'Den elfde van den elfde': de nieuwe fictiereeks van Tom Van Dyck & Alice Reijs

Den elfde van den elfde’, de titel van de nieuwe fictiereeks van Tom Van Dyck en zijn vrouw Alice Reijs, vanaf zondag te zien op Eén, verwijst naar de start van het carnavalsseizoen, dat traditioneel ingezet wordt op elf november. Om elf over elf. Door de Raad van Elf.

'Wij schrijven alles van ons af – dat spaart ons een psycholoog uit' Tom Van Dyck


Bekijk de trailer van 'Den elfde van den elfde »

Maar genoeg getalfetisjisme: terwijl carnaval voor velen louter een sociaal aanvaard excuus is om zich laveloos te drinken, wordt het volksfeest in ‘Den elfde van den elfde’ de bron van alle kwaad wanneer varkensboer Hubert Geunings (Jan Decleir) voor het eerst in 35 jaar niet tot Prins Carnaval gewijd wordt. Dorpelingen beginnen te strijden om de titel, stinkende potjes worden geopend, en maskers vallen af.

HUMO Bruno Vanden Broecke, die in de reeks Huberts schoonzoon Erik vertolkt, vertelde me dat hij een trauma opliep toen hij als kind ooit naar de carnavalsstoet in Binche ging kijken: hij vond de maskers griezelig. Hebben jullie wat met carnaval?

Alice Reijs «Ik kom uit het piepkleine Nederlandse dorp Haps, waar mensen tijdens carnaval bij wijze van spreken met een boerenkiel en een rode zakdoek om de nek door de straten lopen, en dan wordt er gehost en gezopen – zelfs anno 2015. Als kind vierde ik het wel, maar nu niet meer.»

HUMO Heb jij nooit als Voil Janet rondgelopen, Tom?

Tom Van Dyck «Eén keer, toen ik heel zat was, bij ons thuis in de keuken, maar verder niet (lacht).

»Omdat we allebei geen actieve carnavalisten zijn, hebben we ons verdiept in het carnavalsgebeuren: we hebben ons ingelezen, een delegatie uit Aalst over de vloer gekregen en lang gepraat met een ex-Keizer Carnaval van Herenthout. We hebben vooral veel technische vragen gesteld: we hebben niet gepalaverd over wie er nu precies lag te kotsen in de goot.»

Reijs «Daardoor zitten er veel traditionele elementen in ‘Den elfde van den elfde’ verwerkt. Zo staat Hubert op elf november in het bijzijn van zijn ganse familie reikhalzend naar de klokkentoren te kijken tot het elf over elf is, en de Raad van Elf – een gezelschap dat de carnavalsactiviteiten organiseert en de Prins bijstaat – hem in de kerk zal verwelkomen. En net zoals Aalst bij de sleuteloverdracht de Ajuinenstad wordt, verandert de naam van ons fictieve dorp Kerke dan in Knorrendonk, omdat varkensboer Hubert het feest al 35 jaar bekostigt.

»Verder bleek uit onze research vooral dat carnaval overal anders gevierd wordt: enkel de bandeloosheid is een constante. Het draait toch vooral om feesten en zuipen, en je niet beschaamd te hoeven voelen over wie je bent.»

Van Dyck «Behalve achteraf, dan (lacht).

»Nu, het is niet zo dat je van carnaval moet houden om naar de reeks te kijken: het is louter de kapstok waaraan we ons verhaal ophangen – net zoals de arena voor ‘Met man en macht’ (de reeks die Van Dyck samen met Tom Lenaerts schreef, red.) de politiek was. We vonden het carnaval dramaturgisch gezien heel knap, omdat je het over zijn en schijn kunt hebben; over het maandenlange onderdrukken van losbandigheid om dan drie dagen aan een stuk ongegeneerd stoom af te laten. Hoe komt het dat mensen daar zoveel nood aan hebben? En hoeveel mensen dragen buiten het carnavalsseizoen ook een masker? Dat, gecombineerd met de ensoriaanse kleurenpracht van carnaval, deed ons al snel beslissen dat we het verhaal van de familie Geunings in dat verenigingsleven wilden plaatsen.»

HUMO Als blijkt dat Hubert voor het eerst in drie decennia geen Prins Carnaval wordt, aast iedereen in het dorp op de titel. Alice, jij speelt Chantal, de vrouw van de alcoholverslaafde buschauffeur Frank (rol van Peter Van den Begin) en schoondochter van Hubert. Zij port haar man aan zich kandidaat te stellen: ‘De vrouw zijn van Prins Carnaval, wie zou dat nu níét tof vinden?’ Hoezo?

Reijs «Als je van carnaval houdt, is de titel van Prins Carnaval het hoogste goed. Zodra de kandidaten voor Prins Carnaval bekend waren, barstte in mijn dorp destijds een enorme strijd los: iedereen ging ervoor. Er werden sketchavonden georganiseerd, waar duchtig over gesproken werd. Ik weet nog dat ik als kind heel veel ontzag had voor Prins Carnaval, en diep onder de indruk was als hij in mijn buurt kwam. Die mantel! Die staf!

»Sommigen gaan heel ver. In een oude documentaire van ‘Het leven zoals het is’ hebben we mensen gezien die fortuinen aan carnaval uitgaven – zelfs het geld dat ze hadden opzijgezet voor hun bruiloft – in de hoop toch maar Prins Carnaval te worden. Want wie tot Prins Carnaval gewijd wordt, is even de machtigste persoon van het dorp.»

Van Dyck «Ik ben opgegroeid in Herentals, vlak bij Herenthout, bekend om zijn carnaval. Daar wonen mensen die, bij wijze van spreken, de dag na de stoet al beginnen met het ontwerp van de praalwagen voor het volgende jaar. Maar dat is eigen aan het verenigingsleven. Anderen zijn geobsedeerd door biljart, voetbal, of de scouts.

»Het is vooral het zinnetje dat Chantal er meteen ná zegt, dat belangrijk is: ‘Je zult nu eindelijk kunnen laten zien aan je vader wat je waard bent.’ Voor Hubert is de titel van Prins Carnaval al 35 jaar een manier om te laten zien: ‘Kijk, dit is wie ik ben.’ En nu zou zijn zoon Frank ook ‘iemand’ kunnen zijn: hij wil zich bewijzen.»


Hossen en rossen

HUMO De familie Geunings blinkt uit in het ophouden van de schijn: ze dragen niet enkel tijdens carnaval een masker. Vinden jullie dat verwerpelijk?

Van Dyck «Het beestje dat zich het makkelijkst aanpast, heeft de grootste kans om te overleven: dat heeft Darwin ons geleerd. Misschien is het dus heel natuurlijk dat je over een aantal schutkleuren beschikt. We doen allemaal ons best om onszelf zo goed mogelijk – en vaak beter dan we zijn – te presenteren.»

''t Is niet dat de romantiek van haar komt, en de vetzakkerij van mij. Eerder omgekeerd'

Reijs «Kijk maar naar Facebook.

»Iederéén verschuilt zich weleens achter een masker. We sluiten ons af uit zelfbescherming, maar dat brengt tegelijk ook veel wantrouwen en frustratie mee. Het zou makkelijker zijn als we onszelf wat meer zouden openstellen voor elkaar, maar zolang je jezelf niet verloochent en anderen niet kwetst, kan het zo’n kwaad nog niet.»

Van Dyck «Meer zelfs: mocht ik af en toe geen masker opzetten, ik zou vaak ruzie hebben (lacht).»

HUMO Komt de waarheid volgens jullie ook steeds aan het licht, zoals in de reeks?

Van Dyck «Dat krijg je als kind alleszins mee in je opvoeding: ‘Al is de leugen nog zo snel…’ Wat mij fascineert, is het web van leugentjes om bestwil waarin mensen verstrikt raken: de strategie van het wel goed bedóélen, maar net daardoor alleen maar schade aanrichten. Heel wat personages in onze reeks bezondigen zich daaraan.»

HUMO De reeks speelt zich af in het dorp Kerke, een typisch Vlaams boerengat.

Reijs «‘Den elfde van den elfde’ zou zich evengoed in een stad kunnen afspelen: daar worstelen de mensen met dezelfde dingen. Maar doordat de personages in zo’n klein dorp wonen, zijn ze veel meer op elkaar aangewezen. Hun gemeenschap, daar is geen ontkomen aan. De reeks is gefilmd in Prosperpolder: een gehucht met hoop en al honderd inwoners. Eigenlijk zou je het op een satellietfoto moeten kunnen zien: een lappendeken van akkers en graslanden, waar één straat doorheen loopt. Aan het einde van die straat staat een joekel van een kerk: we hadden de naam voor ons dorp dus al snel gevonden.»

Van Dyck «‘Kerke’ verwijst ook naar de oorsprong van carnaval. De katholieken hebben carnaval omarmd omdat het hun goed uitkwam: eerst nog eens goed hossen en rossen, om daarna de vasten in te gaan. Verder staat de weidsheid van het landschap rondom de kerk zó in contrast met de geslotenheid van de gemeenschap die er woont, dat we daar ook mee wilden spelen.

»Maar enorm toffe inwoners, hoor, in Prosperpolder. Ze hebben hun huizen voor ons opengesteld en lieten ons zonder morren de living herschilderen of muren bijzetten. Vijf maanden lang hebben ze zich aangepast aan ons: nu eens konden ze niet met de moto door de straat rijden, dan weer moesten de rolluiken naar beneden of dienden ze de lichten aan te laten. Eén familie heeft zelfs haar verbouwingen on hold gezet tot de opnames voorbij waren.»


Bollekesfeesten

HUMO Jullie hebben de reeks samen geschreven, samen geregisseerd én jullie productiehuis Toespijs is ook nog eens bij jullie thuis gevestigd. Is dat niet vrágen om echtelijke discussies?

Reijs «Dat is wonderwel gegaan. Er waren weleens discussies, maar niet meer of minder dan anders. Aanvankelijk hadden we een atelierruimte gehuurd…»

Van Dyck «…omdat ik dacht dat we werk en privéleven gescheiden moesten houden.»

Reijs «Maar dan zit je daar met z’n tweeën te schrijven in een enorm atelier: kun je evengoed thuiszitten – daar hebben we ook een kantoor, en het geld dat je zo uitspaart, kun je weer gebruiken voor andere dingen.»

Van Dyck «Op den duur kwamen de kinderen ook gewoon langs in het atelier.»

Reijs «Het zit in je hoofd: uiteindelijk kom je erachter dat die twee dingen helemaal niet te scheiden vallen. En hoe harder je ’t toch probeert, hoe meer stress je dat oplevert. Een reeks maken is zo arbeidsintensief dat je die knop op een gegeven moment niet meer kunt uitzetten.»

Van Dyck «De kinderen hebben meer dan eens gezucht: ‘Kunnen jullie alsjeblíéft eens over iets anders praten?’

»We zaten aan dezelfde tafel te schrijven. Ik ben een erg gestructureerde, propere mens: mijn bureau moet er zo (legt een stapel blaadjes kaarsrecht) uitzien. Terwijl Alice chaotischer is: alles ligt door elkaar bij haar. Ze werkt ook noest door (doet alsof hij een eind weg tokkelt op een toetsenbord), terwijl ik één zin typ, en dan met gemak twee uur achterovergeleund, met de handen op het hoofd, kan zitten nadenken. Of ik loop rond, en dan zie ik volledige scènes voor me. In het begin werd ik dus zot: (roept) ‘Ga ergens anders zitten, want bij jou gaat het zo rap en bij mij te traag!’ Waarop Alice dan in de keuken ging zitten, en ik haar constant hardop hoorde lachen met haar eigen vondsten. ‘Godverdomme!’ Of ik zei haar: ‘Laat me nu gewoon eens twee dagen doen, daarna vergelijken we wel.’ Dan stond Alice daar drie uur later alweer: (op opdringerige toon) ‘Kun je dit al eens lezen?’ ‘Neen! Wég! Wég!’»

Reijs (komt niet meer bij) «Dat was ik al vergeten! Dan dacht ik gewoon: ‘O, wat leuk! Toch even checken wat Tom ervan vindt.’ Dat dat niet altijd kon, vond ik best lastig.»

'De personages zijn hen op het lijf geschreven. We zijn pas aan de dialogen begonnen toen de acteurs hadden toegezegd.' Over Jan Decleir en Bruno Vanden Broecke, schoonvader en -zoon in de serie

HUMO ‘Van vlees en bloed’ schreef je met Michiel Devlieger, Tom; voor ‘Met man en macht’ heb je met Tom Lenaerts samengewerkt. Is het anders om met een vrouw te schrijven?

Van Dyck (blaast) «’t Is niet dat de romantiek van haar komt en de vetzakkerij van mij. Ik denk zelfs dat het eerder omgekeerd is.»

Reijs (lacht luid)

Van Dyck «Ik heb ook niet het gevoel dat er daardoor meer of betere vrouwenrollen in de serie zitten – in zowel ‘Met man en macht’ als ‘Van vlees en bloed’ zaten ook sterke vrouwenrollen.

»We wilden onze acteurs sowieso een rol geven waar ze hun tanden in konden zetten, en de personages zijn hen ook echt op het lijf geschreven: voor we begonnen, hebben we de acteurs gebeld die we voor een bepaalde rol in gedachten hadden. Pas nadat ze hadden ingestemd, zijn we aan de dialogen begonnen. Dat is handig: we hoorden de stemmen van Jan (Decleir), Frieda (Pittoors), Peter (Van den Begin) en Eva (van der Gucht) in ons hoofd tijdens het schrijven, en het zorgt er ook voor dat je hetzelfde doel gaat nastreven: de acteurs brachten op den duur zelf ideeën aan.»

HUMO Alice, jij hebt in eerdere interviews al laten vallen dat je het liefst personages speelt die ver van je afstaan. Is dat ook het geval met Chantal, Franks steun en toeverlaat?

Van Dyck (knipoogt) «Zo voor haar man zorgen? Ja, dat staat ver van haar af.»

Reijs «Chantal was even zoeken: omdat ik zelf aan het scenario had meegeschreven, was er niet de afstand die ik had willen hebben. Van andere acteurs weet je bijvoorbeeld hoe ze bewegen, maar van je eigen motoriek ben je je natuurlijk minder bewust.

»Dat gezegd zijnde: Chantal lijkt niet echt op mij, denk ik. Ik ben niet iemand die d’r eigen leventje opzijzet om de partner naar boven te duwen.»

'Ze lijkt niet echt op mij. Ik ben niet iemand die d'r eigen leventje opzijzet om de partner naar boven te duwen.'

HUMO Ik vraag het maar, omdat Yvonne (gespeeld door Eva van der Gucht), dochter van Hubert en getrouwd met Erik, in de reeks zegt dat ze als huisvrouw stikt tussen vier muren, en het beu is de meid te spelen. Jij vond het vroeger ook niet fijn om thuis te blijven voor de kinderen terwijl Tom ging spelen.

Van Dyck «Voilà, het is al duidelijk (lacht hard). We schrijven het allemaal van ons af: wij hebben geen psycholoog nodig. Zó makkelijk!»

Reijs «Ik vind het alleszins belangrijk om mijn eigen plek naast hem te veroveren. Toen de kinderen klein waren en Tom heel succesvol begon te worden, was dat best lastig. Want ik vind het belangrijk dat je je als mens blijft ontplooien, en niet alleen maar ten dienste staat van een ander: je moet ook leren een beetje egoïstisch te zijn. Maar er zijn heel veel personages die dingen zeggen die uit onze eigen levens komen.»

Van Dyck «Of uit die van onze buren, hè.»

Reijs «Sommige dialogen bevatten bijvoorbeeld zinnen die ik m’n ouders tegen mekaar heb horen zeggen.

»Maar die ‘Ik zit hier tussen vier muren en wil ook weleens wat doen’, zal wellicht voor alle huismoeders herkenbaar zijn. Of: ‘Ga maar naar je duiven!’ En: ‘Ben ik dan niet belangrijk?’»

Van Dyck «En die duiven kun je door zoveel andere dingen vervangen: een koersfiets, een moto, of vrienden.»

Reijs «Maar er zijn ook mannenuitspraken die van mij komen, hoor.»

Van Dyck «De minst poëtische!»

HUMO Af en toe barst er een personage in zingen uit: zo onthoud ik uit aflevering één dat Jan Decleir een verdienstelijke zanger is.

Van Dyck «De pers dacht aanvankelijk: ‘Oei, maken jullie een musical?’ Totaal niet: het gaat om de inhoud van de nummers. We zijn ervoor gaan aankloppen bij Koen Brandt van Het Geluidshuis, met wie ik al eerder had samengewerkt voor ‘Met man en macht’ en ‘Van vlees en bloed’.»

Reijs «We wilden namelijk geen carnavalskrakers à la ‘Er staat een paard in de gang’ gebruiken (lacht). Vergelijk het met de vroegere terzijdes in het toneel: de liedjes vertolken wat de personages niet kunnen vertellen – hun verlangens, angsten en dromen. Maar omdat carnaval de personages wel bezighoudt, hebben we die aspecten er visueel in verwerkt tijdens de nummers.»

HUMO Wat dat betreft: jullie wonen in Antwerpen. Stel dat jullie drie dagen lang de sleutel van de stad overhandigd krijgen van burgemeester Bart De Wever, wat zouden jullie dan doen?

Reijs «Dan zou ik het helemaal anders doen dan Bart De Wever (lacht). Ik zou al het verkeer uit de stad halen, en zorgen voor een enorm feest dat samenhorigheid creëert.»

Van Dyck «Dat hebben ze toch al? De Bollekesfeesten!»

HUMO Alaaf!

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234