null Beeld

De wonderjaren van Dalilla Hermans, schrijfster en journaliste: 'Eigenlijk was ik gewoon een raar kind'

Dalilla Hermans (32) was 2,5 jaar toen ze samen met haar zus in Rwanda op het vliegtuig stapte. Bijna dertig jaar later keert ze voor Humo terug naar haar roots. De Wonderjaren!

'Als ze echt willen en hard werken, kunnen mijn kinderen later misschien eerste minister worden'

Dalilla Hermans (geen familie van Margriet, wel van Stromae) trekt als schrijfster en journaliste ten strijde tegen latent, achteloos en schrijnend racisme in Vlaanderen, en werd afgelopen herfst knap derde in ‘De slimste mens ter wereld’. De naarste ervaringen uit haar jeugd schreef ze vorig jaar van zich af in ‘Brief aan Cooper en de wereld’.

HUMO Wat is je allervroegste herinnering?

Dalilla Hermans «Ik zie mezelf nog heel duidelijk zitten op de vloer van het vliegtuig dat ons van Rwanda naar België bracht. Mijn zus zegt me dat ik stout ben en dat ik zo snel mogelijk op het stoeltje moet gaan zitten.

»Van mijn leven in Rwanda weet ik niets meer, maar van alles ná die vlucht herinner ik me nog heel veel details. Mijn zus heeft trouwens exact dezelfde breuklijn: zij was toen twee jaar ouder.»

HUMO Je geboortenaam is Isimbi, die van je zus Sauda. Vóór jullie naar België vertrokken, gaf je Rwandese moeder Agnes jullie nog snel een andere naam: Dalilla en Diana. Zij dacht dat het Europese namen waren en dat die het jullie makkelijker zouden maken.

Hermans «Diana had ze natuurlijk van Lady Di, zij was over de hele wereld één van dé westerse iconen. Dalilla is eigenlijk een Arabische naam. In Rwanda liepen redelijk wat Arabische kindjes rond. Die waren in vergelijking heel licht gekleurd. Sommigen heetten Dalilla, waardoor Agnes dacht: ‘In het Westen zal die naam wel populair zijn.’ (lacht)»

HUMO Had ze jullie goed voorbereid op die vlucht?

Hermans «Nee. Ik heb daar jaren later met haar over gepraat. Volgens haar waren mijn zus en ik nooit op het vliegtuig gestapt als we hadden geweten wat er zou gebeuren. Ik weet alleen dat ze mijn zus heeft gevraagd om goed voor mij te zorgen. Ocharme, ze was zelf amper 5. Agnes wist trouwens niet dat het afscheid definitief was. Ze dacht dat ze ons snel opnieuw zou kunnen ophalen. Ze wilde het ons niet moeilijker maken dan nodig.»

HUMO Welke voorwaarden werden in die tijd gesteld aan adoptieouders?

Hermans «Bijna geen. Je moest betalen en er sympathiek genoeg uitzien, veronderstel ik. Wensouders moesten geen opleiding volgen en achteraf werden ze nauwelijks opgevolgd. Humo heeft vorig jaar nog onderzoek gedaan naar de adoptiebureaus van toen, en nogal wat louche praktijken ontdekt.

»Mijn ouders zijn heel blij dat ze ons hebben kunnen adopteren, maar ze zijn niet te spreken over hoe dat verlopen is. Ze stonden al een hele tijd op de lijst voor een baby toen ze ineens telefoon kregen: ‘We hebben één meisje van 3 jaar, en één van 5 jaar. Is dat ook goed?’ Er werd toen met kinderen gesméten, hè.»

HUMO Iemand van het adoptiebureau heeft jullie aankomst op Zaventem gefilmd.

Hermans «Zoals sommige mensen een geboortefilm hebben, hebben wij een aankomstfilm. Grappig om die stoet kindjes de aankomsthal te zien binnensijpelen. Het allereerste moment dat ons pa’ke ons vastpakt, staat er ook op. Schabouwelijk slecht gefilmd, maar het is wel te zien.

»Je kunt ook duidelijk zien dat Diana en ik helemaal niet bang waren, in tegenstelling tot veel andere kindjes, die argwanend om zich heen bleven kijken. Wij waren heel rustig – ik was wellicht vooral blij met de koek die ik aan het eten was – en onze ouders ook. Een instant-gezinnetje!»

undefined

null Beeld

HUMO Zowel in Weelde, waar je opgroeide, als later in Turnhout waren jij en je zus de enige zwarte meisjes op school. Jij genoot ervan een rariteit te zijn.

Hermans «In zekere zin, ja. Het geeft je als zoekende puber toch een stuk identiteit. Net omdat ik the black girl was, ging men er bijvoorbeeld snel van uit dat ik een grave muzieksmaak had. Als tiener geniet je daarvan. Het hielp natuurlijk dat ik me in die tijd nooit geïsoleerd heb gevoeld. Ik had een heel hechte vriendengroep. Ik kon niet gepest worden, want ik werd altijd beschermd.

»Als er tien zwarte meisjes waren geweest in een school van duizend leerlingen, had ik het vermoedelijk minder leuk gevonden. Dan ben je nog steeds een exotische minderheid, maar vindt niemand je uniek of speciaal (lachje).»

HUMO Je genen heb je niet van je adoptieouders. Op welke vlakken lijk je toch op hen?

Hermans «Net als mijn pa ben ik allergisch voor onrecht. En ik kan de dingen moeilijk loslaten. Ik denk soms dat ik het onrecht van een ander moet dragen, terwijl dat natuurlijk onzin is. En we zijn allebei erg koppig. Ik heb een heel duidelijk beeld van hoe iets moet zijn, en als iets in mijn hoofd zit, krijgen mensen dat er niet meer uit.»

HUMO Heb je een voorbeeld van wanneer die koppigheid je parten heeft gespeeld?

Hermans «Het is om te beginnen geen benijdenswaardige eigenschap in relaties. Je moet stevig in je schoenen staan om met zo iemand samen te kunnen zijn (lachje). En misschien was het beter geweest als ik na het middelbaar nog een hogere studie had afgemaakt. Maar omdat ik geen zin meer had, kreeg niemand me daarvan overtuigd.

»Met mijn mama heb ik een ongebreidelde joie de vivre gemeen. Onze positieve kijk op de wereld is op het naïeve af. Ik ben een people person en dat is een tweesnijdend zwaard. Ik zal wellicht altijd veel vrienden hebben, maar ik vertrouw mensen ook te snel, waardoor ik vaker gekwetst word. Mama heeft altijd gezegd: ‘Beter af en toe eens goed op je tanden krijgen, dan niemand vertrouwen en eenzaam door het leven moeten.’»

'Ik wilde veel geld en veel kinderen. Zeven zonen: dat was mijn plan'

HUMO Op je tanden krijgen?

Hermans «Mijn man Willem en ik zijn bijvoorbeeld heel vroeg aan kinderen begonnen. We waren vierenhalve maand samen toen ik zwanger was. Ik was 26, hij 24. In onze vriendenkring waren we de eersten. Toen bleek dat ik minder vaak mee kon feesten dan vroeger, hebben een aantal vrienden me erg vlotjes laten vallen. Verschrikkelijk, want die vriendschappen waren belangrijk voor me, en ik had altijd gedacht dat het wederzijds was.»

HUMO In ‘Brief aan Cooper en de wereld’ schrijf je uitgebreid over die keer dat je woest was op je ouders omdat ze vonden dat je nog een paar weken te jong was om uit te gaan: ‘Ik schreef in mijn dagboek over hoe mijn ouders mijn leven kapotmaakten. En waarom? Om geen énkele reden!’ Ben je streng opgevoed?

Hermans «Néé! Ons mama had veertien jaar geen kinderen kunnen krijgen. Toen wij er ineens waren, moest ze haar opgespaarde liefde en affectie kwijt en ging ze helemaal loos (lacht). Op bepaalde vlakken werd ik héél verwend. Mama overdreef daarin. Verjaardagen, Sinterklaas, Kerstmis: altijd stond de hele woonkamer vol cadeautjes en snoep. Als ik in een speelgoedcatalogus tien dingen had aangeduid die ik wilde, kreeg ik ze alle tien. En nog eens vijf extra. Mijn pa zegt nu soms dat hij dat verschrikkelijk vond: ‘Ik probeerde daartegen in te gaan, maar er was geen beginnen aan.’ Mijn ouders waren niet superrijk, maar alles wat ze hadden, ging naar mijn zus en mij.

»Natuurlijk maakten we weleens ruzie over bepaalde regels, maar nooit zo episch als in de passage die je citeert. Ik vind trouwens nog altijd dat dat onrechtvaardig was van mijn ouders (lacht).»


Op gelijke voet

HUMO Je hebt drie kinderen: Cooper Kizito (5), Malane Imana (3) en Noëlle Isimbi (bijna 1). Voed je hen bewust anders op?

Hermans «Ik ben veel strenger dan ons mama. Dat móét. Mijn kinderen worden langs alle kanten omringd door jonge en actieve grootouders die hen de hele tijd verwennen, er moet toch íémand regels hanteren. Ik ben ook bewuster bezig met de opvoeding dan mijn ouders. In hun tijd las je nog geen honderd boeken over opvoeding. Toen dacht je nog niet na over de psychologische gevolgen van deze of gene regel. Niet dat ik vind dat mijn ouders echt iets fout hebben gedaan, maar zij pakten de dingen organischer aan dan nu gebruikelijk is.

»Mama zegt vaak: ‘Als ouder hebben we duizend fouten gemaakt, maar geen enkele fout die ónze ouders hebben gemaakt.’ (lacht) Dat is bij mij hetzelfde. Ik ben bijvoorbeeld een ramp met geld. Als ik centen heb, vliegen ze meteen terug de deur uit. Ik vermoed dat dat komt omdat ik verwend was, ik heb nooit de waarde van geld geleerd. Dat probeer ik nu bij mijn kindjes anders aan te pakken.»

HUMO Je vader is atheïst, je moeder agnost. Was jij ooit gelovig?

Hermans «Ik was het vergeten, maar onlangs vond ik één van mijn dagboeken van vroeger terug. Ik was 12 en dit was mijn visie op religie: ‘Als er uit de liefde van twee mensen een baby kan bestaan, kan er uit de liefde van alle mensen ter wereld ook een God bestaan.’ (lacht) Geen speld tussen te krijgen. Later is mijn geloof toch gaan slijten.»

HUMO Daarnet zei je dat je nooit een hoger diploma hebt behaald, maar niet omdat je het niet hebt geprobeerd.

Hermans «Eigenlijk was ik schoolmoe uit het middelbaar gekomen, maar thuis vonden ze dat ik absoluut íéts moest doen. Oké, dan maar sociologie. Aan de universiteit van Gent, want die stad leek me interessanter, exotischer en minder mainstream dan Leuven en Antwerpen. Maar ik kende er niemand – ik was trouwens opnieuw het enige zwarte kind aan de hele universiteit – en ik vond er mijn draai niet. Mijn studie leed daaronder, en halverwege het jaar had ik het al opgegeven. Nieuwe poging, het jaar erna: ik zou kunst studeren aan de academie in Antwerpen. Maar dat vond ik nóg zwaarder: ik kon niet goed om met kritiek, en ook daar ben ik na een half jaar gestopt. Al twee jaar verspild.

undefined

null Beeld

undefined

undefined

undefined

'Ik was een rotverwend kind, met keileuke ouders en superveel toffe vrienden'

»Die zomer deed ik mee aan een heel onnozel tv-programma, en dat heeft alles veranderd. Het was 2006, ik was net 20 geworden. Ik ging al naar festivals sinds mijn 14de en muziekzender TMF organiseerde een wedstrijd. Een zomer lang moest je op alle festivals opdrachtjes uitvoeren, en de winnaar mocht het jaar erna gratis terug naar al die festivals. Héél plezant. Ik mocht tot het einde meespelen, maar ik heb uiteindelijk niet gewonnen. The story of my life, trouwens. Bij mijn deelname aan ‘De slimste mens’ ging het ook zo (lacht).

»Toen ben ik journalistiek gaan studeren, maar daarmee ben ik ook na twee jaar gestopt. Ik heb mijn diploma nooit behaald. Maar ik kon altijd wel ergens beginnen. Nu zijn er voor elke job 150 sollicitanten, en dan is het gebrek aan een diploma al snel iets wat het verschil maakt. Ik zou het jongeren dus niet aanraden om mijn voorbeeld te volgen.»

HUMO Wat vond je zo geweldig aan festivals?

Hermans «Ik ben een muziekfanaat. Ik heb in mijn leven aan niets zoveel geld uitgegeven als aan optredens. Bovendien is de festivalsfeer ongeëvenaard: alles is liefde, iedereen is chill. Veel dronken volk ook, maar daar stoort dat niet. Na een paar dagen staat iedereen op gelijke voet: we stinken allemaal en we zijn moe, maar genieten samen van goede muziek. Het steekt dat ik daar nu bijna geen tijd voor kan maken. Het festivalseizoen is de enige periode in het jaar dat ik denk: ‘Damn those kids!’ (lacht)»

HUMO Naar welke muziek luisterde je in je jeugd?

Hermans «Veel hiphop. En heel slechte r&b. De begindagen van Destiny’s Child, toen ze nog met vier waren. Mariah Carey. Het mierzoete Boyz II Men. Allemaal hebben ze mijn prille puberteit mee bepaald. De hiphop ontdekte ik vooral via mijn zus. Zij kocht The Source, een hiphopmagazine dat bij ons niet verkocht werd en dat we in Tilburg gingen halen. Daarin duidden we aan wat we graaf vonden. Jay-Z en Tupac: grote namen die niemand in Weelde toen kende. Dat wij als enigen ingewijd waren, vonden we extra cool. Ik zoog alles op wat ik over hiphop kon vinden. Humo las ik ook veel. Dat waren wel vooral artikels over rockmuziek, wat me niet interesseerde, maar toch ook al íéts over hiphop. Meer dan in om het even welk ander Vlaams blad.

»‘The Score’ van The Fugees heb ik obsceen vaak opgelegd. Op mijn 12de kende ik alle teksten uit het hoofd. Ik leende de plaat vaak uit aan vriendinnen, maar die vonden het maar niets. ‘Dat is toch gewoon gebabbel?’ Dat kon ik dan weer niet begrijpen (lacht).»


Rotverwend kind

HUMO Je vriendinnen waren in die tijd wild van Get Ready! en Gunther Levi. Had jij ook Belgische helden?

Hermans «Niet in de muziek. Maar in mijn puberteit had je wel een aantal heel goede jeugdprogramma’s. ‘Buiten de zone’ en zo: elke aflevering werd de volgende dag uitvoerig besproken en geanalyseerd op de speelplaats.

»We keken thuis ook naar ‘Huisje Weltevree’, met Chris Dusauchoit en kinderpsychiater Peter Adriaenssens, in één van zijn eerste televisieoptredens. Pubers gingen in debat met hun ouders over typische gezinsthema’s. Het uitgaansuur, drugs, alles waar tieners thuis ruzie over maken. Die discussies deden wij dan achteraf na met het gezin. ‘Ik vond toch dat die papa gelijk had.’ – ‘Nee, zot. Ik vind...’ Erg interessant. Ik keek toen ook met plezier naar Nederlandse debatprogramma’s.

»Eigenlijk was ik gewoon een raar kind (lacht).»

HUMO Bestaan daar nog meer bewijzen van?

Hermans «In die teruggevonden dagboeken valt op dat ik mezelf vroeger zo érnstig nam. Gek: aan de ene kant was ik heel oppervlakkig, een typisch vrolijk tienermeisje. Ik ging graag uit, was hard bezig met kleren en winkelen en die dingen. Maar tegelijk dacht ik ook veel na over het leven van bijvoorbeeld Malcolm X, waarbij ik dan parallellen trok tussen het Amerika van toen en het Vlaanderen van nu. Dat contrast heeft altijd in mij gezeten: op zaterdagavond waggelde ik dronken terug van het jeugdhuis, de avond erna las ik heel ernstige boeken. Nog altijd, eigenlijk.»

HUMO Is dat raar? Die twee kanten sluiten elkaar toch niet uit?

Hermans «Nee, maar andere mensen lijken het er toch vaak moeilijk mee te hebben. Een tijdje geleden stond ik een beetje frivool op de cover van Humo, een mooie foto van Johan Jacobs, en ik heb daar veel commentaar op gekregen van activisten: ‘Waarom sta jij nu ineens sexy te doen? Is dat nodig?’ Ik denk: ‘Ik heb drie kinderen gebaard. Ik ben best trots dat mijn benen er nog enigszins mooi uitzien. Mag het?’ (lacht) Tegelijk over ernstige zaken praten én niet weglopen van luchtigheid: dat verwart mensen, hè.»

undefined

null Beeld

HUMO Als prepuber verzamelde ik oude kurken van wijnflessen, en deed ik pogingen om nieuwe gezelschapsspelen te bedenken. Wat waren jouw onnozelste hobby’s?

Hermans «Ik heb lang atletiek gedaan terwijl ik daar heel slecht in ben. Ik bedoel: extréém slecht. Ik verloor elke wedstrijd met minstens twee ronden achterstand. Iedereen was al naar huis en ik moest nog tien minuten lopen (lacht). Toch deed ik het graag. Omdat mijn zus het deed, en ik bij haar in de buurt wilde zijn. Toen zij ermee ophield, ben ik ook gestopt. Anders was ik nog jaren blijven sukkelen.»

HUMO Je hebt niet alleen een tv-carrière, maar ook een filmcarrière achter de rug. Je speelde mee in de jeugdfilm ‘De bal’, de laatste film met Julien Schoenaerts.

Hermans (knikt) «Op de set heb ik toen Matthias leren kennen. Hij was een puber, ik een kind. In ‘De bal’ speelde ik het vriendinnetje van de hoofdrolspeelster. Het castingbureau had de toneelopleiding van Turnhout aangesproken, waar mijn zus en ik toen les volgden. Eigenlijk had mijn zus, die veel beter kon acteren, auditie gedaan. Maar zij bleek te groot en te oud – ook al was ze ocharme pas 12 – en via haar zijn ze bij mij terechtgekomen.

»Die film was heel plezant om te doen. We werden keihard verwend door de hele crew, ik heb er een paar weken school door gemist en ik kreeg er ook nog eens centen voor, die ik allemaal heb verbrast zodra ik 18 was (lacht).»

HUMO Aan?

Hermans «De meest belachelijke dingen. Samen met een vriendin doen alsof we volwassen waren: net iets té chic uit eten gaan, een dure fles wijn bestellen, dat soort onzin.»

HUMO Het waren echt wonderjaren?

Hermans «Ja. Een misvatting bij veel mensen is dat ik, omdat ik columns en een boek heb geschreven over de racistische aanvaringen die ik als tiener heb meegemaakt, een traumatische jeugd zou hebben gehad. Als ik die omschrijving ergens in een krant zie staan, verslik ik me in mijn koffie.»

HUMO Ook omdat je er in interviews over hebt gepraat, onthouden velen in de eerste plaats dat je op je 14de door een groep skinheads werd omsingeld en beplast.

Hermans «Terwijl de waarheid ook is dat ik vooral een rotverwend kind was, met keileuke ouders en superveel toffe vrienden.»


Vroegrijp

HUMO Je moeder was huisvrouw, je vader vakbondsafgevaardigde bij de bank. Dat laatste is in 2018 geen populaire bezigheid meer.

Hermans «Mijn vader is er ook heel teleurgesteld mee gestopt. Alles waar hij en zijn generatie voor hadden gevochten, zag hij in korte tijd van de kaart geveegd tijdens de crisis van 2008. Solidariteit was plots niet zo belangrijk meer. Ergens logisch, want in die moeilijke jaren wou iedereen gewoon zijn job houden. Mijn vader had jarenlang gestreden voor een gezonde balans tussen werk en leven, maar ineens zeiden alle werknemers: ‘Weg met die balans! Geef mij zoveel mogelijk uren, anders gaan ze me misschien ontslaan.’ Ik zag hoe erg hij dat allemaal vond. De mensen zijn toen een soort naïviteit kwijtgespeeld, denk ik.»

HUMO Jij probeert de mensen ook te helpen, en ook jij krijgt veel tegenwerking.

Hermans «Ik hoop dat ik er zelf mee stop voor ik verbitterd raak, maar zover is het nog lang niet: ik krijg nog altijd veel meer positieve dan negatieve input. Mijn verhaal is ook helemaal anders dan dat van de vakbonden. Mijn verhaal eindigt sowieso positief. De diversiteit ís al een feit. Nu misschien nog vooral in klaslokalen, maar later worden dat CEO’s, hoofdredacteurs, enzovoort. Dat proces houdt niemand meer tegen, ik probeer de mensen gewoon voor te bereiden.»

'De diversiteit ís al een feit. Nu misschien nog vooral in klaslokalen, maar later worden dat CEO's, hoofdredacteurs, enzovoort'

HUMO Al op je 8ste heeft je vader je leren debatteren.

Hermans «Als mijn zus en ik iets gedaan wilden krijgen, moesten we met argumenten komen. Dan kwam hij met tegenargumenten, tot er een consensus was. De kans bestond dus dat we onze zin kregen, maar dan moesten de argumenten wel góéd zijn. In elk geval iets anders dan: ‘De rest van de klas mag dat ook.’»

HUMO Heb je tijdens je kinderjaren ook iets geleerd waar je achteraf niets mee bleek te zijn?

Hermans «Mijn gevoelens opkroppen. Als kind had ik daar eigenlijk geen reden voor, want ik kon alles tegen mijn ouders vertellen. Maar misschien had het ermee te maken dat mijn zus een moeilijke puberteit heeft doorgemaakt. Zij heeft als tiener een tijdje met haar identiteit geworsteld. Ze kon er niet mee om als onze ouders haar regels wilden opleggen, ook al omdat ze zich afvroeg wie haar ouders precies waren. Ze heeft jarenlang geprobeerd een thuisgevoel te vinden. Dat is haar pas veel later gelukt.

»Ik dacht vaak: ‘Jij moet wél altijd vrolijk zijn, Dalilla. Je mag niet óók nog eens voor problemen zorgen.’ Daardoor werd ik een soort goednieuwsshow in mijn eentje. Als iets een keer minder goed ging, hield ik dat voor mezelf. Ik heb het achteraf proberen af te leren, maar dat is niet helemaal gelukt.»

HUMO Is dat waarom je ouders pas ná de publicatie op de hoogte waren van veel van de voorvallen die je in je boek beschrijft – de bierglazen die op fuiven naar je hoofd werden gegooid, de frequente racistische opmerkingen, de jongens die je afwezen omdat ze niet ‘met een meisje van jouw kleur konden thuiskomen’?

Hermans «Ja. Als kind zijn er een aantal dingen waarvan je instinctief aanvoelt: ‘Hier zijn mijn ouders niet klaar voor.’ Of: ‘Dit gaat hun te veel pijn doen.’ Toch was alles bespreekbaar. Als ik hun op een dag had gezegd: ‘Ik heb een relatie met twee vrouwen én een man,’ was hun eerste reactie volgens mij geweest: ‘Amai, dat is wel druk. Waar gaan jullie wonen?’

»Pas op: ik vertelde soms ook dingen die ze waarschijnlijk liever niet hadden gehoord. Toen ik mijn mama voor het eerst vertelde dat ik met mijn vriendje meer had gedaan dan gewoon kussen, kreeg ze bijna een hartverzakking (lacht). Ik ben daar namelijk nogal jong mee begonnen. Altijd al een beetje vroegrijp geweest. Maar ze luisterde begripvol. Mijn ouders waren niet preuts, maar net heel chill in die zaken.»

HUMO Stel je je soms voor hoe anders je leven zou zijn als je biologische moeder je niet op het vliegtuig naar België had gezet?

undefined

null Beeld

undefined

Hermans «Natuurlijk. Als ik al een probleem heb met dat hele adopteren, dan is het dat men veel te makkelijk aanneemt dat mijn leven nu sowieso beter is. (Schudt het hoofd) Dat wéét je niet. Ik kom nu af en toe in Rwanda. Ik zie mijn biologische neven en nichten vrij vaak, en met hen gaat het ook heel goed.

»Pas rond mijn 20ste heb ik het even moeilijk gehad met mijn adoptie. ‘Jullie hebben mijn leven gekaapt. Ik heet níét Dalilla Hermans!’ Ik had het vooral lastig als mensen domme praat uitsloegen, zoals: ‘Als het jou hier niet aanstaat, ga dan naar je eigen land!’ Zulke mensen geven je het gevoel dat je dankbaar moet zijn om hier te mogen wonen, terwijl ik daar als geadopteerde geen keuze in heb gehad.

»Ik weet dat mijn biologische moeder heel moeilijke tijden heeft meegemaakt, en dat ze ons dus niet zomaar voor adoptie heeft opgegeven. Maar later heeft ze wel als een leeuwin tegen de miserie gevochten, en de vraag is of ze dat ook niet had gekund met ons erbij. Maar die denkoefening heb ik losgelaten. Het leven loopt zoals het moet lopen.»


Wilde ambitie

HUMO Wat ook meespeelt: Rwanda is nu een heel cool land, zeg je.

Hermans «Het Zwitserland van Afrika noemen ze het. Een heel proper land, met nieuwe start-ups aan de lopende band. De economie boomt, ook al omdat heel veel uitgeweken Rwandezen terugkomen om er te investeren. De kindersterfte daalt er het snelst van de hele wereld, en nergens zitten er zoveel vrouwen in het parlement. Ik hoor heel verontrustende dingen over het regime van Kagame, en er is natuurlijk nog een lange weg te gaan, maar mijn persoonlijke ervaring is heel positief. De mensen die ik er zelf ken, spreken over een enorme vooruitgang. Rwanda is ook koploper in groene energie. In 2011 kreeg ik er eens een boete omdat ik een plastic zakje bij me had. Tóén al!»

HUMO Wat doet je biologische mama nu?

Hermans «Ze woont in Maastricht, maar ze verblijft nog vaak in Rwanda. Ze heeft zware gezondheidsproblemen gehad – te laat ontdekte galstenen, waardoor haar pancreas aangetast is – en is nu invalide en werkonbekwaam. Maar ze blijft bezig. Ze doet veel vrijwilligerswerk en vertaalt veel, als ze haar landgenoten maar kan helpen.

»We hebben even niet zo veel contact, Agnes en ik. Onze band is warm en hecht, maar niet zo onvoorwaardelijk als die met mijn Belgische ouders. Het gebeurt dat we elkaar op de één of andere manier schofferen. En omdat we allebei belachelijk koppig zijn, zeggen we soms: ‘Nu hoeft contact even niet meer.’ Het gaat altijd in golven. Nu is het dus weer wat minder.»

undefined

null Beeld

undefined

'Omdat mijn biologische moeder en ik allebei belachelijk koppig zijn, zeggen we we soms: 'Nu hoeft contact even niet meer''

HUMO Toen je op je 18de rijlessen volgde, schreeuwde je instructeur zo vaak dat ‘jouw volk toch echt niet kan rijden’, dat je het zelf ging geloven. Kreeg je dat over nog andere dingen te horen: ‘Jij bent zwart, dus je zult het vast niet kunnen’?

undefined

Hermans «Nooit meer zo expliciet als bij die instructeur, nee. Het is natuurlijk wel zo dat er op andere vlakken bijna geen zwarte rolmodellen waren. Geen enkele dokter in mijn omgeving zag eruit als ik. Geen leerkracht, geen advocaat, niemand op televisie... Dat heeft er wellicht voor gezorgd dat ik ervan uitging dat sommige dingen niet voor mij weggelegd waren.

»Ik heb wel het geluk gehad dat ik steeds door geweldige leerkrachten omringd was. Ze steunden en pushten me. Maar de nacht dat Barack Obama president van Amerika werd, ben ik wel keihard in tranen uitgebarsten. Mijn zus zat toen in Vietnam, maar ze belde me meteen op, ze was ook aan het huilen. We kregen allebei niet veel meer gezegd dan: ‘We did it!’ Ik kon er zelf de vinger niet op leggen waarom ik zo geëmotioneerd was door dat nieuws uit het verre Amerika, maar later hoorde ik de Amerikaanse comédienne Sherri Shepherd het perfect uitleggen in een talkshow: ‘Voor het eerst kon ik aan mijn zoon uitleggen: voor jou zijn er later geen limieten.’ Zo was het. Je krijgt dat moeilijk uitgelegd aan witte mensen, die met dat gevoel zijn opgegroeid. Maar voor het eerst voelde ik: als ze echt willen en hard werken, kunnen mijn kinderen later misschien eerste minister worden. No limits! Dat was nieuw, en het was overweldigend.»

HUMO Had je als kind een droomjob?

Hermans «Nee, ik wist alleen dat ik ooit succesvol wilde worden (lacht). Hoe ik dat moest worden, was een zorg voor later. Ik was er ook van overtuigd dat ik in het buitenland zou terechtkomen, in Amerika. Heel mijn culturele input – films, boeken, muziek – kwam van daar.»

HUMO Toen je als tiener op school de opdracht kreeg een schilderij te maken van hoe je jezelf in de toekomst zag, beeldde je jezelf af als ernstige zakenvrouw.

Hermans (lacht) «In maatpak. No way dat ik dat ooit wilde of zou worden, maar zo zag succes er voor mij toen blijkbaar uit. Eigenlijk zag ik alles groot. Ik wilde veel geld verdienen en veel kinderen krijgen. Zeven zonen: dat was lang mijn plan, om de één of andere reden. Ik heb dat megalomane denken nog vrij lang aangehouden. Op de leeftijd dat de meeste mensen al realistischer in hun ambities zijn, dacht ik over mijn gekste plannen nog altijd: ‘Moet kunnen!’

»Misschien ben ik op dat vlak zelfs nooit veranderd. Alleen heb ik mijn definitie van succes bijgesteld. Nu denk ik: ‘Als mijn kinderen, mijn man en ikzelf gelukkig zijn, dán ben ik succesvol.’ Volgens die definitie heb ik mijn wildste ambities waargemaakt.»

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234