De zoon van Pedro Elias kreeg kanker in 2019: 'Ik heb elke nacht gedacht dat hij ging sterven'

Het leven heeft tv-maker Pedro Elias (45) het afgelopen jaar niet vertroeteld. Zijn 4-jarige zoon kreeg leukemie, zijn 83-jarige vader overleed. Tussen de ellende door was er ook schoonheid. ‘Vrienden – ik noem hen ‘de vrienden van de klink’ – hebben maandenlang eten voor ons gemaakt. Ze hingen dat dan ’s ochtends aan de deurklink op. Dat was ongelooflijk ontroerend.’

Het jaar 2019 zal voor Pedro Elias de geschiedenis ingaan als het jaar waarin hij gesandwicht werd tussen twee existentiële beproevingen. In maart kreeg hij te horen dat de wreedaard genaamd kanker zijn zoon Rover te pakken had gekregen. En in oktober moest hij toezien hoe zijn vader overleed aan de gevolgen van een hersenbloeding. Redenen genoeg om ‘Annus horribilis!’ te roepen en een weekje in de dichtsbijzijnde goot te gaan liggen. Maar Pedro Elias heeft een genetische troefkaart: een goed ontwikkeld gevoel voor humor, waarmee hij zelfs de dofste ellende nog een beetje kan doen blinken.

“Een paar maanden geleden verliet ik samen met Rover het ziekenhuis. Hij had net een chemobehandeling gekregen. Terwijl ik hem op mijn rug naar de auto droeg, begon hij plots in mijn nek te braken. Ik heb van mijn ondergekotste nek een foto genomen en naar mijn vrouw gestuurd. Onderschrift: kotsnek. Met die foto hebben we ’s avonds goed gelachen. Wij hebben de afgelopen maanden soms beenharde grappen gemaakt over onze situatie. En dat deed elke keer deugd. Ik ben nu officieel gemachtigd om te zeggen: humor verzacht.”

We hebben afgesproken in wat hij zijn ‘schrijfkot’ noemt: een met licht en liefde ingericht hoekappartement, dat regelmatig bijklust als schuilplaats voor creatieve geesten. Hier schreven Pedro Elias en zijn vrouw Evelien Broekaert het scenario van De kist, hun nieuwe fictiereeks voor VIER. Hier repeteerde Sanne Samina Hanssen voor haar rol in Angels in America van Het Toneelhuis. En hier werkte mensenrechtenjuriste Yousra Benfquih aan haar doctoraat over gelijkheid in het onderwijs. “We verhuren dit appartement niet aan citytrippers, maar aan mensen die een plek zoeken waar ze in alle rust kunnen werken”, zegt Pedro Elias. “Mensen komen naar hier om hun best te doen.”

Ook wij gaan de komende uren ons best doen. Om na te gaan of er over het leven iets te leren valt als de dood dichterbij sluipt. Om te onderzoeken of er een wezenlijk verschil is tussen geloof en bijgeloof. En om uit te maken of miserie ook positieve bijwerkingen heeft. Maar eerst – een mens moet hoofd- van bijzaken blijven onderscheiden – wil ik weten hoe het met Rover gaat.

“Hij zit op dit moment in de zogenaamde onderhoudsfase: hij moet nog anderhalf jaar chemopillen slikken en zich om de zes weken laten controleren. Er is een kans van 2 procent dat hij hervalt. Maar daar kan ik mee leven. Wie de lucht aan de Antwerpse Binnensingel inademt, heeft wellicht méér kans om te sterven.

“Gisteren heeft Rover mij heel gelukkig gemaakt. Ik zat beneden op het toilet, terwijl hij op het toilet op de bovenverdieping zat. Omdat het wc-papier bij mij op was, riep ik hem toe dat hij een rol toiletpapier naar beneden moest gooien. Hij heeft dat al gibberend gedaan en ervoor gezorgd dat de hele trap vol papier lag. Ik dacht: ‘Yes. Mijn zoon lééft. De kankerpatiënt heeft opnieuw plaatsgemaakt voor de kapoen.’”

Toch hoedt hij zich voor post-chemo-euforie. “Evelien en ik gaan onze klop nog krijgen. Daar hebben de dokters ons voor gewaarschuwd: dat je pas in elkaar stuikt als de ergste fase achter de rug is. Maandenlang leef je in vechtmodus. En dan krijg je plots te horen: ‘De kankercellen zijn weg, ga maar terug naar huis.’ Veel ouders beginnen pas dan te beseffen dat ze geflirt hebben met de dood.”

Toen Rover in het voorjaar zijn haar begon te verliezen, leverde ook Pedro Elias zijn haardos in: hij liet een tondeuse pirouettes dansen op zijn hoofd en plaatste nadien een foto van zijn G.I. Joe-kapsel op Instagram: ‘Rover kort, papa kort’. Ik vraag of de lokken van Rover ondertussen aan hun comeback zijn begonnen. “Zeker. En ik probeer ze met mijn gedachten nog wat sneller te doen groeien. Als monniken erin slagen om in combatsituaties met de kracht van hun geest hun ballen in te trekken, moet ik toch het haar van mijn zoon kunnen doen groeien?”

Ook Rover probeert de realiteit naar zijn hand te zetten, zo blijkt. “Hij wil momenteel alleen die kleren aantrekken die hij droeg vóór hij kanker had: dat is zíjn manier om te doen alsof alles opnieuw is zoals vroeger. Het probleem is dat zijn oude broeken ondertussen veel te kort zijn, natuurlijk. De mensen moeten denken dat er wel héél veel water in onze kelder staat.” (lacht)

Wanneer je kleuterzoon zwaar ziek wordt, openbaart hij dan karakteriële eigenschappen die je nog niet eerder had ontdekt? “Ik vrees dat Rover de voorbije maanden een ‘Ik wil pannenkoeken en ik wil ze nú’-attitude heeft ontwikkeld. En ik vrees ook dat dat míjn schuld is: ik heb hem te veel verwend. De dokters hadden Evelien en mij nochtans op het hart gedrukt om dat níét te doen: ‘Rover gaat het redden. Als jullie hem in de watten gaan leggen, zitten jullie op het einde van de rit met een onhandelbaar kind.’ Evelien heeft die goeie raad opgepikt en is streng gebleven voor Rover. Maar ik dacht: ‘Waarom zou ik in godsnaam onbuigzaam zijn ten opzichte van een kind dat kanker heeft?’ Vandaag probeer ik de opvoedkundige brokken die ik met die houding gemaakt heb opnieuw te lijmen.” (lacht)

Vrienden van de deurklink

De winterkilte probeert door de ramen heen naar binnen te dringen; het is tijd voor koffie. Terwijl Pedro Elias de beschikbare Nespresso-opties voor me uitstalt, loopt op zijn smartphone het bericht binnen dat iemand zonet gedreigd heeft met een gewapende aanval op de Universiteit Antwerpen. Hij belt meteen naar Evelien, die zich toevallig in de buurt van de universiteit bevindt. Dertig seconden duurt hun gesprek. Dan hangt hij op. “Evelien is totaal niet onder de indruk. Dan zal ik me ook maar geen zorgen maken, zeker?”

Ik informeer of de actualiteit het afgelopen jaar eigenlijk tot hem is doorgedrongen. “Nee. De wereld is in 2019 grotendeels aan mij voorbijgegaan. Ik was nog wel op de hoogte van wat er zoal gebeurde, maar om eerlijk te zijn: I couldn’t care less. Ik besef dat de regeringsvorming belangrijk is – als we ooit nog een regering krijgen, is het er hopelijk één die niet gaat besparen op de zorgen die Rover heeft gekregen – maar toch heb ik mij van heel de formatiesoap niks aangetrokken. Ik had andere katten te geselen.”

Hij toont me een paar wit geworden haarlokken en zegt: “Ik ben in 2019 zeker vijf jaar ouder geworden. Je kunt nog zo je best doen om vrolijk te blijven: als je kind kanker krijgt, zie je af. Ook fysiek. Evelien en ik hebben elkaar wel proberen te troosten door ook de goeie dingen in ons leven te benoemen, maar we kunnen er niet omheen dat het voorbije jaar er stevig heeft ingehakt. De speeltijd is voorbij, dat gevoel hebben we allebei heel hard. Het onheil is langsgeweest. Zorgeloos door het leven huppelen zit er niet meer in.

“Het goeie nieuws is dan weer dat ik dit jaar mijn mensbeeld heb bijgesteld. Vroeger was ik er allerminst van overtuigd dat wij het goed voor hebben met elkaar. Maar de afgelopen maanden heb ik ingezien dat mensen fundamenteel lief zijn. Vrienden van ons – ik noem ze ‘de vrienden van de klink’ – hebben zeven maanden lang minstens twee keer per week eten voor ons gemaakt en dat ’s ochtends aan onze deurklink gehangen. Dat was ongelooflijk ontroerend.”

Hij pauzeert even en neemt vervolgens een binnenweg naar een welgemeend advies. “Als ik je lezers één levensbeschouwelijke raad mag geven, is het deze: probeer milder te zijn voor elkaar. Besef dat een geliefde die er nu nog is, er binnen een uur níét meer kan zijn. En dat het zonde zou zijn mocht je in de film van zijn of haar leven de rol van klootzak vertolken.

“En nu ik toch op de preekstoel sta: tracht te zien hoe goed wij het hier hebben. Evelien en ik zijn de afgelopen maanden bijgestaan door dokters, sociaal assistenten, psychologen en cliniclowns. Wij hebben van de overheid een maandelijks bedrag gekregen waarmee we onze medische kosten kunnen dekken. Wij konden in het ziekenhuis zelfs naar een muziekklasje gaan als we Rover even uit zijn kankerbubbel wilden bevrijden. Hoe zuur er in dit land ook gestemd wordt, op het gebied van zorg leven wij in een paradijs. Het zou ons sieren mochten we daar eens wat vaker bij stilstaan.”

Lichtgevend hert

Zeven maanden lang reden Pedro Elias en Evelien Broekaert bijna dagelijks van Antwerpen naar het Leuvense Gasthuisbergziekenhuis. Zeven maanden lang moesten ze de afrit Vilvoorde – de oprijlaan naar de speeltuin van Woestijnvis – met pijn in het hart overslaan. En toch houden ze aan de familiale leukemietripjes ook mooie herinneringen over. “De avonden voor Rover een beenmergpunctie moest ondergaan – wat doorgaans om zeven uur ’s ochtends plaatsvond – gingen we altijd samen met vrienden kamperen op een veld in de buurt van het ziekenhuis. We legden dan marshmallows op de barbecue en bleven slapen in ons busje, dat we volledig hadden ingericht als Rovers slaapkamer. Alles was er: zijn knuffels, zijn superheldenpakken, zelfs zijn lichtgevend hert. Die beenmergpunctie-avonden waren onwaarschijnlijk gezellig.”

Er valt een stilte, gevolgd door een bekentenis. “Ik ga iets grofs zeggen: soms mis ik onze uitstapjes naar Leuven. Natuurlijk ben ik enorm blij dat Rover aan het genezen is en dat hij stilaan weer een normaal leven heeft. Maar anderzijds: de omstandigheden van de voorbije maanden hebben mij toegelaten om de beste papa van de wereld te zijn. Ik bracht Rover naar de chemo, ik zorgde ervoor dat hij zijn pillen nam, ik vrolijkte hem op... Ik vond het heerlijk dat ik zo belangrijk voor hem kon zijn. Een kind met kanker hebben is verschrikkelijk, maar het geeft je wel de kans om er heel actief van te houden.”

(na een stilte) “Denk nu niet dat ik kanker aan het romantiseren ben. Het is een rotziekte die levens verwoest. En ik wilde dat Rover ze nooit gekregen had. Ik zeg alleen dat Evelien en ik dit jaar ondanks alles het gevoel hebben gehad dat we lééfden. Er waren niet alleen tranen, er waren ook slappe-lachmomenten. Er was niet alleen vermoeidheid, er waren ook opstootjes van adrenaline. Al was het een heftig jaar: we hebben uit onze miserie ook een zekere schoonheid kunnen puren.”

Sigarettenregel

Felix Van Groeningen maakte het in The Broken Circle Breakdown op hartverscheurende wijze aanschouwelijk: ouders van een kind met kanker reageren vaak heel verschillend op het loerende noodlot. Dat was ook bij Pedro en Evelien het geval. “Evelien is er van in het begin van uitgegaan dat Rover het zou redden, ik heb elke nacht gedacht dat hij ging sterven. Evelien kon in het ziekenhuis naar een serie over Maddie McCann kijken (het Engelse meisje dat in 2007 in Portugal verdween, red.), ik heb films waarin het slecht afloopt met kinderen angstvallig vermeden. Evelien dacht al vrij snel aan het leven ná de chemo, ik geraakte mentaal nog niet eens tot aan de volgende dag. En toch hebben we het samen ongelooflijk goed gedaan. We hebben nooit op hetzelfde moment diep gezeten: de ene dag was ík gebroken en moest Evelien mijn hand vasthouden, de volgende dag waren de rollen omgekeerd. Wat Rover is overkomen, heeft bewezen dat wij heel goed bij elkaar passen.”

Elke leukemie-ouder is anders, doceert de expert die hij tegen wil en dank geworden is. “Sommige mama’s en papa’s herscholen zich tot pratende kankerencyclopedieën, anderen trekken zich stilletjes terug in de ziekenhuiskamer van hun kind. Zelf behoorde ik tot de laatste categorie: ik meed het gezelschap van andere ouders. Ik wilde niet dat ze de testresultaten van Rover zouden inkijken en zeggen: ‘Die bloedwaarden zien er goed uit, maar van de chemo die hij morgen zal krijgen, zal hij wreed hard moeten kotsen.’

“Ik vond mijn heil in bijgeloof. Nadat de dokter ons verteld had dat Rover kanker had, ben ik naar buiten gegaan, heb ik twee sigaretten na elkaar gerookt en heb ik tegen mezelf gezegd: ‘Als je ooit nog één sigaret opsteekt, gaat Rover het niet halen’. Die zelfbedachte regel gaf mij een houvast: zolang ik de sigarettenregel niet overtrad, zou Rover het overleven. Ik schonk mezelf de illusie dat ik controle had over zijn lot. Dat we voor zijn redding niet volledig afhankelijk waren van de wetenschap. Een achterlijke gedachte natuurlijk, maar zo werkt mijn bijgelovige hoofd nu eenmaal.”

Pedro Elias senior

Het schemert uitbundig, de lucht kleurt in geen tijd rood en oranje. Alsof het opperwezen – of wat daarvoor moet doorgaan – het hoog tijd vond om eindelijk eens wat kerstverlichting in de wolken te hangen. De decorwisseling geeft nog wat meer gewicht aan het thema van het tweede bedrijf van ons gesprek: het overlijden van Pedro Elias senior, ondertussen al twee maanden geleden.

De feiten waren – zoals wel vaker – ontgoochelend banaal. “Mijn papa is in een kaaswinkel in Berchem op zijn hoofd gevallen. Een paar dagen later heeft hij een hersenbloeding gekregen. Ze hebben hem in de kliniek nog in leven gehouden tot iedereen – ook mijn zus, die in Tel Aviv woont – zich rond zijn sterfbed verzameld had. We hebben samen de machines uitgeschakeld die hem aan het leven klonken.

“Terwijl we afscheid namen van mijn vader, is er iets grappigs gebeurd. Ik had nogal theatraal mijn gezicht in dat van mijn papa begraven en zei huilend: ‘Sorry voor wat ik u misdaan heb. En als gij mij iets misdaan hebt, vergeef ik het u ook.’ Precies op dat moment ging één van zijn ogen open. ‘Hij is wakker!’, riep mijn moeder. Maar wat bleek? Ik had per ongeluk met mijn voorhoofd over zijn gezicht gewreven en één van zijn oogleden opgetild. Zodra dat was uitgeklaard, hebben we allemaal minutenlang de slappe lach gekregen. Zelfs de dokter kon zich na een tijdje niet meer inhouden. (glimlacht)

“De week nadien hebben we mijn vader twee keer begraven: één keer in België, en één keer in de Pyreneeën, naast een heel mooi kerkje in the middle of nowhere. Zijn as bevindt zich in nu twee verschillende landen. En zo hoort het. Zijn hart lag ook zowel in België als in Spanje.”

Pedro Elias senior had regelmatig een gastrolletje in Control Pedro, het tv-programma van Pedro Elias junior. Hadden ze een hechte band met elkaar? “Absoluut. Al waren we nogal spaarzaam op expliciete uitingen van affectie. Elkaar een kus geven, was qua intimiteit al heel wat. Wat we het liefst deden, was samen naar de matchen van FC Barcelona kijken. Mijn vader kwam dan bij ons op bezoek. Om Rover en Bonnie (driejarig dochtertje, red.) niet wakker te maken, belde hij niet aan, maar tikte hij tegen het raam naast de voordeur. Tik-tik-tik. Dat geluid mis ik nu heel hard.”

Onbeschofte ober

Hij zakt even weg in zijn gedachten. Dan: “Drie dagen voor de dood van mijn vader heb ik met hem een gesprek gehad dat ik niet snel zal vergeten. Ik was de week voordien naar een Spaans restaurant gegaan om naar een wedstrijd van Barça te kijken. Maar omdat de ober zo onbeschoft was, was ik het daar onmiddellijk weer afgebold. Ik wilde dat in het ziekenhuis aan mijn vader vertellen. Maar hij onderbrak mij zodra ik de naam van het restaurant had uitgesproken: ‘Zwijg mij over die keet, Pedro. Ik ben daar dertig jaar geleden eens geweest. De ober was er zo onbeleefd dat ik direct weer naar buiten ben gegaan.’ Ik zei: ‘Papa, je gaat me niet geloven, maar ik heb vorige week in precies hetzelfde restaurant precies hetzelfde meegemaakt.’ Hij heeft toen heel mooi naar mij geglimlacht. Ik heb zijn hand vastgepakt en gezegd: ‘Wij lijken op elkaar, papa. Sterker nog: wij zijn twee dezelfden.’ Ik ben de voorzienigheid nog altijd dankbaar dat mijn laatste gesprek met mijn vader zo’n mooi besluit is geweest van ons gezamenlijke leven. Ik had mijn papa nog nooit gezegd dat ik hem graag zag. Maar door te zeggen ‘Wij lijken op elkaar’, heb ik dat toch nog kunnen doen.”

Wie al eens met Pedro Elias op stap is geweest, zal het beamen: hij roept al jaren keihard ‘Yeti!’ wanneer hij in het straatbeeld een Skoda Yeti signaleert. Een kwestie van – jawel – bijgeloof: roept hij het níét, dan sterven zijn ouders, denkt hij. Ik vraag of zijn Yeti-routine overeind is gebleven nu zijn vader tegen alle afspraken in toch gestorven is. “Eigenlijk zou ik tegen het universum moeten zeggen: ‘De pot op met uw klote-Yeti, vanaf nu zeg ik ‘Chevrolet!’ (lacht) Maar ik heb over de kwestie diep nagedacht en besloten om mijn Yeti-bijgeloof toch maar in stand te houden. Mijn mama leeft nog: ik kan niet het risico lopen dat ik haar iets aandoe door niet langer ‘Yeti’ te roepen. Dat mijn papa gestorven is, bewijst ook niet dat mijn Yeti-procedure zinloos is. Misschien werkt ‘Yeti!’ roepen wel enkel voor vrouwen. Of misschien was mijn vader tien jaar geleden al gestorven als ik niet al die jaren ‘Yeti!’ had gebruld.”

Belet de ziekte van Rover hem momenteel om voluit om zijn vader te rouwen? Slikken de beste papa’s van de wereld hun verdriet tijdelijk in om beter voor hun zoon te kunnen zorgen? Hij glimlacht en zegt: “Ik heb nog wel wat tranen in voorraad, ja. Ik denk dat ik volgend jaar maar eens een rouwcitytripje inlas. Dan huur ik in mijn eentje ergens een kamer en laat ik al dat verdriet de vrije loop. Ik wil vermijden dat ik op een gegeven moment implodeer.”

Een wei in Portugal

De ondergaande zon is verdwenen, de lichtheid in het discours van Pedro Elias ook. “Hoe vrolijk ik mij vandaag ook voel, ik ben vaak bezorgd. Sinds de dood Rover op de hielen heeft gezeten, heb ik dubbel zoveel schrik om dood te gaan. Ik heb al weken een stekende pijn in mijn hals. Kun je geloven dat ik al naar de dokter ben gegaan om te vragen of ik kanker heb? Dat is niet zo, is ondertussen gebleken, maar zolang de pijn niet weg is, ben ik er niet gerust op. Nu ik ervaren heb hoe kwetsbaar wij allemaal zijn, vind ik het eigenlijk raar dat wij niet op dagelijkse basis panikeren over onze sterfelijkheid. Ik begin steeds beter te begrijpen waarom mensen religies hebben uitgevonden. Mocht ik erin slagen om te geloven dat er een hiernamaals is, zou ik me stukken veiliger voelen. Nu is het bibberen en beven. Ik moet de angst voor de dood constant wegduwen.”

Kan iemand die zo veel talent heeft voor bijgeloof dan niet gewoon beslissen om gelovig te worden? “Toch niet”, lacht hij. “De jezuïeten hebben vroeger net iets te hard geprobeerd om mij hun geloof op te dringen. Ik heb aan hun bemoeizucht een levenslange balorigheid ten opzichte van all things christendom overgehouden, vrees ik.”

We nemen nog gauw een voorschotje op 2020. Ik vraag Pedro Elias wat ik hem op 1 januari – de dag waarop de toekomst belangrijker is dan het verleden – zoal mag toewensen. “Een gezinsreisje naar Portugal”, antwoordt hij. “Ik zou daar in ons busje graag een tijdje gaan rondbollen. Even leeglopen, even helemaal niks doen. De afgelopen jaren zijn ongelooflijk intens geweest. Vijf jaar geleden hebben Evelien en ik elkaar leren kennen. Drie maanden later hebben we Rover gemaakt. Nog een jaar later was Bonnie er. Vervolgens zijn we getrouwd. En dit jaar kreeg Rover kanker. Je begrijpt: wij willen in 2020 gewoon eens op een wei in Portugal gaan liggen.” (lacht)

Maar eerst is er nog Kerstmis: een feest waar peperkoeken Pedro niet ironisch over doet. “Ik heb zoals elk jaar een veel te grote kerstboom gekocht. Daar gaan we ons op kerstavond familie-Von Trapp-gewijs rond verzamelen. We zullen onze pollekes kussen dat we er nog allemaal zijn en elkaar eens goed vastpakken. Het wordt ten huize Elias-Broekaert een warme kerst, geloof me.”

© De Morgen

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle verhalen van de Humo rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234