De vergeten prinses die koningin had kunnen zijn, Stéphanie de Windisch-Graetz: 'Het is eenzaam om prinses te zijn'

Prinses Stéphanie de Windisch-Graetz overleed vorige week op 79-jarige leeftijd. De betachterkleindochter van Leopold II stierf arm en eenzaam, maar had evengoed de eerste koningin van België kunnen zijn. Een artikel in de Belgische grondwet verbood tot 1991 echter een vrouwelijke troonsbestijging. Humo sprak met de prinses in 2005. 'Ik dank God op mijn blote knieën voor die wet'.

'Al mijn voorouders zijn historische personages! Leopold II, keizerin Sissi, de Egyptische politicus Nubar Pasha... Dat waren gewoon mensen uit mijn familie, mensen van wie ik hield'

Dit artikel verscheen in de Humo van 10 mei 2005.

Kleine dingen hebben soms grote gevolgen. Een onbeduidend artikel in de grondwet bepaalde tot 1991 dat vrouwen de Belgische troon niet mochten bestijgen. Als die zogeheten Salische wet er niet was geweest, dan hadden we nooit van Koning Albert II gehoord, en was Boudewijn een onopvallende naam geweest in de stamboom van het geslacht Von Sachsen-Coburg. Postzegels ter gelegenheid van het 175-jarig bestaan van België zouden de beeltenis dragen van een koningin: hare doorluchtige hoogheid Stéphanie de Windisch-Graetz, de in 1939 in Brussel geboren betachterkleindochter van Leopold II, tevens rechtstreekse nazaat van de legendarische keizerin Sissi (Elisabeth) van Oostenrijk.

Maar zo is het dus niet gegaan, en de laatste die daarvan wakker ligt, is de prinses zelf. Ze is enkele weken geleden ingetrokken in een voormalig naaiatelier in één van de smalle, drukke straten van de Brusselse gemeente Sint-Gillis. Ze leeft er van een bescheiden OCMW-toelage tussen Marokkaanse straatjongeren, Siciliaanse pizzabakkers en Griekse kruideniers. En ze voelt er zich thuis. Stéphanie de Windisch-Graetz heeft vele levens achier zich: prinses en paria, bewonderd en uitgespuwd, getrouwd en weer gescheiden. Ze woonde in Afrika, Engeland, Oostenrijk en België, en was zelfs een tijdlang dakloos. Ze richtte de Cliniclowns België op en zette met haar Stichting Windisch-Graetz allerlei humanitaire projecten op voor straatkinderen in Rusland, Mongolië en Irak. Ze werkte als journaliste, fotografe en kunstschilderes - telkens met succes. In Londen schopte ze het tot topmannequin van Vogue, en ze kreeg zelfs een contract aangeboden van de absolute wereldfotograaf Richard Avedon – ‘Hij was razend toen ik weigerde, maar ik kon niet anders. Als ik voor hem was gaan werken, had ik moeten verhuizen naar New York.’

PRINSES STÉPHANIE «Ik was gescheiden en ik had twee kleine zoontjes, die ik onmogelijk alleen kon opvoeden in New York. Topmodellen werkten in die jaren 70 trouwens voor een hongerloon: de cover van Vogue bracht je als model hooguit 175 euro op.»

'Leopold II wist niks van de gruwel die zich afspeelde op de rubberplantages in Congo'

Dat ze een buitenbeentje is, blijkt al van de eerste seconde. De prinses opent de deur in werkplunje: een grauwwitte chirurgenschort die onder de verfvlekken zit, een zwabberende trainingsbroek, goedkope Wibra-sandalen, haren samengebonden in een slordige vlecht. Ergens in het gebouw galmt operamuziek. ‘Prinses Stéphanie is volop bezig met de restauratie van een gigantische ruimte waar vroeger een industrieel naaiatelier en later een restaurant gevestigd was, maar die door de jarenlange leegstand totaal verkommerd is.

STÉPHANIE «Toen het restaurant dichtging, heeft de zaakvoerder een enorme afwas laten staan. Die heeft hier jaren staan aankoeken: borden met vettige saus en vleesresten, glazen met koppige wijn- randen, smerige potten en pannen, en een bloeiende rattenbevolking natuurlijk. Het heeft me weken gekost om die smeerboel aan de kant te krijgen.»

Over enkele weken opent hier Tchaïkana de deuren, een ontmoetingsruimte die een brug wil slaan tussen de volkeren van het Oosten en het Westen. Voor de opening heeft prinses Stéphanie zelfs Charles Picqué warm gemaakt, burgemeester van Sint- Gillis en minister-president van het Brussels Gewest.' Af en toe helpt het als je prinses bent.


De geschiedenisboekjes

HUMO Hebt u als kind vaak over uw beroemde betovergrootvader Leopold II horen vertellen?

STÉPHANIE «Nee. Ik heb het grootste deel van mijn kindertijd doorgebracht in Afrika, in Kenia, waar mijn afkomst er niet zo toe deed. Mijn familie was al haar bezittingen kwijtgeraakt tijdens de oorlog en voor mijn ouders was het leven daar goedkoper. Bovendien was mijn vader een verwoed jager, en in Afrika kwam hij goed aan zijn trekken.

»Over Leopold II werd thuis nooit verteld. Voor ons was hij geen historische figuur, maar gewoon iemand van de familie, begrijpt u? Hij was mijn betovergrootvader, geen personage uit de geschiedenisles. Dat iedereen hem kende was voor ons niks bijzonders. Mijn vader leek wel op hem. Hij was twee meter groot; helemaal de lichaamsbouw van een Coburg.»

HUMO Was het niet bizar om uw familie aan te treffen in de geschiedenisboekjes?

STÉPHANIE «Och, ik was het zo gewoon. Al mijn voorouders zijn historische personages! Leopold II, keizerin Sissi, de Egyptische politicus Nubar Pasha... Dat waren gewoon mensen uit mijn familie, mensen van wie ik hield.»

HUMO Vond u het prettig op te groeien als prinses?

STÉPHANIE «Je wordt niet opgevoed tot prinses, je wordt geboren met die titel. De mensen denken dat het fantastisch is, maar soms is het echt een last, zwaar om te dragen. Ik heb het er vaak noeilijk mee gehad toen ik jong was. Je krijgt een soort erecode voorgeschreven die je in acht moet houden, uit respect voor je voorouders. Maar als je jong bent heb je daar geen zin in, hé. Je hebt zin om gek te doen, om te gaan experimenteren zonder dat je voortdurend op de vingers wordt gekeken...

»Zo’n titel maakt je ook eenzaam. Ik ben tot mijn elfde naar school gegaan, daarna kreeg ik thuis les van privé-leraars. Ik was als tiener bijna altijd omringd door volwassenen, en ik heb me vaak wanhopig alleen gevoeld.»

HUMO U had het over een erecode. Wat moet ik me daarbij voorstellen?

STÉPHANIE «Ik ben opgegroeid met het idee dat ik me moet inzetten voor anderen, als een moderne prinses die dicht bij het volk staat. Je moet te allen tijde neutraal blijven en je niet laten strikken door belangengroepen. Ne pas être achetable. Van een organisatie als Opus Dei zou ik bijvoorbeeld nooit lid worden, hoe erg ik ook onder druk word gezet. Het wordt me wel door velen kwalijk genomen, dat onbindbare van mij. Mensen houden ervan je in een hokje te kunnen stoppen, ze kunnen er niet tegen als je ongrijpbaar blijft»


De coup

HUMO Hoe kan het eigenlijk dat een prinses dakloos wordt?

STÉPHANIE «Ik heb geweigerd me te laten inlijven, en dat heb ik moeten bekopen. Ik ben op straat beland omdat ik geen deel wilde uitmaken van een systeem. Meer kan ik daar niet over zeggen.»

HUMO Nochtans hebt u tien jaar lang in een prachtig kasteel in Waals-Brabant gewoond.

STÉPHANIE «Het kasteel van Bierbais, gekocht met geleend geld. Een ruïne die al een halve eeuw leegstond, en die ik samen met vrienden en kunstenaars gerestaureerd heb. Ik heb er tien jaar in gewerkt, en het resultaat was adembenemend. En toen het allemaal klaar was, heeft de bank Anhyp het van me afgepakt.»

HUMO U werd gedwongen het kasteel te verkopen?

STÉPHANIE «Het was een zorgvuldig voorbereide coup van de bank. Ik wilde het kasteel verhuren, maar plots was er volgens allerlei instanties zogezegd brandgevaar en stonden de muren op instorten. Onzin natuurlijk, maar intussen kon ik geen huurgeld innen om mijn lening terug te betalen. Ik heb het kasteel onder dwang moeten verkopen, voor een derde van de reële waarde. En weet u aan wie? Aan Anhyp zelf, de bank die destijds werd bestuurd door baron de Villenfagne de Vogelsanck. Iedereen weet dat hij de grootmeester van Opus Dei was.

»Ik woonde in het kasteel met mijn moeder en mijn twee zonen, maar van de ene dag op de andere stond ik op straat. Ik ben een jaar dakloos geweest, ik heb een jaar bij vrienden gelogeerd. Iedereen dacht dat ik er definitief onderdoor zou gaan, maar ik ben onverwoestbaar. Ik krabbel altijd weer overeind. En vandaag ben ik terug, boordevol plannen en energie.»

Van het koninklijk hof heeft ze nooit wat gehoord - ook niet in haar zwartste periode.

STÉPHANIE «Ze zijn me altijd Iiever kwijt dan rijk geweest. Waarom? Dat moet je hun vragen. Ik kan er alleen maar naar gissen. Misschien omdat Fabiola niet van gescheiden mensen houdt?

»In ieder geval weet ik dat ik in het oog gehouden word. Het OCMW heeft me ooit eens twee maanden niet willen uitbetalen omdat ze een foto van mij hadden gezien in een tijdschrift. Ik droeg een chique jurk op een vernissage in Parijs, geleend van een vriendin. Zij dachten dat ik geld genoeg had als ik me zo'n duur stuk kon permitteren... en hup, ze draaiden de geldkraan dicht.»

HUMO In dezelfde periode werd u verdacht van gesjoemel met het geld van de vzw Cliniclowns.

STÉPHANIE «Wat een toeval, hè? Het parket van Nijvel had een klacht binnengekregen over verduistering van sponsorgeld - er was 2,8 miljoen frank uit de boekhouding verdwenen - en ik was blijkbaar hun hoofdverdachte. Ze hebben nooit ook maar een aanwijzing tegen mij gevonden, en er is ook nooit een rechtszaak van gekomen. Maar het parket heeft de clowns wel weggestuurd, de vzw opgedoekt en de rekeningen leeggehaald. Ze hebben 9 miljoen frank in eigen zak gestoken. Zonder enig bewijs, zonder veroordeling! Briljant nietwaar, de Belgische justitie?

»Ach ja, blijkbaar stoorde men zich aan het succes van de cIiniclowns in België. Maar ik ben ermee doorgegaan in Oostenrijk, Nederland en Duitsland, waar het een enorm succes is. Dat kunnen ze niet meer breken. Als ik eenmaal een doel heb, kan niemand me daar nog van afbrengen. Die vastberadenheid heb ik van Leopold II.»


Rubberen geweten

HUMO Nu we het er toch over hebben: u bent het niet eens met de vlijmscherpe kritiek op het beleid van Leopold II in Belgisch Congo.

STÉPHANIE «Een echte schande vind ik het! Toen Leopold II koning werd, stelde België niks voor. Dat het vandaag één van de rijkste landen van Europa is, heeft het aan hem te danken.»

HUMO Maar het vergaren van die rijkdom ging ten koste van honderdduizenden levens, van gruwelijke folteringen, verkrachtingen, afgehakte lichaamsdelen…

STÉPHANIE «Daar had Leopold niets mee te maken: hij is zelfs nooit in Afrika geweest. Waarom vraagt u het niet aan de Belgische families die ter plaatse de exploitatie van de rubberplantages runden?»

HUMO Leopold II gaf hun toch orders?

STÉPHANIE «Hij heeft nooit het bevel gegeven mensen de handen af te kappen, hoor. Leopold II wist niks van de gruwel die zich afspeelde op de rubberplantages in Congo. Hij is uiteindelijk op de hoogte gebracht door de Britse koningin Victoria, en toen heeft hij alles gedaan om er een einde aan te maken.»

HUMO Uit zijn eigen brieven blijkt dat hij al veel eerder van de situatie op de hoogte was.

STÉPHANIE «Hij kon niks doen zolang hij geen bewijzen had. En waarom duurde het zo lang voor hij die kreeg? Daar zwijgt men liever over, want dan gaat het over de rol van de katholieke kerk. Zij waren perfect op de hoogte van wat er gebeurde, maar ze hebben er nooit verslag van uitgebracht. Waarom hebben de missionarissen nooit iets gezegd? En de Belgen die ginder ter plekke werkten en hun zakken vulden?»

HUMO Hebt u de documentaire ‘Blanke koning, rood rubber, zwarte dood’ gezien?

STÉPHANIE (snuift) «Ja. Ik vond die film compleet idioot. Hij is niet gebaseerd op feiten, maar op emoties. Ze laten beelden zien van mensen met afgehakte ledematen, mensen aan de ketting. Emotionele propaganda, noem ik dat.»

HUMO Leopold II blijft natuurlijk familie van u…

STÉPHANIE «Maar ik ben lang niet de enige die er zo over denkt in België! Leopold II was een hele grote koning. De beste die België kon hebben.»


Een kwalijk gerucht

HUMO Hoort u nog weleens iets van ons vorstenhuis?

STÉPHANIE «Nee. Ik heb nooit veel contact met hen gehad. De enige die ik goed kende, was koningin Elisabeth, de echtgenote van Albert I. Een fantastische vrouw, erg intelligent en ver vooruit op haar tijd. Ze had net als ik een passie voor kunst, ze nam me zelfs mee naar Rome. Ik ging haar vaak thuis opzoeken. Boudewijn was toen al koning, maar ik heb hem in die tijd nooit ontmoet.»

HUMO U kent wel die andere outlaw: Delphine Boël, de buitenechtelijke dochter van koning Albert II.

STÉPHANIE (bezorgde frons)«Ja, ze heeft erg geleden onder die hele geschiedenis met haar vader. Stel je voor, dat je bestaan een ‘kwalijk gerucht’ wordt genoemd, dat is toch monsterlijk? Maar nu ze moeder is geworden, gaat het veel beter met haar.»

HUMO Was u graag koningin der Belgen geworden?

STÉPHANIE «Nee. Ik zou het verschrikkelijk vinden. Wat moet je doen als koningin? Linten doorknippen, ziekenhuizen bezoeken, en leven in afzondering. Voor mij is dat hetzelfde als levenslange opsluiting, gouden kooi of niet. Ik dank God op mijn blote knieën voor die Salische wet. Ik ben een nomade. Ik wil vrij zijn, ongebonden. Voor mij is er maar één god: de vrijheid.»

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234