De vele valkuilen voor islamvorsers: 'Tendentieuze vragen en gefrustreerde extremisten'

Toen de Nederlandse socioloog Ruud Koopmans in 2014 de resultaten bekendmaakte van zijn studie over religieus fundamentalisme bij Europese moslims, was de reactie ongemeen fel. Er kwam een kwaadaardige campagne op gang om zijn wetenschappelijke werk in diskrediet te brengen.

'Dit soort kritiek komt te vaak uit de politieke hoek waarmee ik me verwant voel'

De aard, methode, kwaliteit en resultaten van opiniepeilingen worden al in twijfel getrokken vanaf het moment dat men dat instrument is gaan gebruiken. Zo hoort het ook in de wetenschap. Vroeger lagen vooral peilingen naar de kiesintenties onder vuur, vandaag wordt het heftigst gereageerd op onderzoek naar moslims en de islam. Toen de gerenommeerde Nederlandse socioloog Ruud Koopmans, verbonden aan de Humboldt Universiteit in Berlijn en de Universiteit van Amsterdam, in 2014 de resultaten bekendmaakte van zijn ‘Six Country Immigrant Integration Comparative Study’ vloog het deksel van de beerput. Koopmans had in zes landen, waaronder België, de graad van religieus fundamentalisme in christelijke en islamitische groepen vergeleken. De conclusie van het onderzoek was niet om vrolijk van te worden: 44 procent van de ondervraagde moslims was het eens met de fundamentalistische stellingen die Koopmans hun voorlegde, 22 procent bleek vijandig te staan tegenover homo’s, joden en het Westen. België scoorde slechter dan de meeste andere Europese landen.


Bekvechten

Die vaststelling was niet naar de zin van sommige van Koopmans’ vakbroeders en er kwam een campagne op gang tegen de Nederlandse socioloog. De luidste stem was die van Orhan Agirdag, een Belgische socioloog die aan de KU Leuven werkt en een collega is van Koopmans aan de Universiteit van Amsterdam. Hij zei: ‘De studie van Koopmans is rijp voor de vuilnisbak.’

Maar wie Agirdags bezwaren tegen de studie van naderbij bekijkt, merkt dat die niet veel met wetenschap te maken hebben. In de Nederlandse krant Trouw zette Agirdag uiteen waarom hij vond dat het werk van Koopmans niet deugde. Zijn argumenten beperkten zich tot gratuite opmerkingen over de zogenaamde subjectieve en tendentieuze vraagstelling van Koopmans, en het feit dat er een grote non-respons was bij moslims ‘die afhaakten nadat ze de vragen hadden gelezen’. Koopmans had geen enkele moeite om die bezwaren van tafel te vegen.

Ruud Koopmans «Een non-respons van 80 procent is heden ten dage niet abnormaal voor een survey-onderzoek. Het enige wat telt, is of de groep die meewerkt, representatief is voor de grotere groep die je wil onderzoeken. Veel mensen die nooit kwantitatief onderzoek doen en zelf conclusies trekken uit wat lukrake interviews met een handjevol mensen, ontdekken klaarblijkelijk plots hun methodologische kennis omdat ik iets publiceer dat hen niet bevalt.

»Dit soort critici neemt nooit de moeite om je werk te lezen, terwijl mijn paper en het methodologische rapport waarop het gebaseerd is, volledig te lezen zijn op het internet. Er wordt daar ook ingegaan op vragen over de representativiteit van het onderzoek, en op de invloed van factoren als leeftijd, opleidingsniveau, beroepspositie, enzovoort.»

Maar Agirdag pakte vooral uit met niet-wetenschappelijke bezwaren om het werk van Koopmans onderuit te halen. Hij stelde dat Koopmans de moslims voor de gek hield. Welwillende moslims, die ‘gratis en voor niets’ deelnamen aan zijn studies ‘omdat ze academici en overheden wilden helpen bij het vergaren van nuttige informatie en hun verhaal wilden doen over de uitsluiting en discriminatie waarmee ze dagelijks worden geconfronteerd’, worden door Koopmans ‘beloond voor hun moeite met stigmatiserende bevindingen’. U leest het goed: volgens Agirdag mogen wetenschappers die de medewerking van respondenten vragen, daarna geen onvriendelijke dingen over die respondenten zeggen. Als Koopmans zo bezig blijft, stelde Agirdag nog, zal morgen geen enkele gematigde moslim nog willen deelnemen aan zijn enquêtes en zullen alleen nog gefrustreerde extremisten op zijn vragen willen antwoorden. Tegelijkertijd probeerde Agirdag de reputatie van Koopmans door het slijk te halen door hem in het extreemrechtse en racistische kamp te duwen. Zo noemde hij Koopmans op zijn Twitter-account ‘de Geert Wilders van de sociologie’.

HUMO Kent u Orhan Agirdag eigenlijk?

Koopmans «Helemaal niet. Ik zie dat hij vooral op onderwijsintegratie werkt. Een specialist op het gebied van religieus fundamentalisme en radicalisme is hij zeker niet.»

Het is niet de eerste keer dat Orhan Agirdag, een vaste klant op onder meer de website DeWereldMorgen, anderen probeert te stigmatiseren door hen van racisme en rechts-extremisme te betichten. Zo gooide hij vorig jaar het volledige Vlaamse onderwijzersbestand op één racistische mesthoop, onder andere in een artikel in De Morgen. Daar poneerde hij dat het Vlaamse onderwijs discrimineert en dat het ‘witte privilege’ er blanke kinderen bevoordeelt. Dat gebeurt bijvoorbeeld, schreef Agirdag, door de kinderen Engels te leren en het spreken van Turks te bestraffen. Het stoorde hem ook dat alle volwassenen op de scholen blank zijn, ‘behalve natuurlijk Zwarte Piet’. ‘En voor welke soort leerlingen zijn de lessen geschiedenis ontworpen als we het hebben over de ‘val’ van het Byzantijnse Constantinopel in 1453?’ vroeg Agirdag zich af.


Misinformeren

En nu heeft deze Agirdag dus Humo in het vizier, en hij gebruikt daarvoor dezelfde technieken. Op de website van DeWereldMorgen noemt hij het onderzoek van Humo en VTM ‘absolute bullshit’ en in De Standaard heet de enquête ‘met haken en ogen aan elkaar te hangen’. Dat komt volgens Agirdag omdat de vraagstelling, jawel, tendentieus is.

Agirdag gaat daarbij vrolijk voorbij aan het feit dat de studie van Koopmans (door De Standaard geprezen als ‘doorwrocht’) en de peiling van Humo en VTM (wegens het ontbreken van populatiegegevens over moslims) volgens een gelijkaardige methodologie tot stand kwamen. De technische fiche met alle vragen en antwoorden kunt u raadplegen op humo.be en VTM.be. Ook veegt hij onder de mat dat beide onderzoeken tot gelijklopende conclusies komen. Toeval waarschijnlijk.

Koopmans «Dit soort kritiek is uitsluitend bedoeld om te ‘misinformeren’. De wetenschappelijke bevindingen bevallen hun niet, en daarom mogen ze niet waar zijn en moeten ze met eender welk argument onderuitgehaald worden. In een wetenschappelijke branche waarin om politiek-correcte redenen al jaren geen onderzoek meer wordt gedaan naar dit soort maatschappelijke fenomenen, wordt elke studie waarvan de resultaten niet beantwoorden aan de politieke agenda van de mensen die het voor het zeggen hebben in de sociale wetenschappen, zonder omzien afgebrand.»

HUMO Is het dan een gewoonte aan het worden: peilingen en surveys over wat moslims denken en doen onderuithalen met geroep over slechte wetenschap, populisme en rechts-extremisme?

Koopmans «Dat is inderdaad het patroon dat zich steeds opnieuw herhaalt, om complexe redenen. Aan de ene kant is het de diepste overtuiging van die mensen dat ze het morele gelijk aan hun zijde hebben en dat iedereen die daarvan afwijkt, een slecht mens is. Het lijkt verdomd wel de gedachtewereld van de doorsnee fundamentalist! Aan de andere kant is er het materiële belang dat die mensen erbij hebben om de mythe in stand te houden dat hun opvattingen de algemene consensus zijn binnen het integratieonderzoek. Daarop is hun invloed en hun vaardigheid om opdrachtonderzoeken van de overheid binnen te halen gebaseerd! Afwijkende academische geluiden ondergraven die invloed, want als de wetenschap niet met één stem spreekt, staan de eigen mening en het eigen onderzoek plotseling ook ter discussie. Dus probeert men met man en macht elke afwijkende onderzoeksbevinding de bodem in te boren.

»Omgekeerd hoor je diezelfde mensen nooit over het vele, op drijfzand gebouwde onderzoek dat het wereldbeeld van de migrant als onschuldig slachtoffer en de ontvangende samenleving als discriminerende, uitsluitende, intolerante dader bevestigt. Dan bekommert men zich niet om de methodologische haarkloverij die men nu schijnbaar ook op het onderzoek van Humo en VTM toepast.

»Dit soort kritiek intimideert me niet, maar ze stelt me wel teleur. Omdat ze te vaak uit de politieke hoek komt waarmee ik me verwant voel. Ook bij ons is politiek correct links zo geobsedeerd door Geert Wilders en Filip Dewinter dat ze niet meer op het kompas van hun eigen oorspronkelijke waarden varen. Maar wie geen eigen verhaal heeft en zich alleen nog als tegenhanger van populistisch rechts definieert, laat zich het politieke debat door anderen dicteren. Als links daarmee doorgaat, graaft het verder aan zijn eigen graf.»

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234