Dirk Martens, de Antwerpse ambtenaar die elf jaar betaald thuiszat

‘Awel, ’k zen blaa veur aa,’ klinkt het wanneer Dirk Martens taverne Picobello betreedt. De kranten meldden dat de stad Antwerpen hem volgens het hof van beroep ongeveer 211.000 euro verschuldigd was. Achterstallig loon voor de jaren 2006 tot 2011, ook al kwam hij in die periode niet één dag werken.

'Waar ik ook ga: ik krijg altijd en overal gelijk van de rechter'

Dirk Martens (59) oogt opgelucht, maar ook vermoeid wanneer we hem de hand schudden: de procedureslag sleept nu al elf jaar aan. De verwijten – ‘Profiteur!’ – wegen wellicht harder dan hij wil toegeven. Hij zucht: ‘Het is iets, hè? Het zal u maar overkomen.’ Martens bestelt een boerke pils en brandt los, in zijn moddervette Antwerpse patois en met de laconieke oogopslag die erbij past. Zijn verhaal leest als een deurenkomedie, in de beste traditie van het Echt Antwaarps Teater, waar hij jarenlang heeft gewerkt.



Dirk Martens «Ik ben in 1977 aan de stad begonnen, als ketelmaker – een beroep dat niet meer bestaat. Eigenlijk is dat een plaatbewerker in de haven, in het droogdok. Ik had scheepsbouw gevolgd op school, en na mijn 16de heb ik twee zomervakanties de lange omvaart gedaan. Fan-tás-tisch, maar mijn moeder zei: ‘Gij moet vast werk hebben. Ga maar bij de stad werken.’ Na een examen ben ik helper-ketelmaker geworden.

»Ik was er de man niet naar om van acht tot vier te werken. Het theater trok mij meer aan: ik vond dat een fascinerende wereld. En daar werken ze ook zaterdagen en zondagen: dat kon mij niet schelen. Na drie jaar heb ik meegedaan aan het examen van machinist. Decors bouwen, decors afbreken, changementen: ik deed dat graag. Tot ’87 was ik machinist bij het Jeugdtheater, daarna werd ik gedetacheerd naar het Echt Antwaarps Teater. Dat was een subsidie, zonder dat het zo mocht heten: ze kregen geen geld, maar een technicus die ze niet moesten betalen. Er waren drie kandidaten voor die functie, en ik heb het gehaald.

»Ik werd al snel kind aan huis bij het EAT, artistiek leider Ruud De Ridder kende ik al van het Jeugdtheater. Ik ben begonnen als machinist, maar ik gaf tijdens repetities mijn ogen de kost: ik mocht op den duur ook de regisseur assisteren.»

HUMO U hebt ook een bescheiden acteurscarrière uitgebouwd: tijdens de bloeiperiode van het Echt Antwaarps Teater, die samenviel met de start van VTM.

Martens «Klopt, ik speelde Achmed de Turk in ‘Den bompa’ en daarna in ‘Chez bompa Lawijt’. ‘Den bompa’ was eerst een toneelstuk en daarna pas een feuilleton. Omdat ze voor televisie minuten te weinig hadden, hebben ze de rol van Achmed geschreven. Ik had een snor en kon goed gebroken Vloms spreken: zo is het begonnen voor mij. Ik was wel bang in het begin. Acteren, ik? Met de grootmeester zelf? Ah ja: Luc Philips was een monument, die ik kende als pastoor Munte, en ik had hem ook King Lear zien spelen. Maar het klikte met Luc: ik bleef gewoon den Dirk, gelijk ik ben.»


‘Moei u niet’

HUMO U werkte tot 2000 bij het Echt Antwaarps Teater: toen werd u bedankt voor bewezen diensten.

Martens «Ruud kwam naar mij: ‘We hebben geen werk voor u.’ (Sip) Of er een incident is geweest? Niet dat ik weet, maar het was een slag in mijn gezicht, want hij kon mij gratis houden. Had hij misschien een elektricien nodig in plaats van een machinist? Om een prise te steken? Ik weet het niet.»

HUMO Vanaf dan wordt het verhaal mistig. Ruud De Ridder zou een brief naar de stad hebben gestuurd.

Martens «Dat verhaal heb ik altijd raar gevonden. Men beweert dat die brief is zoek-geraakt en dan zou de computer van de Ruud ook nog gecrasht zijn. Maar ik had daar niks mee te maken: dat was iets tussen Ruud en de schepen van Cultuur. Ik heb nooit een brief gekregen, bij mij was alles mondeling gegaan.»

HUMO U bent gewoon naar huis gegaan?

Martens «Nee, ik ben naar de dienst Personeelszaken gegaan. Ik heb gevraagd: ‘Wat nu?’ ‘Hou u beschikbaar,’ zeiden ze, ‘en moei u verder niet.’ Maar ja, dat heb ik niet op papier of zo. Wat doet een mens dan? Thuisblijven, natuurlijk.»

'Ik kreeg tot 2006 elke maand mijn loonbrief aan huis geleverd door de stadsbode'

HUMO Bent u zich maar één keer gaan presenteren?

Martens «Zeker één keer, maar waarschijnlijk vaker. Het echte punt is: ik heb nooit verstoppertje gespeeld. Iedereen kende mij, iedereen wist waar ik was. Ik kreeg elke maand ook mijn loonbrief aan huis geleverd door de stadsbode: ik deed open en nam die in ontvangst. (Mijmerend) Ik kreeg wel alleen maar een platte pree. Toen ik bij het EAT werkte, trok ik ook nooit een zondagsvergoeding. Als ik iets op scène deed, regelde ik dat met de Ruud.

»Intussen had mijn vrouw een viswinkel geopend, op Klapdorp, vlak bij de hoerenbuurt. We hadden die winkel overgenomen in 1984, voor anderhalf miljoen frank. We hebben dat geleend, tegen 14 procent, want zo ging dat in die jaren. Ik zat in de zaak als onbezoldigd aandeelhouder van de bvba.»

HUMO Wat deed u de hele dag?

Martens «Mijn vrouw in de winkel helpen. Vis aankopen. Vis kuisen. Later hebben we een visrestaurant geopend: de Vis-a-versa in de Huikstraat, in een pand van 1570, met een binnenkoer. Dat restaurant draaide goed, ook al hadden we alleen vis. Het was een klein restaurant – 20 à 25 couverts – maar er kwamen veel prominenten: we kregen veel mond-tot-mondreclame.»

HUMO Intussen werd u gewoon verder betaald door de stad?

Martens «Ik heb het op de rechtbank ook gezegd: als een reservespeler van een voetbalploeg op de bank zit, wordt hij toch ook doorbetaald?»

HUMO Als ik bankzitter was, zou ik geregeld aan de mouw van de trainer trekken: ‘Wanneer mag ik spelen?’

Martens «Ja, maar ik héb dat gedaan. En dan klonk het van: ‘Hou u ter beschikking.’ Ik vroeg het ook aan de stads-bode: ‘Is er iets?’ Ze wisten waar ik zat. En trouwens: voor het geld moest ik het niet doen, want de zaken van mijn vrouw draaiden goed.»

HUMO In 2005 gingen de poppen aan het dansen. Het kwam de stad ter ore dat u weleens achter de toog van café Den Haan stond.

Martens «Dat was het café van mijn broer, waar ik onbezoldigd aandeelhouder was, meer niet. Maar op kerstavond 2005 heb ik er een gratis maaltijd georganiseerd voor de eenzamen en ouden van dagen, met vol-au-vent: toen hebben ze mij blijkbaar achter de toog gezien. Als zij dat wérken willen noemen, doen ze dat maar.»

HUMO U zegde net zélf dat u ook in het restaurant van uw vrouw werkte?

Martens (wuift) «Echt wérken was dat niet: ook daar was ik onbezoldigd aandeelhouder. Ik entertainde de klanten en kuiste de vis. Is dat werken?»


'Vertel mij eens: hoe kan iemand vijf jaar ongewettigd afwezig zijn?'

HUMO De stad zegt dat ze dacht dat u de hele tijd voor het Echt Antwaarps Teater was blijven werken. Gek genoeg hebben ze u nooit opgeroepen voor een evaluatiegesprek, ook al is dat reglementair verplicht.

Martens «Ineens werd ik toch opgeroepen voor een gesprek met één of andere commissie. Ik dacht eerst dat ze me werk gingen geven, maar ik werd ontslagen: ‘Ga maar al advies inwinnen bij de vakbond.’ Maar ik was niet bij de vakbond, nooit geweest: ‘Zoek dan maar een advocaat.’ Ontslag wegens ongewettigde afwezigheid. Maar vertel mij eens: hoe kan iemand vijf jaar ongewettigd afwezig zijn?»

HUMO Goede vraag, meneer Martens.

Martens «Dat bestáát niet. Allee, stel dat wij collega’s zijn. Wij blijven hier straks hangen, en jij komt morgen niet werken omdat je een zere kop hebt. Ik zal je verdedigen, want dat doen collega’s. Als je na drie dagen nog niet bent komen opdagen, zullen we denken dat je ruzie hebt met je vrouw. Al na een week – en níét langer – komen we je opzoeken. Mij zijn ze na de tiende dag niet komen opzoeken. Ook niet na de elfde. Of de twaalfde. Pas na vijf jaar. Ik heb niet vijf jaar onder de grond geleefd, hè: iedereen wist waar ik zat. Ik kan toch niet elke dag om werk gaan bedelen? Afijn, ik heb waarschijnlijk ook fouten gemaakt: misschien ben ik laks geweest en heb ik het verkeerd ingeschat.

»En plots stond ik in de gazet. Twee pagina’s: fraudeur! Oplichter! Alsof ik de bank had overvallen. Mijn vrienden vonden het in het begin nog grappig, maar het lachen is mij snel vergaan. Ik durfde niet meer buiten te komen.»


Vrouwenjob

HUMO In 2005 vertelde schepen Marc Van Peel aan iedereen die het wilde horen: ‘Het betreft een mineur probleem, dat over twee weken is opgelost.’ De rechtsgang heeft vervolgens elf jaar aangesleept, en liep langs ettelijke rechtbanken; Eerste aanleg. Hof van beroep. Cassatie. De Raad van State.

Martens (blaast) «Graaf, zenne. En vermoeiend. Er zijn zes processen geweest.»

HUMO De stad wilde in eerste instantie 155.000 euro – uw brutoloon van 2000 tot 2005 – terugvorderen, maar kreeg nul op het rekest.

Martens «Toen al sprak de rechter over onbehoorlijk bestuur en nalatigheid van het personeelsmanagement. Het lag niet aan mij. Kijk, als de stad een hangar huurt en er vervolgens tien jaar geen vracht-wagens in parkeert, kan ze achteraf toch niet zeggen: ‘Wij betalen de huur niet.’ Ik bén de hangar. Enfin, ik ben een mens, maar het principe blijft gelijk: een contract is een contract. Ik ben het contract.»

HUMO Volgens uw advocaat, meester François Lebacq, heeft de stad de juridische blunders opeengestapeld.

Martens «Als de stad zich bij het eerste vonnis had neer-gelegd, had het nooit zo’n vaart gelopen, maar ze bleven maar procederen. Eerste aanleg gaf mij gelijk: dat zijn drie rechters, hè, en die moeten allemaal betaald worden. Toen is de stad in beroep gegaan. Ik kreeg weer gelijk, en daarna trok de stad naar Cassatie. Cassatie is in Brussel – dat kost weer geld. Toen ging mijn zaak naar het hof van beroep in Gent. Ik kreeg wéér gelijk. Waar ik ook ga: ik krijg altijd en overal gelijk van de rechter. Nu ook. Maar bon: misschien vinden ze weer iets nieuws.»

HUMO In 2011 velde de Raad van State een arrest in uw voordeel, maar uw gedrag werd laakbaar genoemd.

Martens «Ja, oké. Maar ze hebben mijn ontslag van 2005 wel nietig verklaard.»

HUMO Met als gevolg dat – volge wie volgen kan – u al die tijd in dienst was gebleven en terug aan het werk moest.

Martens «Ja. Ik moest naar het zwemdok in Merksem. De dienst Theater bestond intussen niet meer, en de dienst Cultuur zat samen met de dienst Sport. Ze hebben mij achter de kassa gezet. In een ruimte van (bakent met de handen een denkbeeldige telefooncel af) zó groot. Eigenlijk is dat een vrouwenjob: ik kende niets van kassa’s en computers. Ik heb daar niet lang gezeten: van eind juni tot eind november. Bleek dat de stad de tuchtprocedure – over de feiten van 2005 – niet had afgesloten.»

HUMO De gemeenteraad heeft de tuchtprocedure in uw nadeel beslecht.

Martens «Ja. Ik werd opnieuw ontslagen, voor dezelfde feiten. Gevolg: ik kreeg een ontslagbrief waarop stond dat ik van 1977 tot 2011 ononderbroken in dienst was geweest. Maar ik had geen loon ontvangen van januari 2006 tot juni 2011. Toen ben ik naar de rechtbank getrokken. Want ik had al die tijd wel brieven van de belastingen gekregen: ‘Waar blijft ge met uw geld?’»

HUMO Eind januari van dit jaar heeft de 17de kamer van het hof van beroep beslist dat u effectief recht hebt op dat achterstallige loon. Bent u trots dat u het gehaald hebt?

Martens «Ja, natuurlijk. (Bedenkt zich) Enfin, nee. Ik ben blij. Blij dat het gedaan is. Waarom zou ik trots moeten zijn? Ook al heb ik me goed verdedigd.»

HUMO Hebt u uw overwinning gevierd?

Martens «We hebben iets gedronken, ja.»

HUMO U bent gisteren in café De Duifkens gesignaleerd, duchtig vierend: het feest duurt nog altijd voort?

Martens «Ik kwam terug van mijn advocaat, te voet, en het begon te regenen: ik ben er gaan schuilen. Daar kwam ik oude vrienden van het Jeugdtheater tegen: ik ben blijven plakken. Ik had wel wat op. (Buldert) Ik heb me laten trakteren, want ik heb mijn geld nog niet, hè.»

HUMO U hebt 211.000 euro tegoed van de stad.

Martens (wuift) «Gazettenpraat: ik krijg bijlange niet zoveel. (Bladert door arrest) Ik krijg 116.000 euro plus intresten.»

HUMO Wanneer wordt dat geld gestort?

Martens (haalt schouders op) «Geen idee. De uitspraak is verschillende keren uitgesteld, wat lastig was, want ik zat zonder geld. Ik heb de voorbije jaren geen werkloosheidsuitkering ontvangen, want de RVA baseert zich op mijn prestaties in 2011 in het zwemdok: ik heb daar niet lang genoeg gewerkt om recht te hebben op een werkloosheidsuitkering. Ik ben twee keer naar het OCMW gegaan voor een leefloon: heb ik ook niet gekregen. Ik weet niet waarom. Daarom heb ik ook het OCMW voor de rechtbank gedaagd.»

HUMO Wordt u dat procederen nooit moe?

Martens «Natuurlijk, maar wat kan ik doen? Ik moet de officiële weg volgen.»

HUMO U werd hier als een held onthaald, maar de kranten en de publieke opinie zijn minder lovend: ‘Elf jaar loon om thuis te zitten.’

Martens «Dat zijn de kranten, ze doen maar.»

HUMO Doet het u niets als men u een profiteur noemt?

Martens «Maar ik ben geen profiteur, ik ben een wérker: de mensen die mij echt kennen, weten dat. Van mij mogen de gazetten schrijven wat ze willen: ik ga niet stressen. Ik ben sterk genoeg. En mijn vrouw gelukkig ook. Wij hebben al die tijd zonder inkomen geleefd: veel koppels zouden uiteengegaan zijn. Mijn vrouw trekt een zelfstandigenpensioen van 930 euro, maar dat was niet genoeg om rond te komen. Ik heb deurwaarders aan mijn deur gehad, ik heb mijn huis openbaar moeten verkopen. Dat is onder de marktprijs verkocht, maar bon, van dat geld, ongeveer 200.000 euro, hebben we de voorbije tien jaar geleefd. Er schiet niet veel van over. Nu is het krabben. (Stilte) Ik zal het zo zeggen: ik weet waar je vuilnisbakken moet leeghalen.

»Nu woon ik in een huur-appartement van 750 euro per maand. ’s Morgens ga ik wandelen met de chihuahua’s van mijn vrouw. Anderhalf uur: de natuur geneest mij. Daar heb ik mijn levensfilosofie uitgebouwd. In de natuur bestaan geen crises: als een boom wordt omgezaagd, zoekt de merel gewoon een andere boom. Ik heb ook een mobilhome op de camping staan, hier op Sint-Anneke Plage. Dat is mijn buitenverblijf. Daar kwamen mijn vrienden op bezoek. Zij brachten een stuk vlees mee voor op de barbecue, en ik ging bier halen in de Spar, maar alleen wanneer het in promotie stond: 9 + 3 gratis. Zo heb ik dat vijf jaar gedaan. Mijn mobilhome is mijn redding geweest.»

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234