De weemoed van de brandweerman: 'Een goeie brand is als een symfonie'

Ons lievelingsprogramma? Daar hoeven we niet over na te denken, het is ‘Helden van hier: brandweer Antwerpen’. Het blijft smullen van die affikkende wietplantages op zolders van sociale woningen en van nokbalken van kerken die instorten en een hemelhoge gensterregen veroorzaken die niet moet onderdoen voor het noorderlicht. Daartussen zitten mooie menselijke verhalen verweven. Hoe een brandweerman op een vrije dag een dronken twintiger uit zijn autowrak haalt, met enkel een blikopener van Brabantia als gereedschap. Of een overmoedig katje dat met een ladderwagen en veel dierenliefde uit een populier wordt gered. Een klein minpuntje is misschien dat er wat weinig aandacht is voor de psychologie van de brandweerman. Dat maken we goed in deze kolommen.

Kapitein Erwin Struyck «Een goeie brandweerman heeft in de eerste plaats respect voor de brand. Elke buitenstaander kan op de plaats van de ramp aankomen en mompelen: ‘Och, die paar vlammetjes, is dat alles?’ Maar de ervaren pompier weet dat zo’n kampvuurachtig niemendalletje, waar je in de winter gezellig je handen aan zou willen warmen, plots kan oplaaien tot een vlammenzee die in een paar uurtjes een stadsdeel in de as kan leggen. Je moet in zo’n vuurtje een toekomst durven te zien, mogelijkheden. Ik zeg weleens: ‘Het moet klikken tussen de brandweerman en de brand.’ Het is alsof je plots een oogverblindende vrouw ontmoet, en heel je wezen schreeuwt: ‘Zij is het!’ Respect is noodzakelijk, maar het is slechts een eerste stap.»

HUMO U refereert aan de liefde.

Struyck «De liefde voor de brand, jazeker! Die liefde moet er zijn, anders hou je het geen half jaar vol. De brandweerman moet elke keer weer voelen hoe uniek elke brand is. Diep in zijn hart voelt de ware spuiter een hartstocht branden. En zo kan hij de brand als gelijke tegemoet treden, zoals in een goede relatie. Maar er is meer!»

HUMO Ik vermoedde al zo iets.

Struyck «De brandweerman heeft een kunstenaarsziel. Een goeie brand is voor hem nu eens een strijkkwartet, en dan weer een symfonie. Eens de bewoners in veiligheid zijn, moet hij durven zeggen: ‘Laat maar fikken, over een uurtje slaan we toe.’ Bij een flatgebouw geeft dat uitstekende resultaten. Maar je moet weten wat je doet.»

HUMO Jullie laten een flatgebouw vaak gewoon verder branden?

Struyck «Ja. Maar als zo’n allesverterende brand met zijn vurige tongen aan aanpalende gebouwen begint te likken, dan is het moment gekomen. Zo heb ik vier jaar geleden een enorme brand in een flatgebouw van zestien verdiepingen geblust met één emmer water.»

HUMO Eén emmer water? Dat kan toch niet.

Struyck «Dat was ook de reactie van mijn minder ervaren collega’s toen ik de verzengende hitte in liep, met mijn emmertje. Maar je moet precies weten waar je die emmer leegkapt, en met welke beweging. Je bent als een danser op dat moment, een mythische drakendoder, je bent een nieuwe god die de oude tempels omverwerpt. Je moet – zonder al te technisch te worden – de brand ontwortelen. Soms volstaat zelfs een kindergietertje. En dan hoor je hoe die brand huilt als een gewond dier. Nog eenmaal balt hij machteloos zijn vurige vuisten ten hemel, en dan is het gedaan.»

HUMO Dat moet een enorme voldoening geven.

Struyck «Wij doen gewoon onze plicht, meneer. Voldoening kennen wij niet, maar wel een grote weemoed. Soms, als het echt een schitterende brand was, is er zelfs sprake van verdriet. En dan komt de droevige taak van het nablussen.»

HUMO Wat is daar droevig aan?

Struyck «Voor een brandweerman is het nablussen als het wassen van het lijk van een dierbare overledene. Het is confronterend. De afkoeling komt snel, de donkerte van de as staat in pijnlijk contrast met de oogverblindende vlammenzee die je net hielp sterven. Ondanks de innerlijke pijn moet je flink blijven. Je ziet dan de onderlippen van die stoere kerels trillen. Soms breekt een collega, en staat hij in een vlaag van medelijden nog een kleine opflakkering toe. Dan moet je als overste ingrijpen. En daarna, als we weer in de kazerne zijn, volgt een gesprek. Dat is belangrijk.»

HUMO Waarover gaat dat gesprek?

Struyck «Over de voorbije brand en hoe iedereen zich daarbij voelt. Dat is geen flauw therapeutisch gebabbel, hoor. Er zijn ook brandweermannen die als verdoofd zwijgen, maar die hun gevoelens uiten in een tekening, een gedicht of een persoonlijke brief aan de brand. Iedereen gaat daar op zijn eigen manier mee om. Er worden ook woordeloze schouderklopjes gegeven, en als het een heel bijzondere brand was zelfs knuffels.»

HUMO Wat is een bijzondere brand?

Struyck «Elke brand is bijzonder. Maar je hebt van die branden die eruit springen omdat ze zo grillig en speels zijn, of die onder de moeilijkste omstandigheden maar blijven doorgaan, en dat ontroert de brandweerman. Dat hoeven geen rampen te zijn die het nieuws halen. Soms heb je een tuinhuis dat eraan gaat na een onvoorzichtigheid bij de barbecue, niks bijzonders op het eerste gezicht, maar die vlammen kruipen naar de nok van dat stulpje met een elegantie die je doet huiveren. Nee, niet alle branden zijn extraverte babes. Je hebt er ook die hun schoonheid slechts met schroom onthullen, en enkel voor wie er een getraind oog voor heeft. Dat zijn altijd de mooiste.» (hm)

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234