Lijken kijken Beeld Shutterstock
Lijken kijkenBeeld Shutterstock

OnderzoekNadia de Vries

Digital corpses: waarom mensen online naar lijken kijken

Het verhaal van cultuurwetenschapper Nadia de Vries gaat over lijken. Ze deed onderzoek naar de vele online afbeeldingen van overleden mensen. Misbruik en ‘ontmenselijking’ van dat beeldmateriaal ligt op de loer, waarschuwt De Vries.

Na het overlijden van Diego Maradona ontstond er een heftige discussie rondom zijn stoffelijk overschot. De voetballer en volksheld was misschien nog wel meer van zijn fans dan van de directe familie, en de Argentijnen wilden hun held nog een laatste keer gedag zeggen. Zijn naasten wilden juist een kleine begrafenis in besloten kring. Uiteindelijk werd het dat laatste. 

Die toe-eigening van overleden mensen is online ook zichtbaar, maar dan vaak zonder de waardigheid die – ondanks de heftige discussies – na het overlijden van Maradona te zien was. Dat gaat terug tot de jaren negentig, toen internet in opkomst was. Digitaal beeldmateriaal van van alles en nog wat werd op talloze websites gepubliceerd en gedeeld. Ook afbeeldingen van overleden mensen. 

Neem Nikki Catsouras. Deze Amerikaanse tiener werd online bekend onder de naam Porsche Girl. Dat had alles te maken met het fatale verkeersongeluk waarbij ze om het leven kwam. Foto’s van haar zwaar toegetakelde lichaam belandden belandden via verkeerde handen op zogeheten shocksites, die vooral in die tijd populair waren. Een van de bekendste trok in zijn hoogtijdagen meer dan 15 miljoen bezoekers per dag.

Nadia de Vries (29) werd gegrepen door het fenomeen van dat soort digital corpses, zoals ze ze zelf noemt. Vorige maand promoveerde ze aan de Universiteit van Amsterdam op haar proefschrift ‘Digital Corpses: Creation, Appropriation and Reappropriation’. Daarvoor dook ze in de wereld van online lijken en analyseerde acht casussen, die inzichtelijk maken hoe we online én offline met dode mensen omgaan – waar de grens ligt van het betamelijke, en waar die overschreden wordt. “Digitale lijken hebben eigenlijk meerdere functies”, zegt De Vries. “Maar als een foto of video eenmaal online komt, is het moeilijk te controleren wat ermee gebeurt.”  Door de grootschaligheid en vermeende anonimiteit van het wereldwijde web, kan een foto al snel grote of desastreuze gevolgen hebben.

U beschrijft uw kennismaking met een digital corpse: een verbrand en verkoold gezicht. Het waren klasgenoten op de basisschool die een foto ervan op de computer hadden gezet. Een onplezierige ervaring. Maar toch maakte u het tot onderzoeksonderwerp voor uw promotie. 

DE VRIES «Er was eind jaren ’90 en begin 2000 online veel animo voor dit soort heftige plaatjes, en er waren meerdere platforms waar je naar dergelijke afbeeldingen kon kijken. Het is heel akelig, en vanuit moreel perspectief lijkt kijken en zoeken naar deze plaatjes ook ongepast. Maar toch deden mensen het. Ik vroeg me af waarom, wat trok ze naar zo’n verschrikkelijk beeld?» 

Het triggerde uw nieuwsgierigheid naar de menselijke geest en naar de motivaties die mensen kunnen hebben?

DE VRIES «Precies.» 

Waarom zoeken mensen naar digital corpses?

DE VRIES «Dat hangt af van de sociale en historische context van deze afbeeldingen. In de negentiende eeuw gingen mensen nog gewoon met hun overleden kind op de foto, als aandenken voor henzelf en de familie. Historicus Philippe Ariès observeerde binnen een groot historisch raamwerk echter hoe de dood gedurende de twintigste eeuw steeds meer als iets engs en vies werd gezien, in de westerse maatschappij en in de media. Pas toen we door de medische wetenschap langer en gezonder gingen leven, werd de dood echt iets pervers. Confrontaties met de dood worden door deze ontwikkeling ervaren als afwijkend en ongewenst. Er kwam een taboe op en er ontstonden strenge richtlijnen voor radio en televisie. Daarom werd het voor internetgebruikers rond het jaar 2000, toen het internet nog nieuw was, spannend om naar plaatjes van overledenen te kijken. Het voelde voor die groep als een vorm van overschrijding of overtreding. Het kijken naar vieze en afschrikwekkende plaatjes op shock sites, zoals van de verongelukte Nikki Catsouras, werd een vorm van voyeurisme en sensatiezucht. Het kan spannend of opwindend zijn om iets te zien wat eigenlijk niet mag, iets wat de heersende normen overschrijdt. Mensen zetten zich ermee af tegen de veilige, beschermende cultuur en de censuur op de dood. Daar bieden dit soort sites een soort ventiel voor, een uitlaatklep.» 

Naast shocksites bestaan er ook voorbeelden van digitale lijken die een heel andere, mobiliserende werking kunnen hebben, zoals bij George Floyd het geval was, de zwarte Amerikaanse man die in het voorjaar van 2020 door politiegeweld om het leven kwam. De beelden van zijn dood inspireerden de Black Lives Matter-beweging.

DE VRIES «Klopt. Uit mijn eigen onderzoek concludeer ik dat door het groeiende taboe op de dood in de jaren ’60, ’70 en ’80 ook een activistische potentie voor digital corpses ontstaat. In bepaalde gevallen heeft een filmpje of video een informatieverstrekkende of activistische werking. De moord op George Floyd werd gefilmd en de beelden werden massaal gedeeld via Twitter. Het ‘sensationele’ van zijn dood was hier natuurlijk ook aanwezig, maar er ging voornamelijk een activistische roep vanuit: ‘Hier gebeurt iets wat echt niet kan’. Mensen zagen de mishandeling en identificeerden zich met het slachtoffer. Deze beelden veroorzaakten massale protesten in zowel de Verenigde Staten als daarbuiten. Floyd werd het symbool van de Black Lives Matter-beweging, die zich sinds 2013 uitspreekt tegen racistisch geweld. » 

Toch vroeg hij daar niet zelf om. Is het wenselijk dat onze lijken zomaar op internet belanden?

DE VRIES «Om deze vraag te beantwoorden is het belangrijk om te beseffen dat we maar beperkte controle hebben over wat wij op het internet zetten. Zeker nu het internet een integraal deel vormt van ons dagelijks leven en iedereen altijd online is. Dat illustreert het verhaal van Neda Agha Soltan, een vrouw die werd vermoord tijdens de Iraanse anti-overheidsprotesten in Teheran in 2009. Ze werd op straat neergeschoten en overleed ter plekke. Iemand filmde dat, net als bij George Floyd, en deelde het filmpje online, met Agha Soltans naam erbij. Door een miscommunicatie werd een Iraanse vrouw met een soortgelijke naam als Agha Soltan per ongeluk het gezicht van de nieuwe protesten. Alleen leefde deze vrouw gewoon nog. De overheid kwam erachter, en de vrouw werd door de overheid verdacht van samenzwering met de oppositie. Zij moest daardoor het land ontvluchten.

«In dit geval wilden mensen dus iemand eren, maar ging er iets goed mis. Een heel schrijnend voorbeeld van hoe je met goede intenties toch grote schade kan toebrengen met een online afbeelding. Er zijn dus veel risico’s verbonden aan het online laten circuleren van afbeeldingen. Het is naar mijn idee daarom onwenselijk dat foto’s van dode mensen op internet belanden. Er kan misbruik van worden gemaakt, en dat is ook gebeurd.» 

Shocksites bestaan nog steeds, maar zijn niet meer zo makkelijk te vinden. Bovendien strijden populaire platforms zoals Facebook en Google tegen gruwelplaatjes via content moderators: die filteren de inhoud van wat er op het platform komt. De Vries: «Wat ook belangrijk is, is dat mensen het internet nu meer gebruiken als een visitekaartje. We bewegen ons op internet als onszelf, en zijn veel minder anoniem dan we twintig jaar geleden waren. Zo is het in geval van Facebook zelfs verboden om een nepnaam voor je profiel te gebruiken.» 

Waarom denken mensen dat ze online meer kunnen maken dan in het ‘echte leven’?

DE VRIES «De verklaring daarvoor ligt geworteld in het concept distributed responsibility, een term van media-ethicus Charles Ess. Het massale karakter van het internet vertroebelt het verantwoordelijkheidsbesef van een individuele gebruiker, waardoor hij denkt dat zijn online gedrag niemand op zal vallen. Volgens Ess wanen gebruikers zich daardoor anoniem, wat natuurlijk niet gerechtvaardigd is: we laten online immers allemaal sporen na. In zijn theorie gebruikt Ess het voorbeeld van illegaal downloaden, maar in het geval van het verspreiden van heftige afbeeldingen werkt dat hetzelfde. De gebruiker neemt aan: ‘Dit plaatje circuleert nu eenmaal, dus waarom zou ik me bezwaard voelen om ernaar te kijken?’. In het geval van Nikki Catsouras zagen de shocksite-bezoekers geen foto van een verongelukte dochter, zus of vriendin. Voor hen werd Catsouras een eendimensionaal figuur, ontkoppeld van alle context en menselijkheid. Er treedt ‘ontmenselijking’ op, mensen zien het plaatje en scrollen door.» 

In uw proefschrift beschrijft u ook een vrouw die het online sterfproces bewust naar zich toetrok om haar menselijkheid juist te bewaken: via een blog vertelde ze over haar ziekte, naderende levenseinde en uiteindelijke dood. Ze kreeg veel positieve reacties.

DE VRIES «Dat was de Amerikaanse verpleegkundige Katherine Brandt. Zij begon in 2019 samen met haar partner een intiem blog over de laatste fase van haar kankerbehandeling, waarin ze de kijker meenam in haar dagelijks leven, tot haar laatste ademhaling aan toe. Je zag hoe ze aan het infuus lag, maar ook hoe ze soms gewoon een film keek met haar gezin. Brandt zette haar stervende lichaam bewust in om aandacht te vestigen op het belang van waardig thuis sterven. Haar activistische blog was verbonden aan een crowdfunding-website, waarmee ze bijna 80.000 dollar binnenhaalde voor de ondersteuning van haar palliatieve zorg in huis. Inmiddels is Brandt overleden. De beelden kunnen helpen bij de rouwverwerking van haar familie. Maar natuurlijk bestaat ook hier het risico dat er in de toekomst iemand met dit gevoelige beeldmateriaal aan de haal gaat.» 

Wat zou er moeten gebeuren om dat soort online misbruik te voorkomen?

DE VRIES «Toe-eigening van online afbeeldingen kan grote schade toebrengen. Ouders, vrienden en collega’s moeten elkaar daarom inlichten over wat online privacy is, en hoe ze die kunnen bewaken. En kinderen moeten worden voorgelicht over hun internetgebruik. Maar het blijft lastig te controleren wat er met beeldmateriaal gebeurt als het eenmaal online staat. Zelfs een foto of video die met goede intenties is geplaatst, kan voor andere doeleinden worden gebruikt.» 

(Trouw)

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234