Beeld Marco Okhuizen

Deze neuroloog onderzoekt alzheimer en nu heeft zijn vader het. ‘Over tien jaar hebben we een cocktail die alzheimer afremt’

Neuroloog Niels Prins (47) doet al jaren onderzoek naar alzheimer, maar nooit kwam de ziekte zo dichtbij als nu. Alzheimer kroop in het brein van zijn vader. 'Over tien jaar hebben we een cocktail die alzheimer afremt.'

Zijn vader heeft trek in roombroodjes. Die obsessie duurt nu al een paar dagen. De teleurstelling begon toen Albert Heijn de broodjes niet in de schappen had liggen. Daarna werd het management gebeld, maar dat antwoord beviel hem niet. Hoezo waren de roombroodjes uitverkocht?

Het is ook wel een beetje de schuld van de supermarkt natuurlijk, die zijn assortiment niet op orde heeft. Maar het probleem zit ‘m vooral in de frontaalkwab, legt zoon en neuroloog Niels Prins uit. Haast zakelijk, alsof hij college geeft.

Volle voorraadkast

De frontaalkwab zit direct achter het voorhoofd en regisseert onze emoties en gedrag. Bij mensen met de ziekte van Alzheimer is dat gedeelte van het brein soms aangetast. Dat zorgt ervoor dat ze ongepaste of risicovolle dingen kunnen doen, zoals iets stelen uit de winkel. Of het leidt tot dwangmatig gedrag: zoals bij zijn vader Ron (74), die behalve roombroodjes ook cola hamstert. 'De hele voorraadkast staat inmiddels vol. Ik kan het medisch verklaren, maar soms denk ik: waar gaat dit over? Waarom is dit belangrijk?'

Prins is neuroloog in het Amsterdam UMC maar het grootste deel van zijn tijd steekt hij - als directeur - in het Brain Research Center. Dit is een onderzoekscentrum in Amsterdam en Den Bosch waar nieuwe medicijnen worden getest op patiënten met alzheimer en andere vormen van dementie. Twee weken geleden kwam het Brain Research Center in het nieuws nadat een grote internationale studie plots werd stopgezet. Een veelbelovend medicijn, genaamd CNP520, had ervoor moeten zorgen dat de deelnemers überhaupt geen alzheimer zouden ontwikkelen, maar het middel leidde ironisch genoeg tot een verslechtering van hun geheugen. Het ging om dertig gezonde Nederlanders die verhoogd risico hebben op de ziekte van Alzheimer. Zij slikten elke dag, een jaar lang, het bewuste medicijn. In totaal zouden liefst dertienhonderd Nederlanders worden gescreend voor deelname.

Beeld Jean-Pierre Jans

Placebo

Prins kreeg ’s avonds een whatsappje na een lange werkdag. 'Ik plofte nét op de bank om samen met mijn vrouw te netflixen. Even ontspannen, dacht ik. Ik kon het bericht niet geloven. Dit was zo’n vooruitstrevend onderzoek, waar we echt onze nek voor uit hebben moeten steken. We behandelden tenslotte gezonde mensen. Ik heb gelijk wat collega’s gebeld. Ik was er ziek van dat de studie moest stoppen.'

Prins benadrukt dat de deelnemers er niet slecht aan toe zijn. 'Het verschil in denkvermogen was zo subtiel dat je daar in het dagelijks leven niets van merkt. We denken ook dat het geheugen zich weer zal herstellen nu de studie is gestopt.' Waarom het geheugen van deze groep harder achteruit ging dan de mensen die de placebo kregen, is een raadsel. Eerder onderzoek van eenzelfde type medicijnen liet wel zien dat de deelnemers minder goed sliepen en meer last van somberte kregen. Het zou kunnen dat zij in de geheugentesten iets achteruit gingen door het gebrek aan slaap. Maar het kan ook een direct effect zijn van het medicijn.

Tegenslag

Gek genoeg waren de deelnemers niet boos, vertelt Prins. 'Wel teleurgesteld natuurlijk, net als ik. Ik blijf ervan versteld staan hoe veerkrachtig mensen zijn. Ze weten dat een medicijn voor hen te laat kan komen, maar toch willen ze meedoen.'

Desondanks blijft het de zoveelste tegenslag in zijn werkveld. Vele miljarden zijn er wereldwijd gestoken in alzheimeronderzoek, maar dit heeft slechts geleid tot vier geregistreerde middelen die de concentratie van een hele kleine groep patiënten tijdelijk verbetert.

Het aantal farmaceuten dat zijn tanden stukbijt op alzheimeronderzoek wordt elk jaar groter: Eli Lilly, Johnson & Johnson, Merck en Roche; allen moesten studies stopzetten vanwege nare bijwerkingen óf het gebrek aan doorbraken. Farmareuzen Axovant en Pfizer gooiden zelfs de handdoek in de ring en staakten al hun alzheimeronderzoek.

Gele memobriefjes

Goed, hij had er een week ‘zwaar de pest over in’, maar Prins kijkt liever vooruit. 'Reden om nóg harder te werken', zegt hij nu.

In zijn wachtkamer in Amsterdam zit vandaag een handjevol deelnemers. Een dame maakt verwoed notities in haar papieren agenda. Herkenbaar, zegt Prins, evenals de gele memobriefjes waar sommige alzheimerpatienten hun huis mee behangen. 'Alle tactieken die je kunt bedenken om zelfstandig te functioneren zijn goed.' Het centrum ligt ingeklemd tussen een tennispark en een flat van veertienhoog en lijkt meer op een accountantskantoor dan een medisch testlab. Neuropsychologen lopen rond in vrijetijdskleding, een gedichtje over identiteitsverlies is bij de receptie op de muur geschilderd. Volgens Prins is de ontspannen sfeer bewust ge- creëerd: 'Makkelijk parkeren, lekkere koffie, een goede bank in de wachtkamer. We willen de ervaring zo prettig mogelijk maken voor de patiënt. Ze helpen ons bij het vinden van de oplossing.'

Beeld Jean-Pierre Jans

Machteloos gevoel

In het centrum doen jaarlijks ongeveer 150 patiënten vrijwillig mee aan zo’n tien internationale of nationale medicijnonderzoeken van de farma- of biotechbedrijven die nog wél investeren in alzheimeronderzoek. Dat is meer dan academische ziekenhuizen hun patiënten kunnen aanbieden, waar jaarlijks maar één of twee studies lopen. Reden voor Prins om zeven jaar geleden directeur van het testlab te worden. 'In de geheugenpolikliniek van het Amsterdam UMC waar ik nu nog één dag in de week werk zag ik het hele jaar door patiënten met dementie achteruit gaan en overlijden. Ik stond erbij en keek ernaar. Een machteloos gevoel. Met medicijnonderzoek kan ik echt iets doen.' De deelnemers krijgen meestal pilletjes mee naar huis en komen elke maand terug voor geheugentesten, soms een hersenscan of ruggenprik, variërend van zes maanden tot vijf jaar lang.

Toen hij werd aangesteld als directeur was zijn vader al ziek, al wilde de man het zelf nog niet geloven. Nachtenlang repeteerde hij de achttien clubs van de eredivisie. 'Hij dacht: als ik ze niet meer weet, is het écht mis. Dat had hij bij mijn opa gezien. Nachtenlang lag hij wakker omdat hij er eentje vergat. Dat gevoel ‘er komt iets aan’ was heel zwaar.'

Beeld Marco Okhuizen

Vader

Op een zomermiddag riep Prins zijn moeder en zus bij elkaar. Gezamenlijk dwongen ze zijn vader tot een gesprek. De interventie had effect. Niet veel later werd de diagnose ziekte van Alzheimer gesteld. In het begin ging de ziekte langzaam, zoals dat meestal het geval is bij mensen met een hoge opleiding - zijn vader was taalgeleerde. Het geheugen lijkt nog wat extra reserves te hebben. Maar toen alzheimer eenmaal woekerde in het brein van zijn vader, was er geen ontkomen meer aan.

Laatst vond de moeder van Prins haar partner liggend op het fietspad voor de deur. Zijn ellebogen en knieën zaten onder het bloed. Hij was ’s nachts de hort op gegaan en onderweg gevallen. Soms ziet hij haar aan voor een andere vrouw, terwijl de twee al sinds de middelbare school onafscheidelijk zijn. ,,Het grootste drama zit niet eens in het niet herkennen. Dat zijn momentopnames. Het drama zit in het uit elkaar vallen, de desintegratie van iemand als persoon. Mijn vader raakt zijn intellect kwijt, kan verbanden niet meer leggen, begrijpt gesprekken niet meer. Hij raakt in een isolement. Op een verjaardag kan hij niet meer aan tafel zitten. Al die geluiden om hem heen zijn een soort kakofonie. Hij zegt ook vaak: ‘stil, praat niet zo hard’. Hij begrijpt het niet meer. Echt heldere momenten zijn er steeds minder.’’

Waardeloze rotziekte

Prins groeide op in Amsterdam in een vierkoppig, hecht gezin. Intellectueel begrepen vader en zoon elkaar. De twee deelden de liefde voor sport, Ajax, wetenschap en schreven samen een artikel over taalstoornissen bij dementerenden, niet beseffend hoe toepasselijk dat stuk ooit zou worden. Maar qua karakter lijkt Prins meer op zijn empatische moeder. 'Ik hou van mijn vader, maar emotioneel gezien was er een zekere afstand.'

Prins herhaalt het een paar keer: zijn moeder, die heeft het pas zwaar. Hij als arts heeft misschien iets te veel ellende gezien om van de leg te raken. ,,Er zijn mensen die hun kinderen moeten begraven, dat vind ik pas echt vreselijk. Maar dat betekent niet dat ik alzheimer wil relativeren. Het is een waardeloze rotziekte.’’ De zo kalme neuroloog verheft zijn stem als hij over de stroming in Nederland spreekt die alzheimeronderzoek ‘een bodemloze put’ noemt ‘waar ons belastinggeld in verdwijnt’. ,,Dat noem ik Facebookgeneuzel. Het is namelijk niet waar. Het geld wordt voornamelijk geïnvesteerd door farma- en biotechbedrijven. Het is dus geen overheidsgeld. En het meeste gaat naar kankeronderzoek. Sinds het jaar 2000 zijn er meer dan 6500 klinische fase 3-studies naar kanker gedaan. Voor alzheimer zijn dat er nog geen 240. We weten inmiddels dat falen van onderzoek - hoe teleurstellend ook - erbij hoort. Het brengt ons elke keer een stapje dichterbij.’’

Eiwit

Het is maar hoe je het bekijkt. Decennialang dachten wetenschappers dat ze de ziekte van Alzheimer konden genezen wanneer ze een bepaald eiwit - genaamd amyloïd-bèta - konden opruimen in het brein. Bij alzheimerpatiënten stapelt het eiwit zich op in het brein en klontert samen tussen de hersencellen, waardoor deze op den duur niet meer met elkaar kunnen communiceren. Die basishypothese kwam aan het wankelen toen er na vele studies nog altijd geen succes was geboekt. Onderzoekers wisten de gewraakte eiwitten wel te vernietigen in het brein - precies wat ze hoopten - maar de patiënt bleef even vergeetachtig. Twee jaar geleden zette het Radboudumc in Nijmegen alle onderzoeken naar het amyloïd-bèta-eiwit stop.

Volgens Prins heeft het onderzoek zich verlegd naar andere eiwitten en een ontsteking in het brein, die waarschijnlijk allemaal zorgen voor schade in onze bovenkamer. ,,Er is dus niet één boosdoener. Ik denk dat we uiteindelijk uitkomen op een cocktail van medicijnen die de ziekte van verschillende kanten aanvalt.’’ Die oplossing komt volgens hem eerder dan we denken. ,,Ik geloof dat we binnen tien jaar de medicijncocktail gevonden hebben, die de ziekte misschien niet geneest maar wél afremt. Ambitieus? Ja, maar veel mensen onderschatten veranderingen die in tien jaar tijd kunnen plaatsvinden. Tien jaar geleden kwamen whatsapp, twitter en de ipad op. Kun je je voorstellen dat die er niet zouden zijn? Stoppen met onderzoek is geen optie. Dat is nihilisme.’’

Herinnering

Voor zijn vader komt een medicijn te laat, beseft Prins. Maar hoe naar die gedachte ook is: de ziekte heeft hen laatst ook een mooi moment opgeleverd. Vader en zoon, grote voetballiefhebbers, gingen terug naar amateurclub AFC waar ze beiden hebben gespeeld. 'Ik vroeg hem, wandelend over het gras, waar hij aan dacht. Toen zei hij dat ik bij deze club geblesseerd ben geraakt. Het verraste me. In die tijd betekende die gescheurde kruisband het einde van mijn voetbalcarrière, voor mij iets heel groots, maar daar had hij destijds weinig aandacht voor. Nu hoorde ik dat hij zich zorgen heeft gemaakt. Voor het eerst! Dat was fijn om te horen.'

Ⓒ AD

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234