De veteranen van de weg: hoe de oude nummerplaten uit het straatbeeld verdwijnen (2)

Op de Belgische wegen rijden naar schatting nog 8.000 bestuurders met een korte nummerplaat van vier cijfers en één letter, uitgereikt tussen 1954 en 1963. Wie zijn die bestuurders die nog met zo’n plaat van meer dan een halve eeuw oud rondrijden? ‘Ik ben gehecht aan die plaat. Ze is een deel van mijn leven.’


Lees ook: De veteranen van de weg: fier op hun (stok)oude nummerplaat »

'Mijn nummerplaat heeft ooit de politie diensten op stelten gezet: 'Het is een bandiet! Er gaat een overval gebeuren!''

Het huis ziet er verlaten uit. De buren zeggen dat de eigenares verhuisd is. Ze kenden haar nummerplaat en haar rijstijl: ‘Zou ze ooit naar vierde geschakeld hebben? Ze reed nooit sneller dan 70.’

Ik kom in showrooms met glazen schuifdeuren en steevast gele Napoleon-bonbons op de balie; daar moet een verband zijn. Ik kom nog vaker in landelijke garages waar mannen met de handen in de zakken zwijgend aanschouwen hoe hun bumper wordt uitgedeukt. Eén garage heeft drie van die nummerplaten, maar wegens de privacy kan ik die adressen niet krijgen. Andere garages geven zonder verpinken een adres. Met de bedenking dat de eigenaar al vier jaar niet op onderhoud is geweest. Bestaat die auto nog? Leeft die mens nog? Ik rijd spookrijders tegemoet.


Motor in brand

Bestuurder: Dirk Dormaels (67)

Nummerplaat: 2.Z.656

Auto: een Land Rover Defender van 13 jaar oud

Dirk Dormaels «Die plaat heeft ooit de politiediensten op stelten gezet. Dat moet in 2002 zijn geweest. Mijn jongens waren bij de KLJ en op een vrijdagavond kwamen ze de jeep vragen voor een nachtspel. De leiding was verkleed als bandiet en droeg speelgoedgeweren. Na het spel gingen ze nog een kebab halen in Tienen, met de bivakmuts en het roet nog op hun gezicht. Aan een stoplicht zag een vrouw die mannen in haar achteruitkijkspiegel en ze is los door het rood licht gereden, recht naar het politiebureau. ‘Er zijn bandieten in Tienen, er gaat een overval gebeuren!’

»De maandag erop stonden de flikken voor de deur. Mijn jeep was geseind, maar omdat die vrouw geen nummerplaat had gezien, hadden de politiezones van Tienen, Leuven en Lubbeek drie dagen en nachten naar dit bewuste jeepmodel gezocht. Twaalf combi’s in totaal (lacht). Een kwajongensstreek, maar de politie kon er niet mee lachen. Lubbeek en Tienen wilden het zo laten, maar Leuven wilde de kosten recupereren. Ik heb iemand van hogerhand moeten aanspreken om dat ongedaan te maken.

»Die plaat heeft ook op een tweedehands Renault 16 gehangen. Daar heb ik ook een farce mee meegemaakt. Midden de jaren 70 was ik verloofd en het was toen nog de traditie dat je je ooms en tantes ging uitnodigen voor je trouwfeest. In Antwerpen moesten we tanken en ik keek naar die teller op de pomp, zo goedkoop dat die naft was! Ah ja, het was diesel in plaats van benzine! Toen heb ik een darmpje losgemaakt en heel die naftbak laten leeglopen in de riool. Dan weer benzine getankt, maar ik moet iets verkeerd gedaan hebben: wrraaff, die motor schoot in brand. Ik heb meteen het blusapparaat van het tankstation gegrepen, maar het werkte niet. Mijn vrouw heeft tien auto’s tegengehouden, allemaal hebben ze hun blusapparaat afgegeven, maar zijn ze ook direct doorgereden, zo van: trek uw plan ermee. Pas het tiende blusapparaat werkte. Te laat: de auto was perte totale en moest getakeld worden. De nummerplaat was gelukkig niet verbrand.

»Ik heb nog een Renault gehad, een R4. Na amper zeven jaar werd die al afgekeurd. Bij de autokeuring sloegen ze los een gat in de vloer met een hamer. Volledig doorgeroest. Dat was zo in die tijd: auto’s roestten veel sneller. Ik ben er wekenlang ziek van geweest dat ik ’m kwijt was.

»Dat ik zo aan die plaat gehecht ben, kwam door die R4. Dat was mijn allereerste auto. Hij kostte nieuw 75.000 Belgische frank (1.875 euro). Dat was veel geld en tegelijk was dat de enige auto die betaalbaar was, samen met de deux-chevaux van Citroën. Vanaf mijn 17de werkte ik in de suikerfabriek van Tienen. Ik heb jaren hard gewerkt en gespaard om dat geld bijeen te krijgen. Ik weet nog dat die plaat thuis aankwam met de post, ik was zo fier! En dat ben ik nog altijd.»

★★★

Veel bestuurders vertellen over hun fierheid op die eerste dag dat ze op de weg kwamen. Zestig jaar geleden was het een bijzondere gebeurtenis als je over een auto kon beschikken.

In 2011 hield het Gentse museum Huis van Alijn daarover een opmerkelijke tentoonstelling. In ‘Trots op mijn auto’ poseren vaders, moeders, kinderen, bruiden, bedienden en communicanten fier bij wat de eerste auto in de familie is. Ik heb de catalogus nog, en op veel van die auto’s zit zo’n 1-letter-plaat. En dan die namen! Vauxhall Velox. Volvo Amazon. Opel Olympia Rekord. Nash Metropolitan. Studebaker Champion. Renault Frégate. Ford Thunderbird. Dat waren geen auto’s, dat waren glimmende schepen die de wereld gingen veroveren.

[FOTOSPECIAL_38667]

De keerzijde ken ik evenzeer. In m’n jaren-zestig-jeugd heb ik bij een kruispunt gewoond waar doorlopend ongevallen gebeurden. Ik ken het geluid van remmen die te laat worden dichtgegooid, de doffe klap, het brekend glas en het dwaze gerinkel van een wieldop die tegen de stoeprand rolt. In die vroege jaren 60 waren er dubbel zoveel verkeersdoden als nu, met vijf keer minder auto’s (zie Humo 2001, ‘De ongeluksjaren 1960-1965’). Ik heb de krantenfoto’s van die reportage nog liggen. Dan zie je die 1-letter-platen op wagens die geramd zijn, die op hun dak liggen, tegen een boom zijn geplooid of uit een kanaal worden gedregd. Nummerplaten en levens komen soms bruusk aan hun eind.

'Mijn eerste auto was van 1934. Haast niemand reed met oldtimers. Je was raar als je niet modern was. Oud was achterlijk'



Dames en losse haren

Bestuurder: Steven Wilsens (79)

Nummerplaat: 3.V.192

Auto: een Lancia Delta van 25 jaar oud

Steven Wilsens «Ik studeerde in 1956 aan Sint-Lukas in Brussel toen ik mijn eerste auto kocht. Dat was een Lancia Augusta Berlina cabrio uit 1934. Die stond te koop bij een benzinestation en die kocht ik als 18-jarige voor 3.000 Belgische frank (75 euro). Je officiële nummerplaat hing achterop en de plaat vooraan mocht je zelf konterfeiten, dus schilderde ik die 3.V.192 met lakverf en dikke krullen op een blik. Heerlijk!

»Daarna heb ik nog een Lancia Aprilia Farina gehad uit 1939 (laat foto’s van beide wagens zien, met de forse koplampen, imposante spatborden en elegante treeplanken. Die zijn nu stukken van mensen waard). Maar toen reed haast niemand met oldtimers. Oud werd aanzien als achterlijk en uit de tijd. Wie reed er nu nog met een auto die je moest starten met een handzwengel? Mijn buurman in Peer wilde nooit met me meerijden, hij wilde niet dat de mensen van het dorp hem zagen in een oud vehikel. In De Panne werd een bakker kwaad omdat ik bij zijn etalage parkeerde: dat was slechte reclame voor zijn winkel! Nu is retro in, zelfs chic, maar toen was je raar als je niet modern was.

»Die oldtimers hadden natuurlijk hun mankementen. Slijtende remmen die de wagen naar links of rechts trokken. Of plots loskomende onderdelen. Zoals de flèche, de richtingaanwijzer. Dat was een staakje met een oranje lamp erin, dat openklapte uit de zijwand tussen de twee deuren, maar ineens vloog het weg en een autobus reed het plat.

»Eén keer viel ik stil op een brug. Geen benzine meer. De vrienden gaven een duwtje en de wagen bolde naar beneden, tot bij een tankstation. En die garagist zich maar verwonderen hoe m’n auto toch zo zacht en geluidloos kon rijden!

»Het was geweldig rijden met die Lancia cabrio. Leren zetels. Paar dames achterin. Haren in de wind. Maar de rijkswacht hield je graag tegen. Zo’n oude wagen, daar mankeerde allicht wat aan, dat kon pv’s opleveren. Niet dus. Ik onderhield die wagens zelf. Sleutelen, dat heb ik mijn hele leven gedaan.

»Tussen 1963 en 1998 was ik vaste freelancer voor de krant De Standaard. Ik tekende authentieke stads- en dorpszichten in Vlaanderen met tekst erbij. Later maakte ik tekeningen van kastelen in Wallonië. En zo heeft die nummerplaat héél België gezien.

»Mijn drie zonen heb ik met die plaat leren rijden, in de jaren 80. Ik kon met hen nog zonder nadenken op de Brusselse ring, je maakte je geen zorgen of daar file was of niet. Reistijden waren simpel te berekenen. Was je op 100 kilometer van huis, dan wist je: over een uur ben ik thuis. Nu kan je overal in België files tegenkomen.

»In die 61 jaar heb ik alleen met Lancia gereden. Mijn huidige Delta is mijn dertiende Lancia. Ik heb ’m vijfentwintig jaar en ik zou met een speciale oldtimerplaat kunnen rijden. Die kost me een pak minder taksen, maar dan moet ik met zo’n lang Europees nummer rijden: geen denken aan. Ik ben gehecht aan die plaat. Ze hoort bij mij en bij mijn identiteit. Die plaat is een stuk van m’n leven.»

'Mijn buurman wilde nooit met me meerijden. Hij wou niet dat de mensen van het dorp hem zagen in een oud vehikel' Steven Wilsens

★★★

Een journalist is een handelsreiziger die men niet altijd vertrouwt. Je staat bij een onbekende voordeur, je zegt iets over een garagist die je doorverwees, je legt je opzet uit, en intussen word je getaxeerd alsof je weldra hun huis komt leeghalen. Achterdocht. Een Limburgse garagist gaf me een adres waar geen deurbel bleek te zijn en waar het hek – om op Vlaamse wijze achterom te gaan – op slot was. Niet dat gesloten hekken mij tegenhouden. Ik bel aan bij de buren: kunnen zij soms zien of V. thuis is? Geen gewone vraag anno 2017, maar met vertoon van de perskaart mag ik binnen en hij zal zijn buurman opbellen. Volgt dan de onwennige vertoning waarbij de buurman telefonisch en met beperkte kennis van zaken moet uitleggen waarom er in zijn huis een Humo-journalist staat die hém wil spreken. Ik hoor aarzeling, maar de buurman zal de deur openen. Ik ga buiten, niemand te zien. Dan schuift het gordijn op de bovenverdieping weg en het slaapkamerraam gaat open, daar steken man en vrouw hun hoofd buiten. Ze durven hun voordeur niet openen en ik moet tussen luid geraas van verkeer mijn verhaal naar dat bovenraam roepen. Halfweg klinkt het al dat ze ‘niet geïnteresseerd zijn.’ Kunnen ze dan tenminste zeggen waarom ze aan die plaat gehecht zijn? Dat is koppig aandringen en dus heb ik het verdiend: ze roepen nog harder. ‘Menéér! Géén interesse!’

Het is natuurlijk de escalerende achterdocht van dit tijdvak. Maar ik kreeg nog meer afwijzingen. Het illustreert dat een nummerplaat gevoelige materie is. Zo’n plaat heeft met boetes, verzekering, taksen en politie te maken. Dat ik van die plaat méér wil weten, dat zijn mijn zaken niet. Een nummerplaat is privé.


Parkeerparadijs

Bestuurder: mevrouw A.

Nummerplaat: 043.E.2

Auto: een Renault 5 Campus van 27 jaar oud

Haar auto met de plaat uit 1965 staat al lange tijd roerloos in de straat. Banden en chassis hebben een mosgroene schijn.

Mevrouw A. «Mijn eerste auto was een BMW 700, een klein sportief modelleke. Ik herinner me nog goed de eerste dag dat ik ermee reed: 23 november 1965. De dag dat onze koningin Elisabeth in Brussel begraven werd. Ik had een paar rijlessen van de autoverkoper gehad en ik kwam voor het eerst in mijn straat. Dat schakelen en gas geven ging zo stuntelig en met zoveel kabaal dat de buren kwaad naar buiten kwamen. Zij waren op tv naar de begrafenis aan het kijken, en ik had hen gestoord.

»Die BMW was een plezant wagentje om mee te rijden, maar ging tamelijk snel kapot. Nadien heb ik nog drie Renaults gehad. Die nummerplaat heeft in die 52 jaar maar op vier auto’s gehangen.

»Een parkeerplaats zoeken, dat bestond toen niet. Je parkeerde waar je goesting had. In Antwerpen-centrum ging ik met mijn auto naar de beenhouwer en de bakker, op 500 meter van mijn deur. ’s Middags reed ik soms naar de GB op de Groenplaats, ik had altijd parkeerplaats bij de ingang. ’t Was vroeger een paradijs voor de auto, zelfs in hartje stad. Toen het parkeren dan toch gereglementeerd werd en de parkeerschijf kwam, kreeg ik mijn eerste en enige boetes. Het duurde een paar pv’s eer ik aan die schijf gewend was.

»Mijn verste autoreizen waren naar het Zwarte Woud en Zuid-Frankrijk. De périphérique rond Parijs was toen nog niet af, je moest nog met de wegwijzers je weg door Parijs vinden. Er waren toen minder wegwijzers en verkeersborden. Nu staat een stad vol borden, wijzers, stoplichten en witte lijnen.

»Ik zie minder goed, ik was niet meer van plan om te rijden, maar ja, de auto moest naar de keuring. De garagist bracht hem, hij kreeg een groene kaart, maar bij het terugrijden naar de stad is de nummerplaat door de camera van de lage-emissiezone opgemerkt en ik kreeg een boete van 125 euro. Mijn boodschappen doe ik nu met de tram.»

★★★

Ooit moet er een 1-letter-plaat geweest zijn die quasi onschendbaar was. De B.-plaat! De plaat met een B vooraan en dan 4 cijfers. Wel vier garagisten spraken erover: ‘Rijkswachters schreven die B.-platen nooit op. Zo’n pv verdween toch in de papiermand.’ Bij de Dienst Inschrijving Voertuigen spreken ze van de ‘B.-mythe’, maar er is een grond van waarheid: ‘Toen men in 1954 op die 1-letter-platen overschakelde, werden de platen beginnend met een B. aan bestuurders gegeven die voor 1954 al een auto bezaten. Dat waren doorgaans lieden van adel, rijkelui en hoge ambtenaren. En die zullen wel eens een hand boven het hoofd hebben gehad.’ De B.-mythe ging zover dat er in de jaren 80 en 90 zelfs ‘jacht gemaakt werd’ op oude B.-platen. Platen met een B die al waren binnengebracht, werden ‘heruitgegeven’.


Sigaret achter oor

Bestuurder: Albert Verleye

Nummerplaat: 149. P. 9

Er zijn ook nog de P-platen. De nummerplaat 149.P.9 heb ik gespot op de snelweg, op een touringcar. Met pen en papier ben ik achter die bus gereden om naam en telefoonnummer van de maatschappij te noteren en nu sta ik in Bellegem (bij Kortrijk). Daar is de stelplaats van het familiebusbedrijf Demuynck & Vansteelandt. Ze hebben reis- en schoolbussen en als pachter rijden ze ook voor De Lijn. In de loods staan vier bussen met een 1-letter-plaat. Xavier en Emmanuel Vansteelandt: ‘Elk busbedrijf in België kreeg in de jaren vijftig van die busplaten met één P, en als dat busbedrijf nu nog bestaat, dan hebben ze allicht ook die P-platen nog.’ Je gooit zulke kentekens immers nooit weg ‘als je respect hebt voor je (groot)ouders en liefde voor het vak.’ Hun moeder vertelt dat de firma in de jaren 60 zes bussen had, nu ruim vijftig. In een koekblik zoekt ze naar foto’s van vroeger. De oudste chauffeur, Albert Verleye (77), wordt erbij gehaald. Bij gebrek aan zitruimte interview ik hem op de achterbank van m’n wagen. De regen in stromen op de ruiten.

Albert Verleye «Ik ben als chauffeur begonnen in 1966. Ik was toen 25. De bus waarmee ik jaren heb gereden, had de nummerplaat 9088.P en later 8629.P. Zo’n bus met een groot stuurwiel en geen servostuur. ’t Waren nog bussen waarin je mocht roken, elke zetel had zijn asbakje. Ik deed vooral vervoer van werkvolk en scholieren. Heel de streek leefde van de textielindustrie. Een grote werkgever was de textielfabriek Motte in Moeskroen. De vroege shift begon om vijf uur, ik begon om vier uur mijn ronde. Ik moest zo’n dertig arbeiders, mannen en vrouwen, ophalen aan hun deur. Alle bedrijven hadden werkvolk tekort, vandaar die service. In de jaren 80 ging het slecht in de textiel. Eerst werd dat busvervoer afgeschaft, daarna ging ook de fabriek dicht. Dat moet begin jaren 90 zijn geweest.

»Overdag reed ik met de lijnbus. Je had de bussen van de buurtspoorwegen en van de NMBS. De spoorwegen hadden groene bussen met een goudgele B erop. Onze firma pachtte onder andere de NMBS-lijn Moeskroen-Avelgem-Oudenaarde. Die bussen vervoerden toen ook pakjes, zoals nu de pakjeskoeriers. Wij pikten ze op in een station en deponeerden ze in een café waar de klant ze kon ophalen. In die bussen was roken verboden. De werkmannen stopten een sigaret achter hun oor, zodat ze die direct konden opsteken als ze uitstapten.

»Winterbanden bestonden toen nog niet. Het enige wat we in de winter konden doen, was trager rijden. Op een dag met ijzel stopte ik voor een vrouw in Sint-Denijs. De bus raakte niet meer weg van de halte, hij schoof telkens tegen de stoep. Pas na twee uur kwam de ‘strooidienst’: een truck met twee werkmannen. Vanuit de laadbak schepten ze een mengsel van zavel en zout op de weg.

»Ik heb heel mijn loopbaan met plezier gereden. Opstaan voor het werk was als naar de cinema gaan. Ik keek ernaar uit om te kunnen rijden. Toen ik een jaar met pensioen was, kwamen ze me terugvragen. En nu rij ik al tien jaar als gepensioneerde. Schoolvervoer, ’s morgens en ’s avonds. Ik rij, ik kom onder de mensen, en ik ga elke dag content naar huis.»

'Opstaan voor het werk was als naar de cinema gaan. Nu rij ik al tien jaar als gepensioneerde met de bus' Bus­chauffeur Albert Verleye

★★★

Een vriend in de provincie Luxemburg zegt dat daar redelijk veel 1-letters zijn. Hij heeft 7375.D gespot, ik moet maar eens navraag doen in een Mitsubishi-garage, op 7 kilometer van Vielsalm. Ik ben bij veel garages al telefonisch afgepoeierd, dus ik rij tot ginder. Daar blijkt dat ze hun klanten met naam en toenaam kennen, maar niet met de nummerplaat. Teleurgesteld rij ik weg. Nog geen kilometer verder komt een Audi uit een zijweg: 3020.E. Ik achtervolg hem! Twee kilometer verder staan brandweerlui met een uitgeschoven ladder een brandend dak te blussen, ik kijk amper om, gekluisterd aan die 3020.E. In het centrum van Vielsalm stopt hij bij de Belfius-bank. Ik spreek hem aan bij de glazen deur. Tijdens mijn uitleg zie ik z’n gezicht al weigeren: ‘Monsieur, ik moet in de bank zijn.’

In de Renault-garage in Cierreux staan ze met z’n drieën over het computerscherm gebogen. Ze hebben wel vijf cinq caractères! Maar A is dood. B zal schrikken als een vreemde aan de deur staat. C is vorige maand blijkbaar toch van plaat veranderd. D woont bijna 50 km van hier. Alleen met E valt allicht te praten. Ze geven het telefoonnummer, ze is niet thuis.

Terug richting Vielsalm. Half op een voetpad staat een Mitsubishi Lancer: 3768.S! Vielsalm is het epicentrum van die platen! De buren wijzen een pand aan, daar is de eigenaar aan het verbouwen. Ik duw op de drie deurbellen, klop op het rolluik en de voordeur, roep door de brievenbus, niemand doet open. Ik moet iets eten. Er is een broodjeszaak nabij de parking van de Spar, en terwijl ik haastig eet, rijdt een Peugeot 207 de parking op: 7.N.499. Het lot is gunstig, het parkeert voor mijn voeten.

'Dat mensen zomaar 1.000 euro betalen om 007 op het gat van hun auto te hangen, daar kan ik niet bij. Wij hebben ook een unieke plaat, maar die kost ons niks'


Naar de stacaravan

Bestuurders: Joseph en Jeanine Labarbe (82 en 70)

Nummerplaat: 7.N.499

Auto: een Peugeot 207 van 7 jaar oud

Joseph labarbe «In 1960 ben ik beginnen te rijden met een tweedehands Renault 4CV. Ik werkte toen in een staalfabriek in Herstal en met een kameraad zijn we met de bus naar Luik gereden. Op de terugweg legde hij al rijdend uit hoe ik moest remmen en schakelen, en de volgende dag zat ik al alleen aan het stuur. Veel arbeiders kwamen toen nog met de fiets of de brommer, een auto hebben was heel wat. Na die Renault kwam een Ford Anglia. Daarmee ben ik in 1963 geslipt en over de kop gegaan, een perte totale. Ik heb met allerlei merken gereden, en ik heb altijd gráág gereden. Maar onze laatste verre reis, naar Italië, is al van 1993 geleden.»

Jeanine labarbe «Enkele mensen hebben ons al gezegd dat wij een unieke plaat hebben. Ze dachten zelfs dat het ons geld had gekost! Integendeel, ze heeft ons niks gekost. Nu zijn er chauffeurs die 1.000 euro betalen om hun initialen of de 007 van James Bond op een plaat te zetten. Daar kan ik niet bij. Dat mensen zo’n som zomaar op het gat van hun auto hebben hangen. Je auto gaat er niet beter van rijden.

»Wij zijn niet gehecht aan die plaat, maar wel aan onze auto. Wij kunnen niet zonder! Wij wonen nochtans in het centrum van Vielsalm. Dat is een stadje met winkels, banken en apotheken, maar qua openbaar vervoer is het nul. Mijn man kan door zijn ziekte al vier jaar niet meer rijden. Hij moet soms naar de kliniek in Malmédy of Sankt Vith, dat is op 22 en 17 kilometer van hier, maar dat is niet te doen met de bus, omdat die alleen op de schooluren rijdt. Zo ben je voor een afspraak op de middag algauw een hele dag kwijt.

»Mensen van onze leeftijd die niet meer kunnen rijden en geen kinderen hebben met een auto, zijn genoodzaakt om in een rusthuis te gaan wonen. Je bent hier niks zonder auto. En een auto is duur. Gelukkig heb ik een zoon die het onderhoud en alle reparaties doet. Dat spaart veel geld uit.»

Joseph «Deze auto wordt onze laatste. Als m’n vrouw niet meer de baan op durft, is het gedaan. Nu kunnen we nog naar onze stacaravan. Die staat hier vlakbij, op 6 kilometer van onze deur. En toch is dat een ander leven bij die vijver en die bomen. Het zou spijtig zijn als we dat moeten opgeven. Ja, de kinderen kunnen ons brengen, maar het zal pijn doen: beseffen dat je voor altijd afhankelijk bent van anderen.»

'Mensen van onze leeftijd zonder kinderen of auto zijn genoodzaakt om in een rusthuis te gaan wonen' Joseph en Jeanine

★★★

Ik kom in huiskamers en in mensenlevens. Gesprekken die uitlopen. Gesprekken die al stokken aan de deur. Een vrouw herinnert zich niets meer over het verleden van haar nummerplaat. Haar geheugen is een stil water, het laat haar in de steek. Een man vertelt over de dood van zijn vrouw, hoe schielijk ze één jaar geleden uit zijn bestaan is verdwenen. En dat de familie gezegd heeft dat hij een hondje moet nemen.

Het leven vervolgt zijn weg. Het is avond. Ik rij door een donker land van lichtende tankstations en tegelpaleizen.

In België zijn 7.930.444 nummerplaten.

Foto’s van trotse autobezitters met 1-letter-nummerplaat

(periode 1954-1965) vind je op

humo.be/nummerplaten

(bron: Huis Van Alijn)

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234