Dirk Demol: de rot van De Ronde

Jarenlang was Dirk Demol de rechterhand van Johan Bruyneel, nu kent hij als ploegleider zijn gelijke niet op de Vlaamse wegen. Zondag had hij Fabian Cancellara naar een vierde zege in de Ronde van Vlaanderen moeten leiden, maar dat was buiten de hel van de Haaghoek gerekend. Nu zet hij alles in op Stijn Devolder.

‘Kijk Volderke staan blinken.’ Dirk Demol (55) fluit vol bewondering als hij zijn poulain in de gaten krijgt. Het is de avond voor Dwars door Vlaanderen en zijn ploeg Trek Factory Racing is neergestreken in een hotel in Brugge. Aan de muren van de bar hangen foto’s van beroemde hotelgasten: Marvin Gaye en zelfs Mohammed Ali. Ook kopman Fabian Cancellara heeft een plaats gekregen. Terwijl de renners één voor één binnendruppelen, opent Demol enthousiast het gesprek: ‘Alles wat ik kan, heb ik op straat geleerd: door met mijn ogen te stelen.’

Dirk Demol «Ik wist al heel vroeg dat ik nooit zou studeren. Net als mijn oudere broers ging ik vanaf mijn 14de in een weverij in Kuurne werken. Ik verving de spoelen, later weefde ik ook. Mijn broers hebben er gewerkt tot aan hun pensioen: hun hele leven in die fabriek, ik kan het me niet inbeelden. Ik ben er gebleven tot mijn 22ste, toen ik een profcontract tekende bij DAF Trucks en de wijde wereld inging (lacht). Mijn laatste dag was op vrijdag 23 december 1981 – de laatste dag dat ik gewerkt heb, zeg ik altijd. Ik weet nog hoe ik me omdraaide en dacht: ‘Hier kom ik nooit meer terug.’»

'Als je echt wilt, kom je er altijd'

HUMO Die tijd in de weverij heeft je onmiskenbaar gevormd.

Demol «Toen ik veel won bij de jeugd en altijd vooraan eindigde in de topkoersen, besefte ik dat de koers mijn vluchtweg kon zijn, weg van de dagelijkse sleur van de fabriek. Van mijn ouders mocht ik eerst niet koersen: ‘Veel te gevaarlijk, je zou eens niet kunnen gaan werken.’ Ik deed het stiekem toch, en op een dag kwam ik helemaal geschaafd thuis: kermis! Mijn ouders werden later wel fervente supporters. Mijn moeder is intussen overleden, maar mijn vader is nu 92 jaar en hij maakt het goed: hij volgt de koers op de voet en praat nog graag over de meistjes (lacht).

»Toen Johan Bruyneel me bij US Postal de job van ploegleider voor de klassiekers aanbood, wilde ik eerst weigeren. Ik sprak maar vijf woorden Engels: yes, no en I love you. Maar ik had nog zes maanden de tijd, en ik ben meteen lessen beginnen te volgen. Ik wist ook niet hoe ik een computer moest aanzetten, ik keek stiekem hoe iemand anders het deed. Ach, ik ben er niet beschaamd over: als je echt wilt, kom je er altijd.»

HUMO Er wordt gezegd dat niemand de koers zo goed leest als jij.

Demol «Wielrennen is mijn passie, mijn leven. Ik bereid me heel goed voor, samen met collega Luc Meersman, die elke steen en bocht van de Vlaamse klassiekers kent. Ik kan vooral een groep maken en zorgen dat ze goed aan elkaar hangt. We hebben met Cancellara (op foto links, met Demol) de beste ééndagscoureur, maar we hebben misschien niet de sterkste ploeg. Wel, ik kan ervoor zorgen dat de anderen boven zichzelf uitstijgen.

»Ik probeer ook altijd de concurrentie twee stappen voor te blijven, dat heb ik uiteraard van Bruyneel geleerd. Ik fiets veel, altijd op mijn eentje, en dan bedenk ik verschillende wedstrijdscenario’s: wat denken de anderen dat jij gaat doen? En dan probeer je toch iets anders in elkaar te steken. We zijn er altijd in geslaagd, zeker vroeger in het rondewerk met Armstrong en Contador

'Van Avermaet maakte veel indruk op mij, maar misschien is hij wel te vroeg in vorm'

HUMO Er rijdt niemand sneller over de kasseien dan Sep Vanmarcke. Heb je daar al een plan voor bedacht?

Demol «Eerst en vooral: de concurrentie is breder geworden. Van Avermaet maakte veel indruk op mij, maar misschien is hij wel te vroeg in vorm. Sep moeten we voor zijn en zeker niet alleen laten wegrijden: hij rijdt formidabel op de kasseien. Het blijft een kunde, je ziet er nog veel in hun stuur knijpen. Als neoprof zat ik in de ploeg met Roger De Vlaeminck en hij leerde me dat je je fiets net een beetje vrijheid moet geven.

»Het toeval wilde dat het Roger was die me deed beseffen dat ik in 1988 Parijs-Roubaix kon winnen (foto rechts). Ik reed al de hele dag voorop met de eerste vlucht, een monsterontsnapping van meer dan 200 kilometer. Ik dacht dat we werden ingehaald, toen plots, op zo’n 30 kilometer van het einde, een auto van Sport 80 vertraagde. Roger zat aan het stuur en begon enthousiast te roepen: ‘Dirk, ze zitten kapot, ze komen nooit meer terug: dit is de kans van je leven!’ Dat was alles, hij moest meteen doorrijden van de koersdirectie. Ik had tot dan nog geen informatie gekregen, mijn ploegleider José De Cauwer heb ik pas in de straten van Roubaix gezien. Hij was bij Eddy Planckaert gebleven, onze kopman die de week voordien de Ronde had gewonnen. Ik zat nog fris, ik had me ingehouden om nog voor Eddy te werken. Maar toen begon ik mee te werken met de andere vluchters, en op de duur bleef ik alleen over met de Zwitser Thomas Wegmüller. Die stopte niet met rijden: zelfs als ik wilde overnemen, versnelde hij. Alles kaputtfahren was zijn motto. Maar die dag stond mijn naam in de sterren geschreven, alles zat mee. Toen ik Wegmüller in de sprint versloeg, kreeg ik het gevoel dat ik beloond werd voor al mijn opofferingen, voor al die dagen dat ik om kwart voor zes was opgestaan om naar de fabriek te gaan. Dat geef ik nu mee aan mijn jonge renners: als je hard werkt, komt vroeg of laat die beloning. Ik was ook een knecht: het beste wat ik kon, was mijn kopman 150 kilometer uit de wind zetten. Het jaar erna ging ik als kopman naar Lotto, maar door een blessure had ik pech. Daarna was ik vooral blij om opnieuw voor mannen als Museeuw en Criquielion te kunnen werken.»

HUMO Was je bang om te winnen?

Demol «Het moet faalangst geweest zijn: ik had niet de mentale kracht om met die druk om te gaan. Ik was liever een goede knecht dan dat ik wakker moest liggen van de stress. Als ploegleider heb ik daar geen last van. Raar, hè? Eigenlijk probeer ik nu opnieuw die goede tweede man te zijn, want Luca Guercilena is de teammanager – voor mij is zoiets te hoog gegrepen. Je moet in het leven weten wat je kunt en wat niet.»

HUMO Opvallend: toprenners zijn zelden goede ploegleiders.

Demol «Nee, je moet vóór den broem hebben gereden, de bezemwagen. Ik reed in de koers zowel vooraan als achteraan, en dan kun je alles beter inschatten. Mannen als De Vlaeminck of Eddy Merckx kunnen zelfs niet snappen dat je moet lossen. Ik begrijp dat je een slechte dag kunt hebben, terwijl je er toch alles aan hebt gedaan om goed te zijn. Daarom mag niemand van mijn renners met een slecht gevoel gaan slapen. Het warme contact vind ik zeer belangrijk: ik weet dat dat bij veel ploegen ontbreekt.»

HUMO ‘Nonkel Dirk’ noemen ze je ook. Alleen jij slaagt erin om met speciale karakters als Gert Steegmans en Stijn Devolder om te gaan.

Demol «Omdat ik zeer menselijk ben. Ik zal nooit van iemand profiteren. Ze weten ook dat ze altijd op mij kunnen terugvallen en dat ik hen altijd zal verdedigen, zolang ook zij hun job doen. Ik steek tijd in mijn renners: ik gooi niet zomaar hun rugnummer op de kamer, en minstens één keer per week heb ik een goed gesprek met hen. Pas dan kun je voelen of ze goed in hun vel zitten: je merkt het meteen aan hun enthousiasme, en je hoort het ook snel als er thuis problemen zijn.»

HUMO Devolder is het grootste enigma uit de wielersport. Waarom slaag jij er als enige in om hem te sturen en te motiveren?

Demol «We hebben een band: hij is net als ik opgegroeid in Bavikhove, we woonden op 500 meter van elkaar. Hij weet dat ik het beste wil voor hem, en vooral: dat ik hem bescherm. Stijn is iemand die niet is meegegroeid met het moderne wielrennen: hij kan niet met een trainer werken of met data omgaan. De andere jongens kijken op hun computer en weten wat ze moeten doen. Stijn moet vooral rijden en zich in vorm koersen, zoals vroeger. Daarom noemen we hem ook Briek, hè. Als enige moet hij ook geen trainingsgegevens doorgeven. Bij zijn vorige ploeg Vacansoleil ging het van kwaad naar erger, hij deemsterde volledig weg. Sinds hij opnieuw bij ons rijdt, gaat het beter. Ook nu heeft hij zich in alle stilte voorbereid: zaterdag heeft hij acht uur getraind in slecht weer, omdat hij zich daar goed bij voelt. Hij houdt zijn kopke weer mooi recht in de koers, en dat is een goed teken.»


Gokken en uitdagen

HUMO Klopt het dat de relatie tussen jou en Cancellara aanvankelijk niet zo goed zat?

Demol (knikt) «In 2011 had je de fusie tussen Leopard en RadioShack. Fabian kwam van Leopard en zag daar net als zijn ploegmaats geweldig tegen op. Zij waren eerder aan het strenge regime van Bjarne Riis ontkomen en hadden een hechte vriendenploeg gebouwd, waar zo ongeveer alles kon en mocht.»

HUMO Club Med, werd gezegd.

Demol «Je mag niet alles geloven wat ze zeggen (lacht). Vooral de relatie tussen Johan en Fabian was slecht. Ik probeerde goed te doen voor allebei, maar ook dat lukte niet. Ik ben dat jaar wel drie keer zwaar ziek geworden van al die toestanden. Zij zagen alleen de negatieve kanten, en wij ook. Johan wilde hen leren hoe het moest en hen meer discipline bijbrengen. In de Tour kwam de déclic: Fabian won de proloog, en toen hij halverwege naar huis vertrok omdat hij vader werd, heeft hij me op zijn kamer geroepen en zich verontschuldigd omdat hij het mij moeilijk had gemaakt. Hij was erachter gekomen dat ik wél het beste met hem voorhad.»

HUMO ‘Kleine kinderen, grote egoïsten,’ noemde je renners onlangs in De Standaard.

Demol «Het is niet evident om met die ego’s om te gaan, en ook Fabian is zeker niet de gemakkelijkste om mee te werken. Als je tien minuten met hem praat, scheelt er altijd wel wat. Op het einde zegt hij: ‘No stress’, maar hij veroorzaakt er wel. Ik laat hem altijd een beetje razen. Het is onze taak om al die twijfels weg te nemen.»

HUMO Cancellara zou heel vervelend zijn om tegen te koersen; hij doet ook nogal neerbuigend tegen zijn tegenstanders.

Demol «Klopt. Dat is zijn tactiek: ‘Probeer maar weg te rijden als je kunt.’ Met zijn spurt heeft hij er een wapen bij: hij heeft er echt aan gewerkt. Hij vreest niemand meer na 260 kilometer. Fabian dwingt de anderen ook om in de fout te gaan. Vorig jaar was hij helemaal niet zo goed in de Ronde en heeft hij vooral op wilskracht gewonnen. ‘Be a good actor,’ heb ik hem verschillende keren toegeroepen. Hij was de minste van de vier renners, maar hij gokt en daagt uit.

»Als ploegleider heb ik één keer moeten ingrijpen, twee jaar geleden in Parijs-Roubaix. Er waren vier renners weg, hij zat alleen en ik zag dat hij het aan het opgeven was. Van de koersdirectie mocht ik niet meer doorrijden, maar ik veegde er mijn voeten aan. Met een gezicht vol nijd ben ik even naast hem gaan rijden. Hij heeft meteen de achtervolging ingezet en gewonnen van Vanmarcke (lacht).»

HUMO Je zou ook de leepste ploegleider van allemaal zijn. Het mooiste bewijs vond ik in een verhaal over de winst van Devolder in de Ronde van 2008, bij Quick•Step.

Demol (lacht) «Welja, ik had gezien dat Tom Boonen niet in goede conditie was. Stijn was beter, hij had ook de Ronde van de Algarve gewonnen. Maar bij Wilfried Peeters is Boonen altijd zijn nummer 1. Vooraf had ik tegen Stijn gezegd: ‘Als je alleen vooraan komt te zitten, trek dan je oortje uit. Want als Boonen in de achtervolgende groep zit, zal Fitte je zeker doen wachten.’ Ik zat die dag naast Fitte in de auto en ik was al de hele tijd aan het vragen of Stijn niet mocht demarreren, allemaal in het belang van de ploegtactiek. Trouwens, vóór zijn demarrage had hij al veel gaten dichtgereden. Bon, hij valt aan en ze zien hem pas terug aan de finish. Achteraf speelde hij het perfect in zijn interviews: ‘Er zat veel storing op mijn oortje, ik kon het niet meer verdragen.’ (lacht) De week erna, in Parijs-Roubaix, mocht ik niet meer mee in de wagen van Fitte.

»Fabian, die heel perfectionistisch is, heeft me ook eens de avond vóór de E3-Prijs apart genomen. Stijn reed net opnieuw in onze ploeg. Hij wist van onze hechte band en zei kort: ‘Morgen wil ik op de radio alleen maar Engels horen, geen West-Vlaams.’ Ik had het begrepen (lacht).»

'Je kunt twee jaar aan de top staan met epo en bloedtransfusies, maar geen zéven jaar zoals Lance Armstrong'


Doping voor iedereen

HUMO Heb je nog veel contact met Johan Bruyneel?

Demol «Vooral afgelopen zomer heb ik veel met hem gesproken. Mijn dochter werd getroffen door een hersenbloeding en lag vijf maanden gedeeltelijk verlamd in het ziekenhuis. Een zware klap, ze is pas 29. Johan belde me verschillende keren per week op om te horen hoe het met haar was en welke vorderingen ze maakte. Net als Fabian, overigens. Aan hun steun heb ik veel gehad. ‘Dirk, dat zal goed komen,’ zei Johan altijd, hij had alles al opgezocht. Mijn dochter maakt het inderdaad beter, ze kan opnieuw praten en stappen.

»Mijn band met Johan is altijd gebleven. Hij is vooral een goed mens, en dat wordt weleens vergeten. Ik heb ook nooit een betere ploegleider gekend. Je voelt aan alles dat hij het wielrennen mist, ook voor hem was het zijn leven. Het beeld dat hij en Lance Armstrong de grote boosdoeners van de voorbije generatie zijn, klopt niet. Het merendeel van het peloton doet zich heiliger voor dan de paus. Armstrongs comeback en zijn arrogantie hebben hem zijn kop gekost, en Johan werd meegetrokken in die val. Ik heb hem gewaarschuwd dat we de pers niet zo tegen de schenen mochten schoppen. Wat doping betreft: in die periode werkte het zo in het wielrennen, en ook op dat gebied wilde Johan alles onder controle hebben, dat ligt nu eenmaal in zijn aard. Maar Lance (foto links, met Demol en Bruyneel) blijft de grootste atleet, zowel fysiek als mentaal, die ik ooit ben tegengekomen.»

HUMO Al worden zijn prestaties nu herleid tot epo en bloedtransfusies.

Demol «Je kunt twee jaar aan de top staan met epo en bloedtransfusies, maar geen zéven jaar. En altijd kondigde hij in december al aan dat het feest zou zijn in Parijs. Iedereen streed met dezelfde wapens: als er iets nieuws opdook, kwam de concurrentie daar binnen de kortste keren achter. Zo gaat het in het gewone leven toch ook?»

HUMO Hoe heb jij die jacht op Armstrong en Bruyneel ondergaan? Die straalde toch ook op jou af?

Demol «Ik ben altijd op mijn gemak geweest, ook al ben ik jarenlang de rechterhand van Johan geweest. Ik reed met mijn kern een ander programma, alleen in de Tour werkten we samen. Ik kan met de hand op het hart zeggen dat ik nooit een jonge renner tot dopinggebruik heb aangezet. Ik heb ze net voor de grote gevaren behoed.

»In mijn eerste jaar als prof legde Hennie Kuiper, die ook in onze ploeg reed, me op het eerste trainingskamp open en bloot uit hoe het eraan toeging in de wielrennerij, en hoe er op de kermiskoersen voortdurend naar amfetamines werd gegrepen. Hij waarschuwde me daarvoor, en ik ben hem er eeuwig dankbaar voor. Zijn boodschap wil ik nu zelf aan de jongeren doorgeven.»

HUMO In oude interviews verdedigde je Armstrong fel: iemand die de dood in de ogen heeft gezien, neemt geen doping.

Demol «Dat was misschien naïef. Dikwijls is de renner vragende partij en verwijs je hem door naar een dokter. Je denkt dat zo iemand niemand zal kapotmaken.»

HUMO Je wist toch hoe het eraan toeging?

Demol (aarzelt) «Eigenlijk wel, al ben ik bang om dat te zeggen: ze kunnen nog achter me aan gaan. Je weet veel, maar niet alles.»

HUMO Hoe voelde je je destijds bij die oude zeden en gewoontes?

Demol «Het is nooit anders geweest: iedere generatie had haar middeltjes, en het is een keuze die je maakt. Ik bespreek die dingen in alle openheid met mijn jonge renners, en ik zeg er ook bij dat Armstrong voor mij de grootste blijft. Weet je, al die jonge gasten hebben grote dromen en ambities, maar als adolescent redeneer je nog niet op de juiste manier: ze zouden alles durven om aan de top te geraken, en net dan moet je ze in bescherming nemen.

»Maar het wielrennen is nu veel gezonder, anders zouden die jonge renners geen koersen winnen. Vijftien jaar geleden maakte je nauwelijks een kans, tenzij je over uitzonderlijke klasse beschikte.»

'Zou Tom Boonen er nog één keer alles voor kunnen opofferen? Ik heb mijn twijfels'


Het einde van Boonen

HUMO Voor je bij US Postal aan de slag ging, was je ploegleider bij de Kortrijkse Groeninge Spurters, een gerenommeerde jeugdploeg. Je hebt altijd al graag met jongeren gewerkt.

Demol «Ik moest het als jeugdrenner allemaal zelf uitzoeken en maakte daardoor veel fouten. Dat gevoel wilde ik anderen later besparen: als beroepsrenner ontfermde ik me al over de neoprofs in de ploeg. Als ze bij Lotto onder hun voeten kregen van ploegleider Jef Braeckevelt, praatte ik daarna op hen in.

»Bij de Groeninge Spurters heb ik met Tom Boonen gewerkt. Ik had hem in een interclub aan het werk gezien: een stevige jongen met een mooie coup de pédale, en ik wilde hem absoluut in onze ploeg.»

HUMO Komt hij nog terug op topniveau?

Demol «Dat zal moeilijk worden. Na zijn boerenjaar 2012 is hij nooit meer op zijn oude niveau geraakt, al hij heeft ook veel tegenslag gekend. Hij wordt een jaartje ouder en is ook net vader geworden. Dat speelt allemaal mee. Ik ga niet zeggen dat hij verzadigd is, maar zou hij er nog één keer alles voor kunnen opofferen? Ik heb mijn twijfels. Toen hij in de Omloop Het Nieuwsblad niet van Stannard kon wegrijden en terug in het zadel plofte, schrok ik. Dat zou hem vroeger nooit overkomen zijn.»

HUMO Zou daar het symbolische einde zijn ingeluid?

Demol «Het moet alleszins hard zijn aangekomen, ook omdat hij op het einde opnieuw het wiel moest lossen. Die dag hebben ze natuurlijk Stannard onderschat, en wat die onderlinge rivaliteit betreft: iedereen weet dat Terpstra een beetje egoïstisch is, en ook Stybar rijdt niet makkelijk voor iemand anders. Bij ons hebben we geen wisselkopmannen: Fabian duldt niemand naast zich in zijn koersen, hij eist het absolute kopmanschap op.»

HUMO Tot slot: hoe win je de Ronde van Vlaanderen?

Demol «Door aan te vallen. Devolder en Cancellara hebben het bewijs al geleverd. Als je vooraan rijdt, moet de rest terugkomen. En als ze aarzelen, win je.»

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234