‘Toen ik ziek was, heb ik vier weken in quarantaine op een kamer gelegen en de eenzaamheid vloog me aan. Ik kreeg het gevoel dat ik een soort melaatse was.’ Beeld Jiri Büller
‘Toen ik ziek was, heb ik vier weken in quarantaine op een kamer gelegen en de eenzaamheid vloog me aan. Ik kreeg het gevoel dat ik een soort melaatse was.’Beeld Jiri Büller

GetuigenisMeta van der Woude

Deze arts belandde met corona op haar eigen ic en kijkt nu heel anders naar haar vak

De Nederlandse intensivist en anesthesioloog Meta van der Woude (55) heeft het gevoel dat ze dit jaar het mooiste ­cadeau kreeg: haar leven. Sinds ze bijna aan ­covid bezweek, kijkt ze anders naar de doodsangsten die ­patiënten op de intensieve zorgen doorstaan.

‘Toen ik na een week wakker werd, zaten mijn handen vastgebonden om te voorkomen dat ik in mijn onrust de slangen eruit zou trekken. Ik had pijn in mijn kaken, mijn mondhoeken waren uitgescheurd, mijn tong was beschadigd door de beademingsbuis. Er werd een blocnote naast mijn bed gelegd zodat ik, eenmaal de handen vrij, toch een beetje kon communiceren. ‘Vertel’, dat was het eerste woord dat ik opschreef. En daarna: ik ga hier een boek over schrijven.

‘Eind maart belandde ik met een ernstige corona-infectie op mijn eigen intensive care. Ik was bezig om de laatste hand te leggen aan mijn proefschrift en opeens kreeg ik te maken met allemaal onderwerpen die ik daarin beschreef. Op zaterdagochtend heb ik vanaf de ic nog met mijn promotor gefacetimed over mijn behandelplan. Daarna ging ik snel achteruit. Ik moest aan de beademing, mijn collega’s konden me niet garanderen dat ik het er levend vanaf zou brengen. Vlak voordat ik in slaap werd gebracht, heb ik samen met een ic-verpleegkundige met mijn telefoon afscheidsfilmpjes voor mijn gezin en mijn ouders opgenomen.

‘Nu, tien maanden later, kijk ik terug op een jaar waarin ik het allermooiste cadeau heb gekregen: mijn leven. En dat heeft alles veranderd. Ik werk weer twee ochtenden en een middag per week op de ic, maar niet met coronapatiënten, dat kan ik nog niet opbrengen. Het enige wat ik wil, is naast ze gaan zitten, hun angst wegnemen en hun hand vasthouden, maar dat is natuurlijk niet mijn taak als arts. Vorige maand ben ik alsnog gepromoveerd en aan de stellingen van mijn proefschrift heb ik een uitspraak toegevoegd van Rafiki, de wijze mandril uit de Disneyfilm ‘The Lion King’: ‘The past can hurt. But the way I see it, you can either run from it, or learn from it.’

‘Ik wist dat het mis was toen ik ’s nachts benauwd wakker werd, drie dagen eerder was ik positief getest. Mijn man Rob heeft me ’s morgens vroeg naar de spoedeisende hulp van mijn eigen ziekenhuis gereden, vier dagen later ben ik van de verpleegafdeling naar de ic overgebracht waar ik al meer dan twintig jaar werk. De eerste golf was net begonnen, ik had coronapatiënten zien doodgaan, dus ik was bang. Toen ik later de landelijke cijfers onder ogen kreeg, heb ik pas gezien hoe alarmerend de situatie was. In die eerste periode zijn verreweg de meeste coronapatiënten op de ic’s overleden. We stonden machteloos tegenover het nieuwe virus, er was nog nauwelijks kennis over het ziektebeeld.

Laatste poging

‘Ik herinner me dat ik mijn collega’s nog vragen heb gesteld vlak voordat ik in slaap werd gebracht: of ze een dagboekje over me wilden bijhouden, of ik mijn sokken mocht aanhouden want ik heb altijd koude voeten. Het was een laatste poging, denk ik nu, om nog een beetje controle te houden. De eerste nacht ben ik vanuit Heerlen (Van der Woude werkt in het Zuyderland Medisch Centrum in het Nederlands-Limburgse Heerlen en Sittard-Geleen) overgeplaatst naar de ic in Nijmegen, mijn collega’s vonden het emotioneel te zwaar om voor mij te zorgen. Begrijpelijk. We hadden eerder iemand van ons eigen team op de ic gehad en ik had gezien hoe dat er bij ons allemaal had ingehakt.

‘Tweeënhalve week heb ik in het ziekenhuis gelegen, daarna moest ik vijf maanden revalideren. Dan kom je in een heel nieuwe wereld hoor, als je als gezonde vrouw opeens achter een rollator moet leren lopen. In mijn ziekenhuis geef ik leiding aan de post-ic polikliniek, dus ik weet waar patiënten na een ic-opname last van hebben, ze zijn vaak moe, kampen met geheugen- en concentratieproblemen. Lang niet iedereen kan weer gewoon aan het werk. Al mijn klachten spiegel ik aan die van mijn patiënten: past het bij wat zij doormaken of reageert mijn lichaam eigenaardig? Laatst las ik dat corona ook invloed heeft op zenuwen en spieren, dat zelfs je middenrif wordt aangetast. Het is een intrigerend ziektebeeld, vanuit doktersperspectief dan.

‘Ik ben er nog lang niet. Mijn conditie is nog slecht, ik heb weinig spierkracht. Een zware tas laat ik vallen, een pan afgieten is lastig, potjes openen ook en als ik op een dag alleen maar wat opruim, boodschappen doe en met de hond wandel, ben ik ’s avonds kapot.

‘Tijdens het verdedigen van mijn proefschrift merkte ik dat ook multitasken een probleem is geworden. Luisteren naar een vraag, dan de pagina opzoeken, lezen wat daar staat en vervolgens de vraag beantwoorden, ik had vooraf geoefend maar het kostte me toch nog moeite. Het zijn allemaal losse laatjes die ik nu kennelijk één voor één moet openen. Terwijl ik altijd iemand was die alle laatjes tegelijk open had staan.

‘In augustus ben ik voor het eerst even naar mijn werk gegaan. Mijn collega’s begonnen te huilen toen ze me zagen, alsof ik een wereldwonder was. Sinds oktober werk ik drie dagen van vier uur. In overleg met de psycholoog heb ik mijzelf de afgelopen maanden geleidelijk blootgesteld aan het werk op de intensive care. Ik ben begonnen op kantoor, na een tijdje ben ik op de afdeling gaan rondlopen, later heb ik de kamer gezien waar ik heb gelegen en naar de piepjes en de alarmen geluisterd. Dat ging allemaal goed. Vlak daarna begon de tweede golf.

‘Daarbij kan ik mijn collega’s niet erg steunen, want ik vind alle covidpatiënten nog eng. Ik zie mezelf steeds in bed liggen, ik denk te veel aan wat hun familie moet meemaken, ik ben almaar bang dat het verkeerd met ze afloopt. Ik wil er niet bij zijn als ze overlijden en ik wil nu ook geen slechtnieuwsgesprekken voeren. Laatst kwam een covidpatiënt acuut in de problemen en mijn collega-artsen waren even weg. Toen ben ik natuurlijk gaan helpen, je kunt het niet maken om dan te zeggen dat je niet durft. Maar de arts-assistent stond aan het bed met de verpleegkundige en ik bleef op afstand staan. Het is goed gekomen maar het voelt wel raar. Mijn collega’s begrijpen het maar het is op den duur natuurlijk niet werkbaar. Ik hoop dat het langzaam goed gaat komen.

‘Wegstoppen doe ik het niet, de tekst van Rafiki staat niet voor niets in mijn proefschrift. Ik heb geleerd van wat me is overkomen. Ik weet nu hoe het is om patiënt te zijn, hoe het voelt om bang en alleen in het ziekenhuis te liggen. Het is een onderwerp waar we meer oog voor moeten hebben, die boodschap heb ik op het laatst nog aan mijn promotieonderzoek toegevoegd.

Eenzaamheid

‘Toen ik ziek was, heb ik vier weken in quarantaine op een kamer gelegen en de eenzaamheid vloog me aan. Ik kreeg het gevoel dat ik een soort melaatse was. Als ik op de bel drukte werd ik opgebeld met de vraag wat er aan de hand was. Dat was praktisch en logisch, het voorkwam dat verpleegkundigen zich steeds opnieuw moesten omkleden, ik had het als arts zelf kunnen bedenken. Maar als patiënt merkte ik hoe belangrijk het is dat er regelmatig iemand langskomt voor een praatje. Daar kwam bij dat ik na de ic-opname zo krachteloos was geworden dat ik de telefoon nauwelijks kon vasthouden.

‘Ook het idee dat patiënten tijdens het beademen zo wakker mogelijk moeten zijn, een praktijk die ik als arts jarenlang heb omarmd, komt me nu ongewenst voor. Het is misschien beter voor het herstel maar ik vond het vreselijk. Zo’n buis in je keel is zo onprettig, zeker als je ’s nachts wilt slapen en je niet kunt draaien. Geef mij maar een slaapmiddel, zei ik tegen de intensivist.

‘Dat ik nog leef, voelt als een geschenk waar ik heel voorzichtig mee om moet gaan. Ik werk al jaren op een afdeling waar veel patiënten overlijden, maar nu ik zelf heb ervaren hoe dichtbij de dood kan zijn, ben ik als het ware wakker geschud. Ik leef mijn leven voluit, ik stel geen dingen meer uit.

‘In het dankwoord van mijn proefschrift heb ik mijn bewondering uitgesproken voor José, de verpleegkundige die er voor me was tijdens de allermoeilijkste momenten en die mij die zaterdag op de ic heeft geholpen om afscheidsfilmpjes op te nemen. Dat moet ook voor haar heel zwaar zijn geweest.

‘Werken was altijd mijn grote hobby maar ik weet niet of ik nog terugkom op mijn oude niveau, of ik mijn baan fysiek en psychisch nog aankan. Dat geeft stress en onzekerheid want ik vind dat ik het mooiste beroep heb. De kans bestaat dat ik mijn lijf overbelast omdat ik per se wil dat het wordt zoals het was. En ik kan niet blijven zeggen wanneer er gereanimeerd moet worden: bel maar een collega ik kan het niet aan. Ik ga langzaam vooruit, maar een prognose heb ik niet gekregen. Of alles weer goed komt, weten de artsen niet.

‘Ik ben begonnen aan het schrijven van mijn boek, de eerste pagina’s zijn af. In mijn gedachten is de zwaarste periode in het ziekenhuis vaag en ver weg, maar langzaam komen de herinneringen terug. Als ik de appjes lees die ik vanuit mijn ziekenhuisbed heb verstuurd, als ik mijn medisch dossier inkijk of van de mensen om mij heen hoor wat er met me is gebeurd. Met mijn boek wil ik overbrengen hoe het voelt om covid te hebben en wat de gevolgen kunnen zijn, wat die ziekte bij een patiënt kan aanrichten.

‘Toen ik uit het ziekenhuis kwam, had ik een verlamde stemband, veroorzaakt door de beademingsbuis. Met een logopedist oefen ik nu de hoge tonen. Een liedje meezingen op de radio ging lange tijd niet, er kwam gewoon geen geluid uit. Inmiddels kan ik met de mannenpartij meedoen.’

(VK)

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234