Dertig jaar 'The Joshua Tree': Onze Man bij U2 in Seattle

In 1987 pakten vier Ieren de wereld in met hun visie op de Amerikaanse droom: dankzij ‘The Joshua Tree’ werd U2 de grootste groep van zijn generatie, en dat wordt dezer dagen herdacht met een luxueuze heruitgave en een tournee die hen in augustus naar Brussel brengt. Vier Ieren vieren, en Onze Man viert mee!

''Prachtig, prachtig, prachtig' staat op mijn notities, en dat vat het het best samen'

‘The Joshua Tree’ was in 1987 niet enkel het voorlopige hoogtepunt uit de carrière van U2, het was ook een uitgekookte conceptplaat die de al populaire groep naar een hoger peil moest stuwen. En dat moest gebeuren door de Amerikaanse markt in te palmen. Manager Paul McGuinness besefte dat het échte grote geld in de Verenigde Staten te rapen viel, waar eindeloos lucratief getourd kon worden en waar de platenverkoop (in die tijd nog cruciaal) altijd hoger lag dan in Europa. En dus verwerkten Bono en co. hun oprechte enthousiasme over all things American in de songs op ‘The Joshua Tree’.

Laten we eerlijk zijn: wat ‘The Joshua Tree’ tot een klassieker maakt, is in de eerste plaats de superieure kwaliteit van de melodieën. Al de rest – het sublieme en unieke gitaarspel van The Edge, het ambitieuze, visionaire panorama van de plaat, de sociaal bewogen lyrics en de vele lagen americana zijn slechts de kers op de taart. Simpelweg: niemand heeft dat jaar, noch de volgende jaren, potentere, meer beklijvende en beter meezingbare songs dan ‘Where the Streets Have No Name’, ‘With or Without You’ of ‘I Still Haven’t Found What I’m Looking For’ geschreven.

In de categorie rock had U2 in de USA sowieso gewonnen spel. Bruce Springsteen zette bewust een stapje terug met ‘Tunnel of Love’, een plaat waarmee hij geen stadions wou en zou vullen. ‘Dirty Work’ (1986) van The Rolling Stones was geen hoogvlieger. Guns ’N Roses waren gloeiend heet, maar ze hadden minder goeie songs en een minder sympathieke zanger. Aerosmith draaide al een eeuwigheid mee, maar hun grootste hits moesten ze nog maken. De grunge was aan het kiemen, R.E.M. was nog te apart en The Smiths waren voor de Amerikanen te Engels. Kortom: de weg lag wijd open, een highway van Dublin naar New York en alles wat daartussen lag.

Vernieuwend of revolutionair was ‘The Joshua Tree’ niet, daarvoor moesten we wachten tot ‘Achtung Baby’ in 1991. Maar van voorganger ‘The Unforgettable Fire’ had U2 wel geleerd dat het goed was om buitenstaanders hun zeg te laten doen, en dus werden Daniel Lanois en Brian Eno andermaal aan boord gehesen. De plaat werd opgenomen als groep – samen, bijna live, in omstandigheden en op locaties waar de studioklok niet tikte. Het kernwoord tijdens die sessies was ‘cinematic’: groots, panoramisch, mythisch. Groter dan het leven zelf. Vandaar dat een ‘Where the Streets Have No Name’ perfect rendeert in stadions, terwijl de song toch niet opzichtig naar een miljoenenpubliek hengelt. Dit was ook de periode dat Bono van een goeie naar een grootse zanger evolueerde.

'De Amerikanen beschouwen 'The Joshua Tree' een beetje als 'hun' U2-plaat'

Soms hielp het toeval een handje. The Edge experimenteerde met de toen pas ontworpen Infinite Guitar van Michael Brook, terwijl Bono en zijn vriend/mentor Gavin Friday in de controlekamer naar een eerste versie van ‘With or Without You’ luisterden. Edge kon hen niet horen, maar zij konden wel horen wat hij speelde, en dat bleek perfect bij die track te passen. ‘Bullet the Blue Sky’ ontstond toen de groep jamde op een drumpatroon van Larry voor een nooit uitgebrachte song die ‘Under the Weather Girls’ heette. En één keer redde technicus Pat McCarthy een klassieker voor de eeuwigheid, toen een gefrustreerde Eno – die het gevoel had dat de band beter helemaal opnieuw kon beginnen – de opname van ‘Where the Streets Have No Name’ ‘per ongeluk’ wilde wissen.

Weetje: de plaat werd goeddeels opgenomen in Danesmoate, een riant landhuis in de buurt van Dublin. Adam Clayton was er zo door gecharmeerd dat hij het huis in 1987 kocht – wat ook al iets zegt over het succes van ‘The Joshua Tree’. Ooit reed Neil Young door Dublin en toen de taxichauffeur hem Adams kasteeltje aanwees, bromde Young ongelovig: ‘That’s the bass player’s house?!’


Het beloofde land

Niemand kon als U2 het dunne koord bewandelen tussen creatieve excentriciteit en commercieel potentieel. Neem de zogenaamd iconische hoes van ‘The Joshua Tree’: eigenlijk is die tamelijk banaal en commercieel, een geposeerde groepsfoto zoals er duizend andere zijn. Maar het is de Joshua tree zelf, die grillige prehistorische boom, de bonsai van één of andere gestoorde reus, die bijna uitgroeide tot het logo van de groep. Het is U2’s equivalent van de tong van de Stones. Ook voor de stunts hadden ze goed naar hun voorgangers gekeken: onaangekondigd (maar wel met perfecte timing gelekt) optreden op het dak van zomaar een gebouw, dat had een groepje uit Liverpool al eens gedaan. Dat het experimenteren binnen strenge parameters gebeurde, bleek uit het feit dat, op de valreep en zeer tot ongenoegen van Eno en Lanois, Steve Lillywhite werd aangezocht om de drie singles radiovriendelijker te maken.

Tekstueel en emotioneel is ‘The Joshua Tree’ de neerslag van de reizen die Bono en The Edge door Noord- én Zuid-Amerika maakten, de blues die hen werd voorgeschoteld door nieuwe vrienden als Keith Richards, Mick Jagger en Bob Dylan, en Bono’s preoccupatie met de keerzijde van de American Dream, ‘vervlogen dromen, verlies, polarisatie en vergetelheid’. Wat de Ieren fascineerde, was het oude, mythische Beloofde Land van de pioniers en de geboorteplaats van de blues en rock-’n-roll. Op de moderne Verenigde Staten, met z’n meedogenloze kapitalisme, platte consumentisme en megalomane presidenten waren ze een stuk minder gesteld. Heel wat songteksten zijn dan ook dubbelzinnig: ‘In God’s Country’ verwijst bijvoorbeeld ook naar de racistische rednecks uit de Zuidelijke staten, die zich superieur wanen en hun territorium ‘God’s own country’ noemen.

De groep hoedde zich ervoor de Amerikanen te beledigen, maar bij heel wat extreemrechtse en nationalistische Amerikanen schoot Bono’s politieke activisme in het verkeerde keelgat. Het FBI moest tijdens verschillende concerten op zoek naar scherpschutters die de zanger wilden afknallen. Er was een moment in Tempe, waar een gek had aangekondigd dat Bono tijdens ‘Pride (In the Name of Love)’ het vers over Martin Luther King niet zou halen. ‘Ik zong met gesloten ogen,’ zou Bono later verklaren, ‘en na afloop stelde ik verbaasd vast dat ik nog leefde en dat Adam zich de hele song vlak voor mij had gepositioneerd om eventuele kogels op te vangen.’

In Indianapolis kwam voorprogramma Los Lobos niet opdagen. Hun plaats werd ingenomen door een onbekend groepje, The Dalton Brothers, dat een handvol middelmatige coverversies van countrysongs bracht. De U2-fans jouwden hen uit, zonder te beseffen dat het met pruiken, zonnebrillen en ridicule cowboy boots getooide combo U2 zélf was – beelden zijn te vinden op YouTube. Je eigen ‘Spinal Tap’ creëren, dát is klasse.

U2 heeft het tot supergroep geschopt door een combinatie van quality control en de juiste strategie. Kijk maar naar ‘Rattle & Hum’, de opvolger van ‘The Joshua Tree’: een overhaast bij elkaar geharkte live-cd die alle bekeerde Amerikanen nogmaals langs de kassa moest doen passeren. Vooral Larry Mullen Jr. – altijd al de purist van de groep – had z’n bedenkingen bij de plaat, maar het pleit voor het grote talent van U2 dat zelfs het peil van dat haastwerk nog vrij hoog lag.

‘The Joshua Tree’ en de daaropvolgende tournee maakten van U2 multimiljonairs en supersterren. Het Amerikaanse plaatje van de vier Ieren is bovendien officieel opgenomen in de Amerikaanse Library of Congress, omdat die het ‘cultuurhistorisch significant’ acht. Mission accomplished.

‘The Joshua Tree – 30th Anniversary Edition’ verschijnt op 2 juni bij Universal.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234