null Beeld

De zomer van de cocktails, deel 2: Belgische kampioenen on the rocks

Sterkedrank, gemengd met bitters en suiker, geserveerd in een voorgekoeld glas waarin een grote klomp helder ijs zachtjes rondtolt: in het licht van de geschiedenis stelt het geen bal voor, zoals cocktailhistoricus David Wondrich vorige week in Humo vertelde, maar ’t biedt niettemin een glimp van een andere wereld.

'We kopen allemaal kruiden en planten in pakjes en potjes in de supermarkt, terwijl sommige van die producten gewoon langs de kant van de weg te vinden zijn! Dat is toch belachelijk?' Jurgen Nobels

Tenminste: als de cocktail in kwestie tevoorschijn getoverd werd door een ware vakman, zo eentje die – dixit cocktaillegende Gary Regan – ‘zo georganiseerd is als een archiefbediende, zo punctueel als de winterzonnestilstand, keurig en netjes als een doorgewinterde bibliothecaris’. De grote Amerikaanse journalist en satiricus H.L. Mencken schuwde de lyriek niet toen hij de gemiddelde bartender in 1911 beschreef als ‘een man van zelfrespect en zelfbeheersing, die uitblinkt in een lastige kunst en zich daar uitermate bewust van is; een man die terugdeinst voor zowel bruutheid als smerigheid; in het kort: een gentleman’. Zouden ongetwijfeld de zegen van Regan én Mencken verdienen: Olivier Jacobs (34) en Jurgen Nobels (27). Die eerste bestiert de heerlijke Gentse speakeasybar Jigger’s, en won tot tweemaal toe de Belgische finale van de World Class Bartender-wedstrijd (zeg maar: het wereldkampioenschap cocktails maken). Nobels jongleerde met shaker en barlepel in allerhande etablissementen aan zee en in het Gentse, en eind augustus verdedigt hij in Kaapstad de Belgische driekleur tijdens de internationale finale van diezelfde kamp.

HUMO Een barman heeft veel gemeen met een deejay: je geeft het publiek wat het wil, met name iets lekkers waarbij het compleet uit de bol kan gaan. Maar tegelijk wil je de mensen ook iets nieuws bijbrengen. In jullie geval: een gemixt drankje waarvan ze geen idee hadden dat het bestond, maar dat toch hun leven kan veranderen.

Olivier Jacobs (knikt) «Daar heeft ons beroep inderdaad iets van.»

Jurgen Nobels «Mee eens, en dan vooral omdat we ons publiek allebei perfect moeten aanvoelen. Een deejay kan urenlang de ene fantastische plaat aan de andere mixen, maar als niemand danst, is het feestje maar zozo. Dat geldt ook voor ons: ik maak doodgraag fancy drankjes met tien ingrediënten en een navenant subtiel smaakpalet, maar ik wil toch vooral dat mensen zich amuseren.»

'Mensen vragen vaak waarom we geen bier serveren. Je bestelt toch ook geen sushi in de pitabar?'

Jacobs «Anderzijds: je bestelt ook geen sushi bij de pitabar, hè? Met die oneliner probeer ik weleens uit te leggen waarom wij in onze bar geen bier verkopen: mensen begrijpen dat niet altijd meteen. Ik ben barman geworden omdat ik graag creatief in de weer ben met sterkedrank, maar ik ben tegelijk – sorry voor de term – manager van een bar: ’t komt er dus op aan een evenwicht te vinden tussen je ding doen en economisch rendabel zijn. Daarom staan op onze weekkaart altijd cocktails die lijken op drankjes die de doorsnee bargast misschien kent: variaties op de mojito, bijvoorbeeld, of op de Whiskey Sour. Die houvast is nodig, want we krijgen steeds vaker verdwaalde reizigers over de vloer: toeristen die bij ‘een cocktailbar’ meteen aan Frozen Strawberry Daiquiri’s denken. Niks mis mee, maar dat zit niet in ons assortiment. En je kunt die mensen beter een kapstok aanbieden, anders kiezen ze misschien in het wilde weg iets van de kaart dat hen minder bevalt. En ik heb toch vooral graag dat ze nog eens terugkomen.»

HUMO Veel barmannen beginnen met de ogen te rollen als iemand over een mojito begint, bijvoorbeeld omdat het – zoals ik ergens las – de ultieme kettingreactiecocktail is: als iemand ’m bestelt, mag je er donder op zeggen dat binnen de vijf minuten iedereen binnen een straal van drie meter aan de bar er ook eentje wil.

Nobels «Begrijpelijk, want hij ziet er fantastisch uit. En als-ie goed gemaakt is, is het nog wreed lekker ook.»

Jacobs «Als iemand in mijn bar om een mojito vraagt, ben ik vaak geneigd om er gauw eentje te maken. In tegenstelling tot de andere jongens: die stribbelen sneller tegen, bijvoorbeeld door onze variant op de mojito aan te prijzen. Maar als ik merk dat de man of vrouw in kwestie geen idéé heeft waar hij of zij is beland, dan maak ik ze eentje. Terwijl ze ’m opdrinken, leg ik langs mijn neus weg uit waarom we geen mojito op de kaart hebben. Meestal begint het ze halverwege hun drankje te dagen, en bestellen ze daarna iets avontuurlijkers. Werkt véél beter dan botweg te zeggen: ‘Sorry, wij maken hier geen mojito’s.’»


Kunst in een glas

HUMO Weinig landen waar de gin-tonic-hype zo heeft gewoed als in België. Heeft ze jullie leven op enigerlei wijze vergemakkelijkt?

Nobels «’t Is leuk dat ik niet meer met hand en tand moet uitleggen dat cocktails een serieuze zaak zijn. Veel mensen weten nu trouwens perfect welke gin ze willen drinken, en welke tonic daarbij hoort. En heel soms hebben ze ook suggesties over het garnituur: kan ik allemaal mee leven.»

Jacobs «Tot blijkt dat je hun favoriete gin niet in huis hebt: paniek, want dan moeten ze uitleggen wat ze lekker vinden. Vaak komen ze niet verder dan: ‘Zoet.’ Maar als je dan wat doorvraagt, of er bijvoorbeeld iets is dat ze absoluut niét lusten, dan antwoorden ze meestal met: ‘O nee, doe maar, ik lust alles.’ Waarna je er vergif kunt op innemen: níét pikant, níét rokerig, en liefst niet te zuur (lacht).»

Nobels «Daar blijf ik me over verbazen: het is toch geen rocketscience? Het gaat nota bene over smaak, iets waar we allemaal al van bij onze geboorte mee bezig zijn.»

Jacobs «Ik vergelijk het graag met het aanleren van een taal: hoe uitgebreider je woordenschat, hoe meer nuance je kunt leggen in je spraak of schriftuur, en hoe beter je dus kunt verwoorden hoe je je voelt of wat je wil. Hoe meer je over drank weet, hoe makkelijker het is om te weten of je zin hebt in pakweg een Manhattan, een Negroni of een Daiquiri. Maar zoals Jurgen al zei: wij barmannen zijn er om de gasten daarbij te helpen. Hoe meer je afweet van je producten, hoe beter je ze kunt combineren en hoe beter je ze kunt afstemmen op iemands smaakpalet.»

Nobels «Vergis je niet: ’t is voor ons ook vaak frustrerend, want hoe meer je leert, hoe beter je beseft dat je niks weet (lacht). Je moet niet alleen een goeie basiskennis hebben van de vele soorten sterkedrank, je moet ook weten met welke andere likeuren, sappen, siropen of kruiden je kunt combineren. Niet simpel, maar wel boeiend, want je blijft bijleren.»

HUMO Mag ik m’n favoriete drankenschrijver Jason Wilson even citeren? ‘Drinken,’ zo schrijft hij in ‘Boozehound’, ‘kan een esthetische ervaring teweegbrengen die aanleunt bij degene die je krijgt van boeken, kunst of muziek. Leren hoe je alcohol moet proeven, verschilt in niets van de studie van eender welke andere geesteswetenschap: leren hoe je de Russische literatuur kunt degusteren, hoe je naar een schilderij uit de Duitse expressionistische school kijkt of naar ‘Rigoletto’ luistert.’ Kortom: als drinken een esthetische ervaring is, dan zijn cocktails eigenlijk kunst.

Jacobs «Absoluut. ’t Is enerzijds een ambacht, iets waar je door herhaling goed in kunt worden, maar tegelijk creëer je iets wat mensen in vervoering brengt. In de kunstwereld is het ambacht de afgelopen decennia wat naar de achtergrond verdrongen, het concept heeft terrein gewonnen, en dat is jammer. Vroeger schilderde een kunstenaar in opdracht van een mecenas: hij voerde z’n ambacht zo perfect mogelijk uit. De afgelopen decennia is kunst één groot speculatiespel geworden, het ambacht is maar een deeltje van het geheel geworden.

»Ik ben dan ook nogal een fan van designers die gebruiksvoorwerpen en alledaagse objecten ontwerpen, maar met een zekere elegantie. Dat probeer ik ook te doen als ik cocktails bedenk én maak. Als ik in ‘Imbibe!’ van David Wondrich lees, of ik blader door de oude cocktailhandboeken van Jerry Thomas, Harry Johnson of onze eigen Robert Vermeire, dan haal ik daar veel inspiratie uit. En van de Japanse cocktailschool heb ik dan weer onthouden dat je kunt streven naar iets wat functioneel schoon is – een goeie cocktail drink je uit een mooi glas, met mooi ijs en mooi en verzorgd garnituur. Maar ’t moet liefst wel een beetje toegankelijk blijven: ik hou niet zo van bars waar het te stijf aan toegaat, ’t mag gerust een beetje streetwise zijn.»

Nobels «Ik ga veel liever naar een café waar je vrolijk met de barman kunt kletsen terwijl hij lekkere pinten tapt dan naar zo’n chique bar waar ze je zonder glimlach een perfecte cocktail schenken. Een drankje is ook maar een déél van het verhaal.»

HUMO Een goeie barman proeft zijn creaties voor: hoe dronken word je daar eigenlijk van?

Nobels «Ik heb het eens geturfd: een gemiddelde cocktail bevat ongeveer driehonderd barlepels. Dat wil zeggen dat je driehonderd drankjes moet maken voor je één schamele cocktail op hebt. Valt goed mee, dus.»

'In sommige bars drinkt het personeel tussendoor shotjes, probeer dan maar eens alert te blijven' Olivier Jacobs

Jacobs «Laat ons wel wezen: alcohol blijft een drug, en daar moet je dus een beetje mee uitkijken. In sommige bars drinkt het personeel tussendoor shotjes, maar probeer dan maar eens alert te blijven.»

HUMO In de New Yorkse topbar Death & Co starten ze de avond steevast met...

Nobels (snel) «...een mini-Daiquiri. En tegen elven nog een shot tequila, als ik me niet vergis.»

Jacobs «Wij doen alleen shotjes in het weekend, en pas na twaalf uur. Maar nooit pure sterkedrank: een cocktail meestal, verdeeld over shotglaasjes. Twee, drie slokken van een cocktail dus. Geloof me: dat is een stuk aangenamer dan een shot whiskey of gin achteroverslaan, want daar ga je vaak van zweten als een rund. En bij het eerstvolgende drankje dat je maakt, stoot je dan geheid het glas omver (lacht).»

Nobels «Dronken achter de bar staan, dat kun je je gewoonweg niet permitteren.»


Sprezzatura

HUMO Voornoemde Jason Wilson maakt zich graag vrolijk over de hippe term ‘mixologist’: ‘Laat ons het op een akkoordje gooien: ik beloof niet te doen alsof ik de Pulitzer Prize zal winnen met over drank te schrijven. Maar ter compensatie zullen we mensen die drankjes maken voor de kost gewoon ‘barmannen’ noemen.’ Hoe noemen jullie jezelf?

Nobels «Barman, of bartender. Mixologie is slechts één aspect van wat een bartender doet, toch?»

Jacobs «Zeggen dat je een mixologist bent, dat is zoals jezelf geen ‘poetsvrouw’ noemen maar...»

HUMO ...sanitation manager?

Jacobs «Yep.»

Nobels «Misschien dat mensen die zich zo noemen niet echt trots zijn op hun beroep, en dan maar een term gebruiken die verhult wat ze eigenlijk doen voor de kost. Maar ik begrijp het niet: ‘barman’ is toch geen scheldwoord? Ik noem mezelf toch altijd zo, als iemand erom vraagt.»

Jacobs «Ik heb één keer gezegd dat ik ‘mixologist’ ben, op vakantie in Panama, tegen een kamerbrede maar patserige Amerikaan die mijn lief half aan het versieren was. Ik wilde ’m onder tafel praten, maar toen bleek dat hij zelf ook eens een cursus ‘mixology’ had gevolgd. Moraal van het verhaal: nooit uitpakken met een belachelijke term als je iemand wil overtroeven.»

HUMO Een goeie cocktail maken luistert nauw: het draait hem allemaal om de perfecte balans tussen – laat ons de Old Fashioned maar even als voorbeeld nemen – sterkedrank, bitters, citrus en suiker. ’t Is culinaire spitstechnologie, eigenlijk.

Nobels «Jij weet dat, maar 90 procent van onze gasten heeft geen flauw benul van het werk dat daarin kruipt, hoor. Ze willen zich gewoon amuseren, en daar hoort dan een lekker drankje bij. Vind ik trouwens prima, zolang wij achter de schermen maar zonder remmen de nerd kunnen uithangen. Al moet je ook niet té nerdy doen, want uiteindelijk wil je gewoon snel en efficiënt kunnen werken, en... (Tegen Jacobs) Wat?»

Jacobs (gniffelt) «Komaan, jong. Weet je nog die keer dat we tijdens zo’n bartenders’ night om de beurt een Manhattan maakten met dezelfde drank in exact dezelfde verhoudingen, gewoon om te checken of iemands roerstijl de smaak zou beïnvloeden? Als dat niet nerdy is, dan weet ik het ook niet meer. Om nog maar te zwijgen van die workshop die ik met een paar collega’s heb gevolgd bij Stanislav Vadrna, een halve goeroe en een expert in Japanse bartechnieken. We moesten urenlang met eetstokjes in een glas zonder ijs roeren – of liever: van voren naar achteren, tak-tak, tak-tak, tak-tak, om onze stirtechniek te verbeteren. ’s Avonds gingen we zuipen, ’s anderendaags zaten we om acht uur weer tak-tak, tak-tak te doen, net zolang tot onze vingers ervan bloedden. En daarna begonnen we aan onze shaketechniek. Veel bijgeleerd, wel.»

Nobels «Over stirren gesproken: dat heb ik thuis ook vaak urenlang in de zetel zitten oefenen, terwijl ik tv keek. Eerst met m’n linkerhand, en nu ben ik het aan het oefenen met mijn rechterhand.»

HUMO Om twee cocktails tegelijk te kunnen stirren?

Nobels (knikt) «Ik kan nu ook al double stirren, maar ik zou het graag toch met wat meer flair willen doen.»

Jacobs «Hoor je dat? We streven gewoon heel fanatiek naar wat in het Italiaans ‘sprezzatura’ heet: dat je moeilijke handelingen met een zekere nonchalance kunt uitvoeren, zodat het lijkt alsof het je nauwelijks moeite kost.»


De beste mojito van de zeedijk

HUMO Jurgen: eind augustus trek jij naar Kaapstad voor de finale van de World Class Bartender-wedstrijd. Ben je al hard aan het drin... pardon, trainen?

Nobels «Ik heb net een paar dagen bootcamp in Madrid achter de rug: we kregen er workshops over hoe we onze presentatietechnieken konden verbeteren en zo. Verder ben ik nog volop aan het nadenken over de drankjes die ik wil serveren – je moet toch met iets speciaals voor de dag komen als je zo’n internationale jury wil imponeren.»

'Stressen doe ik vooraf, op het moment suprême laat ik alles los en amuseer ik me rot' Jurgen Nobels

HUMO Ik zag je aan het werk tijdens de Belgische finale in Brussel: je leek er erg veel plezier aan te beleven.

Nobels «Ik heb de neiging om tijdens de voorbereiding superhard te stressen, maar op het moment suprême kan ik alles loslaten: dan doe ik gewoon mijn job, en amuseer ik me rot. Ik had m’n presentatie in Brussel trouwens niet vooraf gerepeteerd – of liever: toch niet in één keer. Ik wilde het een beetje spontaan houden, anders lijkt het algauw zo gemaakt. Ik had trouwens een cocktail gemaakt waarin bier zat dat ik samen met een vriend had gebrouwen: het zag eruit als een pint, en bovendien serveerde ik het op een bierviltje. Een beetje ballsy voor zo’n chique gelegenheid, maar dat is nu eenmaal mijn stijl. En de juryleden waren blijkbaar toch onder de indruk van de smaak. Ik was allang blij dat ze niet stijf op hun stoeltje bleven zitten, maar dat ze gewoon bij mij aan de toog stonden te keuvelen, zonder dat ze er erg in hadden – missie geslaagd.»

HUMO Olivier: jij won de Belgische finale in 2011 en 2012 en mocht dus naar de internationale finale in Delhi en Rio de Janeiro.

Jacobs «Ik schrok er vooral van dat sommige van die kandidaten een volledig team achter zich hadden. Bij ons was het: ‘Hier is je ticket, trek je plan.’ Het jaar nadien ging er wél een Belgische vertegenwoordiger mee, maar die kwam toe in het hotel toen ik naar mijn presentatie vertrok. De Chinese deelnemer had een persoonlijke assistent ter beschikking – een meisje dat al zijn gerief droeg.

'Op de World Class Bartender-wedstrijd besef je plots héél goed dat je eigenlijk een marionet in het poppenspel van een multinational bent' Olivier Jacobs

»Het was sowieso interessant om te doen, maar ik had het toch lastig met die corporate toestanden. In 2011 zaten we met zijn allen in een poepchic en peperduur hotel in Delhi, met een paar honderd brand ambassadors die je constant proberen te brainwashen – dan besef je héél goed dat je eigenlijk een marionet in het poppenspel van een multinational bent. En als je even een luchtje wil gaan scheppen, struikel je over de voeten van bedelaars die in de goot liggen te creperen. Daar was ik zo van gedegouteerd dat ik het jaar nadien niet meer aan de Belgische voorrondes wilde deelnemen. Maar ik ben uiteindelijk toch overstag gegaan, omdat er collega’s geselecteerd waren van wie ik niet zomaar wilde verliezen (grijnst).»

HUMO Beetje een competitiebeest, dus?

Jacobs «Het altijd beter willen doen dan iemand anders: dat is sowieso de sleutel. ‘Zie je die gast daar? Die maakt de beste mojito in de omstreken.’ ‘O ja? Dat zullen we dan wel eens zien.’»


Trucje van oma

HUMO Olivier: klopt het dat jij in Jigger’s geen cocktails met limoen serveert?

Jacobs «Jamais. Correctie: héél af en toe. Maar in de zomer alleszins nooit, want dan komen ze steevast uit Mexico of Brazilië en zijn ze keihard en superdroog.»

Nobels «Wat wil je? Ze worden onrijp geplukt en moeten dan maar in de container onderweg naar hier rijpen. Er zit geen zon in, hè.»

Jacobs «Ik wil hyperbewust omgaan met de ingrediënten die ik in mijn cocktails gebruik. Citrusvruchten worden ontzettend vaak gebruikt, omwille van het sap, maar vooral vanwege de oliën in de schil – je kunt er bijna niet omheen. Maar ik vind het anderzijds niet normaal dat er het hele jaar door bergen citroenen in de supermarkt liggen: dat klopt niet. Vandaar dat ik meestal maar één drankje met citrus op onze suggestiekaart heb staan. Voor de rest probeer ik met vervangers te werken: verjus bijvoorbeeld, sap van onrijpe druiven.»

Nobels «Of je kunt een shrub maken van fruit, met azijn en suiker: ’t is eigenlijk een ouderwetse bewaartechniek, maar heel bruikbaar in cocktails. Heb ik trouwens allemaal van Olivier geleerd. We hebben een paar keer samengewerkt, en ik heb héél vaak bij Jigger’s aan de bar gehangen.

»We zijn ook allebei geïnteresseerd in planten en kruiden die in het wild groeien. ’t Is het seizoen van de vlierbloesem: waarom zou je die niet gewoon ergens van de struik gaan snijden? Serieus: we kopen allemaal kruiden en planten in pakjes en potjes in de supermarkt, terwijl sommige van die producten bij wijze van spreken gewoon langs de kant van de weg te vinden zijn! Dat is toch belachelijk? Vroeger was er in de zomer een overvloed van fruit, groenten en granen, en in de winter geen, euh, kloot. Dus: ze pekelden of legden al die dingen in azijn en maakten ze in voor gebruik in de winter. Die kennis wil ik ook vergaren, en er mijn voordeel mee doen. Maar ik ben blij dat het bewustzijn van de mensen groeit: ze beseffen dat sommige groentes in de winter per vliegtuig worden geleverd, en dat daar een enorm prijskaartje aan vasthangt.»

Jacobs «Het is ook weer niet zo’n revolutionaire daad om geen limoenen te gebruiken, hoor. Tim Philips van Bulletin Place in Sydney, één van de beste bars ter wereld, doet het ook niet. En kom niet af met ‘ja maar, dan kun je ook geen margarita meer maken’: ik maak de mijne gewoon met citroen, en ik heb er nog nooit eentje teruggekregen omdat hij niet smaakte.

»Ik neem trouwens niet om het even welk drankmerk in huis. Idealiter werk ik met producten van kleine stokerijen of familiebedrijven, of alleszins ethisch verantwoorde streekproducten. Maar dan moet je je wel goed informeren, en dat is niet altijd makkelijk. Soms zit zo’n merk waarvan je denkt dat het tot in de kleinste vezel koosjer is, via via toch onder dak bij één of andere vuile multinational die politici omkoopt en het milieu om zeep helpt.»


Tapkastromantiek

HUMO Niemand wordt als barman geboren, maar zoals cocktaillegende Gary Regan schrijft in ‘The Joy of Mixology’ moet je er wél voor in de wieg gelegd zijn. Wanneer heeft de romantiek van de tapkast jullie in de ban gekregen?

Jacobs «Toen ik als limonadier bij Siphon werkte, een palingrestaurant in Damme dat al een paar generaties meegaat. Ik bracht de drankjes naar de tafels, maar ik keek toch vooral op naar de barman. Hij straalde een zekere grandeur uit, ’t leek alsof hij wat meer mocht dan de rest. In de horeca werken was allesbehalve een jongensdroom, maar na mijn studie grafiek raakte ik verzeild in een brasserie, en de barman daar heeft me veel bijgebracht over drank. En toen begon het me langzaam te dagen: met cocktails kun je even creatief zijn als met tekenen.»

Nobels «Ik werkte tijdens mijn studies economie – nooit afgemaakt, trouwens – ook als kelner in restaurants, maar ’t was altijd mijn ambitie om achter de bar te belanden. Toen ik in mijn thuisstad Oostende in een club kon gaan werken, heb ik me daar vrij snel opgewerkt: glazen ophalen, dan achter de bar, en later verantwoordelijke voor de hele bar. Toen de eigenaar een brasserie begon, ben ik daar mee ingestapt. Ik heb me eerst op de espressomachine gestort: cursussen over koffie gevolgd en zo, en toen ging er plots een hele wereld open. Toen we cocktails gingen schenken – nu ja: mojito’s en caipirinha’s – heb ik me daar volledig op gesmeten.»

HUMO Je hebt ook een tijdje bij Pure C gewerkt, de brasserie van Sergio Herman in Cadzand. Goeie leerschool?

Nobels «Absoluut, enorm veel geleerd. Maar ik wil groeien! Bijleren! Vooruitgaan!»

HUMO Kortom: je hebt een klein beetje last van professionele bindingsangst.

Nobels (lacht) «Helemaal niet, maar de cocktailwereld is een kleine vijver, en de vacatures voor barmannen zijn nu ook weer niet zo dik gezaaid. Ik heb het voorbije jaar alle kansen die voorbijkwamen gegrepen, en daardoor ook een beetje van hot naar her gehold. Maar ik kijk er toch naar uit om ergens neer te strijken: het kost altijd wat tijd voor je ergens kunt aarden, maar dat komt je werk ten goede. De job zelf is alleszins afwisselend genoeg: ’t is elke avond wat anders, en je kunt eindeloos blijven experimenteren.»

Jacobs «Je moet er gewoon voor zorgen dat je niet vastroest. Ik heb mijn eigen bar, maar ik wil natuurlijk niet gewoon de rest van mijn leven siroopjes maken en Manhattans stirren: vandaar dat ik nog een paar andere ballen in de lucht houd.»

HUMO Een eigen tv-programma, of toch maar een tweede bar?

Jacobs «‘Het leven zoals het is: Jigger’s’? Nee, dank je. En verder: geen commentaar (lacht). Maar ik werk met een geweldig team: allemaal gasten die net als ik de lat heel hoog leggen, dus daar zit nog véél groeimarge op.»

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234