null Beeld

Digitale tv voor dummies: bingekijken

Een tiengangenmenu dat werd bereid door een twintigkoppig team onder leiding van Kobe Desramaults in een kwartiertje naar binnen schrokken, met plastic bestek: dat is het keukenequivalent van bingekijken. U weet wel: series in één of anderhalve ruk uitzitten, en de pauzeknop slechts indrukken als u de kleinste kamer dient te bezoeken of naar verse versnaperingen snakt. Maar hoe gaat dat in de praktijk? Wij deden de test met het tweede seizoen van ‘Narcos’.

Redactie

undefined

De cijfers liegen er niet om: volgens marketingbureau GfK doet meer dan de helft van de Belgische bevolking minstens één keer per maand aan bingekijken – drie of meer afleveringen van uw favoriete televisieprogram- ma per dag en u hebt het aan uw rekker. Hoe jonger u bent, hoe vaker u het doet, zo blijkt. 80 procent van de min-24-jarigen jaagt er maandelijks minstens een halve serie door, 50 procent zelfs wekelijks.

Zelf kijken we onze feuilletons liever mondjesmaat, maar voor één keer willen we weleens schrokken – gewoon om te zien hoe dat gaat in de praktijk en wat de voor- en nadelen zijn. En geen serie geschikter om te bingen dan ‘Narcos’, een antihelden- epos over de drugsbaronnen die in de jaren 80 en 90 het openbare leven in Colombia ontwrichtten, toch? Toch!


AFLEVERING 1

Dinsdagavond negen uur: ik leg tien lijntjes klaar – seizoen 2 telt exact tien afleveringen – en neem me voor er minstens drie te snorkelen: het minimum voor een officiële bingesessie. Als het logo van Netflix op het scherm verschijnt, slaat mijn hart een slag over. Ik hou m’n adem in, en de voice-over van DEA-agent Murphy weerklinkt: ‘Okay, here we go again.’ 53 minuten – en een pak uitstekende scènes – later adem ik weer uit. Ik zou het bij ééntje kun- nen houden, maar Netflix geeft me een duwtje in de rug: ‘Volgende aflevering begint over 20 seconden,’ lees ik nadat de eindgeneriek is afgelopen. Ik heb deze nog niet verteerd en er staat al een verse in de startblokken. Vooruit dan maar.


AFLEVERING 2

Eerste gedachte terwijl de begingeneriek loopt, op de zwoele tonen van ‘Tuyo’ van Rodrigo Amarante: de zenders lokken dat bingegedrag zelf uit, door alle afleveringen van een nieuwe reeks in één keer te grabbel te gooien. Geen kat die eraan denkt ‘House of Cards’ à rato van één aflevering per week te consumeren als je ze in trossen van drie kunt bekijken. Alleen HBO lijkt trouw vast te houden aan zijn ‘één aflevering per week’-regel, en dat

zint me wel. Ook al omdat de scenarioschrijvers van pakweg ‘Game of Thrones’ de ene vernuftige cliffhanger na de andere uit hun mouw schudden, en die moeten steevast bezinken. Als je slechts 20 seconden aan de klif bungelt, doe je hun harde werk oneer aan.

De scenaristen van ‘Narcos’ trekken een nette streep onder aflevering twee: terwijl Pablo Escobar (acteur Wagner Moura is in topvorm) z’n geliefde Tata het hof maakt, slachten zijn huurmoordenaars de soldaten bij bosjes af. Geen klif om aan te hangen, gewoon springen naar de overkant.


AFLEVERING 3

Elf uur. Ik begin er plezier in te krijgen, ook al omdat Horacio Carrillo, de keiharde legerkolonel die in seizoen 1 naar Madrid wordt verban- nen, z’n blijde herintrede maakt: hij legt Pablo Escobar het vuur aan de schenen, en die antwoordt met de allerheerlijkste tirades en stapels lijken. Nog eentje om het af te leren? Nee, drie volstaat. Ik denk aan het rapport dat onderzoekers van de universiteit van Texas vorig jaar publiceerden: jongeren die aanleg hebben voor depressie en eenzaamheid blijken meer geneigd om te bingekijken tot het gaatje – ik hoef voorlopig geen afspraak bij de huisarts te maken.

Dat nummer uit de be- gingeneriek spookt de hele nacht door m’n hoofd.


AFLEVERING 4

Klokslag negen hang ik alweer voor het scherm. ‘The Good, The Bad, and the Dead’, begint met een fabuleuze droomscène waarin – wacht, geen spoilers: Carrillo drijft Escobar in het nauw, en die slaat keihard terug. Dit vierde hoofdstuk duurt 55 minuten, niet eens langer dan de andere, maar het voelt alsof ik naar een lange, meeslepende film kijk. Er wordt op het scherp van de snee geconverseerd, en het refrein van ratelende uzi’s is nooit ver weg. Als ik één aflevering moet kiezen die de ziel van ‘Narcos’ vertegenwoordigt, dan wel deze. Next!


AFLEVERING 5

‘Life goes on, right?’ De laco- nieke voice-over van Murphy tempert de gruwel van zo-even. Het is tien uur, en ik ontwaar enkele patronen: in elke aflevering wordt minstens één keer onheilspellend op een voordeur geklopt, waarna de commando’s van het Search Bloc ze inbeuken en er een vuurgevecht losbarst. De hoofdverdachte neemt de benen, agenten Peña of Murphy achter- volgen hem, veelal over de daken van Medellín. Niet zelden worden die scènes afgewisseld met lieflijke taferelen uit het leven van Escobar – z’n allerschattigste dochter, z’n pafferige maar doodbrave zoon, z’n immer trouwe Tata. Alvast één na- deel van het bingekijken: de makers mogen dan nog alles netjes gedoseerd hebben, het effect gaat helemaal verloren. Als de credits rollen, wordt het hele seizoen plots één grote janboel in m’n hoofd: ik heb geen idéé meer wat er in de vorige afleveringen gebeurde, ik denk alleen maar aan het volgende lijntje.


AFLEVERING 6

Agent Peña houdt het doel – Escobar pakken – strak voor ogen, en deinst niet terug voor een smerig dubbelspelletje. Aan de boevenzijde beschrijft het leven een neerwaartse spiraal; de body count is ronduit hallucinant. Toch werkt het niet op m’n gemoed; het valt me zelfs op dat Escobar machtige sweaters draagt – in de scène waarin hij z’n schoonbroer de les spelt, draagt hij een potsierlijke exemplaar waarop in grote letters ‘Golf Masters’ te lezen valt.

Beste scène: Escobar die, nadat hij door het Search Bloc en de DEA alweer uit z’n tijdelijke verblijfplaats is gewipt, een paar bundels geldbiljetten in de fik steekt in de open haard.

Het is kort na het middag- uur, en ‘Narcos’ is één grote blur van familietaferelen, geladen conversaties in kantoren, helse schietpartijen, in het rond spattende hersenen en – daar zal ik nooit genoeg van krijgen – de melancholisch neerhangende mond-hoeken van Wagner Moura. Ik weet nu al dat ik ’m ga missen.


AFLEVERING 7

De generiek, die me drie afleveringen geleden nog weldadig voorkwam, staat me tegen – ik vecht de aandrang aan om door te spoelen. Ik begin me te erge- ren aan die fucking Escobar. Uit nieuwsberichten meen ik me te herinneren dat de echte Patron z’n laatste adem heeft uitgeblazen na een vuurgevecht, maar kan hij niet gewoon nu al uitglijden in de badkamer, over een rondslingerend stuk zeep? Of een verdwaalde kogel in z’n kanis krijgen van één van z’n dommige luitenants die z’n blaffer schoonmaakt? Soms moet je als scenarist de waarheid toch een béétje geweld aandoen, nee? Blijkbaar niet – de rest van de aflevering valt aldus samen te vatten: 220 pond springstof, liters bloed, en een oorverdovende stilte tijdens de aftiteling.


AFLEVERING 8-9

Die Escobar is een misselijkmakende lul, punt. Het voelt goed om de titel te lezen: ‘Exit El Patrón.’ Ik hoop het van harte. De archiefbeelden uit het Colombia van de vroege nineties komen steeds harder binnen, en ik begin te snakken naar het leven daarbuiten – alleen wat in die rechthoek van m’n scherm gebeurt, is echt.

Halverwege aflevering 9, tijdens een ronduit fabuleuze scène op een boerderij, slaat m’n weerzin tegen Escobar om in medelijden. Oog in oog met z’n verwekker verspeelt don Pablo het laatste krediet dat hij nog bij deze kijker had – Oedipus danst de horlepiep, en ik ben toe aan frisse lucht.


AFLEVERING 10

Ik wil ervan af zijn, maar tegelijk wil ik niet dat het ophoudt – ’t is niet anders dan bij een roman die je zozeer in de ban houdt dat je trager gaat lezen als de laatste pagina’s in zicht komen. Ik besluit de finale pas vanavond te bekijken.

De slotaflevering is intens, maar ik voel me niet onder de voet gelopen - aan het verhaal zal het nochtans niet gelegen hebben: perfecte dosissen suspense en mededogen, en een catharsis om u tegen te zeggen. Netflix kondigde onlangs een derde én een vierde seizoen van ‘Narcos’ aan, maar ik weet nu al dat

ik ze niet in één zwik ga uitzitten. Bedenkers Chris Brancato, Carlo Bernard en Doug Miro kunnen op hun twee oren slapen: ons zilverbestek ligt al klaar.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234