null Beeld

De wonderjaren van Lieven Van Gils, presentator en sportjournalist: 'Ik was lange tijd niet goed met meisjes. Achter de grieten aanzitten vond ik maar gedoe'

Decennia vóór ‘Van Gils & gasten’ begon het openbare leven van Lieven Van Gils (54) achter de microfoon bij Studio Brussel. Maar wat kwam dáárvoor? Van Gils, onverhoeds terug naar de roots: ‘Ik schoot tussen de boer zijn benen en rende voor mijn leven. Nooit luider ‘yihaaa!’ geroepen dan toen.’

'Ik ben 15. Ik scoor in de laatste match, we zijn kampioen, iedereen springt op mij en ik denk: beter wordt het niet meer'

HUMO Op televisie straal je hoofdzakelijk nuchterheid uit. Heb je wel talent voor nostalgie?

Lieven Van Gils (denkt na) «In de buurt van Hoogstraten, waar ik ben opgegroeid, heb je twee voormalige bedelaarskolonies: Wortel en Merksplas. Nederland heeft er ook vijf. Initieel werden daar de arme mensen naartoe gestuurd om ze herop te voeden. Later werden er vooral landlopers ondergebracht. Het is een groot, magnifiek gebied met weilanden, bossen en statige, indrukwekkende dreven. Heel knap, je moet er eens naartoe.»

HUMO Dit is ‘Vlaanderen vakantieland’ niet, Lieven. To the point!

Van Gils «Die kolonie was niet afgesloten, dus wij reden daar als kinderen altijd door met ons fietsje. Om braambessen te plukken, of om te zwemmen in het Bootjesven, de plaatselijke vijver. In de winter – in mijn herinneringen waren alle winters toen bar koud – gingen we er schaatsen. Mooie tijden.

»In 1993 werd de wet op landloperij afgeschaft, en van dan af begon dat gebied te verkommeren en verkrotten. Die landlopers werden ingezet om het landgoed te onderhouden, hè. Een jaar of zeven geleden was ik er nog eens om een familiefoto te maken – mijn mama wil om de vijf jaar een portret met alle kinderen en kleinkinderen – en het zag er echt triest uit. Ik heb véél aanleg voor nostalgie, heb ik toen gemerkt.

»Gelukkig bekommert de vzw Kempens Landschap, die ijvert voor het behoud van gebouwen en natuurgebieden in de provincie Antwerpen, zich om de kolonies. Ik ben daar nu ambassadeur van. Men zou het gebied graag erkend zien als werelderfgoed, en de Unesco buigt zich op dit moment over het dossier.»

HUMO En?

Van Gils «Volgend jaar zullen we het weten. Maar áls de kolonies ooit werelderfgoed worden, spring ik for old times’ sake nog eens in het Bootjesven. Ik heb al een nieuwe zwembroek gekocht.»

HUMO Volgens je ouders kon je als kind goed andere kinderen manipuleren om iets van hen gedaan te krijgen.

null Beeld

Van Gils «Ik was leep, ja. Ooit kreeg ik van Sinterklaas een speelgoedpistool, zo eentje met pistonnekes. Bestaat dat nog? Ik zou geld geven om daar nog eens mee te mogen schieten! Het geluid van die knal, die slagpin op dat bolletje, die geur van verbrand kruit. Geuren en geluiden van vroeger kunnen me heel melancholisch maken...»

HUMO (kucht)

Van Gils «Ik dwaal af. Met mijn pistonnekespistool ging ik zo fier als een gieter naar de kleuterschool. Maar die dag kwam mijn neef Paul Pauwels naar de klas met een heuse mitraillette met échte vlammen, en dat was natuurlijk véél spectaculairder dan mijn prutpistool. Wel, op het einde van de dag keerde ik naar huis met zijn machtige geweer, en hij met mijn pistool. Ik had zo op hem ingepraat dat hij dacht dat hij een goede deal had gedaan. ‘Win-win’ zouden ze dat nu noemen, maar dat woord bestond toen nog niet.»

HUMO Kun je dat nog steeds?

Van Gils «Nee, die streken heb ik verleerd. Hoop ik. (Denkt na) Of misschien toch niet helemaal. Volgens mijn vrouw ben ik passief dominant, en dat wordt door enkele van mijn vrienden bevestigd. Ik lijk heel erg meegaand, maar schijn bedriegt. Finaal krijg ik toch vaak mijn zin, al heb je niet altijd door hoe ik het doe. Niet dat ik daar trots op ben.»

HUMO Hoogstraten heeft de op twee na hoogste kerktoren van Vlaanderen. Dat moet in je kindertijd een bron van trots zijn geweest.

null Beeld

Van Gils (lacht) «Het is inderdaad een indrukwekkend bouwwerk. De Kempen zijn biljartvlak, en de kerk van Hoogstraten zie je van mijlenver. Het is zelfs één van de grootste in Europa in rode baksteen. En ik heb een vrij groot deel van mijn leven doorgebracht in die kerk. Tot mijn 18de ging ik er zo goed als elke zondag consequent naar de mis.»

undefined

'Ik zie ons nog zitten in het knapenkoor, mijn maten en ik. En daarna, hup: met zijn allen naar het voetbal.'

HUMO Uit vroomheid?

Van Gils «Door de jaren met steeds meer tegenzin. Ik heb daarover veel ruzie gemaakt met mijn ouders, maar het was een huisregel waar ze niet van afstapten, en op den duur denk je: it’s not worth the fight. Ik zie ons daar nog zitten om zeven uur ’s ochtends, ik en mijn maten, allemaal naast elkaar op onze knieën. En meteen daarna, hup, vertrokken we met de fiets naar het voetbal.

null Beeld

»Ik ben gelukkig nooit misdienaar geweest, maar zat wel bij het knapenkoor. Allemaal jongens in zo’n albe, een wit kleed met een houten kruis op onze borst. Elk jaar kregen we een nieuwe albe, zodat onze enkels niet te bloot stonden. Kun je je dat nu nog voorstellen? Als ik mijn kinderen daar zo zou zien staan, als engeltjes in het wit, liep ik naar voren om dat kruis met geweld van hun nek te trekken (lacht). Maar toen vond ik het allemaal best.»

HUMO Is er een zanger aan jou verloren gegaan?

Van Gils «Ik kan toon houden, en daarmee is alles gezegd. Maar je hoeft geen goede zanger te zijn om zingen prettig te vinden. In het koor zitten is bijna een ploegsport: je maakt elkaar sterker. Qua klassieke muziek grijp ik nu nog altijd naar koor- of polyfone muziek. Zelfs in de rock kom ik vaak uit bij close harmony. The Beach Boys, Fleetwood Mac, Crowded House, Fleet Foxes, The Eagles...»

HUMO Naast sport liep ook de muziek als een rode draad door je jeugd. Je hebt pianoles gevolgd.

Van Gils «Wie bij ons thuis een béétje aanleg had, moest naar de muziekschool. Tot mijn grote frustratie was dat bij mij het geval. Mijn broer bleek er niet goed in en die mocht er verdorie na een jaar al mee stoppen!

»Maar erg interessant vond ik het niet. Die les was bij een oud juffrouwke, en als ik er om zes uur naartoe moest, begon ik om vijf uur te oefenen. Ik ging veel liever voetballen. Eén keer moest ik voor een examen iets moeilijks van Bach inoefenen. Ik had er lang op zitten sjieken, en net voor ik eraan mocht beginnen – voor een jury en al – hoorde ik een klasgenootje dat aan haar examen bezig was. Ik dacht: ‘Tiens, dat is een schoon muziekske. Waar ken ik dat van?’ Het heeft veel te lang geduurd eer ik besefte dat ze datzelfde Bach-stuk aan het spelen was, maar drie keer sneller en vijf keer beter (lacht).

»Nu kan ik genieten van klassieke muziek, maar op mijn 15de was dat anders.»

HUMO Je was een rocker.

Van Gils «Fuck klassieke muziek, dacht ik, gitaren moest ik hebben! Ik was een rocker, ja, met haar tot op mijn schouders. Mijn maten en ik, wij luisterden naar Jethro Tull, Led Zeppelin, Deep Purple... De punkperiode was ondertussen ook begonnen, maar met een hanenkam heb ik nooit rondgelopen.»

HUMO Kwam je tegen je ouders in opstand?

Van Gils «Niet echt. Er víél nergens tegen in opstand te komen. Op mijn 14de had ik genoeg gespaard voor een versterker, boxen, cassettedeck, alles erop en eraan. Toen ik thuis kwam aanzetten met mijn Deep Purple-lawaai, hadden mijn ouders gemakkelijk kunnen zeggen: ‘Zet dat maar in je kamer op.’ Maar nee: ik mocht er in de living naar luisteren, en zelfs loeihard. Mooi, toch?»

HUMO Misschien luisterden ze er zelf gewoon graag naar?

Van Gils «Nee. Voor mijn vader moet Deep Purple een kwelling zijn geweest. Maar ze waren tolerant. Jean-Michel Jarre kon hij beter smaken. Platen als ‘Equinoxe’ en ‘Oxygène’ waren van de eerste generatie computer- en synthesizermuziek. Daarover heeft hij eens gezegd: ‘Als Bach nu leefde, zou hij dit soort muziek maken.’ Hij stond er dus voor open, en dat probeer ik nu ook. Als mijn zonen (Noah (15) en Simon (18), red.) iets opleggen, betrap ik me soms op de gedachte: ‘Maar hoe kun je hier nu naar luisteren?’ Dat slik ik in. Je kunt kinderen niet verplichten iets goed of slecht te vinden. Op vakantie mag iedereen om beurten iets opzetten in de auto. Je merkt dat de kinderen er zelf de parels wel uitvissen. ‘Son of a Preacher Man’ van Dusty Springfield vinden ze nu bijvoorbeeld een wereldnummer en zingen ze van voren tot achteren mee.»

HUMO Als tiener hield je spreekbeurten en schreef je gezwollen traktaten over Pink Floyd.

Van Gils (lacht) «Ik heb mijn maturiteitsproef over ‘The Wall’ gedaan, ja. Over hoe je het thema van die plaat ook in andere kunstwerken terugvindt. ‘The Wall’ is het verhaal van Pink, en op het einde van kant 2 staat de song ‘Goodbye Cruel World’, waarin Pink zogezegd zelfmoord pleegt. Als je daarna kant 3 opzet, blijkt hij het niet te hebben gedaan. Mijn scriptie eindigde met de zinnen: ‘Pink Floyd is níét commercieel, maar dat zal men pas geloven als Roger Waters straks echt zelfmoord pleegt. Daarom: doe het, Roger! Pink Floyd forever!’ (lacht en kreunt tegelijk) Zie hem bezig, de pathetische puber die het beter weet dan alle volwassenen samen. Maar: best schattig.»

HUMO Kwam die met donkere gedachten goochelende puber vaker naar boven?

Van Gils «Nee, op die manier dacht ik alleen over muziek. Elke puber heeft natuurlijk zijn problemen en knokt met zichzelf, maar ik had het thuis best naar mijn zin. Het was een liefdevol nest, en dat probeer ik nu ook te creëren voor mijn kinderen.»


Kuskesdans

undefined

'Ik was lange tijd niet goed met meisjes. Achter de grieten aanzitten vond ik maar gedoe'

HUMO Gooide het vrouwvolk van Hoogstraten zich in je wilde jaren aan je voeten?

Van Gils (blaast) «Ik was lange tijd niet goed met meisjes. Ter compensatie focuste ik op andere dingen. Pinten drinken met maten. Fuiven organiseren, en daar ook muziek draaien. Of mezelf kletsnat in het zweet dansen. Achter de grieten aanzitten vond ik heel lang maar gedoe.

»In mijn tijd verliep het einde van elke fuif nog volgens het bekende stramien: eerst ‘La Bamba’, de kuskesdans, daarna de slows. Ik herinner me een keer dat ik op zo’n fuif met een meisje stond te kussen. Na de slows had ik haar wellicht mee naar buiten moeten nemen. Maar liever stelde ik haar voor aan mijn maten, zodat ik verder pinten kon pakken. Daarna is ze stilletjes vertrokken. Een week later was het weer fuif en toen stond datzelfde meisje ineens met één van mijn beste vrienden te kussen. Ik dacht: nu gaan we het krijgen. Maar een week later waren ze een koppel, nog later zijn ze getrouwd en nu zijn ze nog altijd samen. Opnieuw: win-win (lacht).

»Later heb ik het allemaal wel meegemaakt, hoor. Echt op iemand verliefd worden en haar niet kunnen krijgen. Of niets durven te zeggen. Jaja.»

HUMO Van Frank Raes heb ik nochtans vernomen dat alle koppels in Hoogstraten elkaar in dancing High Street ontmoetten.

Van Gils (lacht) «Dat is een begrip geworden, hè. Ik weet nog goed wanneer die dancing openging, ik was ongeveer 18, en de High Street bestaat nu nog altijd. In het begin kwam er vooral volk van Hoogstraten zelf, later kwamen de bezoekers van steeds verder, zelfs uit Nederland. Dan werd het een groot discotheekgebeuren: mijn wereld niet meer.»

HUMO Waren de seventies een goed decennium om jong te zijn? Studio Brussel bestond nog niet, de scholen waren nog niet gemengd, er was zelfs nog geen Snapchat!

Van Gils «Ik snap niet hoe wij dat deden! (lacht) Mijn jongste is op dit moment weer Fortnite aan het spelen, een computerspel dat hij met een maat op afstand speelt. Die zit ook thuis, en samen zijn ze vreemde mannen aan het afknallen. Ik klink als een oude zak, maar ik vind het jammer dat mijn kinderen nog amper op straat spelen. Gelukkig trekken ze wel vaak naar buiten om te voetballen of te tennissen. Ik lééfde op de openbare weg. Mijn vrienden en ik hoefden niet eens af te spreken. Je stapte gewoon buiten en keek rond: ‘Wie is hier, en wat gaan we doen?’»

undefined

'Een zomeravond met schurend strandzand tussen je tenen, dat associeer ik nog altijd met intens geluk.'

HUMO Eén van je lievelingsboeken is ‘High Fidelity’ van Nick Hornby. Hoofdpersonage Rob Fleming, een pop- en lijstjesfreak, vat daarin het leven samen aan de hand van top vijf-lijstjes. Wat zijn jouw vijf gelukkigste jeugdherinneringen?

Van Gils (denkt na) «Ik ben 8. Niet ver van ons huis ligt het maïsveld van boer Janssen. Verboden terrein, maar wij sluipen naar binnen en bouwen midden in het veld een geheim kamp. Op een dag ziet de boer ons binnenglippen en plots staat hij tussen ons, riek in de hand. Iedereen stuift weg, maar ik kan geen kant uit. Ik zie maar één oplossing: tussen zijn benen schieten en rennen voor mijn leven. De boer achter mij, maar ik doe hem verloren lopen in zijn eigen veld. Nooit luider ‘yihaaa!’ geroepen dan toen.

»Ik ben 10. Vakantie aan zee. Mijn moeder en haar vriendin maken bloemen van crêpepapier, de mooiste van het strand. Ze zijn te koop voor schelpjes. Met twee zakken vol schelpen keren we terug naar het appartement. We moeten het zand van onze benen en voeten wrijven. Dát gevoel, een zomeravond met schurend strandzand tussen je tenen, associeer ik nog altijd met intens geluk.

»Ik ben 12. Het is winter. Het Bootjesven in de kolonie van Wortel is dichtgevroren. We kunnen schaatsen! We laden onze rugzak vol eten en drinken en blijven een hele dag op het ijs. IJshockey met zelfgemaakte sticks. Tijdens de pauze blijk ik mijn brooddoos te zijn vergeten, maar van mijn neef Ben Van Gils krijg ik een enorme chocoladewafel zomaar cadeau. Ik kijk naar hem en ik hou van hem. Het is de lekkerste wafel ooit.

»Ik ben 15. De laatste voetbalwedstrijd van het seizoen, met de juniors van Hoogstraten tegen Zwarte Leeuw. Mijn maat Willy Verhoeven trapt een hoekschop en ik kop hem in de winkelhaak binnen. We zijn kampioen. Iedereen springt boven op mij. Ik voel het gewicht van tien ploegmaats op mij en denk: beter wordt het niet meer. Misschien ís het ook nooit meer beter geworden. Als voetballer al zeker niet.

»En nu? Ik prijs mezelf elke dag gelukkig. Count your blessings, een levensmotto. Maar het gelukkigst ben ik als mijn zonen zeggen: ‘Ik zie je graag, papa.’ En ze doen dat best vaak. Soms zomaar even langs hun neus weg. Alsof het niks is. Zij hebben het misschien niet door, maar elke keer smelt mijn hart als een ijsje.»


Augurken en patatten

HUMO Vooraf had je me verwittigd dat dit een saai interview kon worden. ‘Ik heb géén ongelukkige jeugd gehad, en geen trauma’s opgelopen. Behalve misschien een augurkentrauma.’ Hoezo?

Van Gils «Bij ons ging destijds élke student bijverdienen door augurken te sorteren op de grote veiling van Hoogstraten. Drie uur aan de lopende band, een kwartiertje schafttijd en terug. Massa’s augurken, en de opdracht was altijd dezelfde: de kromme moest je op een andere band gooien – tenzij er meer kromme waren dan rechte, dan moest het andersom – en de rotte in een vuilniskoker. Uren, dagen, wéken aan een stuk. Afstompend werk. ’s Nachts kwamen in mijn dromen legers augurken op me af gemarcheerd. Sindsdien krijg ik geen augurk meer door mijn keel.

»Ik heb trouwens nooit begrepen hoe het voor die veiling efficiënt kon zijn om daar studenten te laten werken. Als ze ons twee minuten niet in de gaten hielden, begonnen we ermee te gooien (lacht). Tu t’en fous, als student.»

HUMO Herinner je je het moment waarop je afscheid hebt genomen van je jeugd? Waar lag de drempel naar het volwassen leven?

Van Gils (onmiddellijk) «Tijdens de grote reis naar Leuven, de dag dat je eindelijk aan de universiteit mag gaan studeren, liet ik mijn jeugd achter mij. Dat was hét knipmoment. Ik was op mijn 18de nog kletsnat achter de oren. Ik wist van toeten noch blazen. Maar als je op kot gaat wonen, leer je je plan te trekken. Vanaf dan sta je op eigen benen.»

HUMO Gaat het zo snel?

Van Gils «Ik merk dat nu ook bij mijn oudste. In september vorig jaar heb ik hem voor het eerst afgezet aan zijn kot in Leuven. Ik zie nog voor mij hoe hij toch een beetje angstig door het raam naar buiten keek. Ondertussen is hij daar als een vis in het water. Hij beslist een hoop dingen voor zichzelf: waar hij gaat eten, hoe hij zijn geld besteedt, of hij al dan niet naar de les gaat... En hij geniet ervan. Maar ik besefte in september al: hij is weg, en voor altijd. »

'Net afgestudeerd, en dan een jaar lang patatten moeten schillen voor honderd euro per maand: die legerdienst was puur tijdverlies.'

HUMO Andere tijden: op je 22ste, net na je studies Germaanse, moest je het leger in.

null Beeld

Van Gils «Ik snap dat een land soldaten nodig heeft, en al bij al heb ik me er nog redelijk geamuseerd. Maar eigenlijk was dat puur tijdverlies. Je moet je voorstellen: je bent net afgestudeerd, wilt eindelijk gaan werken en in je eigen onderhoud voorzien, en dan zegt iemand: ‘Nu moet jij een jaar patatten schillen voor honderd euro per maand.’ Echt waar: 3.800 Belgische frank, meer was dat niet. Maar wie een min of meer gezonde jongen was, had toen geen andere keuze. Oké, de mannen met echte principes kozen voor burgerdienst. Maar daarvoor werd je gestraft, want dat duurde niet één, maar twéé jaar.»

HUMO Op welke manier heb je je er dan toch nog ‘redelijk geamuseerd’?

Van Gils «Ik had geluk. Ik kon bij Televox aan de slag, de televisiedienst van het leger. In Evere maakten we een soort journaal voor de Belgische troepen in Duitsland. Dan deden we bijvoorbeeld verslag van een tankcompetitie in Hamburg. Nijg, hoor. Tanks uit Canada, Frankrijk, Amerika, en die schoten dan op doelwitten. Als iets in brand stond, mochten wij mee in de blushelikopter. Of we trokken een camera door de loop van een kanon. Plezant. Dat werd mee gemaakt door mannen die toen al in het vak zaten, bij RTBF of RTL. ’s Avonds hebben zij me ook het nachtleven van Brussel leren kennen. Gaan eten, of pinten pakken op de Grote Markt. Of gaan dansen in de Mirano of de Fuse. Als ik die avond tenminste niet naar mijn andere job moest.»

HUMO De late shift bij de augurken?

Van Gils «Nachtdienst bij de Wereldomroep. Na mijn dagdienst in Evere reed ik naar de VRT, waar ik tot twee uur ’s nachts kon omroepen. En via Jan Wauters kon ik in het weekend bij de sportdienst aan de slag.»

HUMO Wanneer sliep je in die tijd?

Van Gils «Ik zat daar niet élke nacht, hè. Ik deed het net vaak genoeg om rond te komen. Ik was net weg van huis. Dan wil je je plan trekken.»

HUMO Bij jou thuis was je de enige die geïnteresseerd was in voetbal. Hebben je ouders je door hun desinteresse een carrière door de neus geboord?

Van Gils (lacht) «Was het maar waar! Nee, ik voetbalde graag, maar ik was lang niet goed genoeg om er een carrière uit te halen. Ik was nooit technisch fijnbesnaard. Lopen en koppen: daar moest ik het van hebben. Maar dat deed ik dan wel héél graag. Toen ik pas twee, drie weken bij Studio Brussel werkte, heb ik er eens een voetbalmatch georganiseerd, met medewerkers van de zender. (Trots) Nu, bijna dertig jaar later, speelt diezelfde ploeg nog altijd, en nog steeds in dezelfde sporthal.»

HUMO Wie was de meest getalenteerde van de ploeg?

Van Gils «Moeilijk te zeggen. Maar bij de radiostemmen zat er godverdorie niet één die een beetje kon voetballen. De ploeg bestond vooral uit mensen achter de schermen: samenstellers, promomensen...

»Ja, Chris Dusauchoit heeft één keer meegedaan. Als linksback heeft hij zijn lijn twee keer volledig afgelopen, daarna was hij kapot. We hebben hem moeten afvoeren (lacht).»

HUMO Voelde je tijd bij de jongensredactie van Studio Brussel als een soort tweede puberteit, de voortzetting van je jeugd?

Van Gils «Tuurlijk. Het allereerste wat ik ooit voor StuBru deed, was een promoactie door heel het land. Thomas Tindemans, de zoon van Leo, deed daar toen een soort studentenjob, en samen deden we een stickeractie, waarover ik dan verslag moest uitbrengen. Pas daarna kwamen dus de Wereldomroep en het leger. En nadat ik was afgezwaaid, kreeg ik al snel telefoon van Jan Schoukens (de oprichter van Studio Brussel, red.) : ‘Ik ga u daar weghalen bij de Wereldomroep.’

»Studio Brussel, dat was tien jaar lang maten onder elkaar. De medewerkers van toen blijven elkaar opzoeken, dat geeft aan dat het een bepalende periode was. Ik heb er ook bijzonder veel geleerd. Schoukens was een strenge baas, maar dat heeft ervoor gezorgd dat ik veeleisender werd voor mezelf.»

HUMO Schoukens kennende ging dat dan vooral over je uitspraak.

Van Gils «Als je op antenne iets verkeerd had uitgesproken, kreeg je zodra er een plaat startte metéén telefoon van de baas. Soms ging hij daar ver in. De stad Göteborg mochten we bijvoorbeeld niet uitspreken zoals het er staat. Dat moest ofwel op zijn Zweeds – ‘Jeutebeurje’ – ofwel in de oude Nederlandse versie: Gotenburg. Dat flikkerende oranje lichtje op mijn telefoontoestel: ik krijg er nog nachtmerries van. Vooral de manier waarop Schoukens zijn beklag deed, was brutaal. Die man had in elke kamer een radiotoestel staan, en soms belde hij gewoon vanuit zijn bad. ‘Maar Van Gils, wat hebt ge nu weer gezegd! Ik kreeg er golfslag van op mijn water!’ Ik heb het overleefd en heb héél veel van hem geleerd, maar ik kan me voorstellen dat zoiets je zelfvertrouwen kan ondergraven.»

HUMO Tijdens een interview werd jou eens gevraagd naar het meest beschamende moment uit je leven. Je kwam niet verder dan ‘die keer dat ik op de radio ‘De stand is 1-1 voor Racing Genk’ zei’. Als dat het gênantste is, ben je nooit jong geweest.

Van Gils «Uiteraard heb ik ergere herinneringen. De eerste die nu in me opkomt, stamt uit de tijd dat we in de lagere school op medisch onderzoek moesten. Vooral van de verpleegsters had ik een heilige schrik. Ken je nurse Ratched uit ‘One Flew over the Cuckoo’s Nest’? Dat type. Op een keer moest ik dringend plassen. Ik durfde niet te vragen of ik even naar het toilet mocht, dus liet ik het maar in mijn onderbroek lopen. Plots zag die verpleegster dat mijn onderbroek last kreeg van de zwaartekracht. ‘Van Gils, ik zal uw broek eens optrekken, zie!’ Ik dacht dat ik het vlaggen had, maar ze schudde mij terug goed in mijn onderbroek zonder iets te voelen. Een paar minuten later voelde de dokter wél nattigheid toen hij mijn edele deeltjes moest controleren. ‘Verdorie, gij hebt in uw broek gepist!’ riep hij. ‘Nee, nee, ik ben in een plas gevallen...’ Tevergeefs: deze keer zakte de meestermanipulator door het ijs. Ik voel nog altijd gêne als ik het kabinet van een dokter binnenstap.»

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234