De vergeten vliegramp in Sake-Masisi: de documenten

Deze week vindt u in Humo het verhaal van toestel CP-36, het transportvliegtuig van de luchtmacht dat crashte in Sake-Masisi op 19 juli 1960. Het was op weg naar het vliegveld van Bunia, en had voornamelijk dienstplichtigen van de Vliegveld Verdedigingseenheden (VVE) van Kleine Brogel en Brustem aan boord.

In principe kunnen miliciens alleen op buitenlandse missie gestuurd worden als het land in staat van oorlog is, of wanneer ze zich als vrijwilliger opgeven om op missie te vertrekken - en precies daarover gingen al snel geruchten rond: de jongens aan boord van de CP-36 zouden niet vrijwillig op buitenlandse missie gegaan zijn, maar gedwongen zijn door hun overste(n).

De geruchten waren blijkbaar zo hardnekkig dat toenmalig senator Maurits Van Haegendoren (VU) zich in oktober 1970, tien jaar na de crash, genoodzaakt zag tekst en uitleg te vragen bij minister van staat P.W. Segers (CVP). In zijn antwoord verklaart die dat er niks aan de hand is met de missie: de jongens wisten dat ze de missie konden weigeren, en hadden allemaal een verklaring ondertekend. Enkele pas opgedoken documenten uit het archief van Van Haegendoren spreken dat tegen: uit drie brieven blijkt dat de miliciens wel degelijk gedwongen werden om op missie te vertrekken.

Op 13 juli 1960 schrijft Jozef Holsbeek een brief naar zijn ouders, waarin hij duidelijk maakt dat hij geen zin heeft om naar Congo te vertrekken:


Beste ouders,
tante broer en zusters,
Maar vlug een briefje naar huis want wij moeten naar de Congo. Maandag hebben ze vrijwilligers gevraagd voor naar de Kongo te gaan en er waren er 5 (...). Dinsdag morgen moesten wij allemaal in onderzoek bij de dokter gaan voor naar de Kongo te gaan. Maar wij komen toch nog naar huis voor we naar de Kongo gaan. (...)
Moogen of niet moogen, wij moeten gaan de Kapitijne zegte dat wij allemaal moeten gaan en daar is niets aan te doen
. En dan nog de beste groeten en kussen van uw zoone, Holsbeek Jozef.'


Jozef Holsbeek (19 jaar) overleefde de crash niet. Ook zijn leeftijdgenoot Omer Lemmens was niet happig op de buitenlandse missie, blijkt uit een brief van een familielid:


''s Avonds vertelde Omer dan dat hij naar Kongo moest. Dat was voor hem een afschrikwekkend bevel en vooral dat vliegtuig! Waarom moest hij naar Kongo! 'Ze' hadden in Kleine Brogel gezegd dat het moest, en daar was niets aan te doen.'

En dan is er nog een brief van de vader van Frans Van den Bossche (zie het interview met de man in Humo deze week), die een brief schrijft naar de familie van een overleden milicien:


'(...) uw broeder zal zich in hetzelfde geval bevonden hebben als onze jongen en de anderen welke zeggen niet getekend te hebben, dus verplicht (onleesbaar) dat zegt mijn zoon en ook de andere jongens die daar zijn. Ze hebben wel een paspoort moeten tekenen voor Congo die ze kregen voor hun vertrek in Brussel maar dat is toch niet tekenen als vrijwilliger, zegt hij.
De stemming was bij allen hetzelfde namelijk: gelaten in hun lot. Ze konden toch niet anders.'

Meer info over Sake-Masisi
Sake-Masisi: de documenten (vervolg)

In Humo wees amateur-historicus Jean-Pierre Van Doorselaer al op het belang van de nationale feestdag op 21 juli 1960 - de eerste kolonieloze nationale feestdag. Om de toch al geknakte nationale trots niet verder te hypothekeren, en om te vermijden dat de feestdag in gevoelens van rouw zou gedompeld worden, zei Van Doorselaer, had het leger tot na 21 juli gewacht om de families op de hoogte te brengen van het overlijden van hun zoon.

Dat wordt bevestigd in de brief van het familielid van Omer Lemmens: pas op 22 juli - 's nachts dan nog - komt het leger melden dat hij is gestorven in de vliegtuigcrash. Bemerk overigens ook de fijnzinnige bewoordingen van de militairen die het nieuws komen brengen:


'Maandagmiddag 19 juli is Omer verongelukt. 22 juli te 1 uur 's nachts zijn militairen de droeve tijde komen brengen met volgende woorden: 'Wij betuigen u onze innige deelneming bij het verongelukken van uw zoon. Het is spijtig dat het zo is gebeurd. Het ware beter geweest dat hij met zijn wapen in de hand had kunnen sterven, in plaats van zo, zonder te vechten.'
Die woorden hebben bij de ouders nog de indruk verwekt dat hun zoon Omer, geen schone moedige dood is gestorven omdat het gebeurd is zonder vechten...'

Volgende week, op 19 juli, is er op Kleine Brogel een herdenking voor de slachtoffers van Sake-Masisi. Benieuwd of de legerleiding daar - vijftig jaar na datum - eindelijk klare wijn zal schenken over het ongeval.

Bekijk de documenten hier:



Document 1: een brief van senator Vanhaegedoren aan minister Segers

Document 2: een brief van milicien Jozef Holsbeek aan zijn ouders, waarinhij duidelijk zegt dat er maar vijf vrijwilligers waren en dat de anderen verplicht werden, én een brief van minister van Openbare Werken Vanaudenhove aan de familie van Jozef Holsbeek

Document 3: een brief van de vader van overlevende Frans Van den Bossche aan de broer van één van de slachtoffers: hij bevestigt dat de miliciens verplicht werden om te gaan en dat ze heel gelaten waren

Document 4: Nota over slachtoffer Omer Lemmens, waarin wordt bevestigd wat ook Jozef holsbeek schrijft, namelijk dat er maar 3-4 vrijwilligers waren en dat de rest werd verplicht om te gaan

Document 5: brief uit 1970 aan senator Van Haegendoren met enkele algemene gegevens

Document 6: de politieke vraag van senator Van Haegedoren aan Minister van Staat Segers uit 1970

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234