Deep Purple met de slee naar Graspop: 'Ons geheim? Van de harddrugs afblijven'

De nieuwe plaat ‘Infinite’ lonkt naar classics als ‘In Rock’ en ‘Machine Head’ en zaterdag staat de band voor de allereerste keer op Graspop, als headliner uiteraard. Drummer Ian Paice en bassist Roger Glover over leven na ‘Smoke on the Water’ en ‘Child in Time’.

'Vroeger waren we arrogant. Omdat we wisten dat we iedereen de baas konden'

In een suite van het fameuze Landmark Hotel in hartje Londen ligt op een bureau een lijstje met nieuwe tourdata van Deep Purple. De kop: ‘The Long Goodbye Tour’. ‘Je hoeft niet alles te geloven wat je leest,’ lacht drummer Ian Paice als hij mij ziet kijken. ‘Zo snel geven we niet op.’ Dat is een understatement. Het vertrek in 1975 – wegens ‘muzikale meningsverschillen’ – van gitaarheld Ritchie Blackmore kreeg de Engelse hardrockgroep er niet onder en zelfs de dood van Hammond-tovenaar Jon Lord in 2012 bracht Deep Purple niet aan het wankelen.

HUMO Kort voor zijn dood heb ik Jon Lord geïnterviewd. Hij zei: ‘Ik denk dat Deep Purple ook zonder mij nog altijd tot grootse daden in staat is. De band heeft een hart, een sound en een missie. Die is groter dan mijn persoontje.’

Roger Glover (bas) «Wow, mooie woorden. Typisch Jon. Genereus en warm. Maar het is natuurlijk niet waar. Het hart van Deep Purple klopt door, maar Jon is onvervangbaar. Net zoals Ritchie indertijd. We mogen ons verleden niet verloochenen. Net door te beseffen dat de bloeiperiode van Deep Purple achter ons ligt, kunnen we nu nog steeds goede muziek maken. Al hebben we ook een paar hele slechte platen uitgebracht, dat geef ik toe (lacht).»

Ian Paice «Deep Purple is nooit echt een democratische band geweest. Alles draaide om het oergevoel en het momentum. Jon was het muzikale genie, Ritchie de man van de onaardse melodieën en Ian de onverwoestbare gorilla die hoger zong dan welke man ook op deze planeet.»

HUMO Die laatste vertelde mij twee jaar geleden dat het Deep Purple van nu te vergelijken is met de band die begin jaren 70 het legendarische ‘In Rock’ maakte.

Paice «Ja, maar dan zonder de drank, de drugs en de knokpartijen (lacht).»

HUMO Kijken jullie weleens terug op die beginjaren? Toen jullie miljoenen platen verkochten en samen met Led Zeppelin en Black Sabbath heersten over de rockwereld?

Paice «Neil Young heeft me ooit gezegd dat hij in de jaren 70 bang was voor Deep Purple. ‘Jullie waren onbereikbaar, zelfs voor de collega’s.’ Dat mythische is er nu gelukkig af.»

Glover «We waren arrogant. Maar dat was omdat wij wisten dat we als muzikanten iedereen de baas konden. Wij spaarden ook elkaar niet tijdens de opnames, en dat leverde platen als ‘In Rock’ en ‘Machine Head’ op. Kijk, wat je ook van Ritchie mag vinden, de man was en is geniaal. Iedereen heeft het altijd maar over Eric Clapton, Jeff Beck en Jimi Hendrix, maar hij staat voor mij op hetzelfde niveau. Hij was ook al een ster toen hij samen met Jon Deep Purple oprichtte. Hij wilde hardrock spelen, terwijl Jon veel meer met zijn voeten in de klassieke muziek stond. En opeens was daar Ian Gillan: groot, lang donker haar en met de stem van een Griekse god. Een hele slimme, spirituele man, net als Ritchie. Er was echt een enorme chemie, de creativiteit spatte van die eerste platen. Uiteindelijk hebben de intensieve tournees ons de das om gedaan. Drank en drugs kregen de overhand en Ritchie, die toch de belangrijkste componist was, trok in 1973 aan het langste eind. Ian vertrok en ik werd uit de band gekegeld.»

Paice «Weet je: die periode is voor mij nog altijd heel vaag. Het ging zo snel. Glenn Hughes (bassist/zanger) en David Coverdale (zanger) kwamen erbij en we namen ‘Burn’ op. Voordat we het wisten, stonden we weer in een uitverkocht Madison Square Garden in New York en verkochten we net zoveel platen als voorheen. Het ging pas echt fout toen Blackmore vertrok en Tommy Bolin kwam. Die stak met zijn idiote gedrag het vuur aan de lont. We waren het één en ander gewend, maar hij en Glenn maakten het wel erg bont, met onderlinge wedstrijdjes om ter meest drugs nemen en zo. Opeens kregen we rekeningen van hotelkamers die door de heren aan gort waren geslagen. Toen ik hoorde dat Tommy was overleden (in december 1976, aan een overdosis, red.), verraste mij dat totaal niet. Wel heel triest. Zo’n talent.»

HUMO Jammer dat Blackmore ontbrak toen jullie vorig jaar eindelijk een plaats in de Rock and Roll Hall of Fame kregen.

Paice «Ja, dat was heel jammer. We hebben nog altijd een goed contact, maar live spelen met hem onder de naam Deep Purple was geen optie. Nu, dat we uiteindelijk in die Rock and Roll Hall of Fame staan, is leuk, maar ook niet meer dan dat. Je krijgt een plaquette, hangt dat ding aan de muur en dat is het.»

HUMO Net als voor het sterke ‘Now What?!’ uit 2013 hebben jullie voor ‘Infinite’ weer samengewerkt met de legendarische Canadese producer Bob Ezrin, de man die ooit Lou Reed de stuipen op het lijf joeg toen ze samen ‘Berlin’ maakten.

Glover «Ik kende Bob nog uit de tijd dat hij met Alice Cooper (‘School’s Out’, ‘Welcome to My Nightmare’), Kiss (‘Destroyer’) en Pink Floyd (‘The Wall’) werkte. Hij was indertijd de wonderdokter van de rockmuziek, de man die een band of artiest echt beter kon maken. Ten tijde van ‘Now What?!’ zagen we er tegenop om nog eens de studio in te gaan, maar zodra de naam Bob Ezrin viel, was niemand meer te stoppen.»

Paice «Het leek wel alsof we op een missie waren, met Bob als bestuurder van de tank. Hij was bij vlagen keihard, maar gelukkig wel altijd rechtvaardig. Gene Simmons van Kiss vertelde mij eens dat Ezrin na de eerste opnamedag van hun klassieker ‘Destroyer’) had gezegd: ‘Sorry heren, maar jullie kunnen er echt niks van.’»

HUMO ‘Infinite’ is meer nog dan ‘Now What?!’ een terugkeer naar de classic sound van Deep Purple. Niet alleen muzikaal, maar ook tekstueel. Ik hoor weer verhaaltjes.

Glover «Onze teksten waren de laatste jaren wat te clichématig: altijd over vrouwen, feesten, snelle auto’s… Het was te veel van het goede. Deze keer hebben Gillan en ik veel meer tijd aan de lyrics besteed.»

HUMO Ian, jij bent sinds het overlijden van Jon Lord de enige die alle bezettingen van Deep Purple heeft meegemaakt. Hier zit je dan: 68 jaar en nog zo fris als een hoentje. Wat is je geheim?

Paice «Ik heb mij nooit vergrepen aan het harde spul. Daar pluk ik nu de vruchten van.»

HUMO Jack White heeft mij ooit verteld dat Deep Purple zijn favoriete liveband is, want ‘geen enkele andere groep heeft zoveel dynamiek’. Kijken jullie uit naar Graspop?

Paice «Wat Jack zegt, kan ik alleen maar beamen (lacht). We maken goede platen, maar op het podium komen we tot onze allerbeste prestaties. Dus we kijken er heel erg naar uit.»

HUMO Waarom hebben jullie de tournee dan toch ‘The Long Goodbye Tour’ genoemd?

Paice «We zijn allemaal rond de 70: wellicht is dit de laatste keer dat we zo uitgebreid op tournee gaan. Maar let op: we hebben voor deze tour geen einddatum vastgelegd – hij kan twee jaar duren, maar het kunnen er evengoed vier of vijf worden. Dat zien we wel. Nu is iedereen nog fit en hongerig en is er van definitief stoppen geen sprake.»

Deep Purple speelt op zaterdag 17 juni op Graspop Metal Meeting in Dessel.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234