Tool.Beeld Stefaan Temmerman

Dit waren de twaalf absolute hoogtepunten van Rock Werchter 2019

Van Rock met een levensgrote R over een glitterbom tot hersenloos entertainment, verpakt met een zilveren strik: deze editie van Rock Werchter stond bol van de hoogtepunten. Hoewel de headliners van deze avond nog moeten aantreden en dus nog in deze lijst kunnen belanden (onder meer Muse, New Order en Underworld) is dit onze voorlopige top twaalf. 

1. Tool: nooit de makkelijkste weg, altijd de beloning ★★★★★

Tool herleidde Werchter tot de essentie. Rock, met een levensgrote R. Negentig minuten lang walste het geluid van de Amerikaanse progressieve metalband over je heen. Wie die furie tot in zijn ziel liet doordringen, genoot volop. Tool is geen band die elke vijf minuten vraagt hoe het gaat, die je handen wil zien, die confetti-kanonnen gebruikt. Dit kwartet biedt een rockende trip, die je ondergaat. Een razend rondje vol messcherpe riffs, met pompende bas, met een beest aan de drums. En met een zanger die er uit zag als een punk-versie van The Joker, inclusief hanekam. Hun vierde Werchter-passage werd er eentje om in te kaderen. Eens die nieuwe plaat er (eindelijk) is, moeten ze snel nog eens terug komen. Toch?

Richard Ashcroft.Beeld Stefaan Temmerman

2. Richard Ashcroft: één van de grote stemmen van zijn generatie ★★★★★

Het was een schok voor iedereen die de euforische muziek van The Verve of Richard Ashcroft solo ooit hoorde. Dat de na Liam en Noel grootste muil van zijn generatie aan depressies leed. Bizar voor iemand bij wie het nooit ontbrak aan talent of zelfvertrouwen, attitude en wat de Engelsen swagger noemen – slenteren met het coole air van de ongenaakbare overwinnaar. Je set beginnen met een supersong als ‘Sonnet’ is natuurlijk een statement: ik kan het me permitteren want ik heb nog genoeg even goeie songs om de set crescendo te laten gaan. Natuurlijk was ‘Bittersweet Symphony’ de afsluiter, en er volgden geen bisnummers omdat alles wat daarop zou volgen zou overkomen als een anticlimax. Het was een uitstekend concert van een van de letterlijk en figuurlijk grote stemmen van zijn generatie en die ervoor en die erna. Een Zanger ook die alles zingt met Hoofdletters, en die hoofdletters ook najaagt door van elk refrein een nieuw internationaal volkslied te maken.

RobynBeeld Koen Keppens

3. Robyn: een dolk die ronddraaide in het hart ★★★★★

Robyn was groots op Rock Werchter. Wat een show. Euforisch, tragisch, onverrichterzake hitsig, gewild retrofuturistisch, meedogenloos stuwend, grappig en een tikkeltje sinister, zoals het allerbeste hedonisme hoort te zijn. Bijgestaan door vier muzikanten serveerde ze songs uit haar superbe comebackplaat Honey én haar verrukkelijke cultclassics: liedjes over gebroken harten op de dansvloer en treuren onder de discobol. Zo was er ‘Dancing on my Own’, een popklassieker waarvan ze het integrale eerste refrein door de bomvolle tent liet meebrullen. “I’m in the corner, watching you kiss her”, uit duizend monden. Rillingen van rug tot kruin, ja. De beat viel weer in, en het was alsof we op een in een mdma-roes gehulde rave waren beland.

The CureBeeld Koen Keppens

4. The Cure: het eerste uur werk, het tweede ontspanning ★★★★☆

Extra respect voor The Cure, een van de weinige groepen die zich niet bezondigen aan ‘Clap your hands everybody!’ –gelul, niet doen aan massamennerij, het publiek niet naar de mond praten of vleien (‘Jullie Belgen zijn het béste publiek dat we ooit hadden’, etc), en die niet hengelen naar opzichtige bijval. Robert Smith doet het al 40 jaar zonder gimmicks (tenzij je zijn rode lippenstift en z’n neogothische ooievaarsnestkapsel meetelt) , enkel met een unieke sound (eigenlijk drié unieke groepsgeluiden) en een podiumact die amper verder gaat dan een zeldzaam wandelingetje naar de uiteinden van het podium en een gemompelde kurkdroge grap. De concerten van The Cure verlopen al jaren volgens hetzelfde stramien: het eerste uur is wérk, het tweede ontspanning. Eerst doet Smith je roeden lopen en grasduint hij in de mokerhamers en pletwalsen van zijn gevarieerde oeuvre, en daarna volgen de pophits. Later dit jaar komt er eindelijk een nieuwe cd. Tot dan kan de herinnering aan dit topconcert volstaan.

AngèleBeeld Koen Keppens

5. Angèle: coup de foudre is voorbij, de liefde blijft ★★★★☆

Wie niet ruimschoots op tijd was gekomen, kon er niet meer bij in The Barn. Bij opkomst - Angèle hield een gouden opblaasmitraillette vast waar ze zelf twee keer in kon - voelde je meteen dat er Iets Te Gebeuren stond. Angèle heeft intussen effectief genoeg materiaal om een volwaardige festivalset te vullen - vorig jaar was het nog krap - en opende meteen met haar bekendste singles: ‘La thune’, ‘La loi de Murphy’ (Ze kan rappen! Ze kan alles!) en ‘Balance ton quoi’. Waarom niet. We werden met zijn allen welkom geheten in drie talen (‘ik ben zo blij om hier te zijn’). Eén blik in uw richting en u begreep dat zij ook de taal van de liefde spreekt. Wanneer ze stoer moest zijn, was ze stoer, anders was ze als steeds: haar stralende zelve. Het podium was haar strijdtoneel, haar wapens charme en klasse. Elke keer als zij glimlachte, brak er ergens een vlinder uit z’n cocon. Ofwel gaat alles vanzelf bij haar - die naturel! - ofwel kan ze héél goed doen alsof, en dat is nog straffer. Kortom: Angèle is geen nieuwigheid meer, maar een gevestigde waarde.

Strand of OaksBeeld Koen Keppens

6. Strand Of Oaks: man van het volk, man van z’n woord ★★★★☆

Timothy Showalter is een man van het volk, en dus stond zijn Strand Of Oaks kort voor aanvang van het concert nog gewoon zelf te soundchecken. Twee minuten en een hoed op het hoofd van de frontman later, waren ze ready for showtime. “Hello Werchter, and the whole Belgian family, I don’t feel it anymore”. Dat laatste was meteen de openingsregel van hun eerste song, ‘Weird Ways’, ook op zijn laatste album Eraserland de intentieverklaring van dienst. Geen vrolijke binnenkomer, maar al bij het eerste refrein gingen de handjes tegen elkaar. “Every time I get to play here it gives me life. I love all of you, every single one”. Showalter vertelde het ons terwijl hij de intro van ‘Shut In’ al had ingezet, en het concert van drie naar vier sterren ging. Dat had hij zelf ook in de smiezen, te oordelen naar zijn van victorie kraaiend ‘Yes!’ aan het einde van de song. In februari van volgend jaar komt Strand Of Oaks naar de AB, en Showalter liet weten dat hij ons er dan graag weer bij zou hebben. Carpoolen?

Janelle MonáeBeeld Stefaan Temmerman

7. Janelle Monáe: eat your heart out, Madonna & co ★★★★☆

Dat het optreden van miss Janelle Monae zou inslaan als een glitterbom kondigde zich al maanden aan. Dat ze er zelf veel van verwachtte bleek uit de intro die weerklonk: het imposante, dramatische, maar ook egotrippende ‘Also sprach Zarathustra’, dat niet meer door een entertainer werd gebruikt sinds Elvis Presley er zijn shows mee opende – dat zegt iets over Janelle’s ego en ambitie. Zo’n intro prent het publiek in: Hier Staat Iets Fenomenaals Te Gebeuren! Miss Janelle bediende zich van alle truken van diverse foren, zelfs de foute: show, musical, danstheater, opera, rap battle (met zichzelf)... ‘optreden’ is voor Janelle niet genoeg. De Monae show is opgezet als surroundspektakel, een 360° Monae Experience. ‘We celebrate love!’ Dat was Monae’s centrale boodschap die ze, als enige bindtekst, netjes verpakte in een korte speech, die erop neer kwam dat we allemaal onszelf moeten zijn, ‘even if that makes others uncomfortable’. Qua écht bezielde soul en zeggingskracht scoorde ze minder dan ze denkt en wil, maar qua 21ste eeuws entertainment volstaan vijf sterren niet. Eat your heart out, Madonna & co.

The Murder CapitalBeeld Koen Keppens

8. The Murder Capital: kopstoot boven handdruk ★★★★☆

Aan hun naam hoor je al dat The Murder Capital een te pruimen groepje is. We spreken hier over het soort nijdige rockers, dat alle nummers langer dan drie minuten beschouwt als grotere tijdverspilling dan mindfulness-oefeningen. Die kopstoten verkiezen boven handdrukken, en die erin slagen om vanaf The Slope geluidshinder te veroorzaken voor de Main Stage. Ze waren met vijf, en zagen eruit als schoelje uit de reeks Peaky Blinders: ongemanierde Ieren in klassieke hemdjes, die er zelfs met een tamboerijn in hun handen nog cool uitzagen, met een zanger als een zwalpende matroos en een drummer als een precisiebombardement. Eén van de liedjes die ze speelden, heette ‘Don’t Cling to Life’, en zonniger dan dat dreigde het nergens te worden. Wie nog geen zonneslag had, kreeg van The Murder Capital een draai om de oren.

TaminoBeeld Stefaan Temmerman

9. Tamino: Tamino? Tamiyes! ★★★★☆

‘Vocaal gezien heeft hij heel de wei opgekuist, punt,’ vatte fotograaf Stefaan Temmerman het samen. Hieronder wat aanvullende gedachten. Nummer één: Tamino’s stem gedijt in alle registers, maar in de laagte vinden we hem het mooist. Nummer twee: mooie outfit. Nummer drie: Tamino weet wat een goede cover is. Een tijd geleden pakte hij uit met ‘My Kind of Woman’ van Mac DeMarco (later vandaag nog te zien in dezelfde Barn), nu was het tijd voor ‘Seasons’ van Chris Cornell, uitgebeend tot z’n kleinste essentie. Nummer vier: zijn grote troef blijft – naast dat loeiende alarm dat-ie in z’n keel heeft zitten – zijn Arabische afkomst, die zich vooral roerde in nummers als ‘Sun May Shine’ en ‘So It Goes’. Nu weten we tenminste wat het zou geven als Thom Yorke in Egypte geboren was. Nummer vijf: snel gaat ’m ook af. ‘W.O.T.H.’ (Will of This Heart) was een rocksong met drums die als rotsblokken van een bergtop donderden – in de toekomst nog van dat! Nummer zes: goede teksten. Nummer zeven: ‘Habibi’ blijft mysterie uitstralen. Nummer acht: er waren weer veel mooie bordjes te lezen, maar op de beste stond een kekke samenvatting. ‘Tamino? Tamiyes!’

P!NKBeeld Stefaan Temmerman

10. P!NK:  alles dat de grijze Vlaming niet is ★★★★☆

Dat ene en enige uitroepteken in de naam van P!nk is een vergissing. Dat zouden er minstens vier moeten zijn. Dat charisma, dat plezier, die performance, die songs, die stem, die choreografie en dat lef om na een show van anderhalf uur salto’s te doen op tien meter hoogte: je moet verdorie je best doen om een popact te vinden die completer, spannender en beter is dan wat Alecia Beth Moore uit Doylestown, Penssyvlania in Werchter op de mat bracht. P!nk doet aan hersenloos entertainment, verpakt met een zilveren strik. “I’m still a rock star / I got my rock move, and I don’t need you / And guess what, I’m having more fun”, zong P!nk tijdens ‘So What’, terwijl ze op tien meter hoogte boven het publiek bengelde. Tussendoor pompte ze op een vangrail en deelde ze een high five uit. Omdat het kan.

YungbludBeeld Stefaan Temmerman

11. Yungblud: verrukkelijk vertier voor drie kwartier ★★★★☆

De tienertranen op de eerste rijen voor de Main Stage waren veelzeggend. Dominic Harrison – een prille twintiger wiens tong meer uit zijn mond hangt dan erin – betekent veel voor de jeugd van tegenwoordig. Hij maakt muziek vanuit het hart, met een opgestoken middelvinger die hij het liefst in de reet van Donald Trump wil duwen. Harrison is de spreekbuis van Generatie Nu. Hij spreekt vrijuit over de onderwerpen waarover de demonen in zijn hoofd debatteren. Een uitgeputte weide “I don’t want to be a loner” horen brullen, doet iets met eens mens – ook een cynische hond heeft namelijk gevoelens. Yungblud houdt de vinger aan de pols én heeft goed opgelet tijdens de lessen britpopgeschiedenis. Je kon je mateloos storen aan zijn fratsen, enthousiasme en muziek. Maar wie bereid was zich over te geven, zag een dijk van een show.

The Good, the Bad and the QueenBeeld Koen Keppens

12. The Good, the Bad and the Queen: match gewonnen, lang voor het laatste fluitsignaal ★★★★☆

Geen idee wat Damon Albarn gesmurft had, maar goed spul was het zeker, en het was dankzij hem dat de doortocht van The Good, the Bad and the Queen in The Barn uitgroeide tot een muzikaal spektakel. Op het podium zag het er reuzegezellig uit, met gedimd licht, rode lampionnetjes en vier strijkers die lang op voorhand netjes klaarzaten om hun sausjes te serveren. Dat Albarn echter geen zin had in ingetogenheid werd snel duidelijk: een handvol songs later had hij al hinnikend over het podium gekronkeld en een in een Engelse vlag gehulde pop in het gezicht gespuwd. Het enthousiasme van Albarn werkte aanstekelijk op de groep, met o.a. Paul Simonon (ex-The Clash, uiteraard) en de 78-jarige Tony Allen (rechterhand van afrobeatlegende Fela Kuti, uiteraard). Afsluiter The Good, the Bad and the Queen eindigde in heerlijke chaos. Albarn stak de armen triomfantelijk in de lucht. Match gewonnen, lang voor het laatste fluitsignaal.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234