null Beeld

Dimitri Verhulst - De intrede van Christus in Brussel

Dat Dimitri Verhulst alles durft, is niet erg omdat hij zoveel kan. Hij kan een roman schrijven met een hoofdpersonage dat ''t' heet, zonder op zijn bek te gaan: lees er zijn 'Godverdomse dagen op een godverdomse bol' op na.

Mark Schaevers

Hij kan een Senegalees hoertje in een taalregister dat haar totaal niet op het schaars geklede lijf geschreven staat toch op een geloofwaardige manier een versie van het Frank Vandenbroucke-drama laten neerzetten: controleer het maar in zijn recent verschenen 'Monoloog van iemand die het gewoon werd tegen zichzelf te praten'. (Ik bedoel: controleer het écht, lees dat boekje om uzelf een plezier te doen, 't is één van de strafste stoten uit de recente Vlaamse letterkunde.) En nu durft Verhulst het aan een boek te schilderen, tegen Ensor op: 'De intrede van Christus in Brussel' (Contact). Het is, naar het voorbeeld van de Oostendse meester, een satirisch portret; een land wordt veelkleurig in zijn hemd gezet.

De komst van Christus naar Brussel, op een 21ste juli, wordt dit keer aangekondigd middels een persbericht, want we zijn in de modernste tijden: het tijdperk dat Verhulst vat in zijn romanesk tableau is dat van deze drôle de guerre linguistique die we nu al vierhonderd-en-zoveel dagen beleven.

't Zijn zotte dagen die volgen op de aankondiging van de Zoon van de Heer, want de kerkvaders mogen dan al niet gelukkig zijn met zijn komst (zij herinneren zich hem uit de Bijbel als een zeur die om rekenschap vraagt), de rest van de bevolking is dat wel, de Belgen zijn kinds opgewekt geraakt, zuchtig naar elkaars nabijheid, vastberaden wat van dat bezoek en bij uitbreiding de wereld te maken.

De voorbereidingen van Christus' komst worden in het boek verspreid over veertien staties, da's een christelijke manier van vooruitgaan, en over die staties verspreidt Verhulst zijn maatschappijkritiek, met handlangersdiensten van een ik-verteller, een Brusselaar die geen naam krijgt, niet eens ''t'. Die kritiek kan grote of kleine dingen betreffen, ze komen zoals het hoort in een zot tableau allemaal naast elkaar te staan, de hitsige bisschoppen, de kakkineuze fingerfoodeters, de gifspuiters op het net, de immer stakende treinbestuurders, de onmachtige politici, de amechtige journalisten. Het is een groot doek dat Verhulst schildert (alweer de 2,58 bij 4,31 meter van Ensor achterna), er is zelfs een hoekje voor Pieter De Crem. In een parabel is er plaats voor herhaling en overdrijving en het cliché: ook Manneken Pis doet mee.

De som is geen systematische aanklacht (al moet Bart De Wever vrij constant dekking zoeken), eerder gaat het om snapshots van een hysterisch landje. Wat Verhulst hier over Brussel en België bij elkaar brengt is verstandig en mooi. Ik geef van elk een voorbeeld. Mooi is een karakteristiek van het hedendaagse tv-wezen als die zo terloops geformuleerd kan zijn als hier: 'De chef-kok verdween van het televisiescherm, een dierenchirurg nam zijn plaats in.' En heel verstandig is volgend antwoord op de eeuwige vraag of België zal ophouden te bestaan: 'Natúúrlijk zou België ooit ophouden te bestaan en worden vervangen door iets anders dat evenmin de eeuwigheid was gegund.'

Wees gerust, uiteindelijk komt Christus natuurlijk niet. In dat opzicht kan je 'De intrede van Christus in Brussel' niet spannend noemen, maar het schrijverschap van Verhulst wordt dat met de jaren meer en meer.

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234