Dit voorspelde Humo 33 jaar geleden reeds over de klimaatopwarming: 'Katastrofe op komst: de polen smelten'

'De klimaatschok zal zeer waarschijnlijk vroeger voorkomen dan men tot nu toe geloofde. Die schok zal de mensheid ook veel harder treffen dan men tot nu toe heeft aangenomen.' In 1986 schreef Humo-journalist Daan Delannoy deze profetische woorden. Lees hieronder het artikel:

(Verschenen in Humo in oktober 1986)

'De snelheid waarmee het broeikaseffect toeneemt, is drie tot tienmaal hoger dan in de negentiende eeuw'

De katastrofe kwam niet als een totale verrassing. Wetenschapsmensen hadden tijdig gewaarschuwd en milieubeschermers onvermoeibaar betoogd. Zelfs de politici waren de ernst van de situatie gaan inzien. Te laat evenwel. De ramp. De klimaatverschuiving die zich over de hele wereld voordeed, was niet meer tegen te houden.

Nu, in de zomer van 2040, steken nog alleen de torens van de Newyorkse wolkenkrabbers boven het water uit als klippen uit de zee. Hamburg, Hongkong, Londen, Kairo, Kopenhagen en Rome zijn reeds lang door het water overstroomd, opgeslokt.

Het Verenigd Koninkrijk is een archipel; Engeland, Schotland en Wales zijn van elkaar gescheiden eilanden. In Ierland hebben de vloedgolven van de Atlantische Oceaan de noordelijke provinciën helemaal afgesloten een zeeëngte scheidt ze van het zuidelijk gedeelte van het eiland.

Langs de mondingen van de grote stromen dringt op alle continenten de zee tot diep in het land. Waar Nijl, Ganges, Rijn en Amazone in zee vloeien, zijn onmetelijke baaien ontstaan die tot ver in het binnenland reiken. Kostbare landbouw- en weidegronden zijn voor altijd verloren gegaan. Sedert de ijskappen aan beide polen steeds sneller beginnen te smelten heeft het water hele naties verzwolgen: Denemarken, Nederland, België en Bangladesh bestáán nauwelijks nog. Brede kuststroken in de Verenigde Staten maar ook in China en Noord-Europa werden overstroomd. In de streken van het noordelijk halfrond met een gematigd klimaat. Ter hoogte ongeveer van Canada en Midden-Europa, is dat klimaat veel milder geworden.

In de Alpen bloeien palmen, pijnbomen en cypressen dank zij subtropische weersomstandigheden en zwoele zomers. Meer naar het Zuiden daarentegen, rondom de Middellandse Zee, heerst er eenzelfde moordende droogte als eens in de Afrikaanse Sahel woedde. Alle plantengroei verdort, de bronnen drogen uit en op vele plaatsen breidt de woestijn zich uit. Maar ook het klimaat in de tropen is helemaal veranderd; daar is de hitte nog drukkender geworden. De tropengordel met zijn steeds voortwoekerende fauna is breder geworden; leeuwen, tijgers en olifanten trekken verder naar het Noorden - stormachtige klimaatzones tegemoet. Tussen de subtropische breedtegordels gaan steeds vaker orkanen woeden van een tot nu onbekende kracht, gepaard met regenstormen die op een ware zondvloed lijken.

Die stortvloeden verwoesten oogsten en wouden en leggen telkens opnieuw de scheepvaart lam. Nergens blaast de wind nog uit de vertrouwde richtingen.

In Azië bestaan er geen moessonregens meer en de hogedrukgebieden boven de Azoren of de lagedrukgebieden boven IJsland bepalen niet langer het weer boven Europa.

Voor de meer dan 9 miljard bewoners van de aarde is een meedogenloze strijd om te overleven begonnen. Bijna dagelijks flakkeren in de crisiszones lokale oorlogen op. Er wordt verbeten strijd geleverd om drinkwaterreservoirs, om de laatste intacte zeehavens of om een paar honderd hectares landbouwgrond. Ook het machtsevenwicht tussen Oost en West is grondig verstoord. De Sovjet-Unie, lange tijd de tweede Wereldmacht, is er bij da klimaatverschuivingen nog vrij goed van afgekomen. Weliswaar heeft zij in het Noorden en in Zuid-Oekraïne veel landbouwgrond aan de zee verloren, maar in Siberië heeft zij er reusachtige vruchtbare landbouwoppervlakten bijgekregen die vroeger constant bevroren waren en nu ontdooid zijn en met veel succes worden bewerkt.

In de Verenigde Staten daarentegen zijn de eens zo vruchtbare landbouwgronden uitgedroogd en verworden tot dorre steppegronden. De economie van de hongerlijdende supermacht stagneert. Om en bij de 16 miljoen burgers werden naar het binnenland geëvacueerd. De haviken in de Amerikaanse regering bewapenen zich tot het uiterste voor het ultieme gevecht met de Sovjet-Unie die eigenlijk moeiteloos, alleen door het klimaat bevoordeeld, Amerika heeft overvleugeld.


Het broeikaseffect

Zijn dit alles enkel hersenschimmen, uitwassen van een ziekelijke fantasie? Misschien - maar wat op een scenario voor een science-fictionfilm lijkt, is punt voor punt het resultaat van wetenschappelijk gefundeerde voorspellingen. Indien die sombere prognoses van de klimatologen werkelijkheid worden, zal de wereld er binnen enkele decennia uitzien, als was hij gegrepen door een planetaire koortsaanval.

Dat de gemiddelde temperatuur op aarde zeer binnenkort gevaarlijk zal gaan stijgen, wordt door de experts nog nauwelijks betwijfeld. Ook over de oorzaken van deze langzaam voortschrijdende klimaatsveranderingen zijn de specialisten het eens: in de stratosfeer. 15 tot 50 kilometer boven het aardoppervlak, stijgt sedert geruime tijd de concentratie van spoorgassen, die zoals een thermostaat, de temperatuur regelen in de onderste lagen van de atmosfeer.

De broze gassluier die hoofdzakelijk uit koolzuur (kooldioxyde of CO21 bestaat en uit kleinere deeltjes van andere stoffen zoals ozon, methaan, of stikstofdioxyde, werkt eigenlijk als een dubbele stralenfilter de kortegolf-lichtstralen die van de zon afkomstig zijn, laat hij door maar tegelijkertijd houdt hij de langegolfstralen tegen die door de aarde worden weerkaatst. Zo krijgen we op aarde een opeenhoping van warmte als onder het glazen dak van een broeikas. Datzelfde weldoende broeikaseffect, dat in eerste instantie het leven op aarde mogelijk maakt, zal misschien spoedig tot de ondergang ervan leiden. Dat hebben we alleen te danken aan de energie en de vindingrijkheid van de Homo Sapiens.

Al meer dan 150 jaar stinkt onze geïndustrialiseerde maatschappij ten hemel. Sinds 1800 werden ongeveer 180 miljard ton fossiele brandstoffen door verbranding de lucht ingeblazen; tot hoog in de stratosfeer zit er een vuiltje aan de lucht. Met de mogelijke gevolgen hiervan voor het klimaat hebben de wetenschapsmensen zich tot ongeveer 15 jaar geleden nauwelijks bezig gehouden. Met klimatologische reacties moest ten vroegste tegen het einde van de volgende eeuw rekening gehouden worden; dachten ze. Nog tijd genoeg dus om mogelijke complicaties onder controle te krijgen. Ondertussen is dat optimisme verdwenen als de sneeuw die vorig jaar gevallen is.

De klimaatschok zal zeer waarschijnlijk vroeger voorkomen dan men tot nu toe geloofde. Die schok zal de mensheid ook veel harder treffen dan men tot nu toe heeft aangenomen.


De geleerden luidden de alarmklok

Er bestaan steeds meer dwingende aanwijzingen dat de samenstelling van de atmosfeer aan het veranderen is, zegt men in een onlangs verschenen NASA-studie van meer dan 2000 pagina's. Onheilspellend, is het besef det het klimatologische hitte-effect, dat hoofdzakelijk door het koolzuur wordt bewerkstelligd, ook nog door andere tot nu toe weinig bestudeerde spoorgassen, kan worden versterkt. ‘’Wij zijn’, zo zeggen de wetenschapslui van de NASA, ‘diep bezorgd’.

Daarnaast registreren de wetenschapsmensen ook de verder schrijdende afbraak van de ozonlaag in de hogere stratosfeer, die tot nu toe de gevaarlijke golflengten uit het zonnelicht wegfiltert. Het verlies aan ozon, eveneens veroorzaakt door de broeikasgassen die door de industrie worden geproduceerd, wijst op een nog groter risico door de extra binnendringende ultraviolette zonnestralen kan de ontwikkeling van bepaalde levensvormen op aarde gevoelig worden verstoord.

'In het ergste geval zou, wanneer de ozonfilter wegvalt, zelfs een bleke oktoberzon het aantal huidkankergevallen gevoelig doen toenemen'


Het gat in het schild

Op een congres dat einde juni in San Diego werd gehouden, hebben experts over het ozonprobleem gediscussieerd. Sinds lang gaapt, telkens in de antarctische lente, een reusachtige opening in het ozonschild dat boven de Zuidpool hangt. Die opening wordt elk jaar in september en oktober nog immenser. In 1985 was de opening ongeveer even groot als het Noordamerikaanse continent. Momenteel is een 13-koppig team vorsers uit de Verenigde Staten, uitgerust met meetballons, onderweg naar het onderzoek-centrum McMurdo Sound in Antarctica om na te gaan tot op welke draad de ozonsluier al versleten is.

Professor Karin Labitzke, hoofd van de afdeling stratosfeeronderzoek aan het FU - Instituut voor Meteorologie van Berlijn - acht het ‘zeer waarschijnlijk’ dat ook de grote vulkaanuitbarstingen (Mount St. Helens in de Verenigde Staten (1980) en El C hichon in Mexico (1982), die een enorme hoeveelheid stoffen in de stratosfeer joegen/ mede verantwoordelijk zijn voor het ontstaan van het ozongat. Berekeningen van chemici hebben aangetoond dat de ozonlaag rond de aarde in de volgende 100 jaar tot ongeveer de helft zal worden herleid. In het ergste geval zou, wanneer de ozonfilter wegvalt, zelfs een bleke oktoberzon het aantal huidkankergevallen gevoelig doen toenemen.

Dergelijke jobstijdingen vanwege de klimatologen hebben ondertussen ook de politici bereikt. Twee maanden geleden brachten de wetenschapsmensen voor de milieucommissie van de Amerikaanse senaat alarmerende verslagen uit. De commissievoorzitter, senator John H. Chafee, was diep onder de indruk. ‘De mogelijkheid is zeer reëel’, zo vatte hij de berichten samen. ‘Dat de mens uit onwetendheid of uit onverschilligheid eens en voor altijd het vermogen van de atmosfeer om leven in stand te houden in gevaar brengt.’

Op de hoorzitting van de senaat in Washington werden dramatische alarmkreten geslaakt: ‘In het begin van de eenentwintigste eeuw’, zo verklaarde James E. Hansen van het Goddard Space Flight Center van de Nasa, ‘zal de globale temperatuur hoger liggen dan op welk tijdstip ook gedurende de voorbije 100.000 jaar.’ Het klimaat van deze aarde, zo wordt gezegd in het resumé van het jongste rapport van het World-watch Institute in Washington dat einde juli is verschenen, zal in de volgende 50 jaar vermoedelijk meer veranderingen ondergaan dan in het hele tijdperk sinds het ontstaan van de landbouw. ‘Voor het begin van volgende eeuw krijgen we de grootste klimaat- en temperatuurwijziging sinds de mens op deze planeet verscheen’, voorspelt Andrew Maguire van het World Resource Institute in Washington. Een prognose die alleen nog voor leken overdreven klinkt.

Want dit is zeker de gemiddelde temperatuur op aarde, momenteel ongeveer 15° Celsius, is sedert duizenden jaren stabiel gebleven. Aan de andere kant hebben zelfs de geringste afwijkingen het klimaat op aarde grondig veranderd. Gedurende het warmste klimaattijdperk van die laatste 700.000 jaar, was het over het algemeen slechts 2 tot 2,5 graden Celsius warmer dan nu, een schijnbaar minuskuul verschil, maar in Europa heerste toen een klimaat zoals nu in Afrika. Door de wouden van Zuid-Engeland donderden kudden olifanten en in de Theems ploeterden nijlpaarden, terwijl er op de oevers leeuwen rondlummelden. Geraamte van deze dieren werden bij graafwerken op Trafalgar Square in Londen blootgelegd.


De geschiedenis in een ijsblokje

Inlichtingen over de temperatuur in vroegere tijden hebben de wetenschappers op Antarctica gevonden met ijsboren werden stalen uit het ijs gehaald; daarna werden de ‘geschiedkundige’ zuurstof-isotopen die in het ijs opgesloten hadden gezeten geanalyseerd. Zo kon men ingevroren luchtpartikels onderzoeken waarvan de structuur eeuwenlang onveranderd was gebleven. Vorsers uit de Sovjet-Unie die een 2,1 kilometer lange ijszuil uit het ijs naar boven haalden, konden door hun onderzoek de temperatuurontwikkeling gedurende de laatste 150.000 jaar exact bepalen. Gedurende het ijstijdperk was het koolzuurgehalte minimaal, maar vanaf het interglaciaal, de warmere periode, begon het opnieuw te stijgen.

Momenteel heerst op aarde eveneens een interglaciaal tijdperk, dat enkele decennia geleden werd ingezet. De koolzuurconcentratie is gedurende de jongste 200 jaar met 25 % gestegen; dat is vooral het gevolg van de verbranding van kolen, petroleum, aardgas en benzine. En de snelheid waarmee het broeikaseffect toeneemt, is drie tot tienmaal hoger dan in de negentiende eeuw. Over die mogelijke gevolgen van de luchtvervuiling op het klimaat heeft de Zweedse onderzoeker Svante Arrhenius reeds in 1900 nagedacht. Arrhenius berekende dat, indien het koolzuurgehalte zou stijgen tot het dubbele van de toen gemeten waarde, de tem-peratuur op aarde met 4 tot 6 graden Celsius zou stijgen. Niemand heeft tot op vandaag een fout in deze berekeningen kunnen vinden. Toch raakten de onderzoekingen van deze Zweed in de vergetelheid.

Op het einde van de jaren zestig was er voor de wetenschappelijke wereld geen enkele aanwijziging om met een stijging van de temperatuur rekening te houden; integendeel, veel klimatologen hielden het erbij dat zeer spoedig een nieuwe ijstijd zou aanbreken. De CIA, eens te meer op liet verkeerde paard weddend, liet nog in 1974 weten dat - in overeenstemming met het oordeel van leidinggevende klimatologen - de wereld een nieuwe periode van afkoeling doormaakte. Maar op dat ogenblik was die bladzijde al omgedraaid. Overal waren wetenschapsmensen ermee begonnen de omvang van de belasting op het milieu die door de industriële gassen werd veroorzaakt, exacter te bepalen en de uitwerking ervan op het klimaat in computerprogramma's te simuleren. Sindsdien stapelen de aanwijzingen zich op: boven onze planeet is zich een onheilspellend hitteklimaat aan het ontwikkelen. Sneller dan men vroeger dacht stijgt de koolzuurconcentratie in de atmosfeer: alleen reeds sedert 1960 is die concentratie met 8% toegenomen.

Dat is niet alleen te wijten aan de vernietigende invloed van fossiele brandstoffen; ook de vernietiging van de tropische regenwouden draagt daar sterk toe bij en dat op tweeërlei wijze om en bij de 160.000 vierkante kilometer platgebrand, een oppervlakte vijf á zes maal zo groot als die van België. Bijna 50% van de regenwouden die 30 jaar geleden nog in Azië en Zuid-Amerika bestonden, zijn ondertussen in rook opgegaan: een gigantische portie koolzuur. Wat zo mogelijk nog betekenisvoller is: de biomassa die samen met de weelderige tropenwouden is verdwenen, deed vroeger dienst als een soort organische luchtfilter; een groot deel van het koolzuur dat vroeger door de oerwouden werd opgeslokt, verdwijnt nu in de stratosfeer en wakkert daar het broeikaseffect nog aan. Het is in ieder geval zo dat het leeuwedeel van de hoeveelheid die uit de lucht wordt gefilterd, door de wereldzeeën wordt opgenomen. Ze bevatten dan ook 50 maal zoveel koolstof als de aardatmosfeer. Ongeveer 2 miljard ton koolzuur zinkt per jaar in de oceaan weg: een enorme hoeveelheid, maar nog niet voldoende om de koolzuurbalans van de aarde in evenwicht te houden. Er worden immers jaarlijks 6 miljard ton koolzuur, dit is driemaal zoveel als de zeeën aankunnen, de atmosfeer ingeblazen alleen maar door de verbranding van fossiele brandstoffen. Als de uitwasemingen van koolzuur door schoorstenen en uitlaten niet spoedig drastisch wordt beperkt, zal het verzadigingspeil van de oceanen spoedig worden bereikt. Dan zal het broeikaseffect nog dramatisch worden verhoogd. Intussen hebben de wetenschapslui ook erkend dat zij het klimatologisch warmte-effect door de overige broei-kasgassen schromelijk hebben onderschat.


Gassen met een geurtje

Tot de gevaarlijke substanties waarvan de rol in de scheikundige samenstelling van de atmosfeer nog maar gedeeltelijk is onderzocht, behoren o.a. :

- bromium bevattende gaspartikels, bijvoorbeeld in brandblussers.

- stikstofoxydes die via kunstmeststoffen in de lucht komen, of door verbranding van kerosine in de motoren van straalvliegtuigen.

- methaan, waarvan de concentratie in de atmosfeer jaarlijks met ongeveer 1% toeneemt en dat hij het plat-branden van wouden en savannes vrijkomt, boven de Aziatische rijstvelden opstijgt en ook ontsnapt aan het darmka-naal van de 1.3 miljard runde-ren van deze wereld om van vijf miljard mensen nog te zwijgen. - gechloreerde koolwaterstoffen (waartoe ook de chloor-fluor-verbindingen behoren) die als aandrijfgas in spuitbussen worden gebruikt, en ook als koelmiddel in koel-kasten of in de airconditioning-installaties van auto's. Als mogelijk gevaarlijk voor het klimaat werden eerst de chloor-fluor-koolwaterstoffen (CFK) verdacht, ook bekend onder de merknaam ‘Freon 11’ en ‘Freon 12’. Chemici van de autofabriek van General Motors hadden de stof reeds in 1928 gesynthetiseerd toen zij op zoek waren naar een onbrandbaar, niet giftig koelmiddel. Het werd meteen een commerciële voltreffer! Zeer snel bleek de ‘Freon-tweeling’ veelzijdig bruikbaar. Nadat het eerst als universeel koelmiddel en daarna als aandrijfgas voor haarsprays, insecticiden en poetsmiddelen zijn diensten had bewezen, werd het in het midden van de jaren vijftig ook aangewend om kunstoffen te doen ‘opschuimen’. Zo gebruikt men het nu bijvoorbeeld voor het vervaardigen van kuipstoelen en van polyurethaan kussens in auto's en vliegtuigen.

Twee chemici van de universiteit van Californië, Sherwood Rowland en Mario Molina stelden zich in 1972 de toen louter akademische vraag waar al die verbruikte CFK-massa's -enkele miljoenen ton dan wel naartoe gingen. Na hun eerste analyses stond het ant-woord vast : de chemisch buitengewoon stabiele, bijna onmogelijk door water op te lossen en bijgevolg ook niet door regen uit de lucht te verwijderen CFK-partikels, waren tot in de stratosfeer geraakt! Daar worden de CFK -molekulen door harde zonnestralen gebroken tot chlooratomen. Die herleiden dan de drie-atomige ozon 1031 tot gewone zuurstof (021. Rowland en Molina publiceerden deze ontdekkingen in het vaktijdschrift ‘Nature’ en wezen erop dat de afbraak van ozon in de stratosfeer de kans op huidkanker doet stijgen en storingen teweegbrengt in het eiwitvormingsproces bij planten. Ook voor de mogelijk nadelige gevolgen voor het klimaat waarschuwden ze. Aangezien de verdunde ozonlaag meer zonnelicht doorlaat, wordt de aardoppervlakte sterker verwarmd. Een bevinding die spoedig door andere vorsers zou worden geparafraseerd: ‘Eén procent minder ozon betekent 2% meer ultraviolet licht dat de aardoppervlakte bereikt’. Het plankton uit de zee en bepaalde visseneieren zijn de eerste levensvormen die zijn aangetast: ‘… Organismen die leven in water tot één meter diep, zijn het gevoeligst voor de verandering van de lichtkwaliteit…’ meldde het Britse vakblad New Scientist.

De studies van de ozonvorsers baarden reeds opzien in het midden van de jaren zeventig. Een congrescommissie in Washington hield zich met het thema bezig en de Amerikaanse Akademie voor Wetenschappen maakte een eindrapport dat de waarschuwingen als gegrond verklaarde, wat ertoe leidde dat ‘Freon’ als aandrijfgas in spuitbussen in 1978 in de Verenigde Staten werd verboden. Maar de CFK-producenten •verzetten zich heftig tegen 'elke verdere gebruiksbeperking. De chemische multinational Du Pont, de grootste CFK-producent van Amerika, bestrijdt hardnekkig de betrouwbaarheid van de onderzoeksresultaten van Rowland en Molina: ‘Ondanks de kostbare analyses is een achteruitgang van ozon nog nooit aangetoond’. Maar de weersatellieten van de NASA, Nimbus 4 en Nimbus 7, meldden tussen 1970 en 1979 toch een ozonverlies van verschillende procenten en speciaal dan nog in die stratosfeerlagen waarin de hoogste CFK-concentratie werd vermoed. Tot diezelfde resultaten kwam een meetbalIon in 1982, die aan een 40 kilometer lange lijn alle lagen van de stratosfeer onderzocht. In 1983 registreerden de klimatologen in het noordelijk halfrond de grootste afname aan ozon : het verlies bedroeg, al naargelang het meetstation, tussen 5 en 8 %.


Het wordt warmer!

In maart 1985 tenslotte ontdekten Britse wetenschapslui een uiterst gevaarlijke opening in het ozonschild boven Antarctica. In de ogen van de meeste experts is het ozongat het teken aan de wand dat het naderend onheil aankondigt. De computerberekeningen van de klimatologen voeren daar-voor meer en meer bewijzen aan. De laatste schokkende resultaten tonen aan dat de warmteïsolerende eigenschappen van spoorgassen zoals CFK, stikstofdioxyde en methaan aanzienlijk groter zijn dan de experts tot heden toe hebben aangenomen: een CFK-molecule bereikt een verwarmingseffect op het klimaat dat 10.000 maal groter is dan dat van een koolzuur-molecule!

De wetenschapsmensen hebben berekend dat gedurende de volgende 50 jaar de agressieve gaspartikels evenveel zullen bijdragen tot de verwarming van de aardatmosfeer als het koolzuur. Dat komt overeen met een verdubbeling van het broeikaseffect. In de nabijheid van de aarde zou de gemiddelde temperatuur met 2 tot 4° Celsius stijgen. Zo hevig en zo bruusk, is de atmosfeer in de hele geschiedenis van het klimaat nog nooit opgewarmd. Experts over de hele wereld werken aan verbeterde computermodellen, waarmee zij de klimatologische gevolgen van die temperatuurstijging kunnen voorspellen. Het wordt steeds duidelijker dat het klimaat op aarde gelijkt op een zeer gevoelig organisme dat de minste prikkeling van buitenuit beantwoordt met een schier eindeloze kettingreactie. Vaak geraken de computers verward in het dichtbegroeide kreupelhout van beslissingsmogelijkheden.

Bij voorbeeld: wat gebeurt er als de oceaan onder de broeikas warmer en warmer wordt? De oceaan zou zich dan, volgens de wetten van de fysica, in een dicht wolkendek moeten hullen. Maar zal de waterdamp dan als een tweede dak voor de broeikas werken en aldus de oceaan nog verder verhitten? Of zal die wolkenlaag, doordat ze ook schaduw veroorzaakt, de zee opnieuw afkoelen? Het antwoord op deze vragen kent voorlopig alleen de wind. Ondanks de onvolmaaktheden van dit klimaatmodel, wordt de broeikastheorie door geen enkele vorser meer in twijfel getrokken, ook als de temperatuurstijging van 1° C die zich volgens de berekeningen reeds jaren had moeten voordoen, nog steeds niet kan bewezen worden. Een toename van niet meer dan 1° C gaat jammer genoeg verloren in statistisch ‘achtergrondgeruis’. Dat betekent hier: de jaarlijkse temperatuurverschillen die lichtjes blijven schommelen rond de honderdjarige normenschaal, springen meer in het oog dan het totale broeikaseffect.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234