De zaak Mawda: hoe de politie de schutter uit de wind probeert te zetten

Twee weken na de dood van het Koerdische meisje Mawda Shawri, dat tijdens een achtervolging door een politiekogel werd geraakt, kwamen de betrokken agenten samen voor ‘debriefing’. Het vertrouwelijke rapport dat daarbij werd opgesteld, leest als een witwasoperatie: er zijn vooral géén fouten gemaakt door de politie. Volgens mensenrechtenadvocaat Alexis Deswaef hebben de aanwezigen zich schuldig gemaakt aan ‘samenspanning van ambtenaren’, een strafbaar feit.


Lees meer over de zaak Mawda »

De vergadering vond plaats op 31 mei 2018. Met uitzondering van de man die het schot zou hebben afgevuurd waren alle agenten uit de achtervolgende politiewagens aanwezig, evenals de radio-operateurs die vanuit de politiecentrales in Namen en Henegouwen met hen in contact stonden. Ook de politiemensen die betrokken waren bij de eerste stappen van het onderzoek op de parking van Maisières, waar het busje met de dodelijk gewonde Mawda uiteindelijk tot stilstand kwam, waren present. Eén van hen was de agent die in zijn verslag van de fatale nacht uit het niets de hypothese had geformuleerd dat de migranten zelf het meisje hadden gedood, door met haar hoofd een raam van de bestelwagen in te beuken. Hij kreeg volgens het verslag van de vergadering complimenten van een collega over de manier waarop hij de zaak had afgehandeld.

Een andere aanwezige was de radio-operateur die tijdens de achtervolging vanuit de centrale van Henegouwen communiceerde met de wegpolitie. Hij gaf tijdens de vergadering de versie van de feiten die kort daarop door de advocaat van de schutter de wereld werd ingestuurd: het politievoertuig uit Bergen van waaruit het dodelijke schot werd gelost, kon door een probleem met het radionetwerk niet rechtstreeks communiceren met de wagens van de Naamse wegpolitie die het busje al langer achtervolgden. Daardoor kon de schutter niet weten dat er mensen in de laadruimte zaten.

Dat laatste klopt niet. Zelfs in het rapport van de vergadering van 31 mei, waarin de schutter uit de wind wordt gezet, staat dat ‘de centrale van Henegouwen alle binnenkomende informatie doorgaf’. Met andere woorden: de agenten uit Bergen haden dan wel geen rechtstreeks contact met de andere wagens, maar ‘de operateur in Henegouwen praatte met de Naamse politie en gaf alles door wat hij vernam. Omdat de rechtstreekse verbinding niet werkte, moesten ze op de ouderwetse manier iedere boodschap herhalen.’ Door een ‘technisch probleem’, meldt de operateur volgens het verslag van de vergadering, waren die gesprekken helaas niet opgenomen. De vraag blijft dus: over welke informatie beschikten de schutter en zijn collega aan het stuur precies?

Daarom is de getuigenis van de radio-operateur uit de centrale van Henegouwen van cruciaal belang. Maar die hebben we niet. Op dit moment is zelfs niet bekend of hij al officieel ondervraagd is geweest, al valt te vermoeden dat zijn versie in de lijn zal liggen van wat de schutter zelf beweert. Tijdens de ‘debriefing’ onder collega’s werd met zijn goedkeuring al genoteerd dat ‘de uitwisseling van informatie tussen de centrale van Henegouwen en de mensen van de wegpolitie niet optimaal lijkt te zijn geweest’. Bovendien kwam tijdens onderzoek van het Comité P een telefoongesprek boven water waarin die bewuste radio-operateur de schutter aanmaant om niet te veel uit te weiden over de feiten: ‘Ons gesprek wordt opgenomen. Hoe minder hiervan bekend raakt, hoe beter.’

'De agenten wer­den mogelijk onder druk gezet om hun getuigenis aan te passen' Alexis Deswaef


Wapens en coke

Ook de man die naast de schutter aan het stuur zat, eveneens een belangrijke getuige, was aanwezig tijdens de ‘debriefing’. Hij was op dat moment al wel uitgebreid door het Comité P ondervraagd, en had toen verschillende beweringen van zijn collega in de wagen tegengesproken. Zo liet hij op 22 mei optekenen: ‘De centrale had ons gesignaleerd dat onze collega’s een busje vol illegalen achtervolgden, en dat we moesten uitkijken omdat er migranten in de laadruimte zaten. De boordradio stond keihard, het was duidelijk verstaanbaar. Toen we dat hoorden, heb ik nog tegen mijn collega gezegd dat we geen risico’s zouden nemen.’ Maar tijdens de bijeenkomst op 31 mei werd enkel de versie van de schutter zelf in het verslag opgenomen: dat ‘de agenten in het voertuig uit Bergen helaas niet wisten dat er kinderen en migranten in het busje zaten’. De bestuurder, die een week eerder nog het tegendeel had beweerd, gaf geen kik. Te veel sociale druk?

Het verslag van de vergadering is zogenaamd vertrouwelijk, ‘voor beperkte kring’. Maar veel blijkt dat niet te betekenen, want het komt al snel in handen van tal van korpschefs en diensthoofden. De tekst lijkt een bewuste poging om de neuzen in dezelfde richting te krijgen en in de zaak-Mawda naar buiten te treden met een overtuigend verhaal. Het is dus het soort geheim document dat al snel ‘geheel toevallig’ in handen komt van journalisten en politici. Naar verluidt zou het intussen ook zijn opgenomen in het onderzoeksdossier.

Ook andere passages in het verslag lijken bedoeld te zijn om de acties van de politie bij een ruimer publiek te verantwoorden: ‘Mensensmokkelaars zijn tot alles bereid om uit de handen van de wet te blijven. Ze zijn gewapend en zitten aan de coke; sommigen hebben een verleden als PKK-strijders. Ze zijn in staat om uit een rijdend voertuig te springen en trekken zich er niets van aan als er iemand sterft.’ Eén van onze bronnen bij de politie waarschuwt dat de onderzoeksrechter in de zaak-Mawda maar beter kan nagaan of zulke aantijgingen terug te voeren zijn op reële, specifieke gerechtelijke verslagen van controles op illegale migranten op de Belgische wegen. Of zijn ze gewoon gebaseerd op sterke verhalen uit de media, met name de buitenlandse pers?


Strafbaar

We legden de ‘debriefing’ van de politiediensten rond de zaak-Mawda voor aan Alexis Deswaef, gewezen voorzitter van de Franstalige Liga voor de Mensenrechten. Die is formeel.

Alexis Deswaef «Het was een bijzonder slecht idee van de agenten om zoiets op touw te zetten. Ik sta er eerlijk gezegd versteld van, want dat een dergelijke bijeenkomst ongepast is, lijkt me een kwestie van gezond verstand: een aantal van de aanwezigen zijn getuigen of zelfs verdachten in een lopend gerechtelijk onderzoek. De vraag rijst dus onvermijdelijk of het doel was om een collectieve versie van de feiten af te spreken. De schade aan het onderzoek is des te groter omdat er agenten aanwezig waren die nog geen getuigenis hebben afgelegd voor het Comité P of de onderzoeksrechter. Nu valt niet meer uit te sluiten dat ze beïnvloed zijn door wat ze daar hebben gehoord. Misschien hebben ze wel nieuwe elementen vernomen waardoor hun kijk op de feiten is veranderd, of werden ze onder druk gezet om hun getuigenis aan te passen. Net daarom wordt een betrokkene soms in preventieve hechtenis genomen, om ieder contact met andere betrokkenen te verhinderen.»

Het respecteren van die fundamentele principes is voor ambtenaren en overheidsfunctionarissen overigens bij wet verplicht.

Deswaef «Artikel 233 van het Strafwetboek voorziet een gevangenisstraf van één tot zes maanden voor ‘samenspanning van ambtenaren’. En dat is hier duidelijk het geval. Er hoeft niet eens te worden aangetoond dat ze de rechtsgang hebben beïnvloed met valse informatie of door getuigen onder druk te zetten. Zo’n bijeenkomst wordt door de wet áltijd bestraft, zelfs als ze geen effect heeft gehad. Daarenboven heeft het Europees Hof voor de Rechten van de Mens duidelijke voorschriften om te verhinderen dat politieagenten na een schietpartij onderling een versie van de feiten afspreken.» © Paris Match

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle verhalen van de Humo rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234