De vraag van 1 miljoen: moet Marc Wilmots blijven of opstappen?

De discussies over onze bondscoach zijn niet altijd even fijnzinnig. Wij van Humo, die vaker ‘Heeft dat voldoende niveau?’ vragen dan ‘Is er nog koffie?’, vinden dat jammer. Daarom hebben we met een aantal experten gepraat: profspelers, journalisten, televisieleuteraars, prominenten van de voetbalbond en mensen uit de omgeving van de aangeschoten trainer. De angst om vrijuit te praten is zeer groot, daarom hebben we hen volstrekte anonimiteit gegarandeerd.


Voor

1 Hij is een strategisch genie

De strategie tegen Wales was even gedurfd als modern: na vijf minuten veranderen we telkens van tactiek, zodat die Welshmen op den duur zelfs niet meer weten in welke richting ze spelen. Er waren dus achttien verschillende tactische plannen, plus nog eens zes voor de mogelijke vervangingen. Het is niet de schuld van Wilmots dat sommige spelers te dom zijn om die verschillende tactieken te onthouden, of te lui om ze in te studeren.


2 Die witte hemden

Wilmots draagt die witte hemden zeker niet voor zijn plezier, want ze zetten de man boobs nogal ongenadig in de verf. Deze kledij, die herinnert aan zwetende nonkels op trouwfeesten, is echter ideaal om vanop grote afstand de aandacht te trekken. Elke speler ziet in zijn ooghoek voortdurend welke corrigerende gebaren de trainer maakt, zonder zijn blik op de bal en de tegenstander te verliezen. De coach van de tegenstander daarentegen is dikwijls slechts een vage en dus overbodige schim.


3 Wilmots is een vaderfiguur

De nationale trainer is erg betrokken bij zijn spelers. Hij kent de kinderen van alle spelers, weet of ze nog aan de fruitpap zijn, dan wel of er reeds sprake is van patatjes en een hartige Vitabis. Wilmots weet wie zijn groentjes liever wat knappiger heeft of net niet. Hij vraagt aan het ontbijt of iemand last heeft gehad van nare dromen, en daar kan indien nodig dieper op worden ingegaan in een privégesprek. Die vertrouwelijkheid schept vertrouwen, en dat is en blijft de basis van een goed team!


4 Gevoel voor humor

Er wordt vaak gezegd dat Wilmots het niet uit eigen beweging wil afmasten als nationale trainer, omdat hij dan naar zijn ontslagpremie kan fluiten. Daarover zou Wilmots hebben gezegd: ‘Inderdaad, want als ik wou fluiten, dan was ik wel arbiter geworden. En trouwens, als ik wil fluiten, dan liever naar knappe wijven dan naar een ontslagpremie!’


5 Hij zaait zelfvertrouwen

Drie dingen zijn essentieel voor een voetballer: loopvermogen, traptechniek en zelfvertrouwen. Je zou denken dat in dat laatste een taak is weggelegd voor de voetbalvrouw. Zij moet haar man inpeperen dat hij de beste assists geeft, dat hij de God van de linkerflank is en dat hij ruimte kan creëren als was hij de oerknal zelve. Maar hoe meer ze dat zegt, hoe argwanender de voetballer wordt. ‘Waarom die rare complimenten?’ denkt hij dan. ‘Waarom zegt ze niet gewoon dat ik geweldig ben in bed? Met wie ligt ze stiekem te rotzooien?’ Dan komt Wilmots op de proppen. Hij geeft zijn team rare opdrachten. Alles draait in de soep. De speler weet dat het niet aan hem ligt, maar aan de trainer. Het zelfvertrouwen is gered!


Tegen

1 Hij kan tegen zijn verlies

Bij een spelletje kaart of petanque haalt de bondscoach goedmoedig de schouders op als hij verliest. Tijdens de rust tegen Wales zou hij in beide landstalen hebben gezegd: ‘Ach, het is maar een spelletje.’ En na de match zou hij hebben verklaard dat hij oprecht blij was voor die toffe Kelten. Die nobele ingesteldheid is niet geschikt voor een sport waar scoren de alfa en de omega is.


2 Zijn Nederlands is niet zo goed

Insiders zweren dat Wilmots nog steeds gelooft dat un carton rouge hetzelfde is als een gele kaart. Dat is natuurlijk fataal. Erger is dat hij denkt dat ‘achteraan’ een correcte vertaling is van ‘au milieu’. Franstalige en Nederlandstalige spelers krijgen steeds verschillende en vaak tegenstrijdige instructies. Vooral de tweetaligen begrijpen er niets van en rommelen maar wat aan, zoals we al te vaak hebben gezien. Ooit heeft hij, toen iemand vroeg wat hij met een lange bal moest doen, geantwoord: ‘Een lange bal? Is dat een dansfeest tot in de vroege uurtjes?’


3 Wilmots is géén vaderfiguur

De bezorgdheid van Wilmots is misplaatst en irritant. Een speler getuigt: ‘Toen hij mij voor de tiende keer inpeperde dat ik mijn tanden drie keer per dag moet poetsen, had ik zin om op zijn bakkes te slaan. Van mijn moeder kan ik dat verdragen, maar van niemand anders!’ Daar ligt het probleem. Wilmots is geen strenge vaderfiguur, maar een zachtaardig moeke.


4 Hij wil ambiance op de bus

Bij verplaatsingen gaat Wilmots steeds vooraan in de bus zitten. Het duurt dan geen tien minuten eer hij moppen begint te vertellen. Zodra zijn repertoire van zeven belegen bakken is afgehaspeld, begint hij te zingen. Ouwe Franse rommel als ‘Non, non, rien a changé’ en ‘Pour un flirt avec toi’ zijn dan vaste Vitabis. Heel de bus zingt knarsetandend mee, omdat de spelers weten dat te weinig inzet rechtstreeks tot bankzitten kan leiden.


5 Lichaamstaal

Dit is het moeilijkste punt. Een innige voetbalknuffel en een stevige mannenkus horen bij een overwinning. Wilmots heeft die technieken niet goed onder de knie. Geknuffelde spelers houden er vaak een klodder speeksel in de nek aan over, en hoewel de douche paraat staat, vinden ze dat niet fijn. Dat hemd, doorweekt van zuur zweet, komt daar nog eens bovenop. Verschillende spelers lieten verstaan dat ze een zekere opluchting voelen als de match met verlies wordt afgefloten.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234