fermettes op het platteland nog amper verkocht raken.

VAN BROECK «Hetzelfde geldt voor villa’s. De prijzen liggen te hoog en dat is uitstekend. Wonen op het platteland werd altijd gezien als goedkoop omdat de maatschappelijke kosten niet werden meegerekend. Op het platteland betaal je ook minder roerende voorheffing dan in de stad. Dat zou andersom moeten zijn.»

'Villa's en fermettes raken niet meer verkocht omdat de prijzen te hoog liggen. Dat is uitstekend'

DE RYNCK «Het kadastraal inkomen (dat de basis vormt van de roerende voorheffing die je jaarlijks op je woning betaalt, red.) moet inderdaad hervormd worden. Er moet een herschatting komen van de waarde van alle woningen, waardoor wonen in de stad goedkoper wordt.»

VAN BROECK «De overheid kan dat ook sturen met andere fiscale instrumenten, zoals woonbonussen, btw en renovatiepremies. De aansluiting van de gas- en waterleiding is nu voor iedereen even duur, of dat nu een verbinding van een paar meter is of een buis van 2 kilometer. Dat is niet logisch. Reken die extra afstand door aan de eigenaars.»


6| Is de betonstop te duur?

‘Betonstop zadelt gemeenten op met miljoenenfactuur’, kopte De Standaard eind maart. Wie zijn bouwgrond omgezet ziet in natuur- of landbouwgrond, moet daarvoor een compensatie krijgen. Enkele maanden geleden verhoogde de Vlaamse regering die compensatievergoedingen nog. Maar íémand zal die facturen wel moeten betalen.

ALLAERT «De Vlaamse regering moet de gemeenten helpen, anders geloof ik er niet in.»

HUMO Die regering zwemt niet in het geld. Onderwijs en welzijn happen grote stukken uit het budget. Waar moet ze dat geld halen?

ALLAERT «Een deel ervan kan komen van de projectontwikkelaars. Als zij hoger mogen bouwen, maken ze grotere winsten per vierkante meter. Die kan je afromen met een belasting.»

VAN BROECK «Als je een bouwgrond in een landelijk gebied schrapt en mensen in ruil een lapje in de dorpskern geeft, is er zelfs geen vergoeding nodig. We moeten ophouden met de mensen bang te maken. Het kost 1,5 miljard euro om alle woonuitbreidingsgebieden te schrappen in de komende 23 jaar. Eén jaar bedrijfswagens subsidiëren kost 4 miljard euro. Kom dus niet zeggen dat we het niet kunnen betalen.»

DE DECKER «Er komen ongetwijfeld schadeclaims omdat bouwgrond wordt omgezet in landbouwgrond. Maar veel bouwgronden zijn dat alleen in theorie. Ze liggen al decennia braak, er staan geen huizen op. Er was blijkbaar nooit behoefte om erop te bouwen. Dus is er geen schade geleden.»

VAN BROECK «In sommige Europese landen blijft een lap bouwgrond dat maar vijf jaar. Als hij tegen dan niet in gebruik is, wordt hij automatisch omgezet in open ruimte. Een stukje planeet kopen als belegging is elders niet zo evident als veel Vlamingen denken.»

DE DECKER «Er wordt te weinig verteld wat een enorme maatschappelijke en menselijke winsten we kunnen boeken met een andere ruimtelijke ordening. Minder files, minder verkeersslachtoffers, een efficiëntere zorg, minder luchtvervuiling, minder eenzaamheid, minder wegen die we moeten onderhouden… De ruimtelijke verrommeling in Vlaanderen is de moeder van veel problemen. Door compacter te wonen zal de gemiddelde levenskwaliteit van de Vlaming stijgen.»

PATRICK WILLEMS (hoogleraar Burgerlijke Bouwkunde, KU Leuven) «De betonstop kan ons miljarden besparen. Dertig jaar geleden was 5 procent van Vlaanderen verhard, vandaag is dat al 14,5 procent. Tegen 2040 zal het naar schatting 17 procent zijn. Die bijkomende verharding zorgt voor meer overstromingen en waterschade. Door de klimaatverandering zien we steeds meer hevige regenval. Hoe meer beton, hoe sneller het water naar beken en riolen stroomt. Als die dat niet kunnen slikken, overstromen ze. Een ander gevolg is dat het water minder in de grond kan sijpelen, waardoor onze watervoorziening in de problemen komt. Uit ons onderzoek blijkt dat het 3,4 miljard euro zal kosten om de bijkomende verharding op te vangen. Met een betonstop blijft die beperkt tot 15 procent, waardoor je 1,8 miljard euro bespaart.»

null Beeld

HUMO Maar ligt de bouwlustige Vlaming wakker van het algemeen belang?

VAN BROECK «Het is ook in zijn eigen belang! Die Vlaming is het toch óók beu om elke avond te laat thuis te komen, omdat hij in de file heeft staan suffen, of omdat zijn trein alweer was afgeschaft? Daardoor heeft hij te weinig tijd voor zijn partner, kinderen en hobby’s. En hij moet te veel belastingen betalen, wegens onze ruimtelijke wanorde. Nogmaals: 30 procent van alle overheidsuitgaven komt daar uit voort. Als we voor een kentering zorgen, kunnen de belastingen over 25 jaar met een derde dalen. Het wordt tijd dat politici dát verhaal vertellen aan de burgers.»


7| Waar wacht de regering nog op?

Terwijl de coalitiepartners in de Vlaamse regering het eens zijn over het principe van de betonstop, stoten ze op verzet van burgemeesters, soms partijgenoten, die vrezen voor een sterfhuisscenario in hun gemeente.

DE RYNCK «Er is veel weerstand. De Westhoek is een gebied van 200.000 inwoners, 18 gemeenten en 102 woonkernen. Die kun je niet allemaal laten aangroeien tot knooppunten.»

VAN BROECK «De mensen moeten niet bang zijn: hun gehuchtjes moeten niet allemaal weg. Je moet daar inzetten op natuur, toerisme, B&B’s en fietswegen. Dat authentieke Vlaanderen is nodig om ontspanning te bieden aan alle centrumbewoners.»

DE RYNCK «Veel gehuchten zíjn al aan het leeglopen. Ook in Nederland heb je ‘krimpregio’s’, maar daar is de ruimtelijke ordening beter en hebben de gemeenten minder macht. Dat vergemakkelijkt de zaken. Bij ons liggen veel burgemeesters dwars. Zeker in verkiezingsjaren is het haast politieke zelfmoord om te roepen dat er in je gemeente niet meer verkaveld mag worden. Ik vrees voor een stop op de betonstop. Vooral CD&V wil nu geen dwingende maatregelen nemen, omdat de partij nog veel plattelandsgemeenten bestuurt. De N-VA lijkt daar wel toe bereid, maar Open VLD wil de markt niet verstoren. Die patstelling maakt dat er niks gebeurt.»

DE DECKER «Het is simpel: de gemeenten hebben er alle belang bij om verder te verkavelen, want ze halen er 50 procent van hun inkomsten uit. Dus: hoe meer inwoners en dure huizen, hoe beter voor de gemeentekas. Dat financieringsmodel moet grondig worden herzien.»

null Beeld

VAN BROECK «Sommige gemeenten zijn toch al mee. Na een lezing in Wevelgem kreeg ik de burgemeester over de vloer. Hij had nog vier sociale bouwgronden in zijn gemeente, waarvan drie buiten het centrum. Samen met het schepencollege had hij besloten om alleen die ene kavel in het centrum te bebouwen en de drie andere aan de natuur en landbouw terug te geven. Om al die woningen in die ene kavel te krijgen, hebben ze de regels aangepast: voortaan zijn er in het centrum geen twee, maar zeven bouwlagen toegestaan. Zo moet het. Ook in Grimbergen hebben ze onlangs 42 hectare woonruimte omgezet in natuurgebied. Dát noem ik scoren in een verkiezingsjaar. Als je het goed uitlegt, is natuur bijmaken populair. Gemeenten die dat doen, zouden fiscaal beloond moeten worden.

»Er moeten ook meer fusies komen. Als Zevekote en Torhout fuseren, is het niet erg dat de bewoners van Zevekote verhuizen naar het centrum van Torhout. En dan kan je in Zevekote inzetten op toerisme en boerderijen. Zo kan je nog geld verdienen aan de leegloop op het platteland.»

DE RYNCK «Toch probeert men in sommige gemeenten nog gauw de beschikbare ruimte vol te kwakken met woningen en bedrijfsinfrastructuur. Zonder voorbereidende maatregelen wordt de betonstop een maat voor niets. Dat is rampzalig.»

HUMO Aan welke maatregelen denkt u?

DE RYNCK «Men moet ervoor zorgen dat gemeenten niet meer zo makkelijk bouwvergunningen kunnen afleveren. Er moet een plan komen waarin staat hoe de gemeente er in de toekomst moet uitzien en wat er met elk bouwperceel mag gebeuren. Helaas hebben veel kleine gemeenten daar geen gekwalificeerd personeel voor. En de Vlaamse regering aarzelt: ze neemt zelfs beslissingen die regelrecht ingaan tegen de betonstop. Eind vorig jaar heeft ze een bundel uitzonderingsmaatregelen goedgekeurd die de gemeenten nóg meer vrijheid bieden om vergunningen af te leveren en de open ruimte te verknoeien.»

DE DECKER «Eigenlijk ís er nog geen betonstop. Die beslissing is nog altijd niet bekrachtigd door de regering of het parlement. Men doet alsof men een betere ruimtelijke ordening wil organiseren, maar in de praktijk doet men het omgekeerde.»

VAN BROECK «Ik ben het getalm beu. Een groot deel van de bouwsector en de architectuur is mee. Waar wachten we nog op? De betonstop is een buitenkans voor de bouwsector. In de kernen zal er volop gebouwd kunnen worden. Dit is een zeldzaam dossier waarin het ecologische en economische belang samenvallen. Meerderheid en oppositie zouden de betonstop gísteren al unaniem goedgekeurd moeten hebben.»

DE DECKER «Ik vraag me af of de regering het wel doenbaar acht. Deze transitie kan alleen slagen als de regeringen van de komende 30 jaar er vol op inzetten. In elke toekomstige regering moet er een superminister komen die over de uitvoering waakt en het positieve verhaal vertelt om draagvlak te creëren bij de bevolking. Want ook dat is er nu nog te weinig.»

Uit een enquête van Het Laatste Nieuws en bouwsite Livios blijkt dat 78 procent van de Vlamingen nog altijd een vrijstaand huis verkiest. 39 procent wil het liefst in het groen wonen. De voorbije decennia steeg het aantal rijhuizen met 2,1 procent, het aantal vrijstaande villa’s met een kwart. Sinds 1995 is het aantal appartementen in Vlaanderen wel verdubbeld.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234