Dertig jaar Payoke (2): ex-slachtoffers over de verschrikkingen van de mensenhandel'Ik was alleen op de wereld en doodsbang, ik huilde elke dag. Mijn leven was een hel'

De jongste dertig jaar heeft de vzw Payoke van Patsy Sörensen een paar duizend slachtoffers van mensenhandel opgevangen. Sommigen keerden terug naar hun land, maar veel anderen bleven in België en bouwden hier op het puin van hun verleden een nieuwe toekomst. Humo sprak met twee ex-slachtoffers met wie het goed afliep.

'Na anderhalf jaar had ik mijn pooier al 60.000 euro betaald. En nog wilde hij meer, anders zou hij een voodoovloek over mij en mijn familie uitroepen'


Lees ook: 30 jaar Payoke: de eenzame strijd van Patsy Sörensen

Een golf van vrolijkheid overspoelt de kamer als Patience (35) in het deurgat verschijnt. Haar ogen stralen, haar lach is uitbundig, haar knuffels overrompelend. Patience – een schuilnaam – is Nigeriaanse. Ze werkt als poetsvrouw in een bejaardentehuis en woont al vijf jaar samen met een postbode in Limburg, met wie ze twee jonge dochtertjes heeft.

Tien jaar geleden kende iedereen haar als Joyce en werkte ze in ’t Keteltje, een beruchte kroeg in het Antwerpse Schipperskwartier. Met haar roodgestifte lippen en vrolijk vlechtjeskapsel wond ze de mannen rond haar vinger. Altijd lief en goedgemutst bespeelde ze als geen ander de klanten, die dol op haar waren. En als ze ’s morgens wegdoezelde op de bus op weg naar huis, was de handtas op haar schoot tot de rand gevuld met briefjes en munten.

‘Ja, ik speelde mijn rol heel goed,’ vertelt ze over die jaren als prostituee. ‘Niemand wist hoe slecht ik mij voelde en hoe uitzichtloos mijn situatie was. Elke euro die ik verdiende, moest ik afgeven aan de man die mij naar België bracht, een Nigeriaanse voodoopriester. Rocky misbruikte me op alle mogelijke manieren. Hij hield me in zijn greep met voodoorituelen. Ik was alleen op de wereld en doodsbang, ik huilde elke dag. Mijn leven was een hel.’

In 2008 kwam Patience bij Payoke terecht, nadat ze gearresteerd werd en opgesloten in het Centrum voor Illegalen van Merksplas. Daar deed ze voor het eerst haar verhaal. Ze kwam terecht in het opvangtehuis van Payoke, diende een klacht in tegen haar pooier, werd erkend als slachtoffer van mensenhandel. De mensen van Payoke is ze oneindig dankbaar. ‘Ik was een wrak, zonder een spat hoop. Zij hebben me gered. Zij maken een weg waar er geen is.’

'Ik had geen diploma, ik kon niet fietsen, niet zwemmen… Ik kon niets. Maar bij Payoke sleuren ze je erdoor'


Bloed op het altaar

Patience was op haar 20ste door de voodoopriester naar België gesmokkeld met valse documenten, via het vliegtuig en met de auto. Tot dan woonde ze bij haar ouders in een dorp in de buurt van Benin, in één van de armste streken van Nigeria. Ze leefde van de magere inkomsten van wat ze op de markt kon verkopen. De voodoopriester lokte haar met valse beloftes – een goedbetaalde job als kindermeisje – mee naar België. Daar aangekomen kreeg ze te horen dat de overtocht naar België niet gratis was.

Patience «De volgende ochtend kwam de vrouw van Rocky bij me zitten. ‘Welkom in Europa,’ zei ze. ‘Nu ga je je schuld afbetalen van de reis die we voor jou geregeld hebben.’ Ik begreep het niet. ‘Heeft mijn man je dat niet verteld? Je moet ons 45.000 euro betalen.’ Heel zakelijk legde ze me uit hoe ik dat geld moest verdienen. Ze nam me mee naar ’t Keteltje en somde de prijzen op die ik voor verschillende diensten moest vragen aan de klanten. Ze toonde me een condoom en hoe ik het moest gebruiken. Het was de eerste keer in mijn leven dat ik zo’n ding zag. Ik had in Nigeria nog nooit een vriendje gehad, mijn ouders hadden ons heel streng opgevoed.

»Ik was sprakeloos. Ik voelde me verraden en wanhopig. Ik wilde terug naar Nigeria, of me gaan aangeven bij de politie. Alles behalve de prostitutie. Maar Rocky had controle over mij. Hij had voor ons vertrek uit Nigeria allerlei voodoorituelen met mij gedaan om me te beschermen tegen de kwade geesten. Ik had een eed van trouw moeten zweren. Als ik mijn schuld niet betaalde, dreigde hij, zou er met mij en mijn familie iets verschrikkelijks gebeuren.»

HUMO Geloofde je dat?

Patience «Natuurlijk. Voodoo beheerste mijn leven. Ik verafgoodde de voodoopriester. Als ik ’s morgens opstond, ging ik op de grond liggen om hem te groeten. Ik noemde hem en zijn vrouw ‘papa en mama’, zo stonden ze ook in mijn telefoon. Hij heeft jarenlang elke week rituelen op mij uitgevoerd. Ik dacht dat ik mijn leven aan hem te danken had.»

Ze toont de littekens in haar hals en op haar borst: sporen van de inkervingen die de voodooman heeft gemaakt over heel haar lichaam, om er een mengsel van kruiden in te smeren.

Patience «Hij knipte stukjes van mijn vinger- en teennagels, mijn hoofdhaar, mijn oksel- en mijn schaamhaar, en maakte daar een pakketje van. Dat hield hij altijd bij zich, daarmee hield hij mij in zijn macht. Als ik hem ‘ontrouw’ was, zou hij me via de spirituele wereld vernietigen. Elk weekend ging hij op de markt kippen of honden kopen, die hij offerde op een altaar: hij sneed hen de nek over en liet het bloed over het altaar druppen. Hij liet me ook wekelijks naar de Schelde gaan, waar ik aan het water moest bidden met in wit krijt gedoopte handen, en mijn eed aan hem moest vernieuwen door het eten van kola-noten. Elke dag brandde hij een rode kaars, als symbool van de macht die hij over me had. Ik geloofde het allemaal, en ik was doodsbang. Ik zag geen enkele uitweg.»

HUMO Herinner je je jouw eerste klant?

Patience «Ja, het was een complete ramp. Ik wist niet wat ik moest doen, ik had geen enkele ervaring. De klant werd kwaad, zei dat ik waardeloos was, vroeg zijn geld terug – 50 euro voor een uur.

»Het heeft even geduurd eer ik het allemaal onder de knie kreeg: het systeem, de technieken, hoe je een klant gelukkig maakt. Maar ik leerde snel bij en ik werd er goed in. Ik was altijd vrolijk, vertelde nooit iets over mezelf of over mijn problemen. Mannen voelden zich goed bij mij. Ik zag er ook helemaal anders uit dan nu: ik had lang haar met tientallen kleine vlechtjes, knalrode lippen, hoge hakken. Nu heb ik een kort kopje en doe ik geen lippenstift meer op, ik hou er niet meer van.

»Ik verdiende goed. Dikwijls meer dan 600 euro per nacht, en soms 1.000 euro, als een klant me voor een nacht meenam op hotel. Al dat geld moest ik aan de voodoopriester afgeven. Elke ochtend als ik terugkwam van het werk fouilleerde hij mijn zakken en keerde mijn handtas binnenstebuiten.»

'Ik beschouw de mensen van Payoke als familie. Zij hebben dit mooie leven voor mij mogelijk gemaakt'' Patience (Foto: Patsy Sörensen)

HUMO Kon je niet wat geld achterhouden?

Patience «Oh nee, ik durfde zelfs geen 10 cent voor mezelf houden. Hij heeft me heel vaak gewaarschuwd: ‘Als je nog maar één euro achter-houdt, zal ik er door de voodoo achterkomen, en dan teken je je doodsvonnis.’ Als ik iets nodig had, een kaart voor mijn telefoon, of nieuwe kleren, moest ik het geld aan hem vragen. Dan ging ik in de Zeeman een paar T-shirts of een broek kopen. Ik moest het altijd heel goedkoop doen. Soms kochten klanten iets moois voor mij, maar als hij dat zag, nam hij het van me af.

»Na anderhalf jaar had ik mijn schuld al ruim afbetaald. Ik schreef elke dag op wat ik had verdiend – alleen de grote briefjes, het kleingeld telde ik niet eens mee – en kwam aan meer dan 60.000 euro. Maar hij wilde me niet laten gaan. Ik moest voor hem blijven werken, anders zou hij de voodoovloek over mij en mijn familie uitroepen. Niemand kan zich voorstellen hoe bang die gedachte me maakte. En dus deed ik alles wat hij vroeg, alles. Hij liet me een tijdlang in Brussel werken op de Louisalaan, en in Oostende achter de vitrine. Ik moest ook seks met hem hebben, zonder condoom. Ik ben drie keer zwanger van hem geraakt en moest drie keer een abortus ondergaan.

»Zelfs als ik ziek was, stuurde hij me op pad. Mijn hele lijf deed pijn. Ik werkte ’s nachts en sliep overdag, maar meestal kon ik niet doorslapen omdat klanten me ook dan opbelden. ‘Joyce, ik ben in Antwerpen, in dat hotel, kom je?’ Dan moest ik gaan, ook al had ik bijna niets geslapen. Douchen, aankleden, haren opmaken, rouge op wangen en lippen, en lachen. Ik was de Joyce die iedereen gelukkig maakte. Hoe slechter ik me vanbinnen voelde, hoe blijer ik aan de buitenkant leek. Af en toe was er wel een klant die door dat masker heen keek. ‘Joyce, dit is geen plek voor jou. Jij doet dit werk niet graag. Hier, neem je geld en ga naar huis.’ Maar ook dat was een probleem: ik kon niet naar huis voor het ochtend was. En dus ging ik terug naar ’t Keteltje, op zoek naar de volgende klant.

»Ik verdiende steeds meer want ik had veel vaste klanten. Sommigen werden verliefd en wilden dat ik bij hen bleef. Ze gaven me enorme sommen geld om me vrij te kopen. Eén van hen, Jeroen, gaf me alles wat hij had: 45.000 euro. Nadien moest hij van het OCMW leven. Ik heb het geld aangenomen en aan de voodoopriester gegeven. Die vond het niet genoeg. Een andere klant gaf me 10.000 euro. Nog een andere wilde me 50.000 euro geven, op voorwaarde dat ik een deel investeerde. ‘Waarom?’ vroeg ik. ‘Je zegt dat je van me houdt, waarom geef je me het geld niet gewoon? Je houdt niet van me, fuck you!’»

HUMO Hield jij van hen?

Patience «Nee, ik deed alsof. Ik moest overleven. Ik was mezelf niet, ik werkte maar verder, zonder nadenken, zonder er iets bij te voelen. Maar voor Rocky was het nooit genoeg.»

'Ik hou van mijn werk als poetsvrouw. Er is niemand meer die klaarstaat om het geld dat ik verdien af te nemen. Als ik 20 euro heb, dan is die van mij'


Leven zonder mama

HUMO Wist je familie in Nigeria wat je deed?

Patience «Nee, die pijn wilde ik hen besparen. In het begin mocht ik soms nog eens naar huis bellen: dan ging de voodoopriester met mij naar een telefoonwinkel, en bleef hij bij het gesprek om te horen wat er gezegd werd. Ik deed altijd heel opgewekt tegen mijn moeder, vertelde dat ik goed verdiende als babysitter en dat ik gelukkig was. Eén keer heeft mijn moeder me gevraagd of ik geld kon sturen, een bedrag van 250 euro, omdat ze niets meer hadden. Toen ik aan Rocky vroeg of dat mocht, is hij razend geworden. Van toen af mocht ik niet meer naar huis bellen. Hij begon ook meer en meer voodoo te doen. Ik werd nog banger, nog eenzamer. Het enige wat me rechthield, was de gedachte dat dit niet mijn echte leven was, dat er een andere toekomst voor mij was. ‘Dit is niet wie ik ben. Ooit ga ik ontsnappen.’»

HUMO Waardoor bén je uiteindelijk ontsnapt?

Patience «Door de dood van mijn moeder. Iemand vertelde me dat mijn moeder in Nigeria was gestorven. Ik kon het niet geloven. Toen heb ik voor het eerst in jaren terug naar mijn familie gebeld. Ik hoorde mensen huilen op de achtergrond: mijn broers en zussen, mijn vader. Ik hoorde ze zeggen: ‘Is dat Patience?’ Iedereen was geschokt om mijn stem te horen, ze dachten dat ik dood was. ‘Waar ben je al die jaren geweest?’ Ik begon te huilen, te huilen, mijn hart schreeuwde. Het leek alsof er een waas van voor mijn ogen viel, en ik pas nu helder kon kijken: ‘Hé, ik ben in Europa, wat doe ik hier?’ Alsof ik jaren in een soort trance had geleefd. Het was de geest van mijn moeder die me wakker schudde.

»Dat was het moment dat ik de moed vond om tegen de voodoopriester in het verzet te komen. ‘Je bent mijn god niet, ik ga weg.’ Ik was zo kwaad omdat hij me al die jaren van mijn familie had afgesneden. En ik had al zoveel betaald. Vijf jaar en vier maanden had ik voor deze man gewerkt. In totaal heb ik 300.000 euro voor hem verdiend. Tenminste, dat is wat ik me kan herinneren, in werkelijkheid was het nog meer.

»In 2008 was dat. Het jaar dat ik werd gearresteerd en naar Merksplas werd gebracht. Daar heb ik nagedacht. Ik moest mijn leven opnieuw beginnen. Zonder mama. Waar moest ik beginnen? Ik had geen huis, geen geld, geen vrienden… niets! In Merksplas heb ik naar een sociaal assistente gevraagd. ‘Ik heb iets te vertellen. Please, ik heb iemand nodig die me hieruit redt.’ En ik vertelde alles wat ik had meegemaakt.

»Ik belde ook Jeroen, de klant die me 45.000 euro had gegeven. Hij heeft Payoke ingeschakeld. Daar ben ik hem eeuwig dankbaar voor. Zij hebben me geholpen om mezelf terug te vinden, en een klacht in te dienen tegen Rocky. Ik ben drie maanden in hun opvangtehuis gebleven, waar ook andere meisjes waren. We vertelden elkaar wat we hadden meegemaakt en troostten elkaar. We deden allerlei activiteiten. Nederlandse les, zwemmen, voetballen, de inburgeringscursus. Elke ochtend ging ik een paar kilometer joggen in het park. Dat maakte me sterker.»

HUMO Hoe heb je je angst voor de voodoovloek overwonnen?

Patience «Ik bid, ik lees de Bijbel, ik ben heel katholiek. Mijn geloof is sterker dan de voodoo. Ik ben bij een priester gegaan die mijn lichaam heeft gezuiverd. Elke vloek die in mijn lijf zat, heeft hij gebroken, elk spoor van satanisme heeft hij vernietigd, van mijn hoofd tot mijn tenen, door de kracht van de Almachtige. Ik ben niet bang meer, want de God die in mij leeft, is groter en machtiger dan de voodoo. Ik ben het licht, zij zijn de duisternis. En waar het licht komt, moet de duisternis wijken. Nu ben ík sterker dan zij.»

HUMO Heb je de voodoopriester nog teruggezien?

Patience «Nee. Na mijn klacht is hij veroordeeld tot drie jaar cel. Ik denk dat hij vandaag weer in Nigeria zit. Vorige week heb ik nog van hem gedroomd. Ik was niet bang meer.»

Aan haar oude leven denkt ze vandaag nog zo weinig mogelijk, ‘anders moet ik huilen’. Ze is een blije mama voor haar twee dochtertjes, hoopt dat ze volgende maand haar rijbewijs haalt, gaat binnenkort trouwen met haar postbode.

Patience «We hebben elkaar via vrienden leren kennen. Zijn ouders nemen me zoals ik ben, maar ze kennen mijn verleden niet. Alleen mijn vriend en mijn familie in Nigeria hebben er weet van. Ik heb het hen verteld na de dood van mijn moeder, ze waren woest op die man.

»Ik voel me thuis in België. Ik hou van mijn werk als poetsvrouw. Er is niemand meer die klaarstaat om het geld dat ik verdien af te nemen. Als ik 20 euro heb, dan is die van mij. Mijn droom is om samen met mijn vriend een huis te kopen. Later wil ik dat mijn dochters naar de universiteit gaan. En één keer in de week wil ik mezelf mooi maken, uitgaan met mijn man en mijn kinderen, en plezier maken. Dat is mijn droom. Ik beschouw de mensen van Payoke als familie. Zij hebben dit mooie leven voor mij mogelijk gemaakt. Ik doe wat ik wil. Ik heb mijn leven terug, ik ben vrij. Dat is een onbetaalbaar gevoel.»

'Ik kon nergens naartoe. Alleen de gedachte dat ik mijn dochter ooit naar België zou halen, hield me recht'


Bedreigd, getrouwd, ontvoerd

Ook het pad van Eglantina Bodurri (40), die werd uitgebuit als poetsvrouw, kruiste dat van Payoke. De Albanese woont vandaag in een prachtig huis in Eeklo, samen met haar man en hun twee jonge kinderen. Criminologe, beëdigd tolk in politieonderzoeken, voorzitter van de CD&V-afdeling in Eeklo: wie haar carrière ziet en weet waar ze vandaan komt, kan haar alleen maar bewonderen.

Eglantina Bodurri «De meeste mensen denken bij mensen-handel aan gedwongen prostitutie, maar er zijn ook slachtoffers van economische uitbuiting. Ik viel in die categorie, hoewel ik weiger om mezelf als een slachtoffer te zien. Ik ben het hooguit een tijd geweest. Ik heb altijd met veel fierheid naar mezelf gekeken.

»Ik groeide op in een bergdorp in Albanië, in mijn kindertijd nog een geïsoleerde communistische dictatuur. Ik ging naar school, werkte ’s avonds met mijn familie op het veld, wist weinig van de wereld buiten ons dorp. Toen viel het communistische systeem uit elkaar, het overheidsapparaat stortte in, criminele clans namen de macht over en werden rijk met sigaretten-smokkel, wapen- en drugshandel. In ons dorp doken jonge mannen op met gouden kettingen en leren jekkers, die boerenjongens ronselden om voor hen als koerier te werken. Toen ze ontdekten dat er nog meer geld te rapen viel in de vrouwenhandel, begonnen de ontvoeringen van jonge meisjes in de afgelegen bergdorpen. De ontvoerders sloegen meestal toe bij valavond, als een meisje nog buiten aan het werk was met de koeien bijvoorbeeld. Tegen dat de politie hun verdwijning ernstig nam, zaten ze al aan de kust, klaar om verscheept te worden naar Europa. In een paar jaar zijn zo tienduizenden meisjes verdwenen. Ze werden letterlijk geroofd. Als ze niet wilden meewerken, werden ze mishandeld, soms vermoord. Een deel van die meisjes kwamen in het Antwerpse Schipperskwartier terecht.

'Zonder dat ik iets aan Patsy gevraagd had, is zij in Albanië op eigen houtje naar mijn dochter op zoek gegaan' Eglantina

»Hetzelfde had ook mij kunnen overkomen. Toen ik 14 was, werd ik na school aangesproken door een wilvreemde man. Hij vond me mooi en wilde dat ik zijn vrouw werd. Als ik niet instemde om te trouwen, zou hij me ontvoeren. Ik wist dat dat geen loze bedreiging was: wat verder stond een witte auto klaar met daarin een paar ruig bebaarde kerels. Ze konden me als een kuikentje de wagen in duwen. En dus stemde ik toe om met de onbekende man te trouwen, tot ontzetting van mijn ouders.

»Mijn echtgenoot bracht me onder bij zijn moeder, waar ik meestal in huis werd opgesloten. Zelf zat hij het grootste deel van de tijd in het buitenland, ik vermoed in de vrouwenhandel. Door te trouwen, had ik mijn familie voor een grote schande behoed. In een jaar tijd werden drie meisjes uit mijn dorp ontvoerd en als prostituee in Europa verkocht. De families van die meisjes werden door iedereen scheef bekeken. Ik had me al neergelegd bij mijn lot, werd heel jong moeder van een dochtertje, Klea, probeerde een goeie moeder, huisvrouw en schoondochter te zijn.»

Er volgde een tweede, hardere tegenslag voor Eglantina. Ze werd op klaarlichte dag in haar appartement verkracht door een indringer en door hem ontvoerd naar België.

Eglantina «Hij bracht me naar een appartement in Deinze, dat hij deelde met zijn broer. In Italië was de man veroordeeld voor vrouwenhandel, maar mij heeft hij gelukkig niet in de prostitutie gedwongen. Ik denk dat hij niet durfde omdat hij geseind stond. Maar ik moest wel geld voor hem verdienen. Véél geld. Hij zette me aan het werk als poetsvrouw: in de chique buitenwijken moest ik van deur tot deur vragen of ik er mocht schoonmaken. Na een paar maanden had ik heel veel werk. Van ’s ochtends tot ’s avonds ging ik poetsen bij mensen thuis, en na zes uur moest ik afwassen in restaurants tot na middernacht. Omdat ik zoveel werkte, verdiende ik goed, maar het geld werd volledig opgeëist door mijn ontvoerder, die van mij verwachtte dat ik me gedroeg als zijn vrouw. ‘Durf nooit weg te gaan, anders doen we je familie en je dochter in Albanië iets aan,’ dreigde hij. Hij vertelde hoe het zijn ex-vriendin was vergaan in Italië, een vrouw die zich voor hem prostitueerde en hem had bedrogen met een klant. Hij had haar met een stuk hout langs een verlaten spoorweg doodgeslagen.

»Ik kon nergens naartoe. Mijn ontvoerder had verblijfspapieren voor me geregeld onder een valse naam, als zijn zogenaamde Kosovaarse echtgenote. Ik sprak geen Nederlands en was op hem aangewezen. Ik was een meisje dat niet bestond. Mijn ouders in Albanië waren ervan overtuigd dat ik verkocht was en in de prostitutie werkte en namen me dat kwalijk; zij durfden niet meer buitenkomen in hun dorp. Ik had geen contact meer met mijn dochter Klea, die bij mijn schoonfamilie was gebleven. Alleen de gedachte dat ik haar ooit naar België zou halen, hield me recht. Ik werkte en werkte, was een echte cleaning machine. Mijn handen gingen kapot van de schoonmaakproducten. Drie jaar heb ik het volgehouden, tot ik helemaal mager en uitgeput was. Op een avond ben ik in een restaurantkeuken flauwgevallen van de vermoeidheid.»

En toen stond het geluk plots aan Eglantina’s kant: haar ontvoerder en zijn broer werden gearresteerd en gingen de cel in voor diefstal.

Eglantina «Ik ben gered door een koppel uit Deinze, Fernand en Marleen. Ze waren klant bij de tennisclub waar ik ging poetsen. Ik heb hen in vertrouwen genomen: die man was helemaal niet mijn echtgenoot, maar mijn uitbuiter. Ze waren erg gechoqueerd en hebben me, ondanks de gevaren en de kritiek van hun vrienden, in huis genomen en me beschermd. Onder hun impuls ben ik naar de politie gestapt om een klacht in te dienen. Zo kwam ik, als slachtoffer van mensenhandel, terecht in het opvangtehuis van Payoke, op een geheime locatie in Antwerpen. Toen ik de verschrikkelijke verhalen van de andere meisjes hoorde over de prostitutie en genadeloze pooiers, vond ik dat ik nog geluk had gehad.

»Van het opvangtehuis herinner ik me slechts flarden. Ik durfde niet buiten te komen, want in de Antwerpse straten vochten Albanese clans in die tijd hun vetes uit. Ik reageerde me af door de hele dag te poetsen: de keuken, de kamers met de stapelbedden, de stoffige houten trappen… ik liet alles blinken (lacht). Er waren nog andere vrouwen die hun kinderen kwijt waren. Ik herinner me een zwarte vrouw die de hele dag van voor naar achter schommelde op de trap, met de foto van haar zoontje tegen haar borst gedrukt – totaal getraumatiseerd. Dat raakte me erg. Ze vond de kracht niet om nog iets te ondernemen. Ook ik was bang voor de toekomst. Ik had geen diploma, ik kon niet fietsen, niet zwemmen… Ik kon niets. Maar bij Payoke sleuren ze je erdoor. Ze geven je moed en helpen je in je procedure om erkend te worden als slachtoffer van mensenhandel. Ik was vastbesloten om de kansen die ik kreeg te gebruiken.

»Mijn eigen daders waren intussen vrijgelaten en naar Albanië teruggekeerd. Ik was doodsbang dat ze wraak zouden nemen op mijn dochter, of op mijn jongere broertje, die nog bij mijn ouders woonde. Het probleem loste zichzelf op. Mijn ontvoerder, die een kort lontje had, schoot op straat een jongen dood in een ruzie over een parkeerplaats – de wagen en zijn bestuurder waren doorzeefd met een kalasjnikov – en verdween achter de tralies. Mijn familie in Albanië kon opgelucht ademhalen, en ik kreeg plots heel veel kredietjaren.»

'Ik weiger om mezelf als een slachtoffer te zien. Ik heb altijd met veel fierheid naar mezelf gekeken'


Engelbewaarder

Eglantina «De naam Patsy Sörensen had ik al een paar keer horen vallen in het opvangtehuis, maar ik had haar nog nooit gezien. Op een dag was er telefoon voor mij. Patsy Sörensen zat in Albanië en wilde me spreken. Ze wilde weten hoe de situatie met mijn dochter juist in elkaar zat, en uit welk dorp ik kwam. Zij is toen op eigen houtje met haar politiecontacten op zoek gegaan naar mijn dochter, en heeft haar gevonden in een ander dorp – mijn ex was verhuisd. Ze had haar zelfs even op school bezocht. Het was voor het eerst in jaren dat ik nieuws had van Klea. Ik had niets gevraagd aan Patsy, ze wist gewoon hoe belangrijk dat voor me was en ze ging ervoor. Heel bijzonder. Later is ze verschillende keren met mij naar Albanië gegaan om mijn dochter te gaan bezoeken.

»Ik herinner me nog de eerste keer: we reden naar het dorp waar Klea bij haar grootmoeder woonde, vol verwachting maar ook bang dat het zou mislopen. Patsy vond het beter dat ik in de auto bleef zitten – onder een deken, want je wist maar nooit – en ging samen met een advocate aanbellen. Het liep totaal uit de hand. De grootmoeder werd razend en greep Patsy bij de keel: ‘Ik geef je een miljoen als je me zegt waar die hoer van een Eglantina zit, zodat ik haar eindelijk kan laten doden.»

Dat was het begin van een jarenlange strijd waarin Eglantina probeerde om haar dochter te zien te krijgen. Daar had ze, na een moeilijke juridische strijd, ook recht op gekregen. Maar de vader van Klea had het hele dorp, de burgemeester én de politie omgekocht om dat te verhinderen, en vaak werd ze door een joelende menigte uit het dorp weggejaagd voor ze Klea nog maar te zien kreeg.

Eglantina «Intussen was ik zelf niet meer het bedeesde, naïeve meisje van vroeger. Ik had heel snel Nederlands geleerd en in twee jaar tijd mijn diploma van de middelbare school gehaald. Ik had veel Vlaamse vrienden die me steunden, en voor het eerst in mijn leven had ik het gevoel dat ik de moeite waard was. De grens tussen neerkijken op jezelf of juist heel positief naar jezelf kijken is heel dun, maar ik heb ondervonden dat de keuze beslissend is voor je leven. Ik wilde vooruit, en ik wilde vechten voor mijn dochter.»

Eglantina ging studeren aan de universiteit.

Eglantina «Ik koos voor criminologie, omwille van mijn eigen geschiedenis. Mijn thesis, met als promotor Brice De Ruyver, ging over de georganiseerde misdaad in Albanië. Zo hoopte ik beter te kunnen begrijpen waarom dit me allemaal overkomen was. Ik leerde enorm veel bij over mijn eigen land, dingen die ik nooit geweten had. In Albanië legde ik ook contacten met procureurs en politiemensen, die nuttig waren in de zaak voor mijn dochter. Intussen had ik aan de universiteit ook mijn huidige man leren kennen. Hij heeft me in alles gesteund.»

Dat was tien jaar geleden. Eglantina’s dochter Klea woont inmiddels in België en studeert aan de hogeschool. Met haar nieuwe man kreeg Eglantina nog twee kinderen, vandaag 5 en 7 jaar oud.

Eglantina «Uiteindelijk is het mijn ex, de vader van Klea, die zelf heeft ingestemd dat onze dochter naar België kwam. Hij was het vechten beu en maakte zich zorgen om haar, ze was een onhandelbare, uitdagende puber. Hij had geen enkele grip meer op haar en was bang dat ze in Albanië ontvoerd zou worden. En hij wist intussen dat ik haar in België een betere toekomst kon geven. Niet dat het simpel was toen Klea bij ons kwam wonen, want haar onzekere, onveilige kindertijd in Albanië bleef natuurlijk niet zonder sporen.»

Vandaag werkt Eglantina als tolk Albanees-Nederlands en heeft ze zich in Eeklo ook politiek geëngageerd. Sinds vier jaar is ze er voorzitter van de lokale CD&V-afdeling. Ze helpt de mensen van Payoke in hun Albanese dossiers en gaat af en toe met Patsy Sörensen naar Albanië om families van slachtoffers te steunen. Ze tolkt ook voor de politie in onderzoeken naar de Albanese misdaad, ontmoet er vaak meisjes die in de vrouwenhandel verstrikt raakten en in dezelfde uitzichtloze situatie zitten als waar ze zelf ooit in zat.

Eglantina «Als ik hun verhalen hoor, weet ik soms precies wat ze voelen. Ik leef enorm met hen mee, maar ik mag het niet laten merken omdat je als professionele tolk afstand moet bewaren. Dan denk ik aan de lange weg die ze nog af te leggen hebben. Maar ik weet ook iets dat ook zij gaandeweg zullen ontdekken: dat je als mens enorm veel innerlijke kracht hebt. Het komt erop aan te geloven, en de hoop nooit op te geven.»

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234