De toespraak van Z.M. de Koning

Vanmiddag spreekt koning Albert het land toe ter gelegenheid van de nationale feestdag. Door een gunstige wind belandde zijn toespraak nu al op ons bureau. Wij publiceren de tekst hieronder: neem 'm erbij als u straks voor uw televisie plaatsneemt, zodat u de vorst woord voor woord kunt volgen!


Waarde landgenoten,
Ik hecht eraan van de gelegenheid gebruik te maken om, zoals ieder jaar, ook op deze nationale feestdag uw speciale aandacht te vragen voor het lot van de zwakkeren en uitgeslotenen in onze samenleving. Ik denk hierbij aan bejaarde personen, zieke personen, weduwen, wezen, vluchtelingen, ex-bestuurders van Fortis, de voormalige CD&V-fractie, de heer Jean-Marie Dedecker, de heer Wesley Sonck, de supporters van Eendracht Aalst. Allen hebben zij nood aan onze niet aflatende steun, en aan een opbeurende lach in deze voor hen zo moeilijke tijden.
Het is dan ook met zeer groot genoegen dat de Koningin en ik het afgelopen jaar kennis hebben genomen van het komieke televisieprogramma 'Benidorm Bastards', waarin velen van u op uitermate schalkse wijze bij de neus genomen werden, en sommigen zelfs in het ootje. Aangespoord door deze bijzonder toe te juichen en na te volgen emissie heb ook ik mij bij mijn recente bezoek aan Congo vermomd, meer bepaald met een geestige pet en een iets te groot kostuum.
Als u mij toestaat: dit zorgde voor zeer groot jolijt bij de talrijk opgekomen inboorlingen, jong en oud, alsook bij tal van meegereisde politici, zakenlui en journalisten, en dat laatste ongeacht of zij nu tot de geschreven, de gesproken of de televisionele pers behoorden.
Bij datzelfde bezoek aan Congo verheugde het de Koningin en mijzelf overigens enorm te kunnen vaststellen hoezeer wij Belgen in Afrika nog altijd gewaardeerd worden, en dit op de meest uiteenlopende terreinen.
Tientallen gewone Congolese moeders en grootmoeders zongen mij de lof van een auteur als Jef Geeraerts, van een bioloog als Dirk Draulans en van een staatsman als Louis Michel, en nog veel meer kinderen spraken over diezelfde mensen als papa, of als mon père blanc. Deze spontane uitingen van oprechte interesse en warme aanhankelijkheid tonen onomstotelijk aan hoe diep de verwantschap van onze bevolking met die van Congo gaat.
Ik houd er ook aan op deze feestelijke dag de alom geliefde zanger Thomas Waes te feliciteren voor de compositie van zijn succesvolle lied 'Dos cervezas (por favor)'.
Het gebeurt geregeld dat de Koningin en ikzelf dit vrolijke deuntje meeneuriën, en bovendien halen we dit schijfje ook geregeld boven als buitenlandse gasten of handelsmissies het Koninklijk Paleis te Brussel, het Kasteel van Belvédère of de Villa Clémentine bezoeken.
Meermaals is het zo gebeurd dat een bijeenkomst die eerder koel begon alsnog in een uitgelaten atmosfeer afgesloten kon worden, met de ondertekening van menig buitenlands handelscontract dan wel bilateraal akkoord tot gevolg!
Landgenoten, het nieuws was de laatste tijd niet alleen maar positief. Vóór de verkiezingen hoorde men her en der dat ons geliefde vaderland uiteen dreigde te vallen door de communautaire problematiek. Na de verkiezingen hoorde men dat nog meer. Mijns inziens is deze vrees echter ongegrond.
Zo was ik recent bijzonder aangenaam getroffen door de talenkennis van de informateur, de heer De Wever, die mij in vlekkeloos Latijn aansprak. 'Sire: acuto homine nobis opus est, qui pervestiget quid sui cives cogitent. Of heb ik het fout?' vroeg deze pientere jongeman mij. Uiteraard moest ik hem in dezen volmondig gelijk geven.
Maar, zo heb ik daar tegenover hem aan toegevoegd: concordia parvae res crescunt, discordia maximae dilabuntur, vergeet dat vooral niet. Bovendien: nemo me cohabitat inpuntem. En cave canem. Inderdaad, het idee om in dit land met zijn allen Latijn te gaan spreken, is mijzelf, de Koningin alsook de iets meer gestudeerde leden van de Koninklijke Familie zeer genegen, en verdient mijns inziens verder onderzoek, teneinde de taaltwisten in België definitief op te lossen.
Om op een kwinkslag te eindigen zou ik met u allen nog een geestigheid willen delen die ik onlangs - in het Latijn, maar ik zal ze voor u vertalen - gehoord heb uit de mond van diezelfde informateur.
Een Vlaming, een Waal, een Brusselaar en een inwoner van de Duitstalige Gemeenschap zien een wenslamp staan. Ze besluiten over de lamp te wrijven. Er verschijnt een geest die zegt: 'Omdat jullie me bevrijd hebben, mogen jullie allemaal één wens doen.' Zegt die Duitstalige: 'Dan wens ik een hekje rond het Duitstalig gebied, om duidelijk te maken dat wij niks te maken hebben met dat gekibbel tussen Vlamingen, Brusselaars en Walen.'
Zegt die Brusselaar: 'En ik wens een stevig stenen muurtje rond Brussel, om duidelijk te maken dat wij niet de dupe willen worden van dat gekibbel tussen Vlamingen en Walen.'
Zegt die Waal: 'Ik wens een héél hoge muur in gewapend beton rond Wallonië, om duidelijk te maken dat wij niks te maken hebben met die Vlamingen die constant over ons zagen.'
Waarop die Vlaming: 'Zeg geest, ik mag toch wel hopen dat die betonnen bak rond Wallonië waterdicht is, hè?'
Landgenoten: de Koningin en ikzelf hebben langdurig gelachen om deze geestige scherts, en wij hopen van u hetzelfde. Mag ik u namens de Koningin, mezelf en gans de Koninklijke Familie van harte een vrolijke en gelukkige nationale feestdag toewensen?
En dat we ze nog lang mogen mogen!

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234