null Beeld

'Devil's Pie' op NPO 3: 'Niet alle junkies zijn zo getalenteerd als D'Angelo'

‘I don’t want you to meet the devil on your way’, croont D’Angelo in de eerste minuut van de documentaire ‘Devil’s Pie’. Hij ontmoette de duivel wel en kan het, voorlopig, navertellen. Zijn succesplaat heette ‘Voodoo’, en die voodoo implodeerde in z’n gezicht.

‘Hij verdween uit de openbaarheid,’ meldt de documentairemaker. Dat is het understatement van de eeuw. Niet alle junkies hebben het geluk dat ze een handvol overdosissen, overvallen, auto-ongelukken, arrestaties en roekeloze confrontaties met moordzuchtige drugdealers overleven. Maar niet alle junkies zijn zo getalenteerd als D’Angelo.

De bittere ironie dat, in de veertien jaar dat D’Angelo zich van overdosis naar afkickcentrum repte, niet hij maar wel Prince, Bowie en een dozijn andere relatief gezonde en cleane supersterren stierven terwijl hij nog leeft, is ons, en ik wed ook D’Angelo, niet ontgaan. Dat detail wordt nog poignanter als blijkt dat D’Angelo Alan Leeds heeft ingepalmd, de tourmanager die eerder met Prince én ­James Brown werkte. Leeds praat eufemistisch over D’Angelo’s jarenlange verslaving als ‘D’s time off’, alsof het een korte pauze betreft, maar geeft wel mompelend toe dat D, net zoals die andere twee, ‘high maintenance’ is. Het is aandoenlijk hoe tactvol hij avond na avond D’Angelo zover probeert te krijgen dat hij zich aan het geadverteerde aanvangsuur van het concert houdt, en niet aan de tijdrekening op zijn ­eigen planeet.

Het is niet iemand met een piepklein ego die zijn naam Michael ­Eugene ­Archer omdoopt tot D’Angelo (‘D’ voor de vrienden) en die zichzelf laat adverteren als Black Messiah en zijn comebacktournee omdoopt tot ‘The ­Second Coming’. Het naar mijn gevoel meest typerende beeld van ­D’Angelo zit niet in deze documentaire van ­Carine ­Bijlsma: het moment waarop hij met een paar medewerkers hyper­enthousiast in de studio groovet en danst – het bevlogen speelplezier spat eraf, en het was niet eens zijn eigen muziek maar die van ­Fela ­Kuti.

Ten tijde van ‘Untitled’ had ­D’Angelo een godenlichaam waarvan hij het sixpack graag en vaak in de etalage zette. Daarna at de heroïne hem van binnenuit op en was hij buiten het zicht van de camera’s lang vel over been, en nu is hij weer beter en goed doorvoed, het sixpack veilig opgeborgen onder een laagje vet.

D’Angelo, de zoon van een dominee, lult een eind weg over Jahweh terwijl hij al diens geboden ettelijke keren heeft overtreden. Het is heel simpel: qua soul kan geen enkele andere nog levende artiest aan D’Angelo tippen. Maar gesteld dat hij op advies van een onnozele Belg zit te wachten, zou ik een andere naam in herinnering willen brengen, die in deze docu niet viel. Ook Terence Trent D’Arby leek ooit de kroonprins van de zwarte muziek. Hij verknoeide die belofte finaal door een mengeling van drugs, overmoed, megalomanie en foute carrièremoves. Ik hoop dat D’Angelo over genoeg zelfdiscipline beschikt om niet meer in die val te trappen. Amen to that. (ss)

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234