Death Grips (AB)

Geen voorprogramma, geen bindteksten, geen bisnummers, geen verkoopsstandje in de foyer. Death Grips was kaal. Death Grips was goed.

Stefan ‘MC Ride’ Burnett, dat is nog steeds het rappende deel van het trio dat zich Death Grips noemt. Rappen, mokeren, beulen: de terminologie wordt wat flou rond dat gapend zwarte keelgat van hem, waaruit klanken vallen die zo zwaar zijn dat de grond ervan gaat rimpelen. De andere twee zijn Zach Hill, die zijn harige lid fotografeerde voor de plaathoes van No Love Deep Web en wiens whereabouts zich gisteren achter de shock drums situeerden, en Andy Morin, een vent die lijkt op Jonny Greenwood in die opzichten dat hij met keys en synths in je zenuwbanen drilt en je z’n gezicht nooit kunt zien.

Samen vormen ze dus Death Grips, en dealen ze in een mengvorm van afropunk, noise, industrial en hiphop. Harde muziek; dissonant en niet-voor-iedereen. Al diende zich gisteravond eerst iets anders aan. De avond was begonnen zonder voorprogramma, het enige dat uit de luidsprekers kwam was een gestaag aanzwellende sound. Tot de stem weerklonk van Charles Manson, sekteleider, moordenaar, parttime singer-songwriter en fulltime sadist. Hij is ook de halvegare racist die in liedjes van The Beatles voorspellingen las over een apocalyptische rassenoorlog, waarin de blanken op gewelddadige wijze zouden worden gesupprimeerd. Manson ondernam actie, KKK-stijl.

Als je op dat moment in het publiek stond en je had een lidkaart van Schild & Vrienden, dan was je ‘m nu serieus aan het knijpen. Door als zwarte die sample van Manson te gebruiken, had Burnett zonet van een onderdrukker van zwarten een onderdrukker van blanken gemaakt. Dries mocht je dan wel hebben toevertrouwd dat hij weet welke kant voorbereid zou zijn voor zo’n minder-dan-gezellig onderonsje, maar nu kreeg je toch gerede gronden om daaraan te gaan twijfelen. Want daar stond Burnett, met een ontbloot, gebeiteld en tot nader order nog steeds black bovenlijf. ‘I am the beast I worship’, citeerde hij, opnieuw van Manson. Je zou ‘m geloven.

Voor wie niet team Dries was, kon het beste hardcorefeestje in tijden dan beginnen. Het startte met ‘Beware’, ‘Black Paint’ en ‘Get Got’. Als het bestaan van Cerberus en zijn drie koppen fake news blijkt, dan hebben we nog steeds dat goddeloze trio om hevig van te gaan transpireren. Wát een brandhaard. De waanzin kwam vooral van ‘Black Paint’, de vooruitgeschoven single van nieuwe plaat Year of the Snitch. Retestrakke, kale drumbarrages, Burnetts stem die overschakelde op pig squeal-modus en elektronica gemanipuleerd tot een vuige gitaarsound: dit was bijna black metal. Je kon op een willekeurig moment de zaal rondkijken en van eenieders ogen de rampspoed aflezen. En, welja, extase. De moshpits waren weelderig.

Toen kwam het tweede salvo. Die bestond onder meer uit de verkapte gabberbeats van ‘Steroids’ en ‘Up My Sleeve’. Messcherpe sounds, waarbij je je afvraagt hoe ze voorbij de luchthavencontrole zijn geraakt. En van de ingenieurs in Genua zullen we weldra vernemen dat het niet de corrosie of de werkzaamheden waren die het viaduct finaal deden instorten, maar de beukende synths van ‘Come Up and Get Me’. Toen al op het collectieve AB-ECG: onrustwekkende pieken.

En dan zouden er nog ruim een dozijn nummers volgen. Want dat was nog zoiets: Death Grips doet niet aan bindteksten. Het gaf de set een authenticiteit én een rotvaart, maar ook een soort monotonie: je kon niet náást de pletwals kijken. Daardoor ging een stuk van wat Death Grips nu net zo’n cultfenomeen maakt verloren.

Op plaat onderscheidt de band zich namelijk door de gortige sounds die Morin uit zijn synthesizer haalt. Herkenbare geluiden, zoals een platte autoband die over het wegdek hobbelt, kan hij herbestemmen tot iets dat je niet kunt thuiswijzen, maar waarvan je een sterk vermoeden hebt dat het moet worden gecensureerd.

Die geluiden, samen met Burnetts groteske lyrics, zonken live weg in de mix. Het obsceen zwalpende ‘I’ve Seen Footage’ bleef overeind, maar de insectenpoten op ‘The Fever (Aye Aye)’ hoorde je gisteren niet meer wriemelen. Jammer, ze doen dat toch zo leuk. Maar passons. Die massieve geluidsmuur, dát was de reden waarom je hier gisteren was. En wat de band zelf betreft: als je tekeer kunt gaan als in een genocide maar dan luider, dan mag je gerust de basic bitch van de hardcore uithangen.


Het publiek

Voor het optreden draaide een metaljongen zijn wijsvinger in de mond van zijn metalmaat. We wensen hen samen veel moois toe.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234