null Beeld

De witte dood van Galtür: een getuige kijkt terug

23 februari 1999 stortte een lawine op het Oostenrijkse ski-oord Galtür. Eenendertig mensen vonden er de dood. Het bergdorp was al een week van de buitenwereld afgesloten toen een lawine met een breedte van driehonderd meter van de Grieskogl losscheurde. Op amper dertig seconden tijd overbrugde de stoflawine de tweeênhalve kilometer naar het dal: honderdduizend ton sneeuw kwam tegen driehonderd per uur in het dorp aanrazen.

Jan Hertoghs

'Ik kwam uit een graf waar kaarsen brandden, 75 meter verder lagen tientallen doden onder de sneeuw, maar hier in het hotel klonk vrolijke muziek en zaten mensen te kaarten'

Op de plaats waar dertien huizen tot puin werden geblazen, vonden twintig volwassenen en elf kinderen hun witte graf. Patrick was met zijn vrouw en zijn dochtertje op vakantie in Galtür en was op die 23ste februari ‘99 een nabije getuige van de lawine ; hij was ook één van de weinige wintertoeristen die de hele nacht naar slachtoffers heeft gezocht. Maar alles begon zoals elk jaar met het pakken van de koffers.

PATRICK «We gaan al jaren op wintersport -soms twee keer op een jaar- en voor ons zijn die vakanties een verademing. Mijn vrouw en ik werken allebei in een ploegensysteem zodat we mekaar soms maar een paar uren per dag zien, en die vakantie is dan de periode dat we mekaar de héle tijd zien. Wintersport, dat is voor ons buiten zijn, door de sneeuw glijden, ‘s middags in een berghut de benen onder tafel steken en elke avond flink moe onder de wol kruipen, kortom, de vakantie waar we elk jaar naar uitkijken. Dat jaar was het de vijfde keer dat we in Galtür waren, we hadden er een appartement gehuurd voor de krokusvakantie.»

HUMO In het begin van februari waren er in de Alpen al lawines geweest en waren er al dorpen van de buitenwereld afgesloten. Was de reis naar Galtür dan geen lastige onderneming?

PATRICK «In de week vooraf had ik enkele keren met de VAB gebeld en die had ons afgeraden om naar het Paznauntal te gaan. De namiddag van het vertrek bleek het dal echter open te zijn, dus ik kon naar Galtür, maar men verwachtte wel “geen weersverbetering in de komende dagen”. Ik ben voorbereid vertrokken, als het dal toch gesperrt zou zijn, dan kon ik nog uitwijken naar drie andere wintersportplaatsen waar ik ook naar logies had geinformeerd. We zijn in de nacht van 11 op 12 februari vertrokken, onderweg hoorden we dat het dal toch weer afgesloten was door een lawine, maar toen we daar kwamen, was de versperring al van de weg gehaald en konden we gewoon door. Alles was proper opgeruimd, ons wachtte een stralende hemel en prachtig winterweer. En dat is zo gebleven tot dinsdag 16 februari (toont foto’s van karnavaltaferelen in de sneeuw, de lucht is staalblauw, jh).

»Die dinsdag gingen we naar het Samnauntal, een Zwitsers dal op het grondgebied van Oostenrijk, een kleine taksvrije zone ook, en ‘s morgens bij het vertrek was het betrokken, van die grijze lucht waarvan je zei, het zal gaan sneeuwen. In Samnaun ‘s middags viel het nog mee, maar na de middag stak de wind op en werd de zetellift stilgelegd, maar och, je kon nog altijd met de sleeplift weggeraken. Dat was echter een heel eind over een kam en intussen begon die wind te snijden, en die wolken en die nevel zakten omlaag, het begon ook te sneeuwen, we zagen geen vijf meter meer, en het werd koud, koud, wij hingen daar te kleumen aan die kabel, de tranen in onze ogen. Eens we over de kam waren zijn we recht naar ons dal geskied. Ik kan zelfs niet meer zeggen of we op rooie of zwarte pistes of zelfs naast de pistes zijn geskied, het was van “mannekes, dicht bijeen blijven!” en de kortste weg naar beneden.

»De dag daarop bleef het sneeuwen, maar je bent op skivakantie, dus het màg sneeuwen, hé, er kan altijd wel een pakje bij. We zijn die dag een collega van mij gaan bezoeken in Mathon, dat is op geen vijf kilometer van Galtür, maar ‘s namiddags kwam de hospita zeggen dat we haast moesten maken, de laatste bus naar Galtür ging om halfzes, en daarna zou de weg allicht dicht gaan omdat men “hevige sneeuwval en lawinegevaar verwachtte”. Maar ja , al wat je ziet is dat de sneeuw de weg toedekt en dat de auto’s met kettingen beginnen rijden.

»Nog dezelfde avond hebben ze de weg tussen Galtür en Mathon afgesloten, maar ook dat was geen groot nieuws, ze doen dat daar heel makkelijk, uit voorzorg tegen kleine lawines die over de weg kunnen schuiven. Gewoonlijk duurt zo’n blokkade ook maar enkele uren, en als het opklaart, gaat die versperring weer weg. Maar… het is niet meer opgeklaard, het is alleen maar blijven sneeuwen: vanaf die woensdagavond hebben wij zeven dagen lang geen streepje hemel meer gezien.»

undefined

null Beeld


Evacuatie: 9000 fr per persoon

HUMO Hoe is dat als je niet kan gaan skiën?

PATRICK «Dat is om zot te worden. Dat is altijd maar afwachten of het niet zal opklaren. En voor de rest is het jezelf bezig houden. Ik begon op de duur mijn dag met het schoffelen van een paadje naar onze chalet en als dat gedaan was, schepte ik de hompen sneeuw van de auto’s, elke morgen lag er wel een nieuw pak. En verder ging je een wandelingetje maken in de buurt, wat eten, een koffie drinken, gazetje kopen, gazetje lezen, tv-kijken, spelletje kaart spelen.

»Eén keer is er wat merkwaardigs gebeurd, dat was op de wandeling van donderdag. Ineens voelden we een zucht langs ons heen en gelijk moesten we benauwd naar adem happen, en ook vielen er kinderen om, en zag je ouders naar die kinderen lopen. Wij wisten niet wat er gebeurde, wij zagen alleen maar een grijze stofwolk om ons heen hangen, maar dan zei iemand dat die “zucht” een uitloper van een stoflawine was geweest en dat de kinderen waren omgevallen van de luchtverplaatsing die daarbij hoorde. Ja, natuurlijk, dàt was interessant, en hup, wij direct een fax naar de familie in België sturen, zo van “waw! we hebben onze eerste lawine meegemaakt!”

»Vanaf vrijdag was de weg naar Mathon/Valzur én nu ook de weg naar Mauthaus afgesloten, je kon nog alleen in het dorp zelf wandelen, een lange straat van achthonderd meter en dat was het dan. Omdat je letterlijk in hetzelfde straatje zat, begon je met altijd diezelfde voorbijgangers praatjes te maken, je zou op de duur tegen een hond met een hoed zijn gaan praten om de tijd te verdrijven. En je kocht voor de dochter een sleetje, en als ze met een paar kinderen een halfuurtje van een hellinkje was gegaan, dan was de dag al bijna goed geweest.

»Vanaf die vrijdag hield de burgemeester ook twee keer per dag een informatie-bijeenkomst voor “de gasten”, in het begin was daar amper dertig man, maar op zaterdag-zondag zat er meer dan tweehonderd man en moest je een uur van tevoren aan de deur staan om een zitplaats te hebben.

»Die vrijdag kwam ook het nieuws dat je vanaf zaterdag met een helicopter weg kon: een privé-firma vroeg drieduizend Schilling per volwassene (=ca 9000 Bfr,jh) en tweeduizend Schilling per kind voor een vluchtje uit het dal. Die vluchten waren gelijk volgeboekt vooral door zelfstandigen en middenstanders, mensen die terug wilden naar hun zaak. Er was zelfs ruzie onder de kandidaten: sommigen op de wachtlijst betichtten de firma ervan dat ze voorrang had gegeven aan mensen die méér wilden betalen dan het vastgestelde bedrag.

»Zaterdag werden de eerste mensen geëvacueerd, en we hebben daar met honderden toeristen op staan kijken, niet omdat we hetzelfde wilden, nee, gewoon om onze tijd te verdrijven. Er was immers nog altijd niks aan de hand: in geen driehonderd jaar was er een lawine op het dorp gevallen, dus was de boodschap: maak u geen zorgen, het komt wel in orde.»


Wij willen binnen tien minuten naar huis!

PATRICK «Toch is er die zaterdag een ommekeer geweest. Want die dag liep de krokusvakantie af, de mensen wilden naar huis, voor sommigen was niet alleen de vakantie voorbij maar ook het geld op, en je zag dat aan de mensen dat ze humeuriger en grimmiger werden. Vanaf dan is ook dat gevoel gekomen van opgesloten te zijn. Ook al omdat de bevoorrading compleet met helicopters gebeurde. Maar toch, die bevoorrading zag er toch ook weer normaal uit, je zag dat die heli’s nog alle soorten vlees, yoghurtjes en meloenen meebrachten, dus de hoteliers schenen zich nog steeds aan hun dagelijkse menu’s te kunnen houden. Iets anders was het gesteld in de twee voedingszaken van het dorp: bij die bakker en die superette begonnen de rekken leeg te raken. De mensen waren immers aan het hamsteren geslagen. Je zag dat bij het vlees: ineens begonnen daar ook de hele grote salami’s en de duurste stukken diepvries te verdwijnen, en dan was het de beurt aan de deegwaren, en dan aan de beschuiten, kortom, al wat eetbaar was, vloog de deur uit.

»Toen we maandagmorgen opstonden, zagen we dat er op de helling achter het huis een lawine was neergekomen en die had een donker spoor van aarde en afgerukte dennebomen gemaakt, maar bon, dat was maar een kleintje, op televisie zag je in heel de Alpen veel grotere massa’s naar omlaag komen, dus wat had zo’n hoopje in de achtertuin dan te betekenen?! Die maandag ben ik wel naar de burgemeester geweest met de vraag: “Als het vanaf vandaag terug mooi weer is, wanneer kunnen we dan veilig weer naar huis?” Ten vroegste vrijdagavond had hij gezegd! Omdat er acuut lawinegevaar bleef bestaan. Dat kwam door de kwakkelende temperatuur, nu eens koud en dan weer zacht: daardoor bleven die sneeuwmassa’s in de bergen zo onstabiel. Als het één nacht knap zou vriezen, zei hij, dan zouden jullie veel sneller naar huis mogen. Maar ja, de mensen hadden daar geen oren naar. Eigenlijk wilden ze van die burgemeester maar één ding horen en dat was: ge moogt binnen tien minuten naar huis! Kijk, ik vond soms ook wel dat ze te ijverig waren in het afsluiten van hun wegen, maar ik betrouwde toch op die dorpsmensen: zij wonen daar, zij kénnen de bergen. Maar veel toeristen riepen maar één ding in die vergaderingen, en dat was: doe die slagbomen omhoog en laat ons door!»

HUMO Hing die sneeuwmassa als een dreiging boven het dorp? Wees men het punt aan vanwaar enig gevaar kon komen?

PATRICK «Bijlange niet. Soms trok de nevel wat op en zag je die witte bergtoppen, maar of daar nu één meter of drie meter ligt, dat kan je niet zien Wél zagen we dat die metalen lawinehekken -die op de steilste hellingen moeten verhinderen dat de sneeuw gaat schuiven- al bijna vol lagen, maar dan nog ga je niet denken dat er iets naar beneden gaat komen. (Later bleek dat de extra-hoge sneeuwmassa in het hooggebergte van Galtür na 72 uren ononderbroken sneeuwen tot een laag van vijf meter was aangedikt en die nooit geziene laag is over alle kunstmatige en natuurlijke hindernissen geraasd, jh)

HUMO Mocht men nog klaxonneren, klokken luiden en roepen? Want naar verluidt kan de minste schreeuw of luchttrilling al een lawine ontketenen?

PATRICK «D’r was niks verboden in die zin. Meer nog, elke dag landden en vertrokken er helicopters in het dorp, dat lawaai liet men dus toe, en dat gaf toch aan dat er voor het dorp geen gevaar was. Het acute lawinegevaar, dat bestond alleen buiten het dorp. Zo werd ons elke dag gezegd.»

undefined

null Beeld


Na de Glühwein de lawine

PATRICK «Met de tijd was men animatie beginnen verzorgen voor de kinderen: gratis zwemmen, gratis filmvoorstelling, speldag in de sporthal, en op die bewuste dinsdagnamiddag hadden ze op een hellinkje van het dorpsplein een “skikoers” georganiseerd. Niet op gewone ski’s maar op klompen en op kromme plankjes die je met een riem onder je voeten moest binden. Dat skiën was voor de kinderen, voor de ouders was er een kraampje met Glühwein en schnaps. Rond vier uur was dat wedstrijdje gedaan en tegen vijf uur zou het prijsuitreiking zijn. Ons dochtertje was nog met kinderen aan het sleeën en net toen we beslisten om toch maar naar huis te gaan, is het gebeurd. En wat vreemd is: ik heb geen gedonder, geen gerommel gehoord.»

SIEN (elf jaar) «Dat kwam omdat de sneeuwruimers vlakbij ons waren. Die maakten veel lawaai. Maar mama heeft het wél gehoord, die heeft een geraas gehoord.»

PATRICK «Ik wilde net een foto nemen van Sien, ik had mijn toestel vast, en ineens vloog mijn zonnebril van mijn gezicht en mijn wanten van mijn handen! Die luchtverplaatsing was er weer, en ook nu weer moest ik naar adem happen, en alles werd grijs, diepgrijs, het was precies of een auto had een reusachtige stofwolk nagelaten in het dorp. Eens dat stof optrok, wist je niet wat je zag. Je zag mensen tegen een muur leunen, mensen op de grond liggen, mensen op handen en voeten kruipen. En heel veel mensen die naar hun kinderen riepen, misschien wel honderd mensen die riepen, al die namen van die kinderen die weerkonken. Ik trilde op mijn benen en ik had het bizarre gevoel dat ik een halve meter hoger stond. En ik keek naar de straat en daar was effectief een halve meter sneeuw en ijs over het wegdek geschoven. Op dat hellinkje was ook sneeuw bijgekomen en ik zag hoe kinderen daarin vastzaten, tot aan hun heupen en borst zaten ze in die sneeuw. Samen met nog een vader wilde ik die eruit trekken maar dat lukte niet. Ik dacht dat ik nog suf was, dat ik geen macht meer in mijn lijf had en ik nam dat kind in een houdgreep onder zijn oksels, maar niks, nog géén beweging. We hebben die kinderen moeten uitgraven, met onze handen hebben we langs die lichamen moeten graven om ze eruit te krijgen. Eén kind zat nog vast met één schoen, maar zelfs dan konden we dat kind er niet uittrekken. Dat was niet te vatten hoe die vijftig centimeter sneeuw zo compact, zo muurvast kon zitten. Mijn eigen dochter was gelukkig niks overkomen, die was achter de kerk aan het spelen geweest, en dat heuveltje van de kerk had die kinderen beschermd tegen die sneeuwvloed.»


Het spoorloze dorp

PATRICK «Intussen zagen we allemaal rooie en oranje uniformen door het dorp lopen: recht naar de brandweerkazerne waar schoppen en sondes werden uitgedeeld en die mannen begonnen dan met die peilstokken in de sneeuw te prikken. Ik wou weten wat er loos was, ik heb mijn vrouw en dochter doorgestuurd naar huis, ik heb zo’n lichtmetalen sneeuwschoffel genomen die daar tegen een gevel stond en met dat “alibi” liep ik naar die mannen die op één lijn in de sneeuw stonden te peilen.

»Maar terwijl ik naar ze toe liep, wist ik plots niet meer waar ik was. Een hele week had ik door dat dorp gewandeld, ik kende bij wijze van spreken elk hekje en paaltje, en nu was ik op honderd meter van de kerk compleet gedesoriënteerd. Ik was niet meer in dat dorp, ik was op een mij onbekende plek sneeuw. Eén huis herkende ik nog, het huis van de zagerij, maar daar was het alsof ze een sneeuwbal -zo groot als dat huis- door deuren en vensters naar binnen hadden gegooid. Alle machinerie, alle werkbanken lagen in de achtergrond tegen de muur gesmakt. En hun groene VW-bestelwagen, dat was een prak ijzer, dat was een verfrommeld stuk auto. Ik wist nog huizen staan, maar die leken of verdwenen of van hun plaats verschoven. Ik zag huizen die scheef stonden, huizen waar geen deuren of vensters meer waren, huizen die compleet onder de sneeuw staken, alleen de nokbalk was nog te zien. En het was stil, doodstil. Alleen die mannen met hun sondes, dat geschuifel van die voetstappen, dat was al wat er te horen was. Ik kreeg ook zo’n peilstok in mijn handen, en die rij ging op commando vooruit, sonderen en vooruit, sonderen en vooruit, en zo stelselmatig verder. Als ik iets voelde, riep ik mijn buurman, die nam mijn sonde over en die voélde wel degelijk het verschil, of het een plank of een mens was.

»Vlakbij mij vonden ze het eerste slachtoffer, een man met een rugzak. Ze sneden die riemen van die rugzak los, ik greep naar die gordel van dat skipak om ‘m uit de sneeuw te tillen - en dat vergeet ik nooit - ik trok die buikriem los kapot. Zo vast zat die man, en zo hard trok ik ook, want eer nylon in één greep kapotscheurt, dan moet je al hàrd sleuren! Anderen zijn dan met schoppen gekomen en hebben werkelijk moeten spitten in die sneeuw en dat ijs om die man vrij te krijgen (in een lawine vast zitten voelt aan als in beton gekneld zitten; de druk van zo’n compacte sneeuwmassa schommelt rond de 400 kg per m³,jh)

»Intussen hadden ze in een nabijgelegen pensionnetje een noodhospitaal ingericht. Ze droegen die man binnen en de tafels en de stoelen werden niet opzij gezet maar opzij gesméten. Het was daar één en al verwarring in dat huis waar geen stroom meer was. Men stak kaarsen aan, een kaars viel om, bijna op dat nylonpak van dat slachtoffer… De dokter kwam binnen, deed zijn valiesje open, en gelijk viel alles eruit, naalden, stethoscoop, bloeddrukmeter, alles op de grond, dat was tasten en zoeken in dat donker om dat gerief weer bijeen te rapen.

»Buiten hadden ze intussen wel licht, er waren generatoren die stroom leverden voor de schijnwerpers en zo kon men beter zien waar men nog moest graven. In dat eerste uur heeft men dertien of veertien slachtoffers uit de sneeuw gehaald en in dat huis binnen gebracht. Dat waren ouders en kinderen die -na dat koersje op het plein- op weg waren naar huis en onderweg gegrepen zijn door die lawine (25 van de 31 slachtoffers waren toeristen, jh)


Intensive care met kaarsen

PATRICK «De slachtoffers lagen op de grond, op dekens of op het vasttapijt; nog anderen lagen op houten zitbanken in de ontbijtzaal. Het was een geimproviseerde intensive care-afdeling en één arts en één verpleegster deden wat ze konden: beademen, hartmassage, injecties recht in het hart, zo gingen die van de ene naar de andere. Aan mij vroegen ze om die spuiten te vullen, ik zie me nog dat vocht optrekken in die naalden… bij kaarslicht. Wij waren druk in de weer, maar als ik naar die slachtoffers keek, zag ik niemand bewegen, zag ik alleen maar doden liggen. In de eetzaal van het pension lag een vrouw, helemaal onderkoeld en met een zeer lage bloeddruk, de dokter vroeg dekens, en almeteen kwamen ze uit de logeerkamers aandragen met de donsdekens van de gasten, zodat we haar en anderen konden instoppen. En toen brachten ze een kind binnen, dat bleek haar zoontje te zijn, en die vader was daar ook, en die liep maar in paniek heen en weer tussen die moeder in de eetzaal en dat jongetje dat in de hall was gelegd. Dat jongetje was dicht bij de dood, de dokter en de verpleegster deden alle moeite om dat kind te reanimeren, dat heeft lang, làng geduurd, maar toen draaide de dokter zich om, duim naar beneden, dat kind was niet meer. En toen gaf hij dat kind in de armen van die vader en die vader gaf dat kind ineens in míjn armen, ein Moment bitte, zei hij, en dat hij zijn dochtertje ging halen “die is buiten nog aan het spelen”. En daar stond ik, met een dood kind in mijn armen, een kind dat zo oud was als mijn kind, en verder niemand om wat tegen te zeggen, de tranen rolden zo van mijn gezicht. Ik heb die jongen op een zitbank gelegd, tafel ertegen zodat hij niet van de bank kon vallen, en er dan een laken overheen gelegd tot aan zijn kin zodat zijn gezichtje nog te zien was. Maar die vader, die heeft het allemaal niet meer kunnen aanzien, denk ik, want die man blééf weg.»

undefined

null Beeld


Hey-ho! Hey-ho!

PATRICK «Ik ging intussen buiten kijken en daar was de hel losgebroken. Het sneeuwde en stormde zoals ik nog nooit gezien had, het was alsof het einde van de wereld nabij was (weerkundigen spraken over rukwinden tot 15O km per uur,jh). En ineens kwam er een lichtje uit de verte, en heel gek, ineens kwam het in mij op of ik een liedje hoorde, het liedje van de zeven dwergen, het liedje van de kabouters van Sneeuwwitje, hey-ho! Hey-ho! And ond the way we go! En voorop liep een man met een helm en een lamp en die man had een touw in zijn handen, een dik touw, en drie stappen achter die gids liep een toerist met een valies, en drie stappen daarachter een vrouw met een kindje op de arm, en drie stappen verder twee kindjes die samen dat touw vasthielden, dat was werkelijk een beeld uit een film, en en er liepen misschien wel veertig-vijftig mensen in dat touw en de laatste man riep voortdurend: vasthouden en volgen! En dat moest hij zeggen, want je zag hoogstens een meter voor je voeten, zo stormen en sneeuwen dat het deed. En ik zie die geëvacueerden over een stuk dak struikelen en over bedolven auto’s kruipen en tegelijk kwam er uit de andere richting een rupswagen om de pistes te prepareren, en die Pistenbully kwam ook al pal over die auto’s gereden. Dat waren ook geen auto’s meer, dat waren wrakken die ze half uitgegraven hadden. De redders vertelden later dat ze zo vaak naar auto’s groeven omdat ze met hun sondes soms op losgeslagen autozetels stoten, en zo’n zachte zitting geeft hetzelfde gevoel als een lichaam en dan beginnen ze te graven natuurlijk.

»Wij droegen de doden intussen in een gummizeil naar de materiaalbak achterop die rupswagen. Je doet dat voorzichtig, je hebt met dode mensen te doen, maar intussen rukt de wind aan je kleren en jaagt de storm bijna de lakens van die lichamen in de lucht. Ik denk dat we minstens zeven mensen in die kleine laadbak hebben gelegd; zeven van de veertien die we gevonden hadden, waren dood.

»Op dat moment kwam een laatste touw met toeristen voorbij, die gids in de koord vroeg wie ik was, ik zei dat ik mee geholpen had, en hij zei dat ik daar weg moest: het was onverantwoord om nog langer op die plek te blijven.»


Hotel Sans Souci

PATRICK «Met die touwgroep ben ik dan naar een hotel gebracht waar we veilig waren. En daar heb ik toch een knauw gekregen: de bar was open, de muziek draaide, de mensen zaten te lezen en te kaarten, niet te geloven! Op vijfenzeventig meter van hun tafeltje waren misschien tientallen doden gevallen! Ik kwam van een andere wereld, ik kwam van een graf waar kaarsen brandden en nu stond ik in een decor waar alle lampjes vrolijk schenen en het avondbuffet nog gedekt stond. Het was halfnegen, de ramp was al vier uren aan de gang! Ik wilde weg, naar ons appartement, maar de hotelier ging voor de deur staan: u mag niet naar buiten, het is buiten levensgevaarlijk, u gaat uw weg verliezen, u gaat met die storm uw huis niet meer vinden. En hij draaide de deur in het slot! En toen kwam het ook op televisie - lawine in Galtür -minstens vijftig doden en vijftig vermisten -het ergste lawine-ongeval van de eeuw -, en ja, toen sloeg de sfeer om in dat hotel. Gelijk begon men een lijst te maken van alle aanwezigen: je moest je adres in Galtür opgeven, en desgevallend ook de namen van de mensen die je vermiste. Ik wilde naar mijn vrouw bellen, ik besefte ineens hoe ongerust ze wel zou zijn, maar ik mocht niet bellen. De telefoon moest vrij blijven voor het geval er een noodoproep kwam en men bijvoorbeeld het hotel moest ontruimen.

»Later op de avond heb ik mijn vrouw dan toch kunnen bellen, die had al ùren angst uitgestaan, want in België was het al om zeven uur op het journaal geweest, en haar ouders hadden gebeld en zij had moeten zeggen: ik weet niet waar Patrick is…»

SIEN «Mama en ik zijn tot zes uur aan de kerk gebleven en toen het begon te stormen, wilde mama naar huis, maar we vonden onze weg niet meer, en dan hebben we een sneeuwruimer gezien en we zijn dan meegestapt achter dat licht van de sneeuwruimer tot we de weg naar huis weer vonden en dan zijn we alleen verder gestapt. Er was niemand meer op straat, en soms voelden we de weg niet meer en dan zaten we naast de berm en dan zakten we tot aan ons middel in de sneeuw, maar we hebben toch nog ons huis gevonden.»

PATRICK «Om elf uur stond onze hospita Walter ineens in dat hotel: hij zou me naar huis brengen. En ik zie ons nog buitenkomen uit dat hotel en daar stonden we onder een prachtige donkerblauwe hemel, bezaaid met sterren en verder geen zuchtje wind. Die storm was gaan liggen, even plots als hij gekomen was! Met Walter zijn we dan nog even langs de rampplaats geweest en toen we in het licht van de sneeuwruimers zagen dat daar amper twintig mensen aan het werk waren, zijn we opnieuw beginnen mee helpen. Twintig mensen die meehelpen in een dorp waar op dat ogenblik misschien drieduizend mensen verbleven, ik vond dat schandalig!!»

HUMO Ik las dat de reddingswerkers van het dorp de hulpvaardige toeristen op een afstand hebben gehouden “omdat ze geen verstand hadden van lawinereddingstechnieken”. En er was toch ook gezegd dat de mensen binnenshuis moésten blijven en dat ze in bepaalde delen van het dorp niet mochten komen.

PATRICK «Kan zijn, kan zijn, maar als je daar met dat handjevol brandweerlui, berggidsen en skimonitors staat te graven, kan je dat niet aannemen. Je denkt aan ambulances, helicopters, bulldozers, waar was dat allemaal? Waar zaten die allemaal?! Het dorp was toch al meer dan een week afgesloten, hadden ze dan helemaal geen rampenplan voorbereid?! We zijn toen bij compleet bedolven huizen beginnen peilen in de hoop dat er nog mensen levend onder het puin zaten, in de hoop dat iemand nog beschermd zat in een kelder of een parkeergarage. Meer dan vijf uur hebben we erover gedaan om één garage van één huis gedeeltelijk uit te graven, om maar te zeggen hoe dik die sneeuw lag. En toen dat niks opbracht, is onze leider voor het eerst gaan zitten en hij heeft gezegd: we stoppen ermee. En we zijn dan naar een hotel gegaan waar we soep en worst en brood kregen, en die leider heeft ons naar het huis van zijn ouders gebracht waar we een bed kregen, maar ik kon niet slapen, ik keek voortdurend op mijn horloge, ik wilde dat het zes uur werd, want dan werden de eerste helicopters in het dorp verwacht.


Sneeuwvrouw

PATRICK «Om zes uur stond ik buiten, de berglucht was al rose van de opkomende zon, en om 6u38 hoorde ik die helicopters (doet het geluid na) en het was alsof ik in die Vietnam-film M*A*S*H* zat, een vermiste die dagenlang op hulp had gewacht, en eindelijk waren ze daar! De redders! De bevrijders! Ik zag nog geen enkele wiek, maar dat bevrijdende geluid van die helicopters, dat zit voor altijd in mijn kop. En toen liepen er twee mannen in de sneeuw, die spoten met fluo-verf twee grote kruisen op de grond en dàn zag ik de twee eerste schijnwerpers komen aanvliegen door de vallei. En ze landden in een stofwolk, die deuren schoven open, er sprongen mannen en honden uit en van dan af kon je zeggen dat het reddingswerk enige vorm kreeg. Terreinen werden afgebakend, sondeer-ploegen werden verdeeld, kleine buldozers en mannen met kettingzagen gingen aan het werk, en er waren speurhonden, veel meer dan die ene hond die we ‘s nacht hadden gehad.

»Ik heb mijn vrouw kort gebeld om te zeggen waar ik was, en tussen zeven uur en halfelf heb ik nog mee helpen graven en heb ik nog twee doden weten boven halen. Eén daarvan was een vrouw, die had bijna twintig uur in de sneeuw gelegen, maar ik heb nooit een mooiere vrouw gezien. Haar gezicht was zo gaaf, haar lippen waren zo fijn en haar wenkbrauwen en wimpers waren zo donker alsof ze in de sneeuw gemaquilleerd was geweest. En haar haren zaten als een lichte krans rond haar gezicht, dat was onaards, ongelooflijk schoon. Zelfs al zag je direct dat de rest van haar lichaam gekwetst en hopeloos verwrongen was.

»Kort daarop heb ik mijn schop opzij gegooid, want ineens drong het tot me door: Patrick, wat sta je hier nog te doen, niemand leeft nog, ga nu eindelijk maar eens kijken naar degenen die nog in leven zijn. En ik ben naar huis gegaan, dat was het weerzien van de verloren vader natuurlijk, en mijn vrouw had de noodzakelijkste spullen al ingepakt, want om twaalf uur begon de evacuatie aan de sporthal.»


Kleine menskes

PATRICK «Bij de sporthal stonden lange rijen van mensen, honderden mensen, maar er was geen gedrum of paniek, men was rustig, vriendelijk, deelde koffie en koeken met mekaar. Omdat de reddingswerkers mij nog van de nacht herkenden, mocht ik rondgaan met koffie,thee, en dekens voor de kinderen, en dat is een geluk geweest. Want tegen halfvier vernam ik toevallig dat er nog maar twee of drie helicopters de lucht in gingen: er was opnieuw een sneeuwstorm op komst. En toen heb ik mij als leider voorgedaan en heb ik met een tweede persoon een groepje van dertig Belgen boudweg naar de klaarstaande helicopters geleid. Het devies was: stap gewoon door, luister naar niemand, wat ze ook roepen, stap door. Echtevoorkruiperij was het niet want die Belgen hadden in de loop van de dag al tientallen groepjes laten voorgaan: groepjes met baby’s erbij, groepjes met een hartpatiënt erbij, enzovoort, enzovoort, elke familie had wel een reden om rapper in de helicopter te mogen. In die helicopter lag iedereen tegen mekaar en half boven mekaar, benen over jassen en rugzakken, maar mijn dochter was letterlijk in de wolken, hé schat!?»

SIEN «Ja! Het was de eerste keer dat ik vloog! Ik had nog nooit in een vliegtuig of zo gezeten!»

PATRICK «De helicopter vloog naar Landeck, daar zijn we in de stuivende sneeuw op de tarmac gestapt en toen ik het team van dokter Beaucourt zag, heb ik mijn klop gekregen. Ineens had ik dat gevoel van ontsnapt te zijn. Van nog in leven te zijn: mijn vrouw, mijn dochter en ik. Ik ben daar dan geinterviewd door allerlei buitenlandse zenders, en zo hebben ze mij ook in België gezien, met tranen in de ogen en de bibber in de stem. Alles was achter de rug, en dàn plots staken bij mij die emoties op. Van Landeck zijn we overgestapt op een bus naar Innsbruck, maar op die luchthaven durfde de piloot van het gecharterde vliegtuig niet opstijgen wegens de storm. Het is dan München geworden, en daar hadden we tien minuten de tijd om in het toestel te stappen, zoniet zou er teveel ijs vormen op de vleugels. Eén koppel kon die aangehouden spanning niet meer aan, die dùrfden niet meer vliegen en die zijn met de trein naar België gegaan.

»En dan zit je in dat vliegtuig dat als een klein lichtje door de lucht gaat, en dààr heb ik zitten denken: wat zijn we toch maar kleine menskes, wat zijn we toch maar kwetsbaar tegenover die Grote Natuur. Maar het volgende moment sta je in Zaventem, vier uur in de nacht, en daar ben je ineens weer de held. Want er is pers en televisie, er zijn familie en collega’s die je omarmen, en er is ook dat gevoel van terug eigen grond onder je voeten voelen, en of ik wilde of niet, de tranen schoten toch weer in mijn ogen.»


Niet meer naar Galtür

HUMO Kon je weer gewoon gaan werken?

PATRICK «Ik wel, maar mijn vrouw is na twee dagen werken thuis gebleven. Die was nog helemaal overstuur, was geprikkeld, schoot soms in een huilbui en die is een week thuis moeten blijven om tot rust te komen. Mijn vrouw is méér gerààkt dan ik. Want ik was bezig, ik kon iets doen, ik heb niet machteloos moeten toekijken. Maar zij zat daar op dat appartement, tussen halfzes en elf wist ze niet waar ik was, en nadat ik getelefoneerd had waar ik was, zag ze huizen ontruimden worden in het dorp, zag ze die hospita vertrekken én niet met mij terugkomen… Heel die nacht heeft zij voor het venster gezeten: waar zit die?, waar blijft die?, en gaat er nog een lawine komen? Ja, dat moet een heel angstige nacht zijn geweest. Ook voor mijn dochtertje: die is nu nog op haar hoede als het slecht weer is. Als er onweerswolken opduiken of de lucht wordt grauw, of het begint hard te waaien, dan moeten we haar nog elke keer geruststellen dat het zo’n vaart niet gaat lopen.»

HUMO Er zijn veel mensen die teruggaan naar Galtür omdat ze tijdens die noodsituatie “een stevige band” hebben gekregen met de mensen bij wie ze logeerden. Gaan jullie deze winter nog naar Galtür?

PATRICK ««Wij zoeken dat risico niet meer, wij gaan de eerstkomende winters zeker niet meer naar Galtür, maar we zijn er deze zomer wel vier dagen geweest om de eigenaars van het chalet te bedanken. Die mensen hebben heel goed voor ons en onze achtergebleven spullen gezorgd. Die hebben over onze auto gewaakt tot de takelwagen kwam, die hebben onze kleren verlucht zodat die niet gingen “stikken” in de koffers, en voor die vier dagen dat we daar langer zijn moéten blijven, hebben ze maar één dag aangerekend. Bij die mensen hebben we echt een warm weerzien gehad, maar in Galtür zelf vond ik de mensen koel en ongeïnteresseerd. Je moest er niet meer over beginnen, zegden ze, die bladzijde is omgeslagen. Ergens is dat wel te verstaan, want elke dag komen daar bussen met ramptoeristen door het dorp die allemaal hunfotootje willen maken. Intussen zit men niet stil, men bouwt die huizen weer op en rond het dorp wordt nu een enorme wal aangelegd.

»Het is nu één jaar geleden, het ligt bij velen nog in het geheugen, maar ik vind dat je Galtür niet moet overroepen: achtendertig doden - als je die zeven doden van Valzur op 24 februari erbij telt- , en daar spreekt men nu nog altijd over! Maar wie spreekt er nog over de duizenden doden van die aardbeving in Turkije? Dat is nog géén jaar geleden gebeurd!!»

HUMO Denk je nog dikwijls terug aan die dag?

PATRICK «Ik ga vaak joggen, zo’n tien-vijftien kilometer, en als ik halfweg ben, als mijn kop leeg is, als ik alle muizenissen van mij af heb gemaald, dan kan het gebeuren dat daar ineens dat beeld terug is: die kamer met die kaarsen en die kleine jongen in mijn armen. En als ik dat zie, dan is het alsof ik ineens dubbel zo hàrd moet lopen. Lopen, lopen om dat niet terug te zien.»

undefined

undefined

undefined

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234