null

reportageBuitenaards leven

Deze vier mannen geloofden hun ogen niet, maar zagen toch écht ufo’s

Beeld Getty Images/Science Photo Libra

Sinds het begin van de coronacrisis worden meer ufo’s gesignaleerd dan ooit. Niet alleen omdat er meer tijd is om naar de hemel te turen: ufo’s worden ook steeds serieuzer genomen. We spraken vier waarnemers.

Er zijn het afgelopen jaar eindeloos veel rondjes gewandeld, en kennelijk was de blik daarbij vaak naar boven gericht. Een langzaam bewegende schijf, een grote tol, een blauw licht boven de wolken, een bol ter grootte van een skippybal: in het archief van Ufo Meldpunt Nederland is te zien wat voor ongeregeldheden oplettende kijkers zoal zagen. Ook als er beneden niks te beleven valt, is de lucht nog altijd vol bedrijvigheid: in 2020 werden 2.022 waarnemingen gedaan, flink meer dan de 1.419 in het jaar ervoor.

Dat kwam doordat we met zijn allen veel meer uren hadden om doelloos naar de lucht te turen, maar ook door drie filmpjes, zegt Bram Roza, oprichter van het Meldpunt en in het dagelijks leven grafisch ontwerper. Drie inmiddels wereldberoemde filmpjes die in april 2020 door het Pentagon werden vrijgegeven. In één ervan scheerde een wit lichtje over het wateroppervlak. ‘Oh mijn god, dude!’ ‘Wat is dat, man?’, klonken de opgewonden stemmen van twee marinepiloten. Ja, wat wás dat? Sceptici zagen een schimmig wit wormpje en haalden de schouders op. Maar voor ufo-fanatici waren deze filmpjes het bewijs: ze zijn echt. Ufo’s bestaan, niet alleen in Mars Attacks en in de fantasie van prepuberale jongens.

‘De video’s van het Pentagon doorbraken het zwijgen’, zegt Roza. ‘Eigenlijk zei de Amerikaanse overheid daarmee: ufo’s bestaan. Een hoop mensen denken daardoor: dan laat ik me ook niet meer voor gek verklaren omdat ik een ufo heb gezien.’ De filmpjes en de pandemie samen zorgden voor een recordaantal ufo-meldingen in 2020, in de VS en ook in Nederland. Forbes Magazine riep 2021 alvast uit tot het ‘jaar van de ufo’, want inmiddels wordt door ufologen reikhalzend uitgekeken naar juni dit jaar. Dan moet de Amerikaanse CIA een rapport presenteren waarin een verklaring over ufo’s wordt gegeven. De voormalige directeur van de nationale inlichtingendiensten John Ratcliffe zei tegen Fox News dat militaire piloten en satellieten wereldwijd veel meer ufo’s hebben geregistreerd dan bekend is gemaakt. Er werd altijd gezocht naar een logische verklaring, zei Ratcliffe, maar die was niet altijd te vinden. Sommige objecten, zei hij, ‘maken bewegingen die moeilijk uit te leggen zijn, (...) waar wij de technologie niet voor hebben’.

Unidentified flying object, meer is het niet, ongeïdentificeerd. Meestal betekent dat nog niet geïdentificeerd, zegt Roza: ‘95 procent van de meldingen is simpel te verklaren, of is gewoon geen goede waarneming, want mensen zijn heel slechte waarnemers.’ Zo werden in 2020 alleen al honderden meldingen afgewezen omdat ze te herleiden waren tot de Starlink-satellieten uit het Space X-programma van Tesla-baas en ondernemer Elon Musk, dat eind 2019 werd gelanceerd.

Inmiddels zijn Roza en zijn Meldpunt-compagnon Alexander Griffioen bedreven geraakt in identificeren. ‘Je gaat meteen deduceren als je een melding krijgt, tot je weet wat het wél is. Als iemand een oranje bolletje ziet, kan dat misschien Mars zijn geweest? Boven Tilburg waren de afgelopen dagen allemaal knipperende lichtjes te zien, dus we belden met het KNMI, de luchtmacht, en ja, het bleek een nachtelijke oefening van parachutisten te zijn.’ Onder veel meldingen komt te staan dat er onvoldoende informatie is, of een groen vinkje: verklaard.

Toch worden sommige meldingen nooit verklaard door planeten, parachutisten of ruimteprogramma’s, en dan blijven de melders zitten met een zacht gezegd onalledaags verhaal. Zelfs dan hoeft een ufo niet meteen verklaard te worden met buitenaards leven, zegt Roza: ‘Je kunt bijvoorbeeld denken aan geheime projecten van de overheid, of zelfs iets veel abstracters zoals ‘interdimensionale wezens’. Het kan van alles zijn. Ik probeer het open te houden.’

Een complicerende factor voor de melders: duidelijk bewijs is er vrijwel nooit. Veel ufo-meldingen gaan hooguit vergezeld van vaag materiaal, waar je met wat wensdenken een ufo in zou kunnen zien. ‘Het klinkt een beetje flauw’, zegt Roza, ‘maar die lage waarneembaarheid is helaas een van de kenmerken van ufo’s – naast plotselinge versnellingen, hypersonische snelheden, en een zogeheten ‘positieve lift’, waardoor ze vliegen zonder vleugels. Ufo’s zijn moeilijk te fotograferen of filmen. Ze zíén is soms al moeilijk. Het lijkt wel alsof ze niet gezien wíllen worden.’

Het zorgt ervoor dat vrijwel niemand ufo-melders gelooft, en ze vaak linea recta naar het rijk der wichelroedelopers, waarzeggers en flat-earthers worden verwezen. ‘Voor veel mensen wordt het daardoor een obsessie hun verhaal te bewijzen’, zegt Roza. ‘Hun wereldbeeld staat op zijn kop, het kan zelfs traumatisch voor ze zijn.’

Het was dan ook niet makkelijk om mensen te vinden die over hun ervaring durfden te vertellen. De vier mannen in dit verhaal – de ufo-wereld blijkt een overwegend mannelijke wereld – vinden hun verhaal zélf soms al ongelooflijk, maar wilden het toch graag kwijt. Een van hen zelfs voor het eerst.

Als inspiratie voor deze serie gold het boek ‘Ufo Drawings from the National Archives’: een prentenboek met de mooiste tekeningen uit het archief van de ufo-desk van het Britse ministerie van Defensie, opgestuurd door Britten die hun ufo-waarneming tekenden. Het zijn tekeningen die de blik naar de lucht openen. Nee, we hebben niet gecontroleerd wat deze mensen hebben gezien. Wat er is gezien aan de hemel, weten we niet, maar dát ze iets hebben gezien is zeker. En nu zien wij het ook.

Sven (45) spotte in 2021 een object langs de snelweg A29 dat hij niet kon thuisbrengen

‘Voor 2005 was ik nooit bezig met het onderwerp ufo’s, ik was erg sceptisch. Ik kom uit een christelijke familie – we deden er niets mee, maar het idee was wél dat we ooit door God zijn gemaakt en wij mensen de enigen zijn in het heelal. Mensen die ufo’s zouden hebben gezien zag ik weleens op tv, dat waren dronken rednecks, hetzelfde type dat meende dat ze Bigfoot hadden gezien. Zo zag ik het, tot ik mijn eerste ervaring had.

Ik werkte van 2005 tot 2007 op een legerbasis in Amerika, ik was getrouwd met een Amerikaanse. Zo ben ik voor het eerst in aanraking gekomen met het fenomeen. In totaal heb ik zes keer lichtbollen gezien in de lucht, orbs noemen ze die: heel grillig bewegende lichtjes, naast elkaar. In Amerika zag ik ook een sigaarvormige ufo, ik denk een meter of 200 lang – die worden vaker waargenomen. Hij produceerde geen enkel geluid, net als de ‘voertuigen’ die ik later zag.

Ik vroeg me de eerste keer wel af of ik gek was geworden, maar ik gebruikte geen hallucinerende middelen, ik had het gewoon echt gezien. Toen wilde ik er ook ineens alles van weten. Uit zelfbescherming heb ik er lang niet over gesproken, dan zouden ze denken: daar heb je de dorpsgek. Inmiddels zijn mensen er denk ik wat ruimdenkender over geworden. Doordat het Pentagon vorig jaar die ufo-beelden gemaakt door marinepiloten heeft vrijgegeven, is er iets veranderd, maar er hangt nog wel een stigma aan.

Ik heb drie keer een schotel gezien. De laatste was een paar weken terug. Ik reed ’s ochtends naar mijn werk, op een vrijdag op de A29 en links naast me haalde een vliegend object me in. Ik dacht: even kijken hoor. Ik parkeerde bij de Shell op de vrachtwagenparking, ik stond er nog maar net toen een man achter me ook uitstapte, voor me stonden nog twee andere mensen te kijken. Het object voor ons vloog lager dan een sportvliegtuigje, op ongeveer 500 meter voor ons. En toen kantelde het ding en ging het zoef, schuin naar boven. Toen kon ik ook de onderkant redelijk zien, waar witte lichtjes op zaten. Het ging zo snel. De man voor me lachte en zei: ‘Dus jij ziet dit ook?’ Ik zei: ‘Ja.’ We keken elkaar aan met een blik van: ‘O, we zijn dus níét gek.’ De man achter me had zijn portier nog geen paar tellen dicht, en toen was het flits, weg. Toen ben ik weer doorgereden, en zij ook.

Voor mij staat het vast dat dit soort dingen bestaan. Maar de media hebben veel argwaan, zelfs als het Pentagon drie video’s vrijgeeft en zegt: dit zijn manoeuvres die wij niet kennen. In principe zeggen zij: we zijn niet alleen. De hele wereld zat naar Neil Armstrong te kijken, maar dit doet de mensen zo weinig. Het is ook lastig, want YouTube staat vol met nepvideo’s. Maar als je kijkt naar de Vergelijking van Drake, daarmee is berekend hoeveel planeten water zouden kunnen hebben, en dus leven, dat zijn er zestigduizend. Je kunt het ook zo zien: zo uniek zijn we misschien niet. Wat je op de aarde hebt, is overal. Het is gewoon moeilijk voor ons om toe te geven dat er misschien wel wezens bestaan die slimmer zijn dan wij.’

Stefan (47) zag in 2018 een vriendelijk licht in het stadspark van Groningen

‘Het was mei 2018 en ik was die avond bij vrienden geweest. Het was al na middernacht, ik stond eerst bij de bushalte, maar ik had nog geen zin om naar huis te gaan. ’s Nachts wandelen vind ik heerlijk. Het stadspark van Groningen ken ik op mijn duimpje, ik ben er als kind vaak geweest. Ik ben bekend met de hemel in de nacht. Er was die nacht geen maan, dus alles was goed te zien. Het had een beetje geregend, alles in het park rook lekker zoetig.

Ineens deed een klein geel balletje aan de lucht me stilstaan, met een blauwige gloed eromheen. Het stond aan de horizon, maar was duidelijk geen ster. Dit is misschien een goed moment om te zeggen dat ik nauwelijks alcohol drink, die avond ook geen druppel, geen drugs gebruik en psychisch in orde ben. Ik dacht: een vliegtuig, een satelliet? Alles gaat door je hoofd. Ik besloot maar verder te lopen, maar tien minuten later was het er nog. Ik probeerde een foto te maken, maar toen ik mijn camera pakte, zag ik weer niks.

Ik verklaarde mezelf voor gek en liep maar verder. Waar het pad zich splitste, koos ik het rechterpad. Daar voelde ik ineens dat ik van achter bekeken werd. Ik voelde een nieuwsgierigheid, alsof intelligente ogen me met een vergrootglas bekeken. Ik voelde geen angst. Ik stopte met lopen, maar ik ging daar zelf niet over. Ik keek in volle verbazing naar mijn eigen voeten. Mijn hoofd zei: loop, maar mijn voeten deden niets. Nu ik het vertel, moet ik even pauzeren. Ik voel een drempel om de verdwenen tijd terug te halen. Want wat daarna gebeurde, is me nog altijd een raadsel.

Ik kan me alleen herinneren dat ik zo’n driehonderd meter verderop liggend op een bankje wakker werd. Mijn rugzak stond naast me op de grond. Ik keek op mijn horloge, het was 12 over 12, maar op mijn telefoon was het 12 over drie. Drie uur, weg. Ik had vlak daarvoor de Martinitoren nog twaalf uur horen slaan. Ik ben teruggelopen naar de bushalte, maar er kwam geen bus meer. Toen ben ik maar terug gaan lopen.

Ik herinner me niets van de tussenliggende tijd, behalve gevoelens. Geen angst of paniek, maar warmte en vriendelijkheid, alsof iemand op wie ik verliefd ben me een spontane knuffel had gegeven. Ik heb de dagen erna naar verklaringen gezocht voor wat er is gebeurd, maar die heb ik nog altijd niet.

Als ik vroeger mensen over dit soort dingen hoorde, geloofde ik daar weinig van. Ik achtte de kans groter dat iemand van de Postcodeloterij met 50 duizend euro voor de deur zou staan, dan dat ik zoiets zou meemaken. Dus ik vroeg me af: heb ik kortsluiting gemaakt in mijn hersenen? Hoe verklaar ik dan dat nadrukkelijke gevoel? Dat iets me in die drie uur heeft vervuld met verrukking, blijheid, warmte? Ik kom er niet uit.

Natuurlijk heb ik me wel afgevraagd of ik gek was geworden, maar ja... alles daarna functioneerde nog, ik ben verder ook nooit ‘los’ geweest van de werkelijkheid. Ik kon het zelf ook moeilijk geloven. Die weken daarop verlangde ik sterk terug naar dat gevoel, zo erg dat ik de route een paar keer opnieuw ben gaan lopen. Er gebeurde niets. Toch weet ik zeker dat het licht dat ik zag me heeft geobserveerd, en dat die drie uur die ik kwijt ben, daarmee verbonden zijn. Het zit nu al bijna drie jaar in mijn hoofd, ik heb het nog nooit aan iemand verteld.’

Marcel (52) maakte in 1993 iets mee dat hij nooit zal vergeten

‘Het onderwerp ufo’s vond ik best interessant, maar ik had er niets mee. Ik ben van mezelf sceptisch, ik gaf er ook niet om in mijn jeugd. Tot die ene nacht, van 16 januari op 17 januari 1993. Ik was 24 en het was rond drie uur ’s nachts. Ik ben musicus en ik speelde wekelijks wel in Amsterdam, regelmatig in de Bamboobar, Naar Boven, Bourbon Street, Meander, De heeren van Aemstel, en soms ook in De Melkweg en Paradiso. Ik werkte ook aan de tour Zonder Fratsen van Tom Oosterhuis en mijn eigen eindexamen voor het Hilversums Conservatorium. Meestal liep ik na afloop met mijn gitaar op mijn rug richting huis vanaf die plekken, dan haalde ik de versterkers de volgende dag op. Na een optreden zit je altijd vol energie, het is lekker om even met een wandeling een half uurtje af te koelen en de avond nog even aan je voorbij te laten gaan.

Ik liep op de Leidsestraat richting het Leidseplein, ik moet in nachtclubcafé Naar Boven hebben gespeeld, toen me opviel dat er niemand op straat was, geen verkeer, geen mensen, geen dronkelappen, niks. Vreemd, op een zaterdagnacht in hartje Amsterdam, maar nee, niets. Op het plein hoorde ik opeens een diep vibrerend geluid, heel laag, je kon het ook voelen.

Het kwam van links, van de Weteringschans. Toen ik die kant op keek, schrok ik me wezenloos. Ik zag een enorm ovaal lichtblauw licht op me afkomen, vlak boven de daken, zo fel dat de hele buurt oplichtte. Het had de vorm van een klassieke vliegende schotel, als je snapt wat ik bedoel, ongeveer half zo groot als het hele Leidseplein. En hij kwam langzaam op me af in een strakke baan.

Ik scheet bagger, ik wist niet wat me overkwam, dus ik rende de Marnixstraat in, naar een bushalte, alsof ik daar zou kunnen schuilen. Toen liep ik terug naar de hoek van de Marnixstraat en het Leidseplein, en zag hem in vol ornaat over het plein gaan.

Het hele plein was verlicht en ik stond stijf van angst. Ik liep mee, terug naar de Marnixstraat, in ongeloof. Rechts van me volgde het me over de daken, in fietstempo. Ik heb mezelf in mijn gezicht geslagen om zeker te zijn dat ik niet ijlde.

Op dat moment kreeg ik een gevoel van herkenning. Ik voelde dat het niet achter mij aanzat. En ik had het gevoel dat het object ook wist dat ík keek. Ken je dat fenomeen, dat je het gevoel hebt dat je geobserveerd wordt? Toen kreeg het een enorme vuurstaart, witgeel van binnen en rood van buiten, een seconde ofzo, en schoot in één keer weg, schuin omhoog, met een noodsnelheid. Ik dacht: dat hebben we ook weer gehad.

Maar waar kun je zo’n ervaring vervolgens kwijt? Er zit op de Marnixstraat een politiekantoor, maar ja, ze zien me aankomen. Er was niemand bij, ik schreef het in mijn agenda: ufo, 3 uur, ik heb die agenda bewaard. Het staat op mijn netvlies gebrand. Ik had wel een aantal biertjes op, maar dan weet je ook nog steeds wat er voor je ogen gebeurt, en die zweet je er ook zo weer uit op een podium.

Ik kocht de dag en week erop alle kranten, zette de tv aan op AT5, ik dacht: dit moeten mensen gezien hebben. Maar nee, niets. Ook logisch, want als iemand óók zoiets zou hebben meegemaakt of gezien, kon je dit niet melden.

Het onderwerp hield wel mijn interesse vanaf dat moment, maar het wordt vaak alleen sensatiebelust belicht. Ik zou het liever met een wetenschappelijke bril onderzoeken. Gelukkig wordt het nu iets bespreekbaarder, dat merk je wel. Ik had het er alleen over met goede vrienden, die stonden ook met open bek te luisteren. Ik was geen wildeverhalenverteller, was altijd een gerespecteerd musicus, ook als orkestleider, ik wilde wel nog serieus genomen worden.

Ik weet nog steeds niet hoe het kan, en ik kan het nog steeds niet verklaren. Maar ik weet wel dat ik het heb gezien, gehoord en gevoeld.’

Lars (43) zag in 2016 een vliegend object waarvan hij denkt dat het niet-buitenaards is

‘In 1988, ik was een jochie van 10, was ik in het Joegoslavische Grocka, bij mijn oma, en zag ik midden in de nacht op een paar honderd meter afstand een grote, vuur-achtige bol naar binnen schijnen, alsof plotseling de zon aanging. Ik ging naar het balkon en kreeg er een warm, vreedzaam gevoel van, al mijn zintuigen stonden op scherp. Mijn oma haalde me naar binnen, zij zag het ook. Ze zei dat het iets van het leger was, en we daar niet over moesten praten.

Ik ging ervan uit dat het niet van hier was. Maar een jaar of tien later, inmiddels bestond het internet, las ik dat veel soldaten dat soort waarnemingen hadden gedaan bij een militaire basis, met precies datzelfde gevoel. Mensen zeiden: je hebt te lang in de zon gekeken. Maar ik heb nooit getwijfeld of ik het écht gezien had.

Op 28 november 2016 had ik mijn tweede ervaring. Ik zat ’s avonds om een uur of negen gewoon thuis in mijn tuin met een jointje. Ja, nu denk je: het ligt aan dat jointje, maar die rook ik veel vaker, daar ga je echt geen dingen van zien. Ik keek naar boven en ik zag eerst die driehoek, een tr3b noemen ze dat, een triangle ufo, daar is online veel over te vinden. Daarna een boemerangvorm, een zogeheten tr6 telos, en toen de laatste, daarvan brak mijn klomp. De eerste twee waren groter, maar deze raakte me veel meer omdat ik duidelijker zag wat-ie kon.

Ik schat dat het voertuig een meter of 18 bij 3 meter was. Hij had een soort anti-zwaartekrachtgevoel, hij kwam aanvliegen, geluidloos, deed een soort scan, zo zag ik dat althans, twee spins en hij vloog schuin weer weg. Ik dacht: what the fuck gebeurt er? Het was in tien tellen gedaan.

Daarna ging ik natuurlijk voortdurend in mijn tuin zitten met mijn telefoon paraat, maar nee, niets. Ik probeerde steeds bewijs te krijgen, ik had mijn iPad klaargezet met een nachtcamera erop. Maar op camerabeelden blijven ’s nachts toch alleen de lichtjes over. En ja, wat probeerde ik nou te bewijzen? Het internet staat vol met beelden van deze dingen, van de eerste twee voertuigen althans.

Ik ben daarmee gestopt. Mensen worden helemaal gek van me, ik blijf maar over die avond vertellen. Je krijgt wel wat opdonders, want mensen vertrouwen je kennelijk niet op je woord. Maar ik weet wat ik heb gezien, ik blijf het herhalen.

Ik denk niet dat het van buiten de aarde komt, maar dat mensen híér experimenteren met voertuigen. De technologie is veel verder dan een raketje. Ik denk dat er wél technologie bestaat die niet op fossiele brandstof is gebaseerd, ze waren alledrie geluidloos. Dat derde voertuig is plat, waar zit dan de motor? Die moet in die rode lichtbol zitten. Als je dat soort techniek zou combineren met robot-technologie, dan zou je in de buurt komen van Iron Man, een soort vliegende robots.

Als ik erover begin op Facebook, dan zijn er gelijk weer drie vrienden weg. Als ik er een foto op zet van een adelaar, heb ik 120 likes, maar hierop, niets. Er komen altijd kutopmerkingen als je hierover praat, mensen zeggen: ga je vliegen joh? Je kunt niets met zo’n ervaring, je mag bij de psychiater een pilletje komen halen.

Natuurlijk kan ik me dat ook wel een beetje voorstellen. Ufo’s hebben zo’n creepy randje, mensen associëren het gelijk met aliens, outer space. Maar als je elke keer wanneer iemand iets ziet dat je niet kunt verklaren, het gelijk in die hoek zet, dan hoeven we het er nooit over te hebben. Ik weet dankzij internet dat er veel mensen zijn die hetzelfde hebben gezien. Als het een hallucinatie is, vind ik het wel vreemd dat ik een hallucinatie heb van iets dat andere mensen precies zo hallucineren.’

De ufo-melders wilden niet allemaal met hun achternaam in dit verhaal. Hun volledige naam is bij de redactie bekend.

(de Volkskrant)

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234