De zombie gaat nooit dood. En de zombiefilm ook niet

De zombie-uitbraak is ook doorgedrongen tot de 72ste editie van het filmfestival in Cannes. Dat opent vanavond met een zombiekomedie. Wat maakt die wandelende lijken toch zo aantrekkelijk?

Een slaperig stadje met stille straten wordt opgeschrikt door een invasie van levende lijken. Zombies zijn het, griezels met een gelig witte huid, holle ogen, zwarte schaduwen rond hun mond en vieze haren. In ‘The Dead Don’t Die’, de nieuwe film van Jim Jarmusch, wordt één van hen gespeeld door de Amerikaanse rocker Iggy Pop, bekend om zijn verweerde uiterlijk. Hij had voor zijn optreden als zombie vast geen make-up nodig, zo wordt al gegrapt.

'Er zijn mensen die afhaken bij een verminkt hoofd maar velen vinden huiveren ook lekker'

Het Filmfestival van Cannes opent vanavond met deze zombiekomedie (‘zomkom’) van Jarmusch, en dat is veelzeggend. De filmmaker is sowieso een graag geziene gast in Cannes, maar met deze keuze wijst het festival ook op een trend. De horrorfilm bloeit, in Cannes zijn dit jaar maar liefst vier griezelfilms te zien. Waaronder nóg een zombiefilm, ‘Zombi Child’ van Bertrand Bonello.

Dat het levende lijk een geliefd personage is, bewijst de razend populaire zombieserie ‘The Walking Dead’, die afstevent op haar tiende seizoen. In die serie moet een groep mensen na de uitbraak van een epidemie zien te overleven in een postapocalyptische wereld vol wandelende doden. Ook in ‘Black Summer’, de nieuwste zombieserie op streamingdienst Netflix, krioelt het van de zombies. Deze exemplaren lopen trouwens niet langzaam, alsof ze in trance zijn of slaapwandelen, maar ze rennen hard grommend achter hun slachtoffers aan. Een van de personages die we volgen is een moeder die haar dochtertje kwijtraakt in de chaos die uitbreekt aan het begin van een zombie-apocalyps. Zombies duiken dus overal op. Wat maakt ze voor kijkers en filmmakers zo aantrekkelijk?


De zombie als kannibaal

Er zijn natuurlijk mensen die meteen afhaken bij een verminkt hoofd of rondspattend bloed, maar velen vinden huiveren ook lekker. Angst doet onder meer adrenaline en het gelukshormoon dopamine rijkelijk vloeien, ook tijdens het kijken naar horrorfilms. Nagelbijtend in de gordijnen hangen bij ‘Halloween‘, of bij de zombieklassieker ‘Night of the Living Dead’ (1968): zo’n avondje griezelen is ook prettig, het lucht op.

De Amerikaan George A. Romero, regisseur van ‘Night of the Living Dead’, wordt algemeen beschouwd als de uitvinder van de zombie zoals we hem kennen. In de film, die op een kerkhof begint, staan lijken op uit graven. Ze hebben honger. Op de tast, met uitgestrekte armen en weggedraaide ogen, gaan ze op zoek naar warm mensenvlees. De zombies die Romero opvoert zijn kannibalen. En let op: er is besmettingsgevaar. Wie gebeten wordt door een zombie, wordt er zelf ook een. Werkelijk bloedstollend is het om te zien hoe een groepje mensen, verschanst in een verlaten boerderij, zich weert tegen de monsterlijke wezens die maar één doel hebben: hersenen oppeuzelen.

'Een van de voordelen van de zombie is dat hij, anders dan de vampier, géén literaire bron heeft'

Legendarisch is het verhaal achter de film die met bij elkaar gesprokkeld geld en simpele middelen werd gemaakt door een vriendengroep uit Pennsylvania en uitgroeide tot een sensatie. Zelfs de receptioniste en de grimeuse deden mee als zombies. Een medewerker die voor ander werk veel in slachthuizen kwam, bracht voor de gore scènes ingewanden mee.

De kracht van de film is dat hij een enorme energie uitstraalt, heel rauw en direct. Er wordt nergens omheen gedraaid. Tegelijkertijd kon er van alles in de film worden gelezen. De een zag er een commentaar in op de Vietnamoorlog, de ander associeerde de aanwezigheid van een zwarte held in het nauw met de moord op Martin Luther King, gepleegd in het jaar waarin Romero’s ijselijke horror verscheen.


Zombie als crisismetafoor

Het is een populaire theorie dat zombies vooral verschijnen in tijden van crisis. De eerste echte zombiefilm verscheen zelfs midden in de crisisjaren. ‘White Zombie’ (1932) voert naar Haïti, waar een witte voodoo-priester zombie-slaven houdt. Je ziet hier al de holle blik in de ogen van de zombies, maar de hongerige ondode die eind jaren zestig door Romero werd vormgegeven, moest nog worden geboren.

Oorlogen en ongelukken, virussen en mislukte wetenschappelijke experimenten, terroristische aanslagen en milieurampen: ze zijn een vruchtbare voedingsbodem voor de zombiefilm. Het genre biedt filmmakers de kans om ons met onze eigen angsten te confronteren, niet rechtstreeks maar via een omweg. De zombie huist in het rijk van de verbeelding, in een fantasiewereld waar we naar hartelust kunnen griezelen. Of lachen, als het om een zomkom gaat.

Het is niet moeilijk in de huidige zombie-uitbraak een metafoor te zien voor alles wat rot is in de moderne wereld. Sinds Romero ons met zijn levende doden de stuipen op het lijf joeg, is de zombie een prachtig substituut geworden voor politieke en economische onrust en angsten waarmee we worstelen in ons persoonlijke leven.

Een van de voordelen van de zombie is dat hij – anders dan zijn bloedzuigende familielid de vampier – géén literaire bron heeft. Daarmee geeft hij filmmakers de vrijheid om eindeloos te variëren: er is een zombieclown met kettingzaag gesignaleerd en een zombie die op de zeebodem een haai opeet. Er zijn nazi’s met een zombieleger en zombies die uit de ruimte op aarde zijn neergedaald.

De zombiefilm lijkt onuitroeibaar, net als het ondode monster zelf: hij staat steeds weer op, of zoals de titel van Jarmusch’ film luidt: de doden gaan niet dood.

Ⓒ Trouw

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234