null Beeld

Dichtende voorbeelden Peter Verhelst & Charlotte Van den Broeck over Gedichtendag 2017

Op 26 januari is het opnieuw Gedichtendag, de jaarlijkse hoogmis van het gestileerde woord. Maar wat heeft een genre als poëzie vandaag nog te zeggen, nu hoop vooral op tweeloop rijmt, mensdom op splinterbom, en hegemonie op ironie? Humo vroeg het aan twee vurige pleitbezorgers van de dichtkunst: Peter Verhelst (54) en Charlotte Van den Broeck (25).

'Mensen hebben recht op water en propere lucht, maar ook op schoonheid'

Peter Verhelst viert deze maand dertig jaar dichterschap met de verzamelbundel ‘Koor’, en met zijn nieuwste bundel ‘Zing zing’ kan hij voor de derde keer de Herman de Coninck-prijs winnen. Charlotte Van den Broeck deed met haar debuut ‘Kameleon’ de poëziewereld prompt van kleur verschieten, en heeft net de opvolger, ‘Nachtroer’, klaar.

HUMO Kennen jullie elkaar?

Charlotte Van den Broeck «Peter heeft mij door mijn tweede jaar aan het conservatorium geholpen. Voor een lesopdracht moesten we toen iemand interviewen. (Tegen Peter) Weet je dat nog?»

Peter Verhelst «Ja. Charlotte wist natuurlijk niet dat ik me altijd als een complete asshole gedraag tijdens interviews (lacht).»

Van den Broeck «Welnee, je was bijzonder sympathiek!»

HUMO Waren er nog redenen om voor Peter te kiezen, behalve het feit dat hij zo sympathiek is?

Van den Broeck «Peter is zo’n beetje mijn idool. Eigenlijk ben ik dankzij hem poëzie beginnen te lezen: rond mijn 20ste hoorde ik hem op Radio 1 een ode voorlezen aan ‘Lamento’, een gedicht van Remco Campert. Dat was zo mooi. Mijn toenmalige lief heeft me toen de bundel ‘Zoo van het denken’ van Peter cadeau gedaan, en ook dat was liefde op het eerste gezicht. Ik lees hem nog altijd ontzettend graag. Zelfs in die mate dat ik, als ik zelf aan het schrijven ben, niets van Peter mag lezen. Anders dringen zijn woorden te hard door in mijn eigen gedichten. (Tegen Peter) Toen ik vorige zomer aan ‘Nachtroer’ schreef, heb ik dus bewust niets van jou gelezen.»

HUMO Ben jij bekend met Charlottes werk, Peter?

Verhelst «Ja, ik heb ‘Kameleon’ gelezen en ik voelde onmiddellijk een verwante manier van kijken. In haar gedichten zit een vreemde combinatie van lichtheid en verdriet, die ik zelf ook koester. Als oude man is het natuurlijk des te leuker om die combinatie bij een jonge dichter terug te vinden (lacht). Charlotte is indrukwekkend op het podium. Ik heb haar eens zien voordragen en dat dringt bijzonder diep door. Als ik naar poëzie ga luisteren, ben ik meestal na twee gedichten het spoor bijster, maar zij wist een helderheid en directheid in haar woorden te leggen die me verbaasde.»

undefined

null Beeld

HUMO Een goede dichter is niet altijd een goede performer?

Van den Broeck «Nee, dat zijn twee totaal verschillende vakgebieden.»

Verhelst «Ik bak daar bijvoorbeeld niets van. Als ik uit mijn eigen werk moet voorlezen, zie je me altijd staan denken: ‘Wat doe ik hier eigenlijk?’ Charlotte niet: zij staat er.»

HUMO Peter, jij ging voor ‘Koor’ grasduinen in dertig jaar dichtwerk. Voor een bundel die zo’n lange tijd omspant, vormt ‘Koor’ een opvallend homogeen geheel.

Verhelst «Daarvoor heb ik voor de eerste keer al mijn gedichten herlezen. Rond bepaalde gedichten heb ik de andere geschikt. Ik heb alles overgetikt en hier en daar veranderd: gedichten moet je soms aanpassen in een nieuwe context.»

HUMO Omdat ze in hun oorspronkelijke vorm niet goed genoeg waren?

Verhelst «Niet eens (lachje). Al hebben sommige vroege gedichten niet de vorm gevonden die ik voor ogen had. Maar ik heb geleerd om een zeker mededogen te voelen voor mijn jongere ik.»

HUMO Herkende je jezelf nog in de jongere Verhelst van pakweg ‘Obsidiaan’ of ‘Master’?

Verhelst «Toch wel. (Tegen Charlotte) Dat zul je nog merken: je wordt ouder, maar eigenlijk ben je wie je bent. Ik heb gedichten teruggevonden van toen ik 17 was, en in wezen schrijf ik nog altijd over dezelfde dingen als toen. Mijn schrijversambacht is natuurlijk geëvolueerd. Al heeft dat ook een keerzijde: je verliest de rauwe, jeugdige spontaniteit van de beginjaren. Vroeger was ik bijvoorbeeld een grote fan van Pixies: dat vlamde en dat botste, en plots, midden in een beeld, stopte zo’n song. Dat zag je ook in mijn poëzie van toen, maar nu zou ik het niet meer kunnen.»

Van den Broeck «Ik merk dat nu al, bij mijn tweede bundel. Voor ik aan ‘Kameleon’ begon, had ik welgeteld tien gedichten geschreven. Veel daarvan was in één geut op het papier beland, puur intuïtief. Dat kan ik nu niet meer: ik heb ondertussen te veel bijgeleerd. Al cirkel je wel altijd rond dezelfde thematiek: leven, liefde en dood. Alle poëzie kun je misschien wel daartoe herleiden.»

Verhelst «Uiteraard. Soms wordt daar een beetje lacherig over gedaan, maar wie poëzie schrijft, heeft eigenlijk maar twee keuzes: ofwel schrijf je over het heden en wat er buiten, op straat, allemaal gebeurt. Een begrijpelijke keuze, want de tijden zijn er meer dan ooit naar. Ofwel kom je als dichter altijd weer bij dezelfde drie thema’s uit: het leven, de liefde en de dood.»

HUMO Mogen we die tweede categorie, waarin ‘Nachtroer’ en ‘Koor’ zich ophouden, dan tijdloze poëzie noemen, Charlotte?

Van den Broeck «De tijd dat je je als schrijver nog de eeuwigheid in kon dichten, is sowieso voorbij, vrees ik (lacht).»

HUMO Jouw debuut, ‘Kameleon’, werd wel unaniem lovend onthaald. Tot je fanbase behoort, naast Peter, ook Ilja Leonard Pfeijffer.

Van den Broeck «En dat voelt fantastisch, maar ook een beetje vreemd.»

HUMO Durf je jezelf ondertussen al zonder omwegen ‘dichter’ noemen? Daar worstelde je bij je vorige bundel nog mee.

Van den Broeck «Ik kan niet meer het tegendeel beweren: ik ben fulltime met gedichten bezig. Als iemand als Pfeijffer, die ik bewonder, je daar dan in bevestigt, moet je er zelf ook wel achter gaan staan.»

HUMO Je bent niet zomaar een dichter, je bent ook een vrouw. Dat moet dan duchtig benadrukt worden in recensies.

Van den Broeck «Een jonge vrouw dan nog, stel je voor! (lacht) ‘Kameleon’ draaide rond de identiteit van een jonge vrouw, dus ik begrijp dat mensen mijn werk daarmee verbinden. Maar soms wordt de vrouwenkaart ook te snel getrokken: dan is het voor de programmatie van een poëzieavond bijvoorbeeld ‘belangrijk dat er ook een jonge vrouw komt voordragen’. Tijdens de opening van de Frankfurter Buchmesse mocht ik samen met Arnon Grunberg het podium op. Ook daar zag je duidelijk de strategie achter: Arnon was de gevestigde waarde, ik het jonge frisse meisje dat net de letteren kwam binnenwaaien. Maar daardoor heb ik wel op dat podium mogen staan en heb ik bijzonder prettig kunnen samenwerken.»

Verhelst «Het is gewoon een feit dat er in de nieuwe generatie dichters veel vrouwen zitten. Toeval of niet, maar de gedurfde, radicale poëzie komt vooral uit de vrouwelijke hoek.»

Van den Broeck «Zelf vind ik het nog te vroeg om echt van een vrouwelijke stroming te spreken. Ik ben er zelf wel mee bezig, hoor: wat is mijn positie binnen de literatuur? En ik kom altijd uit bij dezelfde conclusie: de discussie wordt pas echt feministisch als het onderscheid tussen vrouwelijke en mannelijke schrijvers niet langer wordt gemaakt.»

Verhelst «Het geslacht van een schrijver heeft me sowieso nooit geïnteresseerd. Bij veel auteurs is dat toch iets fluïde, nee? Associatief schrijven zou iets typisch vrouwelijks zijn. Wablieft? Ik doe niets anders! (lacht)»

undefined

'Dan schrijf ik verdomme eens een maatschappelijk gedicht en interpreteren mensen het nóg als liefdeslyriek (lacht)'

HUMO Charlotte, voor je tweede bundel, ‘Nachtroer’, wilde je je eigen persoonlijkheid – vrouwelijk, mannelijk of wat dan ook – nog meer weggommen uit je teksten. Is dat gelukt?

Van den Broeck «Nee: hoe meer ik het probeerde, hoe persoonlijker mijn gedichten werden. Zegt het nog wel genoeg over anderen als het over mezelf gaat? Van huis uit heb ik dat helemaal niet meegekregen. Ik ben opgegroeid in de Kempen, met veel bescheidenheid.»

HUMO Vooral de openingscyclus ‘Acht’ lijkt direct op je eigen liefdesleven geënt: ‘Het huis laat zich verdelen in bananendozen en bezittelijke voornaamwoorden / de boekenkast in links en rechts / van jou de landkaarten, de Russen en het oeuvre van Márquez / ik krijg woordenboeken in alle talen, de biografieën van dictators / en ja, de poëzie.’

Van den Broeck «Die hele cyclus is ook heel autobiografisch. Al treedt er wel vaker verwarring op als ik het woordje ‘ik’ durf te gebruiken: mensen gaan er dan snel van uit dat alles wat er staat, ook zo is gebeurd. Niet dus.»

HUMO In ‘Koor’ komt het woord ‘ik’ verrassend weinig voor.

Verhelst «Dat kan, maar je struikelt wel over de ene ‘wij’ na de andere (lacht). Ik herken wel de schroom waar Charlotte zo mee worstelt. Ik ben opgegroeid in West-Vlaanderen, bij ons werd dat er ook ingehamerd: ‘Wat gij als mens voelt en denkt, is totaal onbelangrijk.’ Misschien heb ik daarom ook voor de titel ‘Koor’ gekozen: in het beste geval is mijn bundel een spreekbuis van én voor een hele groep mensen.»

HUMO In jullie beide bundels is een eerbetoon aan Remco Campert opgenomen: in ‘Koor’ een ode aan ‘Lamento’, terwijl het titelgedicht ‘Nachtroer’ het onderschrift ‘Voor Remco Campert’ meekrijgt.

Van den Broeck «Toen Campert vorig jaar de prijs voor de Nederlandse Letteren ontving, eerde het Nederlandse tijdschrift De Parelduiker hem met een speciaal themanummer. Ik heb daar toen ‘Nachtroer’ voor geschreven, dat later het steunpunt van mijn nieuwe bundel is geworden. Remco Campert is een lichtend voorbeeld voor mij, omdat hij het al zo lang volhoudt: 87 is hij ondertussen, en hij blijft nog steeds die combinatie van lichtheid en verdriet koesteren, die Peter daarstraks ook al vermeldde.

»‘Nachtroer’ is ritmisch verwant aan ‘Lamento’, het gedicht waarmee het voor mij allemaal begon. Ik herlees de verzen van Campert nog vaak: ondertussen zijn ze een deel van mezelf geworden, omdat ze zo nauw aansluiten bij mijn eigen gevoelswereld.»

Verhelst «Het blijft ook een geweldig gedicht, omdat er zoveel níét in wordt gezegd. Campert roept een beeld op van iemand die samen met zijn geliefde aan het water zit, maar hij maakt zijn zinnen nooit helemaal af, waardoor je als lezer weet dat het niet goed zal eindigen. Die ondertoon van melancholie doet wat goede kunst altijd doet: het inspireert en wakkert in anderen de behoefte aan om een antwoord te formuleren. Dat heb ik gedaan met mijn versie van ‘Lamento’. Ik ben heel blij dat Charlotte dat ook heeft gedaan: het bewijst dat poëzie mensen nog steeds aanzet om zelf iets te creëren. Een hoopvolle gedachte.»

undefined

null Beeld

undefined

'Schrijvers zijn uit het publieke debat verdwenen: dat heeft te maken met de afkeer voor de zogenaamde elite die je ziet toenemen in de media.'


Infantiele taal

HUMO Je noemde Peter daarnet al een inspiratiebron, Charlotte. Wat spreekt je aan in zijn werk?

Van den Broeck «Hij durft in zijn teksten radicaal voor de emotie te kiezen. Dat lijkt misschien vanzelfsprekend in poëzie, maar dat is het allerminst: zeker vandaag wordt er van jonge dichters verwacht dat ze in hun werk een heel duidelijke mening verkondigen over wat er in onze maatschappij gebeurt. Als je dat niet doet, moet je de relevantie van wat je doet al snel gaan verdedigen. Terwijl de gedichten van Peter net ijzersterk zijn, zonder dat ze daarom meteen maatschappelijk relevant zijn: ze vertellen over schoonheid, over erotiek en het lichamelijke. ‘Oef, dat mag dus ook,’ dacht ik toen ik voor het eerst zijn gedichten las (lacht).»

Verhelst «Schoonheid is een lelijk woord geworden, hè. Terwijl het verdorie een mensenrecht is: mensen hebben recht op water en propere lucht, maar ook op schoonheid. En dan heb ik het niet over van die krullerige karamellenverzen, daar krijg ik zelf ook het schurft van. Maar de pure schoonheidservaring, die is in staat een mens fundamenteel te veranderen. Ik wéét dat omdat ik het zelf heb zien gebeuren in Zuid-Afrika: mijn vrouw is letterbeeldhouwster en ze heeft een project op poten gezet in de sloppenwijken rond Kaapstad. Het is daar grimmig, in die wijken: miljoenen mensen worden er aan hun lot overgelaten en voor de kinderen is er geen fatsoenlijk onderwijs. Via onze vzw kunnen ze nu wel naar een goede school gaan, buiten de sloppenwijken. En hun ouders laten we, via het letterbeeldhouwen, kennismaken met kunst. De impact daarvan is enorm: ze bloeien helemaal open en ze worden er weerbaar door. Uit die schoonheidservaring valt dus een enorme rijkdom te puren. Ik pleit er dan ook vurig voor om ze voor iedereen open te stellen.»

HUMO De schoonheid van het door jullie beoefende genre is blijkbaar niet voor iedereen weggelegd. Of zoals Bernlef al zei: ‘Poëzie is de meest vrije kunstvorm, omdat er geen markt voor is.’

Van den Broeck «Bundels verkopen inderdaad moeizaam. Maar de manier waarop mensen poëzie beleven, díé is veranderd. De tijd dat je thuis een bundel gedichten opensloeg om een uur lang in te lezen, is waarschijnlijk voorbij. Maar naar poëzie gaan luisteren is best populair bij jongeren. De Nacht van de Poëzie is toch altijd een succes? Tweeduizend mensen die urenlang naar gedichten komen luisteren! En in Antwerpen, waar ik woon, kun je bijna elke avond van de week naar een literaire show, een vrij podium of een poetryslam gaan kijken. Vooral dat laatste slaat aan: het leunt een beetje aan bij rap, met veel gevoel voor ritmiek, en is echt gemaakt om op een podium te brengen. Het genre is ook perfect op maat van deze tijd, want het is de bedoeling dat je met je teksten een maatschappelijk onrecht aanklaagt of je onvrede over iets uitspreekt.»

HUMO Heb jij je ooit aan een poetryslam gewaagd?

Van den Broeck «Ik heb het weleens geprobeerd, maar helaas: ik bleek er niet cool genoeg voor.»

HUMO Wat vind je ervan, Peter, dat Charlotte vandaag voor een onzekere loopbaan als dichter kiest?

Verhelst «Geweldig! Als je beroemd wilt worden of veel geld wilt verdienen, moet je er natuurlijk niet aan beginnen. Maar ik ben heel blij dat er nog steeds jongeren zijn die zich aan poëzie wagen. In mijn hoofd wordt poëzie als genre ook alleen maar belangrijker, ongeacht haar populariteit.»

HUMO Waarom?

Verhelst «Poëzie is taalstudie in haar puurste vorm – dat klinkt saaier dan het is (lachje). Mensen gaan vandaag enorm slordig om met taal. Maar wie het gewend is gedichten te lezen, weet dat je die niet in één keer kunt vatten. Dat je ze opnieuw en opnieuw moet lezen en dat je het over nuances moet hebben, als je wilt weten ‘wat ze betekenen’. Die taalstudie kun je evengoed toepassen op wat er allemaal op televisie en internet wordt gezegd: ook daar is het raadzaam de nuances te horen in wat er beweerd wordt. Zeker als het over politiek gaat: daar is het verschil tussen wat er wordt gezegd en wat er wordt verzwegen betekenisvol.»

HUMO Maar dat aandachtig luisteren en lezen zijn we stilaan verleerd?

Verhelst «Ja, onze taal is geïnfantiliseerd. Die verschraling zie je op het internet, maar evengoed in de kranten. Een geschreven zin mag niet langer dan zeven woorden zijn, terwijl er op televisie op een almaar primitievere manier wordt gecommuniceerd. Het moet allemaal heel direct en onelinerachtig zijn. Net daarom is het zo belangrijk om de taalgevoeligheid bij onze jongeren aan te scherpen. Wie de taal doorgrondt, is veel minder een speelbal van the powers that be.»

HUMO Is al het online getweet een uitwas van die infantilisering? Of net een uitgelezen kans voor digitale dichters?

Verhelst «Beperkingen kunnen goed zijn bij het dichten. Maar zoals Twitter nu wordt gebruikt? Nee, bedankt, ook daar word je in het keurslijf van de oneliner gedwongen. Voor mij is de nuance veel belangrijker, en die verdampt daar.»

Van den Broeck «Poëzie staat haaks op wat bij Twitter zo belangrijk is: het spitse, vluchtige en vergankelijke. Poëzie is net de ultieme vorm van vertraging.»


Woede in verzen

HUMO Peter zei daarstraks al dat het begrijpelijk is dat er vandaag meer geëngageerde poëzie wordt geschreven, omdat de tijden ernaar zijn.

Van den Broeck «Ja, maar voor mij betekent poëzie altíjd engagement, ook als het impliciet is: in je poging om iets te zeggen schuilt al een verzetsdaad. (Denkt lang na) Tegelijk is poëzie ook een belachelijk middel om je verontwaardiging uit te drukken, nee? Donald Trump wordt verkozen, de hele wereld schaart zich achter zijn voor- of tegenargumenten, zelf ben je woedend en dus ga je... een gedicht schrijven: dat is toch potsierlijk?»

HUMO Peter, jij ondernam in 2015 anders een mooie poging met ‘Er was eens het water’, een gedicht geïnspireerd op de ondertussen iconische foto van het Syrische jongetje Aylan, dat voor de Turkse kust is verdronken.

Verhelst «Onlangs stuurde iemand me daar nog een opmerkelijke mail over. Hij schreef: ‘Ik heb je gedicht gelezen en vroeg me af waar het volgens jou over gaat.’ In dat beeld van de golven die zich op het strand gooien, zag hij namelijk de teloorgang van een liefdesrelatie. Ik wist niet wat ik las: dan schrijf ik verdomme eens een concreet, maatschappelijk gedicht en interpreteren mensen het nóg als liefdeslyriek (lacht).

»Maar dat gedicht... Ik kon niet slapen omdat ik die foto had gezien en ik wilde er ‘woorden voor vinden’. Dat is toen op mijn Facebookpagina beland, waarna ik telefoon kreeg van een krantenjournalist: of ze het mochten afdrukken? Omdat ik het op Facebook had gezet, was het toch al van iedereen – dus heb ik maar ‘ja’ gezegd.»

HUMO Heb jij het voorbije rotjaar – Trump, IS, de vluchtelingencrisis – nooit de drang gevoeld om daar iets over te schrijven, Charlotte?

Van den Broeck «Ik heb me vaak genoeg kwaad gemaakt, maar de reflex om die woede in een gedicht te gieten heb ik nog nooit gevoeld. Poëzie is voor mij geen goed middel om zulke dingen te verwerken – laat staan om anderen van mijn standpunt te overtuigen. Ik ben eerder geneigd om veel te praten met vrienden.»

undefined

'Het is zo belangrijk om de taalgevoeligheid bij onze jongeren aan te scherpen: wie de taal doorgrondt, is veel minder een speelbal van the powers that be'

HUMO En toch sluipt de actualiteit ook bij jou binnen. In het slotgedicht van je bundel ‘Nachtroer’ schrijf je: ‘Je zou een boot willen bouwen / Past het niet? / wees blij dat je een fout hebt gemaakt / straks zal je de fout niet meer maken met het echte materiaal.’

Van den Broeck «Ja, dat beeld gaat voor mij over een afscheid, maar het kan door het vaak gebruikte beeld van de vluchtelingenboten in de media evengoed als engagement gelezen worden. Ik heb bewondering voor dichters die het over maatschappelijke thema’s kunnen hebben en tegelijk hun kunstvorm niet verwaarlozen. Dat is het allerhoogste, hè. Maar in de praktijk lopen die twee ambities elkaar vaak voor de voeten.»

Verhelst «Ilja Leonard Pfeijffer heeft zo’n bundel met uitdrukkelijk geëngageerde gedichten uitgebracht (‘Idyllen’, uit 2015, red.). En er verschijnen er binnenkort nog, van andere dichters.»

Van den Broeck «Pfeijffer is er ook heilig van overtuigd dat jonge dichters zich geëngageerd moeten opstellen in hun werk.»

Verhelst «Ik respecteer Ilja, en ik heb zijn bundel met instemming gelezen. Maar ik vraag me af of zo’n uitdrukkelijk geëngageerde poëzie echt geëngageerder is dan die in andere dichtbundels. Zoals Charlotte daarnet al zei: poëzie is altijd engagement. Tegelijk vind ik wel dat schrijvers vaker hun stem moeten laten horen: als beroepsgroep zijn we volledig uit het publieke debat verdwenen, terwijl dat ooit anders is geweest. Dat heeft vooral te maken met de afkeer voor de zogenaamde elite die je nu ziet toenemen in de media. Terwijl ik het net enorm interessant vind als iemand een heldere staat opmaakt van wat er vandaag aan de hand is, en die ook behoorlijk kan formuleren.»

undefined

null Beeld

undefined

'Bundels verkopen inderdaad moeizaam. Maar de manier waarop mensen poëzie beleven, díé is veranderd.'

HUMO Voel je die behoefte ook, om een soort staat op te maken?

Verhelst «Ja, zeker vandaag: het zijn verwarrende tijden. Als schrijver ben je sowieso een soort seismograaf, die zulke trillingen opvangt. Ook ik voel steeds meer de nood om er iets over te schrijven.»

HUMO Daarin sta je niet alleen: de opinies, analyses en meninkjes tierden nog nooit zo welig.

Verhelst «Ja, al zijn die er al lang niet meer om echt de dialoog met elkaar aan te gaan. Er vlamt ergens een mening op, en ondertussen wordt de bak stront al klaargezet om over die mening uit te kieperen. Waardoor het nooit tot een echte discussie kan komen.»

Van den Broeck «Het vreemde is ook dat al die meningen niet voor een bredere kijk op de dingen zorgen, integendeel: het individuele perspectief wordt net verengd, omdat we allemaal meer in een zelfgekozen bubbel gaan leven. Dat merk ik zelf ook: de vrienden met wie ik me omring, delen globaal gezien mijn mening over Trump of de vluchtelingencrisis. Met mensen die een andere mening zijn toegedaan, kom ik relatief weinig in contact.»

HUMO Wat zou het speerpunt van jouw stand van zaken dan zijn, Peter? Waar kun je je echt kwaad over maken?

Verhelst «De manier waarop we hier in België met vluchtelingen omgaan, vind ik mensonterend en contraproductief. Ook dat heb ik helaas weer met eigen ogen mogen aanschouwen: samen met mijn vrouw wilde ik iets doen voor de vijfhonderd vluchtelingen die hier vorig jaar in Sijsele (bij Brugge, red.) aankwamen. Die mensen worden hier door de overheid als potentiële misdadigers gezien. Onze politici houden ondertussen doodleuk vol dat we een degelijk asielbeleid voeren. Maar de realiteit verschilt grondig van wat zij beweren. Het asielbeleid is geen beleid, maar is gefocust op kortetermijndenken. Die fundamentele leugen, die zou ik eens helder willen neerschrijven, al lijkt een gedicht me daarvoor niet de gepaste vorm. Een pamflet, dat moet het worden.»

HUMO Aan de slag!

Peter Verhelst, ‘Zing zing’, Prometheus; ‘Koor. Een keuze uit de poëzie’, De Bezige Bij









Charlotte Van den Broeck, ‘Nachtroer’, De Arbeiderspers

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234