'De Twaalf' is zo donker dat het soms moeilijk naar lucht happen is

Onaangename herinneringen borrelden op tijdens de eerste aflevering van ‘De twaalf’, bubbels ontstegen aan het collectieve geheugen, die gemeenschappelijke harde schijf uit de tijd dat ‘de cloud’ alleen nog maar becommentarieerd werd door zorgelijk naar de hemel turende Engelsmannen tijdens het uitklappen van een paraplu.

Je dacht aan beelden van Geneviève Lhermitte, die in de beklaagdenbank van de rechtszaal een uitleg probeerde te stamelen bij wat haar bezeten had toen ze op een woensdagmiddag haar vijf kinderen ombracht met een keukenmes. Begrip bestaat niet voor een moeder die haar kinderen doodt, en dus is die er ook niet voor Frie Palmers, die in ‘De twaalf’ terechtstaat voor de moord op haar eigen kind. Achter Palmers schuilt een in goeden doen zijnde Maaike Cafmeyer, en het is diezelfde verslagenheid die aldoor op haar gezicht ligt, een mengsel van bittere wanhoop en wild om zich heen meppende paniek, die zulke herinneringen opriep. Later die aflevering werd Palmers onder gejoel van het zich voor het gerechtsgebouw verzamelde gepeupel in een auto gemoffeld en afgevoerd. Daarbij moest je dan weer onwillekeurig denken aan beelden van hoe Marc Dutroux indertijd richting cel gebracht werd. Als goede fictie altijd een morzel werkelijkheid in zich draagt, dan zat het met ‘De twaalf’ alvast snor.

De reeks draait dan wel rond het personage van Cafmeyer, het ontleent z’n naam aan het dozijn Chinese vrijwilligers die samen de volksjury uitmaken die aan het eind van de rit een oordeel zullen moeten vellen over haar, en die, zo bleek alvast in de eerste aflevering, elk ook al niet zuiver op de graat zijn. Volgens de wet zouden ze je gelijken moeten zijn, maar hoe gaat dat ook met mensen zoals jij: ze doen je zelden aan jezelf denken. Zo geeft Piet De Praitere luisterrijk gestalte aan het soort gezworene voor wiens part zelfs schijnprocessen al genoeg rechtsgang inhouden, en die als karakterploert verwant lijkt aan zijn Claude Delvoye, ooit een memorabele ingezetene van ‘Bevergem’. De manier waarop Maaike Neuville dan weer vruchteloos nagelbijtend zat te hopen om niet te moeten zetelen als jurylid, verried een onheilspellende inzet die hoe dan ook te hoog zou zijn, en ook het personage van Charlotte De Bruyne – ze werd aan het publiek voorgesteld middels een bonkige vrijpartij waarbij ze door Gilles De Schryver genomen werd tegen een raam dat wellicht niet op de straatkant uitgaf – heeft meer te verdonkeremanen dan betamelijk voor iemand die bij machte wordt gesteld zelf over een ander te oordelen. Dat één advocate, gestalte gegeven door Sofie Decleir, luidop liep te mijmeren ‘dat ze haar van ergens kende’, zal ook wel niet geholpen hebben. Zelfs slachtoffers vertrouw je op eigen risico in ‘De twaalf’: de manier waarop Johan Heldenbergh als vader van Palmers’ vermoorde kind zelf ook zuinig omspringt met de waarheid, doet weinig zaligmakends vermoeden.

Zelf een waterdicht oordeel vellen over ‘De twaalf’ is zinloos na één aflevering. Er werd hoofdzakelijk veel geïnsinueerd en de eerste plotlijnen werden uitgezet, maar tussendoor kon je toch al een handvol mooie beelden zien, en vooral veel sfeer. Definitieve uitspraak volgt zodra de overige afleveringen verteerd zijn: die uitzitten belooft, afgaand op de eerste, vooralsnog geen straf in te houden. Tot dan: zitting geschorst. En nu oprotten.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234