‘Na tweeënveertig dagen in een cel stapte ik weer buiten. Dit nooit meer, zwoer ik.' Beeld vrt
‘Na tweeënveertig dagen in een cel stapte ik weer buiten. Dit nooit meer, zwoer ik.'Beeld vrt

exclusieve voorpublicatie

Dejan Veljkovic over ‘Propere Handen’: ‘Ik dacht niet eens lang na. Alles vertellen leek me geen grote opgave’

Maandenlang al is Dejan Veljkovic - samen met Mogi Bayat - de meest besproken voetbalmakelaar van het land. In het dossier ‘Propere Handen’ koos Veljkovic voor een spijtoptantenregeling: in ruil voor een voorwaardelijke straf gaf hij inkijk in zijn illegale constructies, valse contracten en de carrousel met vele honderdduizenden euro’s zwart geld. Al die tijd hield de makelaar de lippen op elkaar. Tot hij er een boek over schreef. Een exclusieve voorpublicatie uit ‘De Biecht van Dejan Veljkovic’.

Redactie

Ik was op zondag teruggekomen na een trip van een tweetal weken naar Servië. Maandag hadden mijn vrouw Marija en ik ons met de bouw van onze nieuwe woning beziggehouden, we hadden onder meer een interieurzaak bezocht. Dinsdag was ik naar Aalst gereden, om Natalija en Nikola, mijn twee kinderen uit mijn eerste huwelijk, te zien. Vaak blijf ik dan een nacht in Aalst slapen, maar die avond wilde ik nog langsgaan bij mijn arts, want ik had een zware verkoudheid. Ik overnachtte daar om in het appartement van Marija in Antwerpen.

Om zes uur ’s ochtends werden we uit onze slaap gewekt door aanhoudend gebel. Wie was dat? Marija stond op en keek uit het raam. Blauwe zwaailichten beneden, politiemannen. Een hoop drukte. Ze keek me aan. ‘Wat is er aan de hand?’ ‘We doen de deur open’, antwoordde ik. Tien, vijftien agenten stonden plots binnen – in gevechtsuitrusting. ‘We hebben een arrestatie- en een huiszoekingsbevel’, zeiden ze. Marija panikeerde. Lara, ons dochtertje van anderhalf, begreep niet wat er gebeurde en zette het op een schreeuwen. Deuren werden opengegooid. Luna, mijn vijftienjarige stiefdochter, werd bruut uit haar slaap gewekt. De buren kwamen een kijkje nemen.

De politie was niet erg vriendelijk. Marija en ik moesten onmiddellijk mee. Mijn schoonmoeder werd opgebeld en kwam vlug naar ons appartement. Ze schrok erg van wat ze zag, maar ontfermde zich over Lara en Luna. Marija en ik kregen handboeien om. Ik zag angst in haar ogen. Waarover ging dit? ‘Wij kunnen u niets vertellen, maar u wordt meegenomen naar Hasselt en daar zal men u op de hoogte brengen’, zo klonk het. Het appartement werd helemaal doorzocht. Alle kasten gingen open, alle lades werden opengetrokken, tot en met de slaapkamer. Er werden dozen met administratie meegenomen. Computers, tablets, horloges en juwelen gingen mee. Ook de papieren van mijn schoonmoeder, die tijdens haar verbouwing bij ons stonden, de juwelen van Luna en die van de kleine Lara: alles ging in dozen en vervolgens in de politiecombi. Marija werd in een politiewagen geduwd en meegenomen. Lara bleef luid huilend in de armen van mijn schoonmoeder achter. Luna moest compleet overstuur naar school vertrekken. Die beelden bleven op mijn netvlies hangen. Ik moest vervolgens mee naar een appartement in Wilrijk dat ik huurde, en ook daar werden allerlei dossiers en papieren gevonden en meegenomen. Ik voelde een knoop in mijn maag tijdens de rit naar Hasselt. Rond tien uur arriveerde ik in het politiekantoor. Ik moest plaatsnemen in een zaaltje. Talloze bekende gezichten. Mogi Bayat, Laurent Denis, enkele journalisten, voetballers, Ivan Leko, Bart Vertenten, Herman Van Holsbeeck, we waren met een twintigtal. Het ging dus niet alleen over mij, maar over het hele voetbalwereldje. Dat stelde me enigszins gerust.

We moesten onze telefoons afgeven en plaatsnemen. Zitten, zwijgen en wachten. Er werden blikken van herkenning uitgewisseld, maar de sfeer was bedrukt. Alleen de politiemannen waren welgemutst. Het duurde vele, lange en eentonige uren. Marija zag ik niet. We kregen een bekertje met water, maar geen eten. De knoop in mijn maag zorgde ervoor dat ik geen honger kreeg.

Na een eindeloze dag werd ik weer meegenomen. Boeien om, de politiewagen in. Naar het politiekantoor van Genk. Daar kreeg ik een boterham en daarna moest ik de politiecel in. Een lege, kale ruimte met een bed, een dunne matras, een toilet. En een deur, die op slot zat. Geen gsm, geen horloge. Geen radio of televisie. Niets. Het was beklemmend. Ik legde me op het bed, maar kon niet slapen. Ik dacht aan de angst in de ogen van Marija, Lara die luidkeels aan het huilen was, mijn schoonmoeder die me niet-begrijpend had aangekeken. Ik was nog nooit eerder in contact gekomen met justitie of politie, noch in België, noch in Servië, laat staan dat ik al in de gevangenis had gezeten.

null Beeld VRT
Beeld VRT

Cynisch en agressief

Een hele nacht lag ik te keren en te draaien, slapen lukte niet. Om zeven uur ging de deur van mijn cel weer open. Weer naar Hasselt. De volgende dag verliep ongeveer hetzelfde als de eerste. Opnieuw het eindeloze staren naar elkaar, naar de vloer, naar de grijze lucht buiten, naar de politiemensen. We kregen nu wel een broodje, maar honger had ik nog steeds niet. Ik had een korte ontmoeting met twee advocaten, Kris Luyckx en Bart Verbelen, die zich bereid verklaarden om mij bij te staan. Mijn gebruikelijke advocaat in burgerlijke zaken, die had vernomen dat ik gearresteerd was, had Kris Luyckx opgebeld en hem verzocht om mij in Hasselt te gaan opzoeken. Dat had de advocaat onmiddellijk gedaan.

Om 17 uur werd ik bij twee politiemensen gebracht, die me enkele vragen stelden. Over een aantal bankrekeningen in het Dexia/Belfius-kantoor in Genk. Over mijn contacten met Thierry Steemans, financieel directeur van KV Mechelen, met Dirk Huyck, voorzitter van Waasland-Beveren. Over mijn contacten met twee scheidsrechters. Ik ontkende iets met fraude of matchfixing te maken te hebben. Na mijn verhoor werd ik weer opgesloten, in Hasselt deze keer. Opnieuw slaagde ik er niet in de slaap te vatten.

Om drie uur ’s nachts werd ik uit mijn cel gehaald. De combi in, naar Tongeren, voor een verhoor bij onderzoeksrechter Joris Raskin. Ik kruiste Mogi Bayat, die net verhoord was. Onderzoeksrechter Raskin moest mij ondervragen vóór zes uur ’s ochtends, anders mocht ik weer over mijn vrijheid beschikken. Er was 46 uur verstreken sinds mijn arrestatie op het moment dat ik bij hem werd gebracht. Was de man zelf oververmoeid ondertussen? Hij was in elk geval zeer onvriendelijk, cynisch, zelfs agressief. De vragen klonken als nijdige beschuldigingen.

‘Ik heb uw rekeningen bij de bank bekeken, meneer Veljkovic’, zei hij. ‘U hebt wel zeer veel geld verdiend, niet?’, waarbij hij me met smalende blik aankeek. Mijn verweer, waarbij ik hem probeerde duidelijk te maken dat dit niet allemaal mijn geld was, leek hem nauwelijks te interesseren. Nog voor ik mijn zin kon afmaken, begon hij schamper te lachen en stelde hij een volgende vraag.

Na een gesprek van een klein uurtje werd mijn aanhouding bevestigd. ‘Denk heel goed na over wat u mij gaat vertellen, meneer Veljkovic’, zei hij toen we weer buiten het verhoorlokaal stonden. ‘Denk heel goed na’, herhaalde hij en hij keek me doordringend aan. Toen stapte hij weg.

null Beeld TELE BRUXELLES
Beeld TELE BRUXELLES

Bagdad aan de Maas

Ik was doodmoe toen ik opnieuw in de politiewagen stapte. Niet naar de gevangenis van Hasselt dit keer, maar als enige van alle gearresteerden moest ik naar Luik, naar de gevangenis van Lantin. Twee gemoedelijke politiemannen voerden me erheen. Een van hen was Genk-supporter. ‘Wie speelt er kampioen dit seizoen?’ informeerde hij. ‘Genk, zeker en vast’, antwoordde ik, om hem plezier te doen. ‘Ze spelen het mooiste voetbal.’ Hij was tevreden. Genk speelde enkele maanden later inderdaad kampioen. Toen we in Luik aankwamen, waarschuwden de agenten mij. Lantin was volgens hen de ergste gevangenis van België. ‘Bagdad, zo noemen de gevangenen dit hier’, zeiden ze. Het klonk allesbehalve aanlokkelijk.

Het was inderdaad vreselijk. Een oud, aftands en vuil gebouw, waar de laatste honderd jaar geen onderhoudswerk leek te zijn uitgevoerd. Ik belandde in een cel met een Spaanssprekende jongen, maar aan lange gesprekken had ik sowieso geen behoefte. Na enkele dagen vertrok hij en bleef ik alleen in mijn cel. Ik voelde me ellendiger dan ooit. Ik vroeg naar mijn medicatie – ik ben diabetespatiënt – maar de cipiers en directie spraken enkel Frans. Na enkele dagen kreeg ik symptomen zoals beven, zweten, bloed in mijn stoelgang. Ik wist dat mijn risico op een beroerte of blindheid dag na dag toenam. Pas zeven dagen na mijn arrestatie kreeg ik de medicatie die ik nodig had. Mijn advocaat Kris Luyckx zorgde voor 100 euro, waardoor ik basisspullen als tandpasta en koffie kon kopen. Ik kon een televisietje huren, waardoor ik de berichtgeving over Operatie Propere Handen kon volgen. Ik was een van de spilfiguren, vernam ik.

Ik besliste om niet naar de wandeling te gaan. Ik zag vanuit het raampje in mijn cel de andere gevangenen op de binnenkoer. Er waren geregeld opstootjes, met wat geduw of getrek. Ik vermoedde dat men mij zou herkennen en willen lastigvallen. Voetbalmakelaar Veljkovic? Die kerel heeft geld, daar gaan we eens mee praten. Cipiers die toch enkele woorden Engels konden, lieten mij verstaan dat het inderdaad geen slecht idee was om in mijn cel te blijven. Ik bleef dus 24 uur per dag in mijn kamertje van 2 bij 2,5 meter. Alleen met mijn gedachten, die almaar donkerder werden. Ik dacht aan Marija, aan de kleine Lara, aan mijn twee oudste kinderen. Aan Luna, mijn stiefdochter. Marija had me enkele weken daarvoor gevraagd om die bankrekening op haar naam in Belgrado weer te sluiten. Ik had er samen met mijn partner een rekening geopend op haar naam. Marija was meegegaan naar Belgrado en had de papieren daarvoor ondertekend. Die rekening was zogezegd bedoeld om kleine kosten te kunnen financieren aan ons appartement in Belgrado, maar in realiteit diende ze om zwart geld door te sluizen. Marija was daar kort voor onze arrestatie op uitgekomen en was heel boos geworden. Ze ging hier totaal niet mee akkoord en voelde zich door mij en Uros bedrogen. Het was onze eerste grote ruzie. Ik had beloofd om de rekening weer af te sluiten, maar dat was nog niet gebeurd. Nu zat ze in de gevangenis. Gevoelens van schuld, spijt, wroeging. Vier muren en een plafond om naar te staren. ’s Nachts zag ik vanuit mijn raampje tientallen ratten rondlopen op de binnenkoer. Slapen lukte nauwelijks.

Na een week moest ik naar de raadkamer in Tongeren. Alle gearresteerden moesten verschijnen voor de rechter, die hun aanhouding kon bevestigen. Dat gebeurde in een klein zaaltje, het was er bloedheet, geen airconditioning. Velen wasten hun handen in onschuld en enkelen – zoals Dragan Siljanoski – wezen uitdrukkelijk in mijn richting. Siljanoski was jarenlang mijn partner geweest, ik had hem vele honderdduizenden euro’s in het zwart betaald. Maar dat ontkende hij plots. Hij wist ook niet meer wie Branko en Goran Veljkovic waren, mijn vader en mijn broer, die hij had ontmoet in Servië en van wie hij jarenlang de bankrekeningen had gebruikt. Ook ik kreeg de kans om iets te zeggen. Ik benadrukte dat Marija niets met de hele zaak te maken had en ik verzocht de rechter haar te laten vertrekken. Bij het buitenstappen kwam KV Mechelen-bestuurder Thierry Steemans heel even bij mij staan en keek me doordringend aan. ‘Zeg niets over het geld dat je mij gegeven hebt’, fluisterde hij me toe.

‘Zeg niets over het geld dat je mij gegeven hebt’, fluisterde Thierry Steemans me toe.' Beeld Photo News
‘Zeg niets over het geld dat je mij gegeven hebt’, fluisterde Thierry Steemans me toe.'Beeld Photo News

Mijn aanhouding werd bevestigd. Na enkele dagen kreeg ik de toestemming om te telefoneren. Een van de enige telefoonnummers die ik vanbuiten kende, was ons vaste nummer in Aalst. Ik kreeg Natalija, mijn dochter van 23, aan de lijn. Ze had alles gezien op televisie en was erg geschrokken. Natalija en mijn zoon Nikola van 17 reageerden erg emotioneel aan de telefoon. Nadat ik hun stemmen had gehoord, keerde ik wenend terug naar mijn cel. Van Lara, Luna of Marija had ik geen nieuws. Was Marija boos op mij? Hoe was het met de meisjes? Ik miste ze elke seconde.

De dagen duurden eindeloos lang. Na bijna drie weken in de cel slaagde ik erin om het mobiele telefoonnummer van Luna vast te krijgen. Ik belde haar, maar het was woensdagvoormiddag, ze zat op school. Na de middag liet de cipier me nog eventjes proberen, wat normaal niet mocht. Luna nam op. Er brak iets in mij toen ik haar stem hoorde. ‘Oh Dejan, eindelijk. Hoe gaat het met jou? Wat is er toch allemaal gebeurd?’ vroeg ze. ‘Ik ben zo blij dat ik je hoor. Ik hou van je, Dejan, we missen je zo. Het komt allemaal goed.’ Luna klonk heel lief, ze haatte me niet om wat er allemaal was gebeurd. Ik wilde haar omhelzen door de telefoon. Ze vertelde over Marija, die nog steeds in de gevangenis zat, en over Lara, die heel onrustig was telkens als ze Marija gingen bezoeken. Maar ze waren taai, dat voelde ik, en we zouden hier samen doorheen komen. Opnieuw voelde ik tranen over mijn wangen rollen toen ik weer in mijn cel zat.

De gokchinees

Ik had een lang gesprek met advocaten Kris Luyckx en Bart Verbelen. Ze wilden alles weten. ‘Vertel ons wat er is gebeurd in de laatste tien jaar, Dejan’, vroegen ze. ‘Alles wat je hebt gedaan. Elke transactie die je je nog kan herinneren. Elk bedrag dat je hebt gekregen of betaald.’ Ik begreep dat ze dat moesten weten om mijn verdediging te kunnen voorbereiden. Dus ik stemde in met hun verzoek. Ik vertelde alles, zoals ze het me vroegen. Terwijl ik sprak, zag ik dat ze geregeld een blik met elkaar uitwisselden. Ze leken ontspannen en zagen schijnbaar mogelijkheden. Toen ik mijn verhaal had beëindigd, overlegden ze even, waarna ze me vroegen of ik wist wat een spijtoptantenregeling was. Daar had ik nog nooit van gehoord.

Kris en Bart vroegen me om de volgende dagen in mijn geheugen te duiken en zoveel mogelijk gegevens op papier te zetten. Ik zette me dus aan het werk in mijn cel en noteerde alles wat ik nog wist. Alle transacties, alle bedragen, alle deals uit mijn loopbaan als makelaar. Telkens wanneer ik Kris en Bart zag, overhandigde ik hen mijn notities. Daar gingen zij mee aan de slag. Ik zou de eerste spijtoptant uit de Belgische geschiedenis kunnen worden, zeiden ze. Daartoe startten ze gesprekken met het federaal parket. Door mijn verslechterende gezondheidstoestand werd ik van Lantin overgebracht naar de Begijnenstraat in Antwerpen. Mijn nieuwe verblijf voelde aan als een verademing. Vriendelijke cipiers, met wie ik kon communiceren. Een arts die mijn ziekte ernstig nam en me de juiste medicatie gaf. Mijn suikerwaarde was intussen gestegen tot 320 mg/dl, terwijl die normaal tussen 80 en 130 moest liggen. Het zou weken duren voor die weer een min of meer normaal niveau bereikt had. Ook in Antwerpen verkoos ik om niet naar de wandeling te gaan. Ik wilde geen problemen. Dus ook daar bleef ik 24 uur per dag in mijn cel.

Enkele weken later reden we naar Brussel, naar de kantoren van het federaal parket. We moesten plaatsnemen aan een grote tafel, met vier hoge magistraten. Daar werd samen met de federale procureur het ‘memorandum’ overlopen, de tekst die mijn advocaten hadden onderhandeld. Daarin stond dat ik opteerde voor het statuut van spijtoptant. Het was een afspraak waarbij ik mij ertoe verbond om alles wat ik wist aan de speurders te vertellen. Net zoals ik bij Kris en Bart had gedaan, moest ik alles op tafel leggen. Ze zouden mij binnenstebuiten keren. Alle transacties, met naam en toenaam, met alle bedragen, wit en zwart, alle betalingen, in binnen- en buitenland. Alle relevante contacten, alle details van mijn business, vanaf de dag dat ik begonnen was als makelaar in 2010, tot en met 10 oktober 2018. De politie zou mijn informatie vervolgens checken en dubbelchecken. Indien het allemaal klopte, werd het cruciale informatie in het gerechtelijk onderzoek. In ruil voor mijn openheid zou ik een mildere straf krijgen. Dat was de deal. Als ik echter op fouten, op leugens, op onvolledigheden, op contradicties of inconsequenties zou worden betrapt, zou de afspraak onmiddellijk vervallen. Ze wilden een zo volledig en correct mogelijk beeld van al mijn activiteiten, om zo inzicht te krijgen in de voetbalbusiness. Mijn ondervragingen en het checken van de informatie zouden meerdere maanden, misschien zelfs een jaar kunnen duren. Ze raadden me aan om het aanbod ernstig te overwegen, omdat ik anders jaren gevangenis riskeerde. Ze verwezen naar voetbalmakelaar Pietro Allatta, die in 2015 acht jaar effectief had gekregen voor fraude in de affaire van de ‘gokchinees’ Zheyun Ye. Acht jaar achter de tralies, het was een gruwelijk toekomstbeeld. Als ik me akkoord verklaarde met hun spijtoptantenregeling, zou ik vijf jaar voorwaardelijke gevangenisstraf krijgen en een voorwaardelijke geldboete van 80.000 euro. Alle illegaal verkregen vermogensvoordelen zou ik verliezen. Mijn villa in aanbouw in Antwerpen, enkele appartementen in Servië en een berg cash geld, horloges, sieraden. Alles samen goed voor een totaalbedrag van een goede 4 miljoen euro.

Ivan Leko Beeld BELGA
Ivan LekoBeeld BELGA

Het mooiste woord

Ik dacht na over het voorstel. Maar niet heel lang. Alles vertellen wat ik wist leek me geen grote opgave. Ik had gemerkt dat veel topfiguren uit het voetbal zich uit de voeten trachtten te maken nu de bom was gebarsten. Dat veel mensen wel erg tevreden leken dat er één of twee makelaars geklist waren die met alle zonden beladen konden worden. Dat indien ik niet zou spreken, veel informatie wellicht verborgen zou blijven. Dat velen de dans zouden ontspringen en ik voor jaren in de gevangenis zou kunnen belanden. Ik zette mijn handtekening onder het voorstel van het federaal parket. ‘Ik vertel u alles wat ik weet,’ zei ik, ‘geen enkel probleem. En u mag alles checken, ook geen enkel probleem. Laat ons eraan beginnen.’

Dinsdag 20 november kreeg ik ’s ochtends van de bewaker te horen dat ik mij moest klaarmaken voor de raadkamer. Ik moest naar beneden, weer die boeien om, naar de rechtbank. Daar hoorde ik mijn advocaten de regeling met het federaal parket toelichten bij de rechter. Na de zitting ging het weer richting Begijnenstraat, maar daar aangekomen moest ik beneden in een kamertje blijven wachten. Na een tijdje kwam de directrice van de gevangenis mij melden dat ik mijn spullen mocht gaan pakken. Ik werd vrijgelaten. Ik keek haar even aan. ‘Vrijgelaten.’ Het was het mooiste woord dat ik de laatste jaren had gehoord. Ik greep haar hand en bedankte haar uitvoerig, ik wilde haar zelfs een zoen geven. Ze glimlachte flauwtjes. ‘Niet nodig om me te bedanken, hoor’, zei ze. ‘Gaat u nu maar mee, uw spullen halen.’ Na tweeënveertig dagen in een cel stapte ik weer buiten. Toen de celdeur weer achter mij gesloten werd, ademde ik heel diep in en uit. Dit nooit meer, zwoer ik.

We hadden vernomen dat er pers was samengetroept aan de poort van de gevangenis. Het nieuws was blijkbaar al uitgelekt. Kris Luyckx mocht zeer uitzonderlijk zijn wagen binnenrijden langs een achteringang. Ik stapte in en op de achterbank van zijn wagen verliet ik de gevangenis. Weer naar huis. Marija, die ondertussen was vrijgelaten door de kamer van inbeschuldigingstelling van Antwerpen, opende de deur. We omhelsden elkaar zoals nooit tevoren. Tranen. De kleine Lara sprong met zo’n geweld in mijn armen dat ik moest gaan zitten om te vermijden dat ik omviel. Toen ik na enkele minuten met advocaten Kris en Bart wilde praten over hoe het verder zou verlopen, probeerde ik haar weer aan haar moeder te geven, maar dat lukte niet. Ze bleef zich als een aapje vastklemmen rond mijn hals. Ze zei niets, ze huilde niet, maar ze bewoog ook niet en wilde niet meer lossen. Het was een hartverwarmende thuiskomst.

Wat later kreeg ik van Kris te horen dat hij telefoon had gekregen van de federale politie in Hasselt. We moesten meteen weer onze spullen pakken en vertrekken. Een avondje thuis om te bekomen van de zware weken was me niet gegund. Meteen weer de pees erop. Zucht. Maar Marija mocht wel mee, deze keer. We werden ondergebracht in een privéhotel in de omgeving van Hasselt, want de politie wilde de volgende dag beginnen aan de ondervragingen. Het was geen villa met zwembad, zoals ik later in een krant kon lezen, maar een bescheiden woning. Ik was vooral blij weer bij Marija te kunnen zijn.

De volgende ochtend nam ik in een lokaal van de federale politie van Hasselt plaats tegenover Paul, een wat oudere, strenge politieman, met wie ik ontiegelijk veel uren zou doorbrengen. Onderzoeksrechter Joris Raskin was ondertussen van het onderzoek gehaald. Hans Rieder, de advocaat van scheidsrechter Bart Vertenten, had een wrakingsverzoek ingediend. Daar was nog geen uitspraak over, maar het onderzoek liep verder onder leiding van een andere onderzoeksrechter. Ik keek even naar Paul, de politieman, ik sloot mijn ogen en dacht na. Dan begon ik te vertellen wat ik wist.

‘De Biecht van Dejan Veljkovic’, Pelckmans. Beeld Pelckmans
‘De Biecht van Dejan Veljkovic’, Pelckmans.Beeld Pelckmans

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234