Daniël Verlaan in het tv-programma Op1 Beeld NPO
Daniël Verlaan in het tv-programma Op1Beeld NPO

InterviewDaniël Verlaan

Deze journalist deed onderzoek naar kinderporno en tuimelde in een zwart gat: ‘Ik kon de beelden niet van mijn netvlies krijgen’

De Nederlandse technologiejournalist Daniël Verlaan (31) ontmaskert cybercriminelen, en dat doet hij met veel succes. Maar de prijs is hoog. Hij liep een trauma op bij zijn onderzoek naar kinderporno, in de duistere krochten van het net. ‘Soms hoor ik de geluiden nog.’

In zijn deze week verschijnende boek ‘Ik weet je wachtwoord’ vertelt Daniël Verlaan (31) hoe zijn verhalen over de duistere kant van het internet tot stand komen: over WhatsApp-oplichters, datalekken en kinderporno. In een paar jaar tijd ontpopte de RTL-journalist zich als één van ’s lands bekendste technologiejournalisten, die primeur na primeur behaalde – vaak via undercoveronderzoek.

Hij wist, met een fictieve identiteit, meerdere keren door te dringen tot de meest sinistere chatkamers en tot goed verstopte besloten groepen waar leden zich bezighouden met zaken die het daglicht slecht verdragen. Vorig jaar won hij twee gerenommeerde Nederlandse journalistieke prijzen: de Tegel en de Loep. Ook schuift hij aan bij talkshows om digitale criminaliteit te duiden of om over eigen onderzoek te vertellen.

Zijn boek ‘Ik weet je wachtwoord’ leest als een journalistieke thriller. Dat was ook de ondertitel die Verlaan het wilde geven, ware het niet dat het woord ‘thriller’ te veel naar fictie riekt – en dat zijn de verhalen die hij opdist bepaald niet. Op meeslepende wijze neemt Verlaan de lezer mee op zijn afdaling in het dark web, meekijkend over de schouders van hackers, cybercriminelen en slachtoffers. En passant geeft hij handige tips tegen digitale kwetsbaarheid waaraan iedereen met een internetverbinding wat heeft.

Het gaat hem voor de wind, zou je kunnen zeggen. Toch bedriegt de schijn soms.

Op een warme dinsdagavond in april 2019 staat Verlaan op het podium van de Koninklijke Schouwburg in Den Haag om de belangrijkste Nederlandse journalistieke prijs De Tegel in ontvangst te nemen. Hij draagt een rode das, maakt buigingen, lacht. Als hij de prijs – een echte tegel, ingelijst in massief plastic, met een voetstukje – omhooghoudt, is te zien dat zijn hemd wat rommelig in zijn jeansbroek is gepropt. Niets ongewoons voor een journalist.

De jury noemt hem ‘een veelzijdig talent’ dat met zijn verhalen over de duistere kant van het internet veelvuldig het nieuws heeft gehaald. Een maand eerder ontving hij ook al die andere journalistieke hoofdprijs, de Loep, voor de beste onderzoeksjournalistiek. Vanwege zijn ‘uitstekende onderzoek’, aldus de jury, naar een netwerk waarin tweeduizend mannen naaktfoto’s en video’s van jonge (vaak minderjarige) meisjes – inclusief naam, woonplaats en sociale media-profielen – delen.

Een van de bekendere slachtoffers van deze ‘wraakporno’, zoals het vaak wordt genoemd, was destijds influencer Laura Ponticorvo.

De jury schrijft: ‘Met een gewaagde, maar in dit geval geoorloofde undercoveractie met een Amerikaanse pornoactrice slaagde Daniël Verlaan erin door te dringen in de diepste krochten van dit netwerk en deze praktijken aan de kaak te stellen.’

Verlaan creëert meerdere alterego’s om onopgemerkt rond te neuzen op de illustere site Anon-IB, een forum met maar één doel: het publiceren van naaktbeelden van meisjes en vrouwen die deze beelden zelf niet online willen. Wraakporno is de Nederlandse term voor deze trieste praktijk. Een term die, zoals Verlaan schrijft, de lading niet echt dekt, want sommige expliciete foto’s zijn geen porno en de beelden worden lang niet altijd uit wraak verspreid.

Om toegang te krijgen tot de geheimste bibliotheek met gestolen naaktbeelden, de ‘Mega’, moest Verlaan zelf ook materiaal leveren. Daarvoor kreeg hij hulp van een erotisch model dat zijn onderzoek een warm hart toedroeg.

Dat Verlaan die avond in april, Tegel onder de arm geklemd, meteen de zaal uitglipt en met zijn beste vriend Hizkia de Schouwburg aan het Korte Voorhout verlaat, ziet niemand. Op een stoeprand in het donker, ver van de proostende mensenmassa, gaat hij zitten. Het duurt bijna drie uur voor zijn vriend hem weer van de stoep af weet te praten, de trein in, terug naar Utrecht.

‘Het ging heel slecht met me,’ vertelt Verlaan nu, anderhalf jaar later. ‘Ik was een zombie, sliep niet meer, werken lukte ook niet. Bijna niemand wist dat.’

Dat het slecht ging, had mede te maken met het onderzoek dat kort daarop, in mei 2019, van zijn hand zou verschijnen: over kinderporno. Drie maanden lang ging Verlaan ervoor undercover in maar liefst veertien kinderpornonetwerken op het dark web, het illegale goed verborgen digitale marktplein waar een zelfbouwpakket voor een machinegeweer of een envelop coke even snel zijn gekocht als een map vol beelden van misbruikte kinderen.

Gebruikers denken in deze uithoek van het internet anoniem te zijn, omdat hun verbinding via meerdere computers in verschillende landen of werelddelen loopt. Het systeem dat ze hiervoor gebruiken, Tor, werd in de jaren 90 ontworpen door de Amerikaanse marine, voor digitale onzichtbaarheid. Niet alleen de gebruikers zijn anoniem, ook van de websites die ze bezoeken is moeilijk te achterhalen waar in de wereld ze op een server staan.

Verlaan ging er op zoek naar materiaal van misbruikte Nederlandse kinderen – het woord ‘kinderporno’ gebruikt hij liever niet, omdat porno nog klinkt als iets dat ook leuk kan zijn – en de Nederlanders die daarin handelen.

null Beeld

– Voor wat je daar zoal zag, heb je traumatherapie nodig gehad, schrijf je in je boek.

DANIËL VERLAAN «Ik kon de beelden niet van mijn netvlies krijgen. In het begin maakte ik de fout om het geluid niet uit te zetten, dat deed ik daarna vaak wel. Maar de beelden móést ik bekijken, al zette ik de resolutie van mijn beeld zo laag mogelijk.

»Ik had last van flitsen. Dan stond ik op het perron op de trein te wachten, en bam, zag ik een soort diavoorstelling van nare beelden voorbijkomen. Mijn chef stuurde me naar een traumapsycholoog die vaak verslaggevers behandelt die in oorlogsgebieden komen. Deze man legde me uit dat die flitsen eigenlijk onverwerkte emoties zijn. Dat noem je trauma. Hij leerde me om anders onderzoek te doen, zodat het minder schadelijk is voor mijn gezondheid. Hij zei: schrijf alles op wat je ziet, dan verwerk je het beter.»

– Hielp dat?

VERLAAN «Ja, al ging het niet helemaal weg. Die flitsen zijn lang gebleven. Als ik over het onderzoek sprak, of als mijn gedachten afdwaalden, kwamen ze terug. Nu zie ik de beelden niet meer, alleen de geluiden hoor ik heel soms nog.»

– Je schrijft ook dat je de problemen in je eigen leven probeerde te bagatelliseren door onderzoek te doen naar het naarste dat je kon verzinnen.

VERLAAN «Dat had ik pas later door. Ik heb lang niet geweten waarom ik op een dag Tor heb opgestart en dit onderzoek ben begonnen. Het was niet gepland, het gebeurde spontaan. Wie begint er nu zomaar onderzoek te doen naar kinderpornonetwerken? Het ging al een aantal jaren niet goed met mij. Dat wist ik alleen niet, het klapte nadat ik de Tegel had ontvangen. Toen stortte ik in.»

– Wat ging er niet goed met je?

VERLAAN «Ik wil er niet op ingaan wat er precies speelde en gebeurde. Laat ik het erop houden dat ik besefte: je moet wel iets meer van het leven maken dan alleen maar binnen zitten en maar één persoon spreken.»

– En toen?

VERLAAN «Toen niks. Ik zat thuis, zag niemand. Keek reality tv, maar dat kijk ik altijd. ‘Temptation Island’, simpele troep waarbij je niet hoeft na te denken. Van een afstandje naar een groep mensen kijken zonder dat je er zelf bij aanwezig hoeft te zijn.

»Na een tijdje ben ik in beweging gekomen. Ik ging weer naar de redactie van RTL. Als dagbesteding, niet om te werken. Koffiedrinken, een beetje rondhangen, langzaam weer opkrabbelen.»

– In een interview met het Brabants Dagblad zei je dat je de aandacht die je kreeg door de Loep en de Tegel en je optredens in talkshows maar lastig vond. ‘Ik houd niet van buiten, ook niet zo van mensen. Ben wantrouwend,’ zei je.

VERLAAN «Hmm. (Stilte) Ik ben wel veranderd sindsdien. Ik ben geen kluizenaar meer. Nadat ik was ingestort, werd ik gedwongen mijn leven anders in te richten. Ik denk dat ik mezelf een beetje voorhield dat ik niet van mensen hield en het liefst binnen zat. Inmiddels kom ik graag buiten, ik ben gaan sporten, ben 30 kilo afgevallen. Maar ik heb nog steeds een kleine sociale kring.

»Sommige mensen kunnen heel veel vrienden hebben, die ze dan eens in de zoveel maanden zien – dat kan ik niet. Ik hecht me aan een paar mensen heel erg, die neem ik in vertrouwen, de rest boeit me niet. Ik heb één beste vriend, die zie ik een paar keer per week, al dertien jaar. En daaromheen nog een aantal mensen die ik ook regelmatig zie. Dat vind ik fijn en overzichtelijk.

»Voordat ik naar de School voor Journalistiek in Utrecht ging, heb ik een half jaar in Breda gestudeerd, retail management – ik had bedacht dat ik mijn eigen kroeg wilde. Ik ging bij een studentenvereniging. Die jongens werden in korte tijd mijn beste vrienden, dat dacht ik althans. Tijdens de kerstvakantie ging ik een weekje naar mijn ouders. Ik had mijn telefoon uitgezet en heb zitten gamen. Toen ik terugkwam in Breda, ben ik uit de vereniging geknikkerd: je past er toch niet bij, zeiden ze. Bam.

»Daar was ik echt kapot van. Ik ben huilend naar huis gegaan. Ik heb meteen mijn studie stopgezet en heb Breda verlaten.»

– Het emotioneert je nog steeds.

VERLAAN «Ik vertrouwde die jongens en ze hebben mij in één keer laten vallen, omdat ik blijkbaar niet goed genoeg was. Ik voelde me verraden. Dat vind ik nog steeds erg, ja. Ik heb ze nooit meer gezien. Omdat ik nu met mijn kop op tv kom, krijg ik soms berichtjes van ze. Nu wel hè, denk ik dan.

»Misstanden maken me nijdig. Dat is ook de motor van mijn werk. Ik verdraag onrecht slecht, vind dat bepaalde dingen gewoon niet mogen gebeuren. Dat dossiers van kwetsbare jongeren van Jeugdzorg, met daarin gevoelige informatie over de instabiele thuissituatie, drugsgebruik of psychische aandoeningen, zomaar op straat liggen (dat bleek in oktober, red.): daar kan ik echt boos over worden.

»Ik kan er ook niet tegen als mensen de trein instappen zonder anderen te laten uitstappen; dan trek ik aan hun tas. Als iemand voordringt bij de supermarkt kan ik ook mijn mond niet houden.»

– Je schreef op Twitter dat iemand je moeder via WhatsApp had geprobeerd op te lichten. Denk je niet soms: ik geef ze een koekje van eigen deeg?

VERLAAN «Als een soort vigilante? Ik hou heel erg van Spider-Man, maar ik kan geen Spider-Man worden. Dat is onder ethische hackers ook echt de code: je pakt niemand terug. Je kaart aan, je legt bloot, maar, nog even los van het feit dat het strafbaar is, je hackt niemand voor de lol. Ik sluit me daarbij aan. Ik word regelmatig door mensen benaderd die zijn opgelicht, hun spaargeld kwijt zijn. Of ik kan helpen die persoon terug te pakken. Dat kan ik me als journalist ook niet permitteren.

»In de tijd dat ik onderzoek deed naar wraakporno, hebben ze geprobeerd mijn moeder en toenmalige vriendin te hacken. Toen jeukten mijn handen wel. Maar ik doe het niet. Het zou me ook kwetsbaar maken. Vervolging of straffen is voor politie en justitie, niet voor journalisten.»

– Zoek je, nu het beter met je gaat, niet meer de naarste onderwerpen op?

VERLAAN «Het liefst doe ik onderzoek naar misstanden waarbij ik het idee heb dat ik een kwetsbare groep kan beschermen. Ik was tijdelijk gestopt met heftige onderzoeken, het had een te grote weerslag op me. Maar ik denk dat ik het weer aankan zonder mezelf willens en wetens te pijnigen, zoals in die maanden van het onderzoek naar kindermisbruik. Dat is een goed teken, zeggen die paar mensen om me heen.»

Daniël Verlaan, ‘Ik weet je wachtwoord’, Das Mag

(VK)

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234