Hector (drugshandelaar): ‘Al mijn familieleden zijn drugsdealer. Als je in de bergen bent geboren, heb je twee opties: of je werkt voor de drugsbazen, of je teelt papaver en marihuana.’Beeld Getty Images

Voorpublicatie‘Drugswereld. Avonturen in Narco-staten’

Deze ex-drugdealer schreef een waargebeurd, bizar, historisch, memoires-meets-misdaad en krankzinnig reisverhaal

Ex-dealer Niko Vorobyov belandde op zijn drieëntwintigste in de cel toen hij in de Londense metro tegen een hondenneus aanliep in dienst van de Metropolitan Police en prompt werd opgepakt door zijn baasjes. Toen hij vrijkwam besloot hij de wereld rond te reizen om met smokkelaars, dealers en junkies, politieagenten, artsen, rouwende ouders en maffiosi te praten. Over alles wat hij op die reis leerde schreef hij het boek ‘Drugswereld’, dat leest als een trip op een coctail van coke, crystalmeth en ayahuasca bij een inheemse stam in het Amazonewoud. Een voorpublicatie.

Lees ook: Jezusbeeldjes, duiven en duikboten: elf manieren om drugs te smokkelen

De politie had het lijk al weggehaald, maar het bloed en de hersenen lagen nog vers op het trottoir. We zaten net te eten in een restaurant een paar straten verderop, toen mijn partner opkeek van zijn telefoon en zei dat er vlakbij iemand was neergeschoten. We sprongen overeind en haastten ons naar de sirenes. De man wiens brein nu verspreid over de stoep lag, was de eigenaar van een schroothandel in de buurt. Terwijl de politie de plaats delict vrijmaakte, stak een omstander twee kaarsjes aan ter nagedachtenis van het slachtoffer; de vlammetjes werden weerspiegeld in een plas kleverig rood vocht. Een avond als alle andere in Manila.

Beeld Netflix

We wisten niet of dit een drugsgerelateerde moord was, maar de modus operandi was hetzelfde als bij duizenden andere moorden die in de hele archipel waren gepleegd sinds Duterte aan de macht was. Ooggetuigen zagen twee mannen twee schoten lossen, waarna die op motoren de stedelijke jungle in vluchtten, waar de avondspits hun een veilig heenkomen bood.

Ik was op de Filipijnen om onderzoek te doen naar de oorlog tegen drugs van president Duterte, die had gezworen dat hij het land van drugs zou zuiveren en daarbij geen middel zou schuwen. Het verhaal over de Filipijnse drugsoorlog blijft me bij omdat ik onder andere omstandigheden zelf degene had kunnen zijn die daar met een kogel in zijn kop lag. Ik was ooit drugsdealer, tot ik op een dag zo stom was met m’n stuff in de Londense metro te stappen en werd opgepakt door de hondenbrigade van de Met, wat mij een gratis verblijf van een jaar opleverde in Hare Majesteits gevangenis in Isis (Zuid-Londen, niet Syrië). Met een ongeïnspireerd menu, bot personeel, trage roomservice en gasten die drieëntwintig uur per dag op hun kamer moeten blijven, volstaat het wellicht te zeggen dat dit oord niet erg hoog zou scoren op TripAdvisor.

Toen ik in de gevangenis zat las ik zo veel mogelijk over de drugsoorlog en de redenen achter mijn opsluiting. Ik dacht na over hoe ik door drugs in een cel was beland en ook over hoe die de hele wereld vormgaven: oorlogen, schandalen, staatsgrepen, revoluties. Verdiende ik aan andermans ellende, of bood ik de gemeenschap een gewaardeerde dienst aan? Ik zou daar hoe dan ook niet achter komen als ik geen reet uitvoerde.

Toen ik eenmaal vrij was, was ik vastbesloten meer te weten te komen. Ik las elk boek, keek elke documentaire, van Cocaine Cowboys tot Marching Powder. Ik spaarde vliegtickets bij elkaar en ging naar Colombia, Mexico, Rusland, Italië, Japan en de Afghaanse grens – al met al vijftien landen op vijf continenten. Noem me Narco Polo. Ik sprak met politieagenten, moordenaars, junkies, senatoren, smokkelaars, satanisten, artsen, welzijnswerkers, rouwende ouders, schoonheidskoninginnen, rechercheurs, Russische maffiosi en de yakuza. Ik liep mee in protestmarsen, barbecuede met drugsbaronnen en ontsteeg het weefsel van ruimtetijd.

Dit is niet het zoveelste waargebeurde misdaadverhaal. Ik ben altijd meer een sukkel dan een gangster geweest, dus wanneer je denkt dat je nu het tigste boek over topcriminelen in je handen hebt, heb je pech. Dit is een waargebeurd, bizar, sociaal, historisch, memoires-meets-misdaad- en krankzinnig reisverhaal.

Een waarschuwing: misschien vinden sommige mensen dit ongemakkelijk. Maar vergeet niet dat je door de bril van een drugsdealer leest. Aangezien ik me al heel vaak heb vergist (met name over de aanwezigheid van politie op de Central-lijn), trok ik de wereld in om ook eens andermans kijk op de dingen te horen; als ik alleen had gepraat met mensen die net zo dachten als ik, was dit een verdomd saai boek geworden.

Welkom in de drugswereld.

Niko Vorobyov: ‘Ik spaarde vliegtickets bij elkaar en ging naar Colombia, Mexico, Rusland, Italië, Japan en de Afghaanse grens. Noem me Narco Polo.’Beeld Hachette

De muur van Trump

Ik vloog naar Mexico op de avond van 31 oktober, de vooravond van de Dag van de Doden. De straten waren vol met de bepaald-niet-overledenen: kinderen met doodskopgezichtjes en een kaars in de hand, als skeletten uitgedoste mariachi’s die een dansje deden; de gitzwarte ogen van Vrouwe Dood gluren onder een hoed met een brede rand vandaan. Vier dagen per jaar komen de geesten van hen die ons hebben verlaten terug naar hun dierbaren. Voor een land dat zoveel dood heeft meegemaakt, hebben ze een erg vrolijke manier om daarmee om te gaan.

In 2018 bereikte Mexico een treurige mijlpaal. Het jaarlijkse aantal doden in de drugsoorlog, die begon toen president Felipe Calderón in 2006 het leger inzette tegen de machtige drugskartels, kwam boven de 33 000, waarmee Mexico na Syrië het dodelijkste land ter wereld werd. Mexico’s methlabs en papavervelden voorzien in de behoeften van Amerikaanse junkies, terwijl het land ook dienstdoet als het belangrijkste waypoint voor Colombiaanse coke die op weg is naar de neuzen van rijke gringo’s.

Ik was hier natuurlijk niet voor zon en margarita’s. Mijn gids in Culiacán was Miguel Ángel Vega, een journalist en filmmaker die veel van de kartels weet. Hij groeide zelfs op tussen de narco’s en wilde er zelf een worden, maar koos uiteindelijk een ander pad. Miguel lijkt met zijn baard een beetje op een Mexicaanse Spielberg, maar vampierfilms kosten geld, dus tussen het draaien van Mexi-horrorfilms door werkt Miguel ook als fixer; zijn opvoeding geeft hem toegang tot alle lagen van de kartelhiërarchie.

Jarenlang keken de Amerikanen vol afschuw toe bij wat er in Mexico gebeurde, terwijl niemand in staat bleek er iets tegen te doen. Ze wilden de oorlogszones van Juárez en Michoacán niet op hun stoep in Wisconsin krijgen. Dat valt te begrijpen. Maar mensen willen zoals altijd simpele oplossingen voor complexe problemen.

‘Wanneer Mexico zijn mensen stuurt, dan zijn dat niet de beste,’ zei Donald Trump op een bijeenkomst tijdens zijn verkiezingscampagne. ‘Ze sturen mensen die veel problemen hebben, en die nemen die problemen met zich mee. Ze brengen drugs. Ze brengen misdaad. Het zijn verkrachters. En een paar zijn, geloof ik, goede mensen.’

Trumps reactie op de Mexicaanse verkrachters, criminelen en drugdealers die de grens overkwamen was de aankondiging dat hij een 3200 kilometer lange muur langs de zuidgrens zou laten bouwen. Helaas voor hem (en de Amerikaanse belastingbetaler, die ervoor mag dokken) bouwden de Mexicanen tunnels.

De Amerikaans-Mexicaanse grens wordt streng bewaakt sinds Nixon Operatie Intercept optuigde. Dagelijks steken miljoenen mensen over, en dat is alleen via de officiële controleposten. Voertuigen worden met de hand, scanners en drugshonden doorzocht, en de grenspolitie rouleert om corruptie te voorkomen. En er liggen spijkermatten, voor het geval iemand ertussenuit probeert te knijpen.

Maar in 1989 had de Mexicaanse drugsbaron El Chapo, hoofd van het machtige Sinaloa-kartel een geniaal idee: waarom zou je met zoveel beveiliging óver de grens gaan als je er ook onderdóór kunt? Chapo’s bijnaam betekent ‘Kleintje’, en dat klinkt misschien alsof hij het dope dealende neefje van Grumpie, Dommel en Bloosje is, maar vergis je niet: hij laat niet met zich spotten. In 1989 huurde hij een team bouwkundigen in om de eerste tunnel van Tijuana naar San Diego te graven. De tunnels werden op den duur steeds geavanceerder, compleet met verlichting, rails en ventilatiesystemen (dingen die later goed van pas zouden komen).

Die avond klopten Miguel en ik klopten op de poort van een nogal onopvallend huis in Culiacán. Een tanige man van middelbare leeftijd liet ons binnen naar een kleine carport, waar hij drie omgekeerde emmers op de grond zette. Paco’s betrokkenheid bij het Sinaloa-kartel mocht verleden tijd zijn, maar zijn priemende ogen gaven me meteen het idee dat je deze man beter niet kwaad kon maken.

‘Ik zag mijn eerste moord toen ik acht jaar was. Er was een schietpartij tussen twee auto’s en de schutters doodden drie mannen. Dat was de eerste keer dat ik bloed zag,’ zei hij, waarbij hij zo nu en dan op chicano-Engels overstapte. ‘Mijn familie was erbij betrokken, dus haalden ze mij erbij, maar nu wil ik dit niet meer. Ik wil niets meer met mijn oude leven in de organisatie te maken hebben.’Paco begon met kleine drugstransporten naar de Verenigde Staten, met een beetje hulp van boven.

‘In het begin van mijn criminele leven smokkelde ik ooit drie kilo heroïne toen ik op een grenspost van de Verenigde Staten stuitte,’ wist hij nog.

‘Er stonden vier honden te blaffen bij mijn verborgen compartiment, en ik bad tot Jesús Malverde om mij te redden. Ze konden mijn spul niet vinden in de auto, ook niet met röntgenapparatuur, en ik reed helemaal door naar New York. Toen ik terug was, ben ik naar het heiligdom van Malverde gegaan om hem te bedanken.’

Paco klom op in de drugswereld en promoveerde van auto’s naar vliegtuigen, waarmee hij cocaïne uit Oaxaca via Mexico-Stad naar Tijuana vervoerde.

‘Ik smokkelde altijd met vliegtuigen. Niet alleen met een Cessna, maar ook met commerciële vluchten. Ik smokkelde tien ton per keer. We zouden eens een paar ton gaan smokkelen, toen we problemen kregen met de mensen van de luchtvaartmaatschappij. “Wij willen ook geld, hufter!” zeiden ze tegen me. Maar we moesten van die drugs af, dus stalen we een vliegtuig en laadden het vol met coke, en daarna vlogen we ermee naar het strand van La Paz, Baja California [vlak bij de Amerikaanse grens], en begroeven we het vliegtuig in het zand. Als we het daar onbedekt achterlieten, zouden de Feds het vinden en die locatie in de gaten gaan houden, maar we wilden die nog een keer gebruiken.’

En wie waren Paco’s partners aan de andere kant van de grens? ‘La Eme, Mexican Mafia – begrijp je wat ik bedoel, Holmes?’ Ik begreep hem inderdaad volkomen. De Mexican Mafia, of La Eme, is een Californische gevangenisbende die in de jaren vijftig werd gevormd om latino-gedetineerden te beschermen tegen de zwarte mensen en de Aryan Brotherhood. Sindsdien is die omgevormd tot een modern misdaadsyndicaat, dat de meeste Zuid-Californische straatbendes onder zijn vlag heeft samengebracht. Elke gang of drugsdealer binnen zijn territorium betaalt een wekelijkse bijdrage aan La Meme of wordt vermoord. Dit was gesneden koek voor Paco, omdat hij niet alleen een grote smokkelaar voor het Sinaloa-kartel was, maar ook een huurmoordenaar.

‘Bevel is bevel; als de baas zegt dat je een bepaald iemand moet vermoorden, dan doe je dat.

Soms droom ik dat de duivel me achternazit en dat ik niet weg kan rennen en dat de duivel op mijn rug springt. En ik zie de rode gestalte van de duivel met zijn lange rode staart. Hij komt me halen vanwege alle slechte dingen die ik in mijn leven heb gedaan.’

Paco schat dat hij door de jaren heen zo’n 50 miljoen dollar moet hebben verdiend, maar is het uiteindelijk allemaal kwijtgeraakt aan een vrouw.

‘Ik was verliefd op die vrouw. Maar wanneer je verliefd bent, ben je oliedom; dan doe je niets goed. Ik was voortdurend voor haar aan het moorden. Ze pakte me alles af, al mijn geld. Ik verdiende bakken met geld, maar toen was het alsof ik in een vrije val raakte. Ik had bedrijven in Guerrero en Michoacán, en alles stortte in. Tegen die tijd was ik verslaafd en gebruikte ik coke en heroïne; zelfs mijn wapens ruilde ik tegen drugs. Waarom denk je dat ik niets meer met dat leven te maken wil hebben?’

Paco werkt nu als monteur en blijkbaar ook amateurchiropractor; hij bood me bij het weggaan een massage in Bane-stijl aan om mijn houding te verbeteren. Ik weigerde beleefd, maar Miguel liet deze halvegare met alle plezier zijn ruggengraat terug in model duwen. Hij is moediger dan ik.

De volgende dag hadden we een afspraak met nog een vertegenwoordiger van de Mexicaanse transportindustrie. Miguel, Baldo en ik zaten in een Burger King in Culiacán toen er een zwaargebouwde, potige man met een kaalgeschoren hoofd en een Zappa-snor binnenkwam. Hector was een drugshandelaar uit het middensegment van de Sinaloa-organisatie, dus was het volkomen terecht dat ik hem op een Whopper Meal trakteerde (en zelf op wat chips knabbelde, overeenkomstig mijn plaats in de pikorde).

‘Ik kom uit Badiraguato, uit dezelfde streek als El Chapo,’ vertelde hij. ‘Al mijn familieleden zijn daar drugsdealer. Als je in de bergen bent geboren, heb je twee opties: of je werkt voor de drugsbazen, of je teelt papavers en marihuana. Zij dwingen je die dingen te doen; we nemen zo’n besluit omdat we geen andere optie hebben.’

Je kunt nauwelijks overdrijven hoeveel macht het kartel over Sinaloa heeft. Een paar dagen later ontmoetten we Major González, sinds dertig jaar werkzaam in de moordbrigade van de staatspolitie. Hij heeft in die tijd een hoop ellende gezien – afgehakte hoofden, dode lichamen –, maar hij doet niet eens onderzoek als hij vermoedt dat het om een drugsmoord gaat.

‘Soms moet je dingen gewoon laten gaan,’ vertelde hij me op een parkeerplaats. ‘De killers van het Sinaloa-kartel dragen dezelfde uitrusting als de mariniers en rijden rond in dezelfde voertuigen, dus je kunt ze niet eens uit elkaar houden. De slechteriken zijn beter uitgerust dan wij: betere wapens, betere radio’s, betere auto’s. Als je een drugsbaas aanhoudt en je ziet aan zijn gezelschap dat hij een grote vis is, dan laat je hem gaan als je geen problemen wilt krijgen.’

De tijd waarin Carrillo Fuentes de luchtbescherming van het land kon stilleggen is voorbij, maar dat betekent niet dat er geen andere ‘regelingen’ kunnen worden getroffen.

‘Een agent verdient hier zo’n 800 dollar per maand, en dat is al jarenlang hetzelfde,’ zei González. ‘Daarom is er zoveel omkoperij. Wanneer je net van de academie komt, denk je dat je de wereld kunt veranderen, maar dan besef je dat dat niet zo is, en dan hou je je koest en verdient geld.

We maken afspraken met de narco’s. We bellen ze op: wat heb je bij je? Coke, wiet? Oké, je hebt één uur om de coke door mijn territorium te voeren, van vijf tot zes, bijvoorbeeld. Als je dan nog niet klaar bent, kun je me bellen; dan krijg je meer tijd.’

Kun je het nog hebzucht noemen wanneer iemand vijf dagen per week zijn leven riskeert en nauwelijks genoeg geld bij elkaar kan schrapen voor een Happy Meal? Daar in de Burger King legde Hector uit hoe het allemaal werkt.

‘De politie werkt niet voor de mensen, ze werken voor ons,’ zei hij, en hij nam een hap van zijn Whopper. ‘De agenten zijn allemaal bang voor het kartel, omdat ze weten dat ze worden ver- moord als ze niet meewerken. Ze kunnen dus niet zuiver op de graat blijven. En ze hebben gezinnen. Ze denken aan hun moeder, vader, zus en broer, en zeggen: “Oké.” Maar dat is goed, want nu hebben ze bijverdiensten. We betalen de commissaris doorgaans 20 000 peso per week, die hij onder zijn manschappen verdeelt.’

Maar de drugsbaronnen hebben niet alleen de politie in hun zak. Sinds de tijd van de pri berust de drugshandel op het vermogen van het kartel om verkiezingen te controleren of te manipuleren.

Major Gonzalez is sinds dertig jaar werkzaam in de moordbrigade van de staatspolitie. Hij heeft in die tijd een hoop ellende gezien – afgehakte hoofden, dode lichamen -, maar hij doet niet eens onderzoek als hij vermoedt dat het om een drugsmoord gaat.Beeld Bad Lieutenant

‘Politie, gouverneurs, burgemeesters, Congresleden, ambtenaren – ze werken allemaal voor ons,’ legde Hector uit. ‘Wanneer er verkiezingen aankomen, gaan onze bazen met een paar kandidaten praten en vragen dan: ga je mij of een ander steunen? Iedere gouverneur heeft al voor hij zijn kantoor betrekt een deal met de criminele wereld gesloten.’

Als ze dat niet doen, kunnen de gevolgen fataal zijn. In de bloedige aanloop naar Mexico’s presidentsverkiezingen van 2018 werden minstens 175 kandidaten of ambtenaren vermoord, wat Al Capones Pineapple Primary uit 1928 (zo genoemd naar de vele handgranaten die naar huizen van tegenstanders werden gegooid) in de schaduw stelde.

Maar als ze er eenmaal in zitten, versmelten de boven- en onderwereld zo met elkaar dat je nauwelijks meer het verschil ziet tussen je vriendelijke plaatselijke raadsman die parkeervergunningen uitdeelt en doorgesnoven gekken die je kop afhakken om die als seksspeeltje te gebruiken. Tijdens een van de treurigste periodes van de Mexicaanse drugsoorlog werden drieënveertig studenten, op weg naar een demonstratie in Iguala ten zuidwesten van Mexico-Stad, uit hun bussen getrokken, waarna ze werden overgedragen aan de gang van de Guerreros Unidos (Verenigde Krijgers), met medewerking van de plaatselijke politie. Een van de studenten werd teruggevonden met een gevild gezicht en uitgestoken ogen. De rest werd nooit meer gezien, en hoewel de re- gering steeds meer massagraven openlegde, leek geen daarvan de studenten te bevatten; de lijken waren nog meer kartelslachtoffers van wie ze niet eens weet hadden.

Als de politie denkt dat je drugs bij je hebt, kun je je borst natmaken voor een fouillering die even grondig is als een prostaatonderzoek. Ze brengen je naar een achterkamertje, kleden je uit en laten je neerhurken, terwijl een dikke, zweterige agent in je kont gluurt (wat zal die man genieten van zijn werk).

Maar zo’n fouillering kost tijd, dus het helpt als ze al zijn getipt door een paar Heel Brave Jongens. Een hondenneus is ruim honderd keer gevoeliger dan die van een mens, en honden zijn ook onkreukbaar (tenzij je ze hondensnoepjes geeft). Al snuffelend zakjes meth tevoorschijn halen uit de reet van je grootvader is voor hen een soort spelletje. Ze vinden de voorraad van de Slechterik en krijgen een beloning. Honden ruiken zoals wij zien; in plaats van soep ruiken ze wortels, aardappelen en uien, dus heeft het geen zin de stuff in een koffiebus te verstoppen, want de honden ruiken koffiebonen, een plastic zakje en je voorraadje kleffe Cali Bud. Misschien weet je erlangs te glippen als je koffiebus van glas is (omdat geur er langer over doet om door glas te lekken), maar ik zou het niet proberen; het was een hond die mij er die avond in 2013 bij lapte.

Dan heb je nog de scanners. Een röntgenappparaat onthult niet alleen de dichtheid van een object, maar ook of het natuurlijk (wat voor de meeste drugs geldt) of onnatuurlijk is (metaal et cetera). Natuurlijke materialen lichten oranje op op het scherm.

Je kunt dit probleem omzeilen door je spul röntgenbestendig te maken. Curtis ‘Cocky’ Warren groeide op in de ruige straten van het stadsdeel Toxteth in Liverpool, klom op in de hiërarchie van het Cali-kartel en werd hun man in Europa. Gebruikmakend van zijn internationale connecties smeedde hij een plannetje om vanuit Venezuela cocaïne naar Nederland te smokkelen, verborgen in een lading loodstaven. Maar zijn telefoon werd afgetapt door de Nederlandse politie. Ze onderschepten de lading en overvielen zijn terrein, waar ze voor 125 miljoen pond aan drugs vonden, evenals pistolen en handgranaten. Nadat Cocky zijn straf had uitgezeten, werd hij naar Engeland teruggestuurd, maar hij kon slechts vijf weken van zijn vrijheid genieten voor hij werd betrapt toen hij een massa wiet naar Jersey probeerde te smokkelen.

Maar zelfs met al die technologie en Fikkies scherpe neus wordt maar een fractie van de drugstransporten opgespoord. Er passeren dagelijks miljoenen passagiers, auto’s en scheepscontainers bij havens, luchthavens en grensovergangen, dus de politie boft als ze daar 1 procent van kunnen doorzoeken. Soms hebben ze geluk, zoals in 2007, toen in Melbourne een maffiaplan werd ontdekt om 15 miljoen ecstasypillen te importeren, genoeg om half Australië de macarena te laten dansen. Maar zelfs dat berustte geheel op geluk: de gangsters verstopten de pillen in blikjes tomaten onder de naam van een legaal agrarisch bedrijf, en ze zouden ermee zijn weggekomen als de vrachtmanager niet het echte telefoonnummer van dat bedrijf had gebeld, in plaats van het valse nummer dat de spaghettivreters hadden opgegeven. Vergeet het maar!

Zal die grensmuur van Trump ook maar een beetje helpen om de kartels te beteugelen?

‘Nee, amigo,’ zei Hector, die nu op zijn patatjes aanviel. ‘De gringo’s zijn de grootste klanten ter wereld. Als wij het niet kunnen smokkelen, komen ze het zelf halen.’

Met al die manieren om drugs over de grens te krijgen zal een muur wat de stroom coke, meth en ander spul betreft geen bal uitmaken. Het is alleen maar een gigantische verspilling van belastinggeld. Het enige wat die muur misschien wél zal stoppen, is dat al die mensen hun leven riskeren op een tocht door de woestijn, maar iets zegt me dat die muur niet met een humanitair oogmerk zal worden gebouwd.

‘Bovendien,’ zegt hij met een glimlach, ‘breng ik al mijn spul per boot.’

Beeld Volt

Uit ‘Drugswereld. Avonturen in Narco-staten’ van Niko Vorobyov. Uitgeverij Volt.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234