David Buelens, baby Xena Beeld rv
David Buelens, baby XenaBeeld rv

in het hoofd vankinderdoders

‘De vader gooide Xena tegen de muur en het kind viel in haar bedje, als een basketbal’

Ik hoorde Xena ’s ochtends niet en ging kijken in haar kamer. Ze bewoog niet meer. Eén arm hing uit het bedje, er kwam iets groens uit haar neus. Die is dood, zei mijn vriend. We spraken af wat we tegen de dokters zouden zeggen.’ Xena Buelens zou dit jaar twintig geworden zijn als ze niet als baby door haar ouders tegen de muur was gegooid, door de kamer gesleurd en doodgeslagen. Haar halfzusje Davinia, vandaag 24, beseft waaraan ze is ontsnapt. ‘Ik had Xena kunnen zijn.’

Annemie Bulte en Ayfer Erkul

Donderdag 5 december 2002, Mechelen. Even voor de middag stopt een ambulance voor een grauw woonblok aan de Mahatma Gandhistraat, na een oproep over de dood van een baby. Wanneer urgentiearts Steven Dewaele de kleine flat op de vijfde verdieping binnenkomt, voelt hij meteen dat er iets niet klopt. De ouders van het overleden kind blijven rustig zitten, de huiskamer zit vol familie, er lopen kinderen rond. De bezoekers roken en kijken naar een luid muziekprogramma op televisie. Het is de grootmoeder die de dokter tot bij het bedje met het babylijkje in de kinderkamer brengt.

Het meisje ligt op de rug met het hoofd naar links gedraaid. Het draagt een pamper en een body met braakselresten. Op het hoofdkussen en het deken zitten bloedvlekken. Het lichaampje is koud en stijf. Alles wijst erop dat het kind al enkele uren dood is. ‘De situatie was bizar en zelfs absurd,’ verklaart de urgentiearts later aan de politie. ‘Het was duidelijk geen natuurlijke dood, er was minstens sprake van verwaarlozing. Niemand van de aanwezigen toonde emoties of vroeg naar de doodsoorzaak.’

Het overleden kindje heet Xena, ze is de zeven maanden oude dochter van Cindy Croon en David Buelens, een koppel dat volgens de buren al vaker politie op bezoek heeft gehad wegens nachtelijke ruzies en druggebruik. De baby is prematuur geboren op 20 april 2002 na een zwangerschap vol moeilijkheden – een gevolg van het overmatige cocaïnegebruik van de zwangere moeder. Xena brengt haar eerste drie maanden in het ziekenhuis door, waar ze opvallend weinig bezoek krijgt van haar ouders. Cindy Croon toont amper interesse voor haar boreling en is vooral bezig met haar andere dochtertje, de tweejarige Daisy* – ‘haar god’, volgens David Buelens. Veel minder aandacht heeft ze voor de driejarige Davinia, haar oudste dochtertje uit een vorige relatie, dat na de scheiding aan haar is toegewezen. Davinia is er op het ogenblik van het overlijden van haar halfzusje niet: de jeugdrechter heeft haar net weggehaald bij het koppel en haar toevertrouwd aan vader Steven V., na klachten over verwaarlozing en kindermishandeling.

‘Ik heb weinig herinneringen aan die eerste jaren van mijn leven,’ vertelt Davinia V.*, vandaag 24 en zelf moeder van een tweejarig dochtertje.

DAVINIA V. «Het zijn vage beelden en flitsen. Dat ik aan het spelen ben en er in huis geschreeuwd wordt. Dat ik naast mijn moeder loop en een klap uit het niets krijg. Sommige dingen weet ik alleen uit de verhalen die mijn papa en mijn advocaat me later verteld hebben. Dat ik in de vrieskou op het terras werd gezet op blote voetjes. Dat ik soms drie dagen geen eten kreeg. Dat de drugs gewoon in de living op tafel lagen. Dat Cindy mij met mijn hoofd tegen het glazen blad van de salontafel bonkte. Ik heb het gerechtelijk dossier niet gelezen, mijn advocaat zei dat het te ernstig was. Ik besef vandaag wel dat ik Xena had kunnen zijn. Dat ik bij elke slag of schop geluk had dat ik er nog was. Mijn zusje was kleiner en zwakker, zij had geen enkele kans.»

Voddenpop

Wanneer wetsdokter Werner Jacobs van het UZ Antwerpen die namiddag de flat bezoekt, vallen hem onmiddellijk een paar details op: overal staan kinderfoto’s, maar nergens één van baby Xena. In de hoek van het kinderbed ziet de arts een babyfoon liggen met een niet-aangesloten stekker. Zijn autopsieverslag legt dynamiet onder de verklaringen van de ouders, die bij de onderzoeksrechter doen alsof ze geen idee hebben waarom hun kindje dood is. ‘Tja, wiegendood, dat kan gebeuren… Blauwe plekken? Nooit gezien. Geslagen? Wij slaan onze kinderen niet. Enkel op de pollekens als ze stout zijn.’

Maar het autopsieverslag vertelt een ander verhaal: twaalf ribbreuken stelt de gerechtsarts vast, van één tot enkele weken oud. Kneuzingen aan het hoofdje, de onderkin en de borstkas. Een oudere dijbreuk aan het linkerbeen. Een recentere breuk aan de linkerbovenarm. Er is chronisch geweld gepleegd op het kind, dat is wel duidelijk. De talrijke breuken aan de schedel worden de baby uiteindelijk fataal in de nacht van 4 op 5 december 2002.

Op het assisenhof zal dokter Jacobs verklaren dat hij zelden een baby met zulke zware verwondingen heeft gezien. ‘De impact is vergelijkbaar met een smak met 70 kilometer per uur tegen de voorruit van een auto,’ tekenen geschokte verslaggevers in de rechtszaal op uit de mond van de forensisch patholoog. ‘Ik heb van de ouders geen enkele uitleg gehoord die zulke letsels zou kunnen verklaren. Het zou me niet verbazen als Xena in de vier maanden die ze thuis doorbracht, elke dag werd mishandeld. Ze moet elke dag pijn gehad hebben.’

Twintig jaar later herinnert professor Jacobs zich de zaak van baby Xena nog goed.

WERNER JACOBS «Het was zware fysieke mishandeling die al lang aan de gang was en volledig is geëscaleerd, met de dood tot gevolg. Moeder en vader mishandelden de baby allebei, los van elkaar. Bij de wedersamenstelling heeft de vader verschillende keren met een pop gedemonstreerd hoe hij dat kind tegen de muur gooide, waarna het in haar bedje viel. ‘Het lijkt wel of u basket aan het spelen bent,’ zei ik nog. Wat de breuken precies veroorzaakt heeft, weet je nooit zeker: het konden ook zware vuistslagen geweest zijn, stampen met een geschoeide voet op het hoofdje, of slagen met een stomp voorwerp. Het was in ieder geval zwaar geweld. Bijna het volledige achterhoofd was verbrijzeld.»

Op het assisenproces geven Cindy Croon en David Buelens elkaar de schuld voor de dood van Xena. Cindy Croon, door de psychiaters omschreven als een driftige, egocentrische en theatrale vrouw met borderlinekenmerken, geeft toe dat ze weinig van Xena moest hebben. Af en toe verkocht ze het kind weleens een mep, als het gehuil haar te veel werd. ‘Maar wat David deed, was veel erger,’ zegt ze.

CINDY CROON «De drugs maakten David agressief. Als de kleine weende, kreeg hij woedeaanvallen. Hij sleurde haar soms bij haar beentjes of bij haar pols uit de zetel en trok haar over de grond als een voddenpop, terwijl ze tegen de tafel en tegen de houten punten van de deur botste.»

David Buelens, door de psychiaters omschreven als een pathologische leugenaar, blijft het ganse proces lang ontkennen dat hij ooit een vinger naar het kind heeft uitgestoken.

DAVID BUELENS «Het was Cindy die Xena door de kamer sleurde. Ze sloeg vaak en hardhandig, en de baby stond voortdurend vol blauwe plekken. Daarom kwam Cindy nooit meer buiten met Xena en ging ze ook niet met haar naar Kind & Gezin. Als het niet anders kon, schminkte ze het gezicht van het kind.»

CROON «David kneep het keeltje van de baby dicht met één hand onder de kin. Hij gooide haar van in de deuropening in haar bedje, waarbij haar hoofdje tegen de bedspijlen vloog.»

BUELENS «Cindy liep in een colère naar de kinderkamer omdat Xena zo raar weende. Ik hoorde een paar bonken, het kind stopte plots met wenen. ‘Nu zult ge haar niet meer horen,’ zei Cindy. Ze gedroeg zich soms als een zottin. Ze heeft haar dochtertje Davinia zelfs ooit over het balkon gehangen en ermee gedreigd het kind naar beneden te gooien.»

Zo vliegen de verwijten tussen de beschuldigden heen en weer. Beide ouders hebben een agressieprobleem, zoveel is duidelijk. Sinds hun 18de rijgen ze klachten en veroordelingen aan elkaar wegens diefstal, bedreigingen, slagen en verwondingen, vernielingen, drugsdelicten en flessentrekkerij. Buelens laat een spoor van in elkaar geslagen ex-liefjes na, op zijn 18de sloeg hij zijn eigen moeder een gebroken neus en oogkas. Croon heeft een zwerftocht achter de rug langs huurwoningen waarvoor ze de huur niet betaalt en die ze vuil, beschadigd en soms vernield achterlaat. De uitkeringen die het koppel van het OCMW krijgt, worden opgemaakt aan cocaïne, XTC, speed en medicatie. Daardoor is er vaak geen geld meer voor eten of pampers. Buren en familieleden kijken bezorgd naar de kinderen, die er ondervoed bij lopen.

Happend naar adem luistert de assisenzaal naar het relaas van de laatste dagen van Xena’s leven, een langzame doodsstrijd van meer dan 36 uur. Hoe het kind slap hangt in hun armen, met wegdraaiende oogjes, en een raar kreunend geluid maakt. Xena kan geen pap meer doorslikken en reageert op niets meer. Ze laten de baby de hele dag in bed liggen. Beide ouders beseffen dat haar leven aan een zijden draad hangt, maar geen van hen denkt er nog maar aan om er een dokter bij te halen. David wil niet naar het ziekenhuis vanwege de blauwe plekken (‘Ik zal haar wel in leven houden’). Cindy trouwens ook niet: ze is bang om haar andere dochtertje Daisy kwijt te raken. De moeder van David komt rond zes uur ’s avonds aanbellen, maar Cindy wil niet opendoen, ‘omdat ze geen bemoeienissen wil’.

Die avond merken ze dat Xena een schokkende ademhaling heeft. Cindy gaat slapen met haar dochtertje Daisy en laat de zorgen over aan David. Die gaat onder de zonnebank, kijkt tv en stuurt op zijn gsm mopjes naar een nichtje. Om drie uur ’s nachts maakt hij Cindy wakker om een sigaret te vragen. Hij heeft Xena nog een papfles proberen te geven, zegt hij, maar ze hield niks binnen. Dan slapen ze beiden verder tot de volgende ochtend. Om halftien ’s ochtends vindt Cindy het lijkje van Xena.

CROON «Donderdagochtend ben ik rond 9 uur wakker geworden. Ik ben eerst naar het toilet gegaan. Omdat ik Xena niet hoorde, ging ik naar haar kamer en ik zag onmiddellijk dat ze dood was. Eén arm hing uit het bedje. Ze lag op haar rug en had haar body nog aan. Ik heb David geroepen en heb onmiddellijk hartmassage en mond-op-mondbeademing gegeven. David kwam kijken en zei: ‘Laat die maar liggen, die is dood.’ Ik ben dan naar het toilet gegaan om over te geven.

»Ik vroeg aan David wat er nu moest gebeuren. Ik was vooral bezorgd dat ik Daisy zou verliezen. David is sigaretten gaan halen. Hij zei dat hij even moest nadenken. Tien minuten later was hij terug. Hij zei dat we mekaar moesten steunen en dat alles dan wel goed zou komen. We hebben dan afgesproken wat we zouden zeggen als de dokters vragen stelden.»

Forensisch patholoog Werner Jacobs Beeld Geert Van de Velde/Humo
Forensisch patholoog Werner JacobsBeeld Geert Van de Velde/Humo

Pas op voor mama

‘Ik was er die dag niet,’ zegt Xena’s halfzus Davinia, toen net vier jaar geworden.

DAVINIA «Het was een periode waarin voor mij enorm veel veranderde. Ik ging plots bij mijn vader wonen en werd op internaat gestuurd. Eén beeld is me bijgebleven: dat ik op de kleuterschool zat en mijn vader plots in de klas stond om me weg te halen. Ik moest mijn spullen bij elkaar grabbelen en ben nooit meer naar die school teruggekeerd.»

HUMO Xena werd niet ouder dan zeven maanden. Wat weet je over je halfzus?

DAVINIA «Weinig. Ik ben kort na haar geboorte weggehaald uit het gezin, toen Xena nog in het ziekenhuis lag. Ik heb zelfs nooit een foto van haar gezien – die had Cindy niet (er waren enkel post-mortemfoto’s van Xena, red.). Toen ik ouder was, heb ik heel vaak naar haar gevraagd: hoe ze eruitzag, waar ze begraven lag, op welke dag ze was gestorven… maar Cindy wilde er nooit veel over zeggen. Ze wilde Xena liefst zo snel mogelijk vergeten.»

Davinia woont vandaag in een klein stadsappartement met haar tweejarige dochtertje Helena. Ze heeft vast werk en een rijbewijs, en daar is ze best trots op, want het heeft haar veel moeite gekost. De klappen die ze kreeg in haar kindertijd zinderen nog altijd na.

DAVINIA «Toen ik zwanger werd, kwamen de herinneringen heel fel terug en ben ik vaak bij mijn papa gaan uithuilen. Worden zoals Cindy was mijn grootste angst. De eerste maanden na de bevalling was ik zo bang om de dingen verkeerd te doen. Ik zag mijn kind heel graag, maar ik durfde amper voor haar te zorgen. Daar ben ik nu wel over, maar ik ben nog altijd bang voor het oordeel van andere mensen. ‘Is zij net als Cindy? Doet zij ook zulke dingen met haar kind?’ Ik merk dat ik het moeilijk heb om streng te zijn tegen mijn dochtertje, om grenzen te stellen. Ze krijgt alles van me. Dat is natuurlijk óók niet goed, besef ik. Maar als ik haar nog maar een zacht tikje geef, voel ik me al slecht.»

HUMO Herinner je je Cindy Croon nog als moeder?

DAVINIA «Ik was nog te klein. Maar toen ik haar later in de gevangenis ging bezoeken, voelde ik wel dat er iets niet klopte. Ze noemde zich mijn mama, maar wat ik voelde als ik te dicht bij haar kwam, was angst. Alsof mijn lichaam me wilde waarschuwen: pas op voor die vrouw. Ik was altijd blij dat er gevangenisbewakers in de buurt waren.»

HUMO Heb je ooit een andere moederfiguur gehad?

DAVINIA «Nee, want met de vrouw met wie papa getrouwd was, had ik ook niet zo’n goeie band. Nu, in het begin wist mijn vader ook niet goed wat hij met mij moest aanvangen. Ik was bijvoorbeeld een verschrikkelijk moeilijke eter. Ik lustte alleen fastfood en pizza’s, iets anders had ik nooit gekregen. Ik was extreem stil en sloot me af voor iedereen. Vaak zat ik in de zetel wat voor me uit te staren, of ik speelde de hele dag in mijn eentje, met een fles of een blokje. Ik maakte me zo onzichtbaar mogelijk.

»Later is dat helemaal omgeslagen: ik werd een heel luid tienermeisje dat tegen alles rebelleerde. Ik wilde opvallen, gezien worden. Mijn eigen moeder had me nooit gezien. De mensen moesten weten dat ik er was. In feite was ik doodongelukkig. Tot mijn vijftiende heb ik in mijn bed geplast. Ik had vreselijke nachtmerries waaruit ik schreeuwend wakker werd.»

Davinia V. wordt op 21 oktober 1998 geboren uit de relatie van Cindy Croon en Steven V. Het koppel gaat een jaar na haar geboorte uit elkaar, en Davinia wordt aan de moeder toegewezen, die intussen een relatie begonnen is met David Buelens. Met haar nieuwe vriend krijgt Cindy Croon in maart 2001 nog een dochtertje, Daisy. Op dat ogenblik zijn er bij de politie al verschillende meldingen binnengelopen over mogelijke mishandeling van Davinia, dan een peuter van 2,5 jaar.

Buren horen het kind vaak hevig huilen. Ze zien hoe de moeder het meisje bruut bij de arm neemt en door de gang sleurt, roepend en schreeuwend. Op een avond zien ze Davinia huilend op het terras staan in de vrieskou, op blote voetjes en in een pamper. Wanneer de buren naar Davinia roepen, wordt de schuifdeur geopend en het meisje brutaal binnengetrokken. Een ongeruste buurvrouw contacteert de jeugdbrigade van de politie.

De politie krijgt ook de ongeruste vader van Davinia over de vloer: hij hoort van familieleden dat zijn kind bij Cindy geslagen wordt, te licht gekleed is en te weinig eten krijgt. Steven V. heeft tweewekelijks bezoekrecht, maar krijgt zijn dochter nooit te zien omdat Cindy weigert om haar mee te geven. Hij vermoedt dat Croon en Buelens al hun geld opmaken aan drugs: beiden waren op dat ogenblik al voor drugsfeiten veroordeeld.

Verhalen over ondervoeding en blauwe plekken bereiken ook Kind & Gezin. De verpleegster slaagt er maar niet in Cindy Croon te contacteren. De moeder reageert nooit en is al maanden niet meer op consultatie geweest. In februari 2001 doet de verpleegster een poging om onaangekondigd op huisbezoek te gaan. Ze belt meermaals vergeefs aan. Ze hoort dat er iemand thuis is, de muziek wordt zachter gezet, maar er wordt niet opengedaan. Ze schuift een briefje onder de deur, en een uur later belt Cindy Croon: ‘Ik had de deurbel niet gehoord.’

Wanneer de verpleegster daags nadien op aangekondigd huisbezoek komt, ruikt de woning naar schoonmaakproducten. De kinderen zien er verzorgd uit, maar Davinia heeft twee oudere blauwe vlekken op haar wang. Croon beweert dat het van een zuigzoen is, maar de verpleegster denkt dat ze er hard in geknepen heeft.

Ook op school, waar Davinia een zeldzame keer opdaagt, ziet de kleuterjuf de blauwe plekken. Op een dag heeft de peuter een buil boven haar neus, een schram in haar gezicht en een blauw oor. ‘Mama is erg boos geweest,’ zegt Davinia aan de juf.

In mei 2001 dient vader Steven formeel een klacht in en start hij een procedure om het hoederecht over Davinia te krijgen. Hij vreest dat zijn dochter in gevaar is bij Cindy.

Ook Julia Torfs, de moeder van Cindy Croon, slaat alarm. ‘Ik heb al vaak gezien dat Cindy de kinderen hardhandig aanpakt,’ verklaart ze op 30 mei 2001 aan de politie.

JULIA TORFS «Ze sloeg Davinia met haar achterhoofd tegen het marmeren bovenblad van de gaskachel. Het kind mocht niet bij mij komen, ze moest blijven staan. Ik mocht Davinia ook geen eten geven. Gisteren heeft Cindy haar van de trap geduwd. Soms sleurt ze Davinia bij de haren door het huis en schopt ze haar. Het kind roept dan naar mij, maar ik sta er machteloos bij. Ik kan door mijn fysieke zwakte niets doen. Cindy duwt mij gewoon omver. Er moet dringend ingegrepen worden.»

Er wordt niet ingegrepen. In de maanden na de klacht houdt Cindy zich min of meer aan de afspraken met Kind & Gezin en worden er geen nieuwe verwondingen bij de kinderen vastgesteld. Er is dus geen hoogdringende maatregel nodig. De verpleegster merkt wel dat Cindy tijdens de contacten gespannen is, vaag blijft in haar antwoorden en dikwijls liegt.

In december 2001 verdwijnt Cindy plots met de kinderen uit haar appartement. Bij Kind & Gezin maakt men zich zorgen. De politie krijgt twee telefoonnummers van de conciërge waarop Cindy en David normaal te bereiken zijn. ‘U bent verbonden met Buelens-Croon, de sekslijn,’ klinkt het op het ene antwoordapparaat. ‘Wenst u een escort van het blonde type, druk 1,’ is op het andere nummer te horen. Dagen later blijkt dat Cindy is verhuisd en niemand op de hoogte heeft gebracht.

In februari 2002, meer dan een jaar na de eerste meldingen over kindermishandeling, worden Davinia en Daisy bij hoogdringendheid door de jeugdrechter in een kindertehuis geplaatst. Davinia wordt later toegewezen aan haar vader, Daisy keert terug naar het koppel Buelens-Croon met een intensieve begeleiding van Kind & Gezin. Of dat is toch de bedoeling, want Croon komt nadien nog amper een afspraak na.

‘Dat vind ik het ergste aan de hele geschiedenis, zegt Davinia.

DAVINIA «Iedereen wíst gewoon dat Cindy en David niet te vertrouwen waren met kinderen. Zelfs nog vóór Xena geboren was. En dan laten ze de baby toch bij dat koppel. Ik geloof niet meer in de politie en in de sociale instanties die kinderen moeten beschermen. Waarom duurde het zo lang voor ze mij daar weghaalden? Waarom heeft niemand Xena beschermd? Nee, er moest een dode vallen voor ze er iets aan deden.»

Op het proces komen medewerkers van Kind & Gezin getuigen dat ze in de drie maanden voor Xena stierf zo’n dertig keer geprobeerd hebben om contact op te nemen met haar ouders. De verpleegster stond tien keer voor een gesloten deur, bleef acht keer vruchteloos wachten na beloftes dat het paar met Xena op consultatie zou komen en sprak minstens zeven berichten in op hun gsm. De situatie was des te zorgwekkender omdat Xena door haar vroeggeboorte hartproblemen had.

Consulent Annemie Coenen, die bij het Comité voor Bijzondere Jeugdzorg de drie kinderen van Cindy Croon heeft opgevolgd, schrijft in november 2002 een verslag aan de bemiddelingscommissie: diverse instanties maken zich ernstig zorgen over Xena. Coenen zelf heeft er genoeg van. ‘De moeder komt haar afspraken niet na,’ schrijft ze. ‘Ik wil de verantwoordelijkheid voor de gezondheid van Xena niet meer op mij nemen.’ Het verslag met dat duidelijke statement dateert van 28 november 2002. Zes dagen later sterft Xena.

Moeder David Buelens, baby Xena Beeld rv
Moeder David Buelens, baby XenaBeeld rv

Sadistische straf

Wetsdokters weten het wel zeker: van alle kinderdodingen is mishandeling met een fatale afloop de meestvoorkomende vorm. ‘Het gaat meestal om kinderen tot een jaar of acht,’ zegt gerechtsgeneesheer Wim Van de Voorde (UZ Leuven).

WIM VAN DE VOORDE «Tieners kunnen zich al beter verdedigen. We zien dus vooral jonge kinderen met schedelbreuken en gebroken ledematen. Alcohol- of drugsverslavingen van de ouders spelen soms een rol, maar dat hoeft niet zo te zijn. Vaak gaat het gewoon om ouders die niet de nodige vaardigheden hebben om kinderen op te vangen.

»Wat we het meest zien, is het shakenbabysyndroom: ouders of onthaalouders die het kind hardhandig door elkaar schudden. Bij jonge baby’s kan dat bloedingen in de hersenpan veroorzaken en dodelijk zijn.

»Meestal gaat dat over een verlies aan zelfbeheersing bij één van de ouders. Omdat die zelf doodmoe is. Omdat de baby te lang en te luid huilt. Omdat de partner nooit een hand uitsteekt… Soms zijn er omstandigheden waarvoor je nog enigszins begrip kunt opbrengen. Daarom is het goed dat dit soort zaken voor assisen komt, waar de jury een duidelijk beeld van de context krijgt.»

HUMO De ene kinderdoding is de andere niet, bedoelt u.

VAN DE VOORDE (knikt) «Er zijn ook ouders die hun kinderen zo sadistisch straffen dat het fataal afloopt. Zo werd ik eens opgeroepen voor een peuter van 2,5 jaar die gestorven was na een val van de trap. De huisarts en de politie maakten er een spijtig ongeval van. Ik zag het meisje in de zetel liggen, bont en blauw, met een gescheurd riempje aan de bovenlip, maar zonder een spatje bloed. Dat klopte niet, want normaal bloedt dat hevig.

»Toen ik een autopsie deed, werd duidelijk dat er zwaar geweld was gebruikt. Bleek dat het meisje een hele nacht rond de tafel had moeten lopen tot ze uitgeput was. Ze kreeg slaag als ze stopte en moest met haar knieën op haar handjes gaan zitten, tot ze half bewusteloos was. Ze moest eten onder dwang, waarbij de ouders een vork in haar mond forceerden en het lipriempje scheurden. Het kind is in hun handen gestorven. Ze hebben het gewassen en wilden het in een buggy zetten en onder een auto duwen, zodat het een verkeersongeval leek. Dat hebben ze niet gedaan, maar ze hebben het wel bijna verkocht gekregen als een val van de trap. Die ouders waren zware drugsverslaafden.»

HUMO Vreemd dat Kind & Gezin zo’n problematische situatie niet opmerkt.

VAN DE VOORDE «Vindt u dat vreemd? Ik niet. Er zijn heel wat mogelijkheden om hulp te vragen bij sociale instanties, maar in de praktijk vinden mensen de weg ernaartoe niet. Ze zijn wantrouwig of het ontbreekt hun aan verantwoordelijkheidszin. En kijk naar de kinderopvang: daar moet Kind & Gezin controleren, maar dat gaat niet zelden de mist in. Ze zetten de problematische crèches op een lijst en daarmee is de zaak afgehandeld. Begeleiding? Die is gebrekkig, wegens te weinig personeel. Meestal blijft het bij een vermanende vinger.»

‘In de zaak van baby Xena heeft Kind & Gezin zwaar onder vuur gelegen,’ herinnert professor Werner Jacobs zich.

JACOBS «En terecht. De essentiële taak van die instantie is om toe te zien op de veiligheid van het kind. Als je zo vaak op bezoek komt, en er is nooit iemand thuis, dan weet je toch dat er mogelijk iets verkeerd loopt?»

HUMO Schieten sociale instanties vaak tekort bij kindermishandeling?

JACOBS «We zien geregeld dossiers van zware kindermishandeling die al een lang traject hebben afgelegd langs instanties als Kind & Gezin of het Vertrouwensartsencentrum. Dan vragen we ons af: waarom wordt hier al drie jaar aangemodderd? Waarom is het gerecht niet vroeger ingeschakeld? Die diensten proberen zo’n dossier altijd zo lang mogelijk weg van justitie te houden en het zelf te beredderen, waardoor het uit de hand kan lopen.»

HUMO Volksvertegenwoordiger Valerie van Peel (N-VA) bereidt een nieuw wetsvoorstel voor om kindermishandeling beter te voorkomen.

JACOBS «Goed dat een politicus eindelijk inziet dat dat nodig is, maar waarom nu pas? We weten al decennialang dat het gebeurt, alleen geloven de mensen dat niet graag. Het is een ongemakkelijke waarheid waar we collectief van wegkijken.»

Valerie Van Peel Beeld BELGA
Valerie Van PeelBeeld BELGA

Op de loop

‘Een verhaal als dat van Xena kan vandaag nog gebeuren,’ zegt parlementslid Valerie Van Peel. ‘De malaise bij de sociale diensten is nog altijd niet opgelost.’

Vóór ze in de politiek ging, volgde Van Peel als journaliste het assisenproces van baby Xena, en ze is het nooit vergeten.

VALERIE VAN PEEL «Wat me vooral bijbleef, was dat die ouders op het proces geen enkele emotie of spijt toonden. Ze staken alleen de schuld op elkaar. De moeder heeft maar één keer geweend: toen ze haar straf hoorde.»

Cindy Croon en David Buelens werden beiden veroordeeld tot dertig jaar cel voor foltering van hun baby, de maximumstraf. Intussen zijn ze al enkele jaren vrij. Croon heeft een zoontje met een nieuwe partner, David heeft een nieuw gezin met drie kinderen.

‘Alsof er niets gebeurd is,’ zegt Davinia met een zucht.

DAVINIA «Dat maakt me zo kwaad. Ze beginnen gewoon opnieuw. Je hebt iemands leven afgenomen, je hebt zoveel andere levens verwoest, en toch kun je na een paar jaar gewoon doorgaan alsof er niets gebeurd is. Xena? Dat was een foutje uit het verleden. Het is gebeurd, het leven gaat verder, we maken wel nieuwe kinderen. Cindy was nog niet eens vrij toen ze alweer zwanger was.»

HUMO Hoezo?

DAVINIA «Een jaar of acht geleden mocht ze een weekend naar buiten en is ze niet naar de gevangenis teruggekeerd. Ze had een man leren kennen en is bij hem ondergedoken. Toen ze drie maanden later naar de gevangenis terugkeerde, was ze zwanger. In die drie maanden heeft ze nooit contact met mij of mijn zus gezocht. Dat heb ik haar echt kwalijk genomen. In de gevangenis smeekte ze dat we haar kwamen opzoeken, en toen ze vrij was, had ze ons plots niet meer nodig. De spaarrekening die ze voor mij en mijn zus had geopend, heeft ze helemaal leeggehaald terwijl ze op de loop was. Toen dat kind is geboren, in de gevangenis, heb ik het contact verbroken. Sinds een paar jaar is ze vrij en is ze een nieuw leven begonnen met dat zoontje en die man.»

HUMO Heb je sindsdien nog contact met haar gehad?

DAVINIA «Vorig jaar heb ik haar nog één keer ontmoet, omdat ze bleef aandringen. Mijn eigen dochtertje was toen één jaar, en ik kon me niet voorstellen dat mijn kind me nooit meer zou willen zien. ‘Misschien moet ik het toch maar doen,’ dacht ik. ‘Om het af te sluiten, nu ik zelf mama ben.’ Mijn zus Daisy was er ook.

»Het voelde heel ongemakkelijk voor mij, zeker toen Cindy mijn dochtertje in haar armen nam en zei dat ze haar grootmoeder was. Ze verwachtte van mij ook dat ik haar ‘mama’ zou noemen, en dat we een gelukkige familie zouden spelen. Mijn zus kan dat, maar zij is altijd het favorietje geweest. Ik niet. Oké, Cindy heeft haar straf uitgezeten, en ik zie dat ze het goed probeert te doen met dat nieuwe zoontje – anders dan met ons. Ze overbeschermt hem zelfs een beetje. Maar het blijft wringen. Ik heb nooit spijt gezien bij haar. Ze is opnieuw moeder, ze heeft werk en een man, ze rijdt in een dikke auto en leidt haar leven alsof er nooit iets gebeurd is. Dat steekt. Er zit nog altijd woede in mij om wat er gebeurd is. Dus heb ik het contact weer verbroken.

»Ik leef nu voor mijn dochtertje, dat ik onvoorwaardelijk graag zie. Ik mag dan wel als twee druppels water op Cindy lijken, ik ga het helemaal anders doen dan zij.»

*Daisy en Davinia zijn fictieve namen.

Volgende week
Kindermoord als wraak op een ex

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234