De tweede comeback van Tia Hellebaut

Hoogspringster Tia Hellebaut (31) staat weer in de piste. Anderhalve maand na de geboorte van haar tweede dochter is ze weer beginnen te trainen en het gaat uitstekend, zegt ze. Haar doel is Londen 2012: ze wil nog één keer vechten voor een olympische medaille, zoals in Peking. U herinnert zich de beelden ongetwijfeld: Hellebaut die het hele stadion met wild zwaaiende armen aanmoedigt om haar op te zwepen, dan aanzet, zichzelf overtreft, over 2 meter 5 springt en het olympisch goud binnenhaalt.

Onvergetelijk. En kennelijk is het een erfelijke kwestie. Haar oudste dochter is ook al een beetje een performer, zegt Hellebaut: ‘Als er veel volk is, dan doet ze opeens de zotste kuren. Haar vader zegt altijd om te lachen: ‘Lotte is echt een dochter van haar mama: hoe meer volk er in het stadion zit, hoe beter ze presteert.’’

Voor Hellebaut is er ook helemaal geen sprake van een tweede comeback. Na de geboorte van Lotte had ze al meteen haar zinnen gezet op dat Londense stadion – Saartje is daar nog wel even tussen gekomen, ‘maar,’ zegt ze, ‘toen was ik in mijn hoofd niet gestopt’. Dus eigenlijk gaat ze nu gewoon verder op haar pad, op weg naar de Spelen in Londen, recht eropaf.

Tia Hellebaut «Zes weken na de geboorte van Saartje ben ik al beginnen te joggen. En het gaat uitstekend. Na Lotte kon ik pas na zes maanden weer beginnen, en duurde het ook veel langer voor ik dit trainingsschema aankon. Van de eerste keizersnede ben ik veel moeizamer hersteld dan van de tweede, en Lotte was dan ook nog eens een hele slechte slaper. Deze keer herstelde ik veel sneller.

En Saartje moet ik zelf wakker maken, om haar nog ’s te laten eten (lacht).»

HUMO En na zes weken was je niet meer te houden.

Hellebaut «De drang om weer eens te bewegen was toch groot, ja. Als ik zo lang stilzit voel ik me lui en vadsig en… vreselijk, eigenlijk. Op vakantie kan ik hoogstens drie dagen luieren. Tussen twee seizoenen in vijf, zes weken niksdoen, zoals sommige andere atletes, dat kan ik niet. Na twee weken móét ik weer gaan sporten. Dat moet niet intensief zijn, gewoon rustig. En ik zal in de vakantie ook niet aan atletiek doen. Een piste wil ik dan niet zien, want dan komt meteen dat competitiegevoel weer binnen. En mentaal heb ik wel rust nodig.»

HUMO Toen je na het goud in Peking opeens stopte, sloot je een comeback uit. Wat vond je moeilijk aan stoppen?

Hellebaut «Ik vínd dat helemaal niet moeilijk. Binnen twee jaar zál ik ook definitief gestopt zijn. Ik ga nu nog naar de Spelen, en als het daar goed gaat doe ik er misschien nog een jaar bij, maar ik ben er eigenlijk nog niet echt van overtuigd of ik daar de drive nog voor zal vinden. En dan is het gedaan.

»Als er volgend jaar geen Olympische Spelen waren, dan was ik zelfs helemaal niet opnieuw begonnen. »

HUMO Het zijn die Spelen die…

Hellebaut «…toch nog iets speciaals losmaken blijkbaar, ja (lacht). Het is een bijna onmogelijke opdracht, en dat maakt iets los in mij. Dat wil ik dan proberen.»

HUMO Je hébt het toch al eens gedaan, olympisch goud halen?

Hellebaut «Ja, maar niet als moeder. Dat is nu mijn doel, dat is wat ik wil weten: kan ik het ook als moeder? Zo’n doel heb ik nodig, als drive. Als ik in Peking geen goud had gehaald, was ik daarna waarschijnlijk ook niet gestopt. Maar toen ik dat goud had, dacht ik: ‘Nu heb ik alles gehad wat er is. Er valt niks méér te behalen.’ Er was geen uitdaging meer. Ik had niks meer om naar uit te kijken – en zesde of zevende worden omdat je drive weg is en je er niet langer tweehonderd procent voor kan gaan, dat zag ik niet zitten.»

HUMO En een wereldrecord neerzetten?

Hellebaut «2 meter 9 springen? Neen, dat is niet realistisch. Ik zeg trouwens ook niet dat ik nog eens 2 meter 5 zal springen. Op dit moment lijkt me dat vreselijk hoog – omdat ik daar ook fysiek nog niet klaar voor ben.»

HUMO Misschien kun je nog wel drie gouden medailles halen!

Hellebaut «Nee, dat kan ik niet. Het is ofwel op de Spelen, ofwel niet.»

HUMO The Diamond League interesseert je niet.

Hellebaut «Ik wil toeleven naar één moment, daar naartoe werken en dán goed zijn. En dat doe ik dan liever op de Olympische Spelen dan op de Diamond League, ja, want dat is het grootste sportevenement dat er bestaat.»

HUMO Het is voor jou alles of niks, hè.

Hellebaut «Ja. Daarom wil ik ook zeker niet eindeloos doorgaan. Ik wil stoppen voor het op is. Niet langzaam en eerloos wegglijden.

»Dat ik na Peking stopte, was trouwens ook omdat ik al dertig was en kinderen wou. En als een vrouw eenmaal denkt: ik wil kinderen, dan wil ze niet meer wachten.»

HUMO Iemand – een man natuurlijk – vroeg me of dat opladen, springen en dan vallen te vergelijken was met seks.

Hellebaut «Haha. Nee, daar kan ik het absoluut niet mee vergelijken. Het is meer… zoals een kind dat wekenlang gespaard heeft voor een stuk speelgoed, eindelijk in de winkel staat en weet: nu kan ik het kopen. Dat gevoel heb ik soms.»

HUMO Zul je dat gevoel straks nog ergens anders kunnen vinden?

Hellebaut «Het zal natuurlijk nooit zo zijn als in het stadion. Ik zal mezelf gewoon nieuwe doelen moeten stellen en nieuwe uitdagingen moeten zoeken. Maar tijdens mijn eerste zwangerschap organiseerde ik sportevenementen bij Golazo: toen heb ik al gemerkt dat ik me daar ook helemaal in kon vastbijten. Officieel werkte ik halftijds, maar daar wilde ik alles ook per se goed doen, en dan was dat niet van negen tot één maar van negen tot drie. Daar ging ik ook helemaal in op.»

HUMO Eiste je als kind ook al zoveel van jezelf?

Hellebaut «De drang naar competitie heb ik wel altijd gehad. Als we sportles hadden op school, wilde ik winnen. Ik kan niet goed tegen mijn verlies. Als iemand anders beter is, dan heb ik daar geen moeite mee. Maar als ik een partijtje tennis speel en ik voel dat ik eigenlijk de beste ben, dan vind ik dat ik moet winnen. En als ik dan niet win, ja, dan ben ik nijdig. Daar zal mijn tegenstander geen last van hebben, maar ik des te meer.»

HUMO Van wie heb je dat, dat niet kunnen verliezen? Heeft je moeder dat ook?

Hellebaut «Neen. Ik denk dat dat vooral van de andere kant van de familie komt. »Mijn oudere broer heeft het op een bepaalde manier ook. Hij is heel handig, is, zeg maar, de elektrieker van de familie. Als kind kon hij al uren prutsen aan radio’s en zo. En als er bij ons een probleem is met de wasmachine of de tv-aansluiting, en hij weet niet meteen een oplossing, dan zal hij blijven zoeken tot hij die gevonden heeft. Begrijp je? Hij heeft ook die drive: als je weet dat je iets goed kan, dan wil je dat afmaken.

»Nu, mijn halfzusje is eigenlijk ook een doorzetter. Ze zit in haar eerste jaar burgerlijk ingenieur architectuur en heeft hard zitten blokken. Dat vastbijten hebben we, denk ik, wél van mijn moeder. Als zij iets wil, kan ze daar ook zo helemaal voor gaan, zo heel extreem en overdreven, in de goede zin van het woord. ’t Is ondertussen wel al tien jaar geleden, maar ze moest en zou ook naar de Kilimanjaro, én ze wou absoluut de top halen. Wel, dat heeft ze gedaan. Ze geeft ook hondentraining, en daar gaat ze ook altijd verder in. Als ik met haar afspreek, weet ik dat ze zal zeggen: ‘Maar ik ga wel eerst met mijn honden wandelen.’ Net zoals zij weet dat, als er familiefeesten zijn en ik moet trainen, dat nu eenmaal zo is.»

HUMO Maar na de geboorte van Lotte veranderde je dus van gedachte.

Hellebaut «Ja. Hoe ging dat? Eerst ben je een tijdlang fysiek helemaal niet in orde. Dan begin je langzaamaan weer een beetje te sporten, en opeens ga je denken: ‘Zou ik het nog kunnen?’ En dan ben je weer vertrokken natuurlijk. Het was ook de periode dat Kim en Justine terugkwamen, en ik weet nog dat ik tegen Wim (Vandeven, haar man/trainer, red.) zei: ‘Bij tennissters gaat dat precies zo gemakkelijk en vlot. Zou mij dat toch niet ook lukken?’ Wim viel van zijn stoel. Hij had niet gedacht dat ik daar nog over zou beginnen, omdat ik zo duidelijk een beslissing had genomen. Het leek me ook wel een zo goed als onmogelijke opdracht, want ik was toen ook nog tien kilo te zwaar, maar dat was juist wat mijn drive weer op gang bracht.

»Toen zijn Wim en ik beginnen uit te zoeken: welke hoogspringsters hebben kindjes gekregen en zijn daarna toch teruggekomen? En ze bestaan: Stefka Kostadinova, nog steeds wereldrecordhoudster, is na de geboorte van haar zoon weer wereldkampioen geworden. Chaunté Howard won in 2008, minder dan elf maanden na de geboorte van haar eerste dochter, de Amerikaanse olympische trials. Inha Babakova verbeterde na de geboorte van haar zoon haar persoonlijke record van 1,91 naar 2,02. Het zijn er niet veel, maar daardoor werd de drang alleen maar groter om dat óók te kunnen.»

HUMO Dat je na de geboorte van Lotte niet snel je oude vorm terugvond, had je niet zo gedemotiveerd dat je er na Saartje niet opnieuw aan wou beginnen?

Hellebaut «Maar als ik mezelf eenmaal een doel heb gesteld, dan ga ik tot het uiterste. Ik zal nu toch wel op zijn minst bijna in Londen moeten zijn voor ik het eventueel opgeef.»

HUMO Maar als je niet zo snel voor de tweede keer zwanger was geworden…

Hellebaut «Dan was het Londenverhaal misschien niet doorgegaan. Daar hebben we bij stilgestaan, maar de keuze was: of nu direct een tweede, of helemaal niet. Als we tot na Londen gewacht hadden, zou er een leeftijdsverschil van minstens vier jaar zijn geweest, en dat wilden we niet.»


NANNY

HUMO Hoe doe je het eigenlijk, atleet zijn en moeder? Kun je het goed scheiden?

Hellebaut «Nu wel. Nu zegt de oudste als ik mijn sportschoenen aantrek ook: ‘Mama trainen.’ En dan zeg ik: ‘Inderdaad, mama gaat trainen.’ En dan vertrek ik zoals elke werkende moeder. De kinderen komen nu ook zelden of nooit meer mee naar de training. Lotte is vroeger nog wel mee geweest. Ze had een beetje last van verlatingsangst: zelfs als ze mee was naar de piste, wilde ze nog constant gepakt worden. Ik herinner me dat Wim en ik een trapjestraining aan het doen waren: terwijl de een naar boven sprong, wiegde de ander de baby. Niet te doen. En dat hebben we volgehouden tot ze tien maanden was. Drie maanden later stond ik op het EK in Barcelona.»

HUMO Waar je het toch niet slecht gedaan hebt.

Hellebaut «Neen. Ik ben daar nog vijfde geworden, ook al was ik toen al tien weken zwanger van de tweede. Daarom ben ik ervan overtuigd dat er nog veel mogelijk is. »We hebben nu ook een nanny.»

HUMO De vriendin van trainingsmaat Hans Van Alphen.

Hellebaut «Nee: toen haar loopbaanonderbreking afliep, heeft ze haar oude werk waar opgepikt. Nu hebben we een meisje dat werkte in het guesthouse in Zuid-Afrika waar we altijd verblijven tijdens de trainingsstage in de winter.»

HUMO Iedereen zal bij jouw naam altijd weer denken aan die beelden uit Peking waarop je het hele stadion aanmoedigt om je op te zwepen. Is dat niet ook waar je naar terug verlangt?

Hellebaut «Daar ben ik niet zeker van.»

HUMO Ben je op zo’n moment dan niet aan het genieten?

Hellebaut «Hm. Genieten is het woord niet, denk ik.»

HUMO Je lijkt toch een soort kick te krijgen.

Hellebaut «Op zo’n piste word ik wel iemand anders, ja. Maar dat komt door de stress en de adrenaline, en omdat je zo naar dat moment hebt toegewerkt en -geleefd. Als het dan zover is, kan je eindelijk alles loslaten, kan je je volledig laten gaan, hoef je over niks na te denken. En die energie van dat stadion en de hoge verwachtingen geven wel heel veel stress, maar juist door die stress ben ik tot meer in staat dan ik eigenlijk kan. Daardoor kan ik mezelf overtreffen, en dát is leuk. Veel atleten zijn liever rustig bezig op een piste waar niemand zit. Maar als ik geen stress voel, ben ik verloren. Als ik op een training 1 meter 90 spring, heb ik een superdag. Maar zo hoog heb ik de laatste zeven jaar op een training nog geen vijf keer gesprongen.

»Nu, om terug te komen op Peking: van het moment meteen na mijn winnende sprong kan ik me helemaal niks herinneren. Maar wat ik me wél herinner, is dat ik de volgende dag samen met Wim op een terras zat in het olympisch dorp, dat langzaam aan het leeglopen was. We dronken een koffie en dachten allebei: oef, het is gelukt. En toen, tóén kon ik genieten.»


PaPa kijk dan

HUMO Ken je het nummer ‘Coney Island Baby’? Daarin zingt Lou Reed: ‘I wanna play football for the coach’. En ‘De wedstrijd’ (‘Papa kijk dan’) van Bram Vermeulen? Allebei liedjes over hoe kinderen hun vader en – in het verlengde daarvan – hun coach willen imponeren.

Hellebaut «Dat is wel waar. De oudste zegt nu ook heel de tijd: ‘Papa. Kom. kijk.’ Dat zit er wel in.»

HUMO Maar jij kende je vader niet.

Hellebaut «Nee. Al hebben we nu al een tijd sporadisch contact.»

HUMO Is hij trots?

Hellebaut «Hij is inderdaad wel trots. Maar ik heb helemaal niet het gevoel dat ik hem moet imponeren.

»Ik heb altijd een heel sterk eergevoel gehad, dat wel. Dat heeft misschien wel bijgedragen tot mijn succes, mijn bewijsdrang, het gevoel: als ik iets wil bereiken, dan kan ik dat. En daarin heeft mijn jeugd wel een rol gespeeld, denk ik. Onze speelkameraadjes gingen wél op vakantie met hun mama en papa, hadden wél computerspelletjes en kabeltelevisie en allemaal van die boekskes op tafel. Daar was bij ons geen geld voor, dus ik kon op school over veel dingen niet meepraten. Ik weet nog dat de ouders van een vriendinnetje in het vijfde studiejaar op haar verjaardagsfeestje een quiz hadden gemaakt, en dat daarin een vraag zat over het liedje ‘Door de wind, door de regen’ van Ingeborg. Ik kon op die vraag niet antwoorden. Stom hè, maar ik vond dat toen zo erg. Dat is me altijd bijgebleven.»

HUMO Heeft het feit dat je nu zelf kinderen hebt je relatie met je biologische vader veranderd?

Hellebaut «Nee. Alles is gewoon blijven lopen zoals het liep. Hij dringt zich ook helemaal niet op, hij weet ook wel dat ik dat niet zou appreciëren.

»Verder sta ik daar niet meer bij stil. Mensen maken fouten in het leven, en de ene fout komt misschien al wat harder aan dan de andere, maar wat gebeurd is, is gebeurd. Uiteindelijk is Joris voor mij toch degene die mij heeft opgevoed, en daar ben ik hem eeuwig dankbaar voor. Je moet het maar doen hè, opeens in een gezin terechtkomen met twee opgroeiende tieners met al hun problemen. En hij heeft dat super goed gedaan.»

HUMO Is hij trots?

Hellebaut «Heel trots. Ook omdat hij een groot deel van mijn verhaal mee heeft gemaakt. Hij heeft mij overal heen gereden – zeker toen mijn zusje werd geboren en mijn moeder moest thuisblijven voor de baby. Hij heeft ook veel beslissingen mee genomen: betere trainers en clubs helpen zoeken, en altijd op een rustige manier, zonder me onder druk te zetten. Integendeel. Als een wedstrijd tegenviel, dan was hij altijd degene die zei: ‘Volgende week beter. Doe maar rustig aan.’ Terwijl: toen ik veertien, vijftien was, begon ik altijd meteen te huilen als ik een slechte wedstrijd had gelopen. Tóén dacht ik pas zwartwit. Hij heeft me leren relativeren. Hij heeft mij de grijze zones leren kennen, geleerd dat het niet elke dag feest kan zijn.»

HUMO Maar als je dat weet en je mikt op één feest, in dit geval de Olympische Spelen in Londen, dan mag het wel niet misgaan.

Hellebaut «Zo denk ik niet. Ik hou geen rekening met: stel dat het zou mislukken. Anders was ik er niet aan begonnen. (Denkt na) »En áls het niet lukt, dan heb ik het tenminste toch geprobeerd. Stel dat ik het níét zou proberen: daar zou ik achteraf pas spijt van hebben. Dat zou ik veel erger vinden. Als het misgaat, zal er ook wel een goeie reden voor zijn, en dan zal ik daarmee kunnen leven.

»Maar het zal wel lukken.»

HUMO Je hebt helemaal geen twijfels.

Hellebaut «Het enige risico zijn blessures, maar dat is altijd zo.

»En weet je, als ik moet kiezen tussen een olympische finale en ’s morgens opstaan en mijn kinderen zien lachen, dan weet ik direct wat ik kies. De lach van je eigen kinderen is onvoorwaardelijk, hè. Die zal er – hoop ik – altijd zijn. Die momenten in een stadion zijn vergankelijk en voorwaardelijk. Die zijn er maar zolang je goed bent. Ik zeg dat vaak tegen jonge atleten. Iedereen heeft zo’n jaar dat alles lukt. Voor mij was dat 2006: elke week sprong ik hoger, elke week brak ik een record. En als ik nu zie dat een jonge atleet dat meemaakt, dan zeg ik: ‘Geniet ervan, want het komt nooit meer terug.’ Zo is het nu eenmaal. Ze zeggen wel: the sky is the limit, maar in die sky raak je nooit.»

HUMO Ben je zo wijs geworden, of heb je dat altijd geweten?

Hellebaut «Dat weet ik niet. »Er zijn natuurlijk dingen: je eigen vader niet kennen, opgroeien met een alleenstaande moeder en dus met niet veel centen… Ik zei gisteren nog tegen iemand: ‘Ik heb sinds mijn jeugd nooit meer koteletten gegeten.’ Vroeger kregen wij altijd goedkope koteletten op ons bord (lacht).»

HUMO Als je weet wat geld kan doen met een leven, is het dan niet verleidelijk om na je olympisch goud meteen je succes te verzilveren?

Hellebaut «Ja, maar door hoe ik ben opgegroeid weet ik ook dat veel geld hebben niet nodig is. En de tijd dat ik net toekwam, die lag toen al achter me. ’t Is niet dat we elke euro moeten omdraaien. We zijn ook nooit anders gaan leven. We hebben alles vastgezet en we doen zoals iedereen die een beetje geld heeft: een stukje grond kopen en bouwen. Buitensporige uitgaven doen we nooit.

»We hebben er natuurlijk wel over nagedacht. We beseften wel dat ik na die Spelen wat had kunnen verdienen, maar ik heb meteen tegen Wim gezegd: ‘Alleen om die reden nog doorgaan: dat gaat volgens mij niet werken. Die inspanningen kan ik niet opbrengen voor wat meer startgeld of sponsorcontracten. Dat geld kan mij die drive niet geven. En ’t is in het hoogspringen ook niet zoals in het tennis – ik verdien geen stukken van mensen. »


P-tyPe

HUMO Toen je daarnet je stadiongevoel beschreef, had je het over ‘loslaten’, ‘je laten gaan’ en ‘even niet nadenken’. Heb je dingen graag onder controle? Ben je een controlefreak?

Hellebaut «Helemáál niet. Ik ben zelfs vrij chaotisch. Mensen vinden dat vreemd, ik weet het.»

HUMO Hoe ziet je huishouden er dan uit?

Hellebaut «Euh… (lacht). Nu, sinds de kinderen er zijn, ben ik wel meer georganiseerd moeten worden. Ik kan me niet opeens herinneren dat er geen melk meer in huis is als het een feestdag is en de winkels dicht zijn. Maar ik heb ook daar wel een beetje druk nodig. Ik zorg er wel voor dat de boel op orde is, maar ik laat alles wel liggen tot het allerlaatste moment en schiet dan pas in actie. Net zoals vroeger tijdens de examens: dan begon ik ook harder te werken naarmate de deadline dichterbij kwam.

»Ik ben een P-type hè.»

HUMO Pardon?

Hellebaut «Wim werkt als trainer met het MBTI-model (Myers- Briggs Type Indicator, red.): een vragenlijst op basis waarvan je persoonlijkheden in categorieën kan indelen. Om heel precies te zijn: volgens dat model ben ik het type ESFP. E staat voor extravert: ik heb mijn omgeving nodig om goed te functioneren. S staat voor sensing: ik reageer heel direct op mijn omgeving. F staat voor feeling: ik doe dingen op mijn gevoel en hoef er niet eerst over na te denken. En P staat voor perceiving: ik maak geen plannen, ik zie wel wat ik doe als ik ergens aankom. Wim is het type dat wél nadenkt en wél plannen maakt. Hij zal veel minder aan het toeval overlaten en voor alle rampenscenario’s een oplossing in zijn hoofd hebben. Ik ben iemand die springt en denkt: ik zal wel zwemmen.»

HUMO Is dat een voordeel als je atleet ben?

Hellebaut «Ik denk het wel. Stel je voor dat ik bij elke stap die ik zet zou gaan nadenken.

»Wim gebruikt dat model om beter te weten hoe hij met zijn atleten moet omgaan. Sommige atleten functioneren beter als ze op voorhand een planning hebben van wat ze moeten doen. Mij moet hij juist niet te veel laten nadenken. Hij moet geen dingen zeggen als: ‘Zet nu daar je voet neer, en daar je handen,’ maar eerder: ‘Spring maar, we zullen wel zien.’ Hij moet me zoveel mogelijk op mijn gevoel laten trainen. Ik vertel hem ook steeds wat ik voel. Als ik dan na een goeie sprong zeg: ‘Ik had het gevoel dat ik frontaal op de lat kwam,’ dan zal hij de keer daarop zeggen: ‘Probeer te voelen dat je frontaal op de lat komt.’»

HUMO Zie je al eigenschappen van jezelf in je dochters?

Hellebaut «Wim zegt altijd om te lachen: ‘Lotte is echt een dochter van haar mama: hoe meer volk er in het stadion zit, hoe beter ze presteert.’ Ze is ook een beetje een performer: als er veel volk is, doet ze echt zotte kuren. Ze kan ook supergoed puzzelen, net als ik vroeger – ze is twee en maakt al puzzels van twintig stukjes. Als ze daarmee bezig is, moet je haar niks anders vragen. En als ze ergens heen wil, dan gaat ze recht erop af. En ligt er op haar pad speelgoed, of staat er een stoel, dan gaat ze daar niet rond maar klimt ze er gewoon overheen. Zo zijn we wel allebei: als onze focus eenmaal ergens op gericht is, dan worden we bevangen door een soort razernij, en dan krijg je ons niet van ons pad af. »Het is dus heel goed dat er iemand naast mij staat die af en toe, euh…»

HUMO Nadenkt.

Hellebaut (lacht) «Ja. Iemand moet dat wel doen. Wim kan me ook heel goed sturen.»

HUMO Laat jij je sturen dan?

Hellebaut «Ik laat mij best makkelijk sturen, maar je moet mij wel overtuigen.»

HUMO Zal het, als jij stopt, niet moeilijk zijn dat hij als trainer de atletieksfeer het huis binnen zal blijven brengen?

Hellebaut «Maat hij gaat dat ook niet eeuwig blijven doen. Hij heeft ook maar een trainerscontract tot Londen.»


DE OORLOG VAN ALLE MOEDERS

HUMO Eind deze week begint in Zuid-Korea het WK Atletiek. Het is niet zo’n uitgebreide Belgische ploeg die straks naar Daegu vertrekt.

Hellebaut «Neen. De meisjes van de 4x100 kwamen net een tiende tekort. Heel jammer voor dat jonge team, want ja, het is bijna een traditie dat de estafetteploeg erbij is.»

HUMO Vind je de beslissing van de federatie terecht?

Hellebaut «Tja. De meisjes hadden wel het internationale minimum gehaald, maar niet het Belgische minimum. Dus de federatie kon niet anders. Dan hadden ze iedereen die voldeed aan het internationale minimum moeten meesturen, en dat is kennelijk niet hun strategie. Dan zouden ze met een heel groot team zitten, en dat is natuurlijk heel erg duur. »

Dé blikvangers zijn nu ongetwijfeld de broers Borlée, net als Kim Geavert twee natuurtalenten. Hopelijk kunnen zij een beetje de meubelen redden. Ik vrees dat ze niet verder zullen komen dan een vijfde of zesde plaats, met de Amerikanen, de Jamaicanen en de Britten, maar stiekem hoop ik dat het toch een medaille zal worden.»

HUMO Meerkampster Sara Aerts gaat ook mee: zij zal proberen jouw Belgische record in de zevenkamp te breken.

Hellebaut «Ze is klaar voor het WK, maar mijn record breken? Nee, dat denk ik niet.»

HUMO Zou je het daar moeilijk mee hebben?

Hellebaut «Goh. Ik denk het niet. Als dat record voor mij nu echt een topprestatie was, dan had het van mij misschien nog wel een paar jaar mogen blijven staan. Maar ik heb in de meerkamp nooit optimale prestaties geleverd: voor ik zover was, had ik al voor het hoogspringen gekozen. Nu, elk record is vergankelijk. En voor België zou het wel goed zijn natuurlijk als zij het zou kunnen verbeteren. »

In het hoogspringen denk ik dat Blanka Vlasic, die al jaren de scepter zwaait, het dit jaar niet gaat halen. Mijn pronostiek is: één Ana Tsjitsjerova, twee Antonietta Di Martino en drie Blanka Vlasic. Tsjitsjerova is in september vorig jaar trouwens ook bevallen, en ook van een dochter. En Chaunté Howard zal er ook zijn.»

HUMO Hoogspringen wordt een grote strijd tussen moeders met dochters.

Hellebaut «Ja (lacht). En daar kijk ik dus naar uit, volgend jaar in Londen.»

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234