De veteranen van de weg: fier op hun (stok)oude nummerplaat (1)

Op de A12-afslag in Boom rijdt een groene auto met een aftands bagagerek. Iets te laat zie ik zijn nummerplaat: K.2473. Ik volg hem bruusk, maar aan de eerste rotonde ben ik hem kwijt. Merde! Het wordt een missie. Wie zijn die bestuurders die nog rijden met een nummerplaat van voor 1963? Zo’n plaat met één letter en vier cijfers. Een uitstervend ras. Het zijn er hooguit achtduizend. Achtduizend spelden in een hooiberg zo groot als België.

'Noem het gerust bijgeloof, maar met die nummerplaat heb ik maar één ongeval gehad in zestig jaar. En geen enkele boete. Dáárom wil ik ze houden'

Dat het een moeilijke zoektocht wordt, blijkt al na een namiddag garages bezoeken in Oost-Vlaanderen. In de Toyota-garage van Lokeren vinden ze niks in hun klantenbestand, ze zeggen dat ik 4 kilometer verderop naar ‘het hol van Pluto’ moet rijden. Daar is een boerenhof met kippen, en daar zal ik een blauwe Toyota Yaris zien, die zo’n plaat zou kunnen hebben.

De opa die opendoet, heeft geen oude nummerplaat op zijn Yaris, en mijn plotse aanwezigheid zorgt voor onrust. Hij vraagt wel tien keer – steeds kortademiger – of zijn nummerplaat volgens mij ‘in orde is’. Pas met zijn dochter en een buurman erbij is hij te bedaren. Hij dacht dat ik een verkapte rijkscontroleur was. Naar nummerplaten vragen, is soms om miserie vragen.

De carrossier in Eksaarde heeft iemand in gedachten, zijn naam begint met een D, maar toch is hij onvindbaar in de fichebak en in zijn geheugen. ‘Ik bel u als ik hem vind.’

De Mazda-garagist in Stekene zegt dat hij d’r meerdere heeft onder zijn 1.500 klanten. Hij scrolt door de lijst op zijn scherm en leest luidop de platen. Die hebben twéé letters, zeg ik, ik zoek de éénletterplaten. Uiteindelijk vindt hij er drie, maar hun eigenaars zijn alle drie in 2012 overleden (‘een slecht jaar voor die ouwe plakskes!’).

Ik bel vrienden en kennissen die veel onderweg zijn of oog hebben voor anachronismen. Jos weet zeker dat zijn zus zo’n plaat heeft; ze ligt bij haar thuis in de schuif. Patrick heeft ‘een ouwe nonkel’, en in zijn woorden is die zo oud dat ‘ze hem bijkans moeten doodslagen’, maar ook die oudstrijder blijkt een tweeletter te hebben. De beste recherche komt van Bert. Die vindt meer dan één oud kenteken en spreekt al gauw van een verslaving, dat hij geen straat meer in kan ‘zonder naar alle nummerplaten te kijken’, en zo kom ik bij Maddy.


Traag en behoedzaam

Bestuurder: Maddy (82)

Nummerplaat: 830.G.9

Auto: een Peugeot 407 van 15 jaar oud

Maddy «Ik heb mijn nummerplaat al van 1962. Maar mijn abonnement op de Humo heb ik nóg langer. Mijn ouders waren boerenmensen uit een klein dorp waar maar een paar auto’s waren. Ze hadden een Opel Kadett gekocht bij een garage in Herentals en op een dag in januari 1955 stond die klaar. Vader noch moeder konden rijden, dus zegden ze: ‘Gaat gij hem maar halen, gij zijt verstandig, gij geeft les in het onderwijs, gij gaat dat gauw kunnen, een auto besturen.’

»Dus ik met de trein naar Herentals. Jong, ik was 20 jaar, ik was nog nooit in een garage geweest, ik had nog nooit een auto langs binnen gezien, en ineens zat ik in die Opel naast die garagist. Die deed alles voor: ‘Zo geeft ge gas, zo schakelt ge in eerste, in tweede...’ Ik probeerde zo goed mogelijk op te letten. We reden een brug op: ‘Goed onthouden,’ zei hij, ‘bergop is altijd in tweede!’

»We hebben alleen over de grote banen gereden, want het had ferm gesneeuwd en her en der was zavel op de steenweg geschept. Anderhalf uur hebben we zo gereden. En ineens stapte hij uit: ‘Genoeg uitleg, ge kunt het. Doe mij maar terug!’ Ik ben terug naar die garage gereden, maar ik heb water en bloed gezweet. Aan elk kruispunt viel ik stil en moest ik opnieuw starten. Leren rijden ging toen zo. Rijscholen waren er niet. Wie een auto kocht, mocht zijn rijbewijs gewoon gaan ophalen in het gemeentehuis.

»Met die plaat heb ik nooit een ongeval gehad en nooit een boete. Ik heb altijd voorzichtig gereden en nu zeker. Ik rij alleen nog overdag. Op veel wegen steken ze ’s avonds het licht niet meer aan, dan waag ik mij niet meer op de baan.

»Die plaat is van 1962, van kort nadat we getrouwd waren. Sindsdien hebben mijn man en ik met elf auto’s gereden, van heel verschillende merken. Mijn man ging nooit naar de keuring. Als er vier jaar voorbij was, kocht hij een nieuwe auto. Ik was daar elke keer niet goed van, ik kon moeilijk afscheid nemen van zo’n auto. Ik kan niet goed tegen verandering. Vandaar dat ik zo gehecht ben aan die nummerplaat. Ik wil die zo lang mogelijk houden.

»Die Peugeot is de laatste auto die we vijftien jaar geleden hebben gekocht. Drie jaar later is mijn man gestorven. Ik koop geen andere meer. Als deze auto in panne valt, is het gedaan met rijden.»

'De garagist zei: 'Willy, die oude plaat ga je toch niet op die nieuwe wagen hangen?' 'Geen denken aan dat ik ze wegdoe!' heb ik geantwoord'

★★★

In een boek over begrafenisrituelen zie ik een foto van een Kempense uitvaart (1966). Tussen de rouwstoet en de kransen kijk ik meteen naar de nummerplaat van de lijkwagen: 97.M.97. Ik heb ook auto’s achtervolgd. De eerste was in Geel. Op een rotonde kwam een grijze Opel Meriva voor mij geschoven. C.6508! Een stokoude plaat. Zeker met die derde letter van het alfabet vooraan, dat zijn de alleroudste.

De achtervolging inzetten is niet moeilijk. De bestuurder rijdt traag en behoedzaam door stille buitenwijken. Hij stopt op de parking van een begraafplaats, het is de dag voor Allerheiligen. Het bejaarde koppel stapt uit en de man is oprecht blij met de belangstelling. Zijn plaat dateert van 1954, hij is 84 en rijdt al 63 jaar met die plaat. Ik geef m’n kaartje, we maken een afspraak, maar een week later belt een kennis in hun naam dat mijnheer en mevrouw L. ‘niet meer geïnteresseerd zijn’. Het moet argwaan zijn. Stel dat die vent géén journalist is!? Stel dat het maar een smoes is om bij jullie in te breken!? Ik zal nog veel achterdocht tegenkomen.

Vier dagen later zie ik opnieuw een grijze Opel Meriva. Deze heeft kenteken 560.Y.4 en rijdt op de Antwerpse Ring. Ik kan ’m niet volgen want ik ben onderweg naar een afspraak met 03.C.23. Die heb ik twee dagen eerder op de E313 gespot en gevolgd. Gelukkig stopte hij vier kilometer verder al bij de Total van Tessenderlo. Afspraak in Kontich. De bestuurder had een toepasselijke loopbaan: hij was letterschilder!


Angst voor de ring

Bestuurder: François Huybrechts (79)

Nummerplaat: 03.C.23

Auto: een Hyundai i30 van 9 jaar

François Huybrechts «Die plaat gaat al 55 jaar mee, van 1962. In die tijd heb ik amper vijf auto’s gehad. Zowel die auto’s als die nummerplaat heb ik altijd heel goed onderhouden. Ik was letterschilder-decorateur bij de Grand Bazar in Antwerpen, ik heb tussen 1960 en 1990 alle opschriften en decoratie gedaan. Door mijn vakkennis wist ik hoe ik die plaat in goede staat kon houden.Drie keer heb ik ze helemaal opgeschuurd met staalwol, en daarna terug in de propere verf gezet. Met een penseel en kaarsrecht!

»Het rood en wit van die oude Belgische plaat vind ik mooi. Dat rood is vermiljoenrood, heel fris. Veel vinniger dan het rood van die nieuwe EU-platen, dat is een dood rood. Er zit zwart in, een somber rood is dat.

»Ik heb al wel gemerkt dat mijn plaat voor wrevel zorgt bij sommige chauffeurs. Ik zie ze ongeduldig worden in mijn spiegel, ze denken: ‘Lap, weer zo’n ouwe vent met zo’n ouwe plaat.’ Maar ik rij nog met gemak. Als 20-jarige milicien was ik chauffeur bij het leger: met de jeep, de camion, alles. Toen ik afzwaaide, heb ik het getuigschrift ‘Uitmuntende Chauffeur’ gekregen.

»Met die plaat heb ik nooit een boete gehad. En ook geen ongeval. Terwijl het verkeer in al die jaren véél drukker én gevaarlijker is geworden. Deze week stak ik tegen 120 een camion voorbij op de snelweg en nog kwam een Range Rover in mijn gat gereden. Zo opgejaagd dat de mensen zijn. En zo’n drukte van zware camions op die autostrades! Dat is echt een discussie onder mensen van mijn leeftijd: wie durft er nog op de snelweg? Ik ken veel mensen die liever binnendoor rijden, langs de kleine wegen. Als ze maar niet op de autostrade moeten! Dat is pure angst. Dé boeman is de Antwerpse Ring, ik durf daar nog op, maar veel leeftijdsgenoten hebben dat opgegeven. Niet door de files, maar omdat het te gevaarlijk is.»

'Het is echt een discussie onder mensen van mijn leeftijd: wie durft er nog op de snelweg?' François

★★★

Elke éénletterplaat die ik zie, is getaand en verweerd. Vaak ook bijgeschilderd. Dat bijschilderen is verboden volgens de wet: net zoals je niet mag schrijven of verven op een identiteitskaart. Van zo’n officieel document moet je áfblijven, want staatseigendom. Natuurlijk begrijpen ze bij de DIV (de Dienst voor Inschrijvingen van Voertuigen, red.) dat die brave chauffeurs hun nummerplaat willen verduidelijken, en niet gangstergewijs willen verdoezelen. Maar kom je een hardvochtige wetsdiender tegen, dan ben je die plaat kwijt. Wat voor veel van die bestuurders een klap zou zijn, want ze rijden al meer dan 50 jaar met datzelfde kenteken.

De platen met één letter kwamen in voege in 1954 en werden in 1963 opgevolgd door platen met twee letters en drie cijfers. Die éénletterplaten hebben veel meegemaakt. En dan spreken we niet over ongevallen, maar over alle veranderingen in het verkeer. Neem 1956, toen waren er zelfs nog campagnes nodig om weggebruikers aan te manen om rechts te rijden. Nog meer ingrijpend was de aanleg van de eerste snelwegen (vanaf 1956), het verplicht dragen van de autogordel vooraan (1975) en het verplichte praktische rijexamen (1977)

Ook zagen die nummerplaten de komst van de zebrapaden, pechstroken, vangrails, verkeersdrempels, rotondes, bebouwde kommen en zones 30. Ze zagen de parkeermeters, praatpalen en flitspalen verschijnen, de blaaszakjes van de alcoholcontroles én de files, de langste van Europa. Begin jaren zestig had je ook al files, maar nooit op werkdagen. Je had ze alleen op feestdagen, lange weekends en bij het begin van de zomervakantie. De kranten hadden het over de ‘massale uittocht’ naar de kust en de Ardennen ‘waarvoor tot achtduizend rijkswachters, twee vliegtuigen en een helikopter werden ingezet.’ Die manschappen waren nodig voor het blokrijden dat toen al bestond: ’s ochtends reden auto’s in één richting naar de kust over álle baanvakken, aan beide zijden van de middenberm. ’s Avonds reden ze in de andere richting terug naar Brussel.

Zondagrijders, doodrijders en wegpiraten waren er al voor 1963. Nieuw zijn de zwakke weggebruikers, en ook de middenvakrijders, bumperklevers, bellende chauffeurs, carjackers en straatracers. Het klinkt niet altijd als vooruitgang.


Grote naftzuiper

Bestuurder: Willy Gouwkens (79)

Nummerplaat: 8792.Z

Auto: een Mercedes E200 van 7 jaar

Willy Gouwkens «Ik rij al van m’n 14de. Als bakkersgast was ik op leercontract in Morkhoven en met die bakker ging ik mee op ronde. Terwijl hij de huizen binnenliep, zette ik zijn Vauxhall een eind verder zodat hij gelijk kon vertrekken. Zo heb ik leren rijden. Op m’n 15de deed ik in m’n eentje al klanten terwijl de bakker zijn middagdutje deed. Dat was met een Chevrolet-bestelwagen, die verstookte de broek van je gat, zoveel naft zoop die.

»Op mijn 18de moest ik in het leger en daar deden ze mij zonder rijles met een zware Magirus Deutz rijden, trekker en oplegger, stampvol brood. Soms een uur onderweg en zonder geldig rijbewijs; in Duitsland dan nog!

»Toen ik zelf een bakkerij had in Wiekevorst en dagelijks bijna vijfhonderd broden moest rondbrengen, had ik eerst een Opel stationwagen en dan jarenlang een Volkswagen-busje. Houten schappen erin, en brood tot tegen het plafond.

»’t Waren toen godverdoeme nog winters. Dat het ijzelde, dat de baan één grote spiegel was. Dan stak ik mijn spijkerbanden. Mijn garagist had daar zelf de spijkers ingeklopt; met die buitenbanden kon dat, want ze hadden een aparte binnenband. Gedaan met slippen! Later had ik sneeuwkettingen op de banden, én onder mijn schoenen. Ik zaagde een stuk van die ketting af en ik gespte dat onder mijn zolen, met het pedaalriempje en de voethaak van een koersvelo. Een mens moet zijn plan kunnen trekken in het leven.

»Die plaat is van 1957 en sindsdien heb ik maar één accident gehad. Op mijn ronde in Wiekevorst zag ik elke dag de camion van de melk-ophaler. Die dag kruisten we elkaar op een smalle weg waar we elkaar al vaak gekruist hadden. Die weg was maar zo breed als één auto, hij moest me voorrang geven, en toch komt hij af en rijdt mijn voorstuk kapot. Hoelang die mens zijn hoofd is blijven schudden! Hij kon maar niet begrijpen waarom hij niet gewacht had.

»En dáárom hou ik die plaat. Omdat ik daarmee maar één ongeval had in zestig jaar. Bijgeloof, ja. Zeven jaar geleden kocht ik mijn nieuwe Mercedes. Ge ziet ’m hier staan op de oprit, een hele schone wagen. De garagist zei: ‘Willy, nu mag die ouwe plaat toch weg! Die ga je toch niet op die nieuwe wagen hangen?’ ‘Die plaat blijft waar ze is,’ heb ik gezegd. ‘Geen denken aan dat ik die wegdoe!’

»Met die plaat heb ik ook geen enkele boete gehad. Sommigen beweren dat flitscamera’s die ouwe platen niet kunnen lezen. Dat dacht ik ook al bijna, maar het is niet waar. Zestig jaar lang had ik niks en nu heb ik in zes weken twee boetes, omdat ik 2 km per uur te snel reed in de bebouwde kom. Dus die flitsers lezen mij wél!»

★★★

'Het gebeurt dat ik achter zo'n oude nummerplaat rij en ongeduldig word, tot ik me realiseer dat ik zelf met zo'n oude plaat rij'

Waarom zou iemand dat plakje gestanste aluminium willen bewaren? Niets is zo voorbijgaand als het verkeer. Het moet zijn dat de nummerplaat een bewijs en souvenir is dat men zich door een heel leven heeft verplaatst. Richting liefde, werk, vakantie, ziekenhuis en sterfhuis. De gehechtheid eraan is als aan een paspoort met veel stempels.

Ik herinner me Maria uit de Humo-reportage ‘Rockers in het rusthuis’ (2013). In het woonzorgcentrum in Kessel was ze een montere verschijning achter een rollator. Op dat looprek (‘mijn luxevoituur’) droeg ze de nummerplaat 726.KG. Daarmee had ze tot haar 82ste gereden. Het is soms weinig dat men van een leven overhoudt. Een horloge, een medaille, een trouwring, een nummerplaat.


Knoeien met teller

Bestuurder: Anny Vanputte (76)

Nummerplaat: 1.E.478

Auto: een Citroën Xantia

van 23 jaar

Anny Vanputte «In 1961 heb ik leren rijden met de auto van m’n pa. Ik was 20, en een buurjongen heeft het mij geleerd. Of ik die auto mocht gebruiken om uit te gaan? Meneer, als ik uitging waren mijn ouders daarbij. Ook toen ik verloofd was, reden zij nog mee.

»Deze nummerplaat is van mijn pa. Ze dateert van 1959. In die 58 jaar heeft ze maar op vier auto’s gehangen. Zeventien jaar geleden heeft m’n pa op de weg een hartinfarct én een ongeval gehad. Vanaf dan was ik de chauffeur van mijn ouders. Toen mijn pa stierf, heb ik zijn auto en die nummerplaat geërfd; dat kon nog in 2003.

»Met die Xantia heb ik in 23 jaar 67.000 km gereden, ge kunt het uitrekenen! Bij de keuring zegden ze dat ik het voorbije jaar maar 900 km had gedaan. Enkele jaren geleden heeft de keuring me zelfs uitgevraagd. Of er iemand met de teller had geknoeid? Ik viel uit de lucht. Ze konden niet geloven dat iemand zo weinig kilometers reed.

»Ik doe er alleen nog boodschappen mee. 12 km heen en terug naar de supermarkt. Mijn gezondheid laat niet anders toe. Mijn grootste kost is niet de benzine, maar de slijtage van de banden. Die verslijten door zoveel stil te staan.

»Ik ga verhuizen naar een serviceflat en ik twijfel of ik mijn auto ga houden. Maar mag ik die nummerplaat houden als ik stop met autorijden? Ik wil ze bewaren. Het is een herinnering aan mijn ouders.»

De DIV zegt dat je bij een ‘stopzetting’ de plaat móét inleveren. Omdat ze staatseigendom is en blijft. Je mag wel ‘de reproductie aan de voorkant’ als souvenir houden.

★★★

Ik wil weten hoeveel auto’s ooit met zo’n één letter hebben gereden. Volgens de statistieken waren er in 1963 1,4 miljoen personenwagens, vrachtwagens en autobussen en dus evenveel éénletterplaten. Maar hoeveel van die 1,4 miljoen zijn nog op de baan?

Dat kan de DIV onmogelijk zeggen. In die jaren tussen 1963 en nu zijn die nummerplaten een grijs bestaan gaan leiden. Ooit stonden ze op steekkaarten, daarna op ponskaarten en later zijn ze ‘in de computer gebracht’. Maar die bestanden worden ‘ondermaats’ genoemd. Volgens de gegevens van de DIV zouden er nog circa 80.000 éénletterplaten zijn. Dat is één op de honderd bestuurders, een onwaarschijnlijk hoog cijfer, dat geven ze zelf toe.

Ik deed zelf een steekproef. Bij veertien garages met in totaal zo’n 11.000 klanten trof ik nog twaalf éénletterplaten. Dat is één op de duizend. Of omgerekend naar het Belgische wagenpark: zo’n 8.000 bestuurders. Volgens de DIV benadert dat cijfer allicht beter de werkelijkheid: garagisten zien de effectieve weggebruikers.

Ik kom ook te weten dat een nummerplaat niet automatisch geschrapt wordt als de bestuurder overlijdt. Een nummerplaat wordt pas geschrapt als ze naar de DIV is opgestuurd of daar is binnengebracht. Of als de politie bij attest verklaart dat de plaat gestolen of verloren is. Zo kan het dat veel van die oude platen nog kunstmatig in leven zijn.

Ondanks zijn troebele cijfers is de DIV wel glashelder: die ‘vijfkarakterplaten’ moeten zo snel mogelijk uit het verkeer. In 2010 werd de uniformisering verplicht: iedereen moet zo gauw mogelijk op de Europese plaat met zeven tekens overstappen. En daardoor is ook de wet veranderd.

Wie nog een oude plaat heeft, raakt die nu heel vlug kwijt. Als je sterft, kan je ze bijvoorbeeld niet meer overdragen aan je partner of kind. En je verliest ze ook als je een andere auto koopt (nieuw of tweedehands), als je na 2010 meer dan twee keer verhuist of als je iets wilt verbeteren of veranderen aan je inschrijvingsbewijs. Wie toch absoluut zijn oude cijfer-lettercombinatie wil behouden, moet 1.000 euro betalen, de prijs van een gepersonaliseerde plaat. Je krijgt dan een flauw afkooksel, de originele, authentieke plaat moet je hoe dan ook inleveren.

★★★

Garage Rik Knapen in Alken is een garage uit de film. De poorten wijd open. De ramen met stopverf in ijzeren sponningen. Een wand met moersleutels. Een pin-upkalender boven de bankschroef. Rik heeft geen computerbestand, wel een dik schrijfboek. Zijn vinger gaat langs de data van herstelling of onderhoud, met de namen en de nummerplaten. Hij heeft een paar klanten die voor mij in aanmerking komen. Rik kende ook een man die absoluut géén nieuwe auto kocht om er zeker van te zijn dat hij die éénletterplaat van zijn overleden pa kon houden. Het was zijn manier om die vader dichtbij te houden. De pa van Rik komt erbij: ‘Zoek ook eens achter die ouwe tracteurs.’ Rik kruipt over ribbelbanden en spatborden en vindt een bestofte plaat: 9412.K. Die boer is al jaren dood. Zijn nummerplaat ligt hier begraven.


De plaat van oma

Bestuurder: Thijs C. (21)

Nummerplaat: 8.U.736

Auto: een Opel Astra van 23 jaar

Thijs C. «Die nummerplaat is van 1958 en van m’n oma. Ik vind ze heel speciaal. Je ziet de jaren, de sleet, de krassen, de bijgeschilderde verf, dat ding heeft veel meegemaakt. Oma en opa hebben altijd met een Opel gereden: Opel Rekord, Opel Commodore. Toen opa stierf, heeft oma die Opel Astra gekocht, een automatic. Ze reed er alleen mee in Koksijde, waar ze woonde. Rond de tijd dat ik 18 werd, ging ze naar een rusthuis en mocht ik ermee rijden. Ik zit op kot en ik gebruik hem als ik thuis ben in Alveringem. Mijn eerste ritjes waren in de zomer, naar Koksijde. Daar ben ik strandredder.

»M’n oma is blij dat haar auto nog van nut is. Zij betaalt de verzekering en ze vraagt regelmatig ‘of ie nog goed bolt.’ Ze weet intussen dat ik een goeie chauffeur ben. Ik heb nog geen enkele aanrijding gehad, en maar één boete: 5 km te snel in de bebouwde kom.

»Vrienden noemen die auto ‘de ld, de luciferdoze’. Nadeel van die ouwe auto zijn wel de dunne banden, met minder grip op de weg, en ook de ramen dampen makkelijk aan. Maar alle vrienden en vriendinnen die al meereden zijn lyrisch over de zetels, die zijn heel zacht en comfortabel. Tegenwoordig moet het allemaal strak en hard zijn.

'Het is soms weinig dat men van een leven overhoudt. Een horloge, een medaille, een trouwring, een nummerplaat'

»Ik ben Club-supporter en met twee vrienden rij ik naar de thuiswedstrijden in Brugge. Vijftig kilometer, dat is een hele reis voor die Astra. Wint Club de wedstrijd, dan hangen we de sjaals uit het raam. Iets moeizamer dan in andere auto’s, want deze ramen moet je nog met de hand opendraaien. Er zit wel een radio in de auto, maar dan één met een draaiknop en een wijzertje om de frequentie in te stellen. Wij spelen dan maar onze muziek met de smartphone en een bluetoothluidspreker.

»Het gebeurt dat ik achter zo’n oude nummerplaat rij en dat ik ongeduldig word – ouwe plaat! trage chauffeur! – en dan ineens schiet het mij te binnen, ik rij zelf met zo’n plaat.»

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234