Dit was het allereerste rockfestival van België. 'Er werd vuurwerk afgestoken in een zaal met 6000 mensen'

Van 15 tot 18 augustus 1969 vond in het Amerikaanse dorpje Woodstock het bekendste rockfestival uit de muziekgeschiedenis plaats, maar twee maanden eerder, op 21 juni, werd ook in België het allereerste rockfestival georganiseerd: First International Pop Event. Op de affiche stonden onder meer The Pebbles, Wallace Collection, The Nice, Yes en Fleetwood Mac, zo schrijven Frank Van Laeken en Geert De Vriese in een voorpublicatie van hun boek ‘Woodstock in België. De eerste festivals’. ‘Procol Harum had ook toegezegd, maar die waren vergeten het contract op te sturen.’

Jazz Bilzen, oké, daar had de popmuziek al een belangrijke bijrol in 1967 en 1968, maar op het eerste volledig aan pop en rock gewijde festival in Vlaanderen is het nog wachten. Niet lang meer, weet Louis De Vries. De eerste contracten liggen op zijn bureau, klaar om te ondertekenen. 21 juni wordt niet alleen het begin van de zomer, maar ook de datum waarop in 1969 het First International Pop Event zal plaatsvinden.

LOUIS DE VRIES «Het idee kwam eigenlijk van Jo Dekmine, de eigenaar van Théâtre 140 in Brussel en een creatieve, vooruitstrevende man met een brede interesse. Theater, muziek, dans. Als scholier nam ik al de trein van Antwerpen naar Brussel om in de 140 The Living Theater of New York te zien, of vernieuwende balletvoorstellingen. En ik heb Pink Floyd geprogrammeerd bij hem. Dat vond hij zó geweldig dat hij mee met mij naar Londen ging. Naar de Marquee Club en naar andere cafés waar groepen optraden die later wereldberoemd zouden worden. Daar zijn we beginnen te broeden op een festival in Antwerpen, dat toen bij ons het centrum van de pop en rock was, met het Pannenhuis als belangrijke plek. Een oud, vervallen, bruin café dat wij een modern interieur hadden gegeven, met de hulp van decormakers die ook voor de 140 werkten. Alles in wit en zwart, het was de tijd van de popart. Jo zei: ‘Jij kent heel veel groepen, ik vind wel een sponsor.’ Dat werd Belga.»

Op de eenvoudige zwart-wit-affiche – er wordt ook een psychedelisch ogende kleurenversie gemaakt – van het First International Pop Event: Dave Dee, Dozy, Beaky, Mick and Tich, Fleetwood Mac, The Tremeloes, Chicken Shack, The Nice, Procol Harum, Freedom, Yes, The Pebbles, Wallace Collection, Davy Jr. & Guess Who?, Roland and His Blues Workshop, J.J. Band en Tomahawk Blues Band. Wow! Al is er ook die waarschuwing: ‘Wijzigingen in het programma zijn altijd nog mogelijk.’

'De headliner is er niet geraakt: ze stonden vast in Oostende. Maar ik vond dat niet erg, het was toch uitverkocht'

Het feestje vindt plaats in de Arenahal, een sporthal in Deurne. Staanplaatsen voor het podium kosten 175 frank, staanplaatsen achterin de zaal 100, zitplaatsen op de tribune 150 en zitplaatsen achter het podium (jawel!) 75 frank. Omgerekend naar de huidige koers zouden die bedragen tussen 8,5 en 19,5 euro liggen. Een koopje, beseft ook Louis De Vries.

DE VRIES «Dat was heel weinig. Véél te weinig voor wat er op de affiche stond. Maar ja, zo waren wij. Zelfs in het Pannenhuis vroegen we nooit meer dan 50 frank voor een optreden. 75 frank voor Pink Floyd, eigenlijk was dat absurd.»

Humo – dat sinds begin van dat jaar geleid wordt door een nieuwe hoofdredacteur, een zekere Guy Mortier – kondigt het festival twee weken vooraf haast verontschuldigend aan. ‘Je kunt nu zeggen dat we het met opzet doen, om de nijver studerende jeugd van z’n studie af te houden en de noest arbeidende jeugd te hinderen in het smeden van welverdiende vakantieplannen. Maar da’s niet waar, zo zijn we niet. Georganiseerd door Muziek van Nu, met de erg gewaardeerde medewerking van sigaretten Belga (binnenkort te verkrijgen met een pikant marihuanasmaakje, maar erg onschadelijk).’

Een week later volgt een nieuwe warme aanbeveling. ‘Wordt georganiseerd door van die mensen die met hun kop in de wolken lopen, met hun voeten niet op de grond staan, maar dromen van een wereldrijk van vrede en schoonheid en van die dingen, muziek op alle sporten van de sociale ladder, maar dan góéde muziek, geen kweddelen à la Tinneke Rolmops, maar muziek zoals ze die in de Angelsaksische landen weten te maken, zo van die muziek waarvan je zegt ‘Hemaar neemaar, is dat nu pop?’ (dat zeg je dan als je van pop niets afweet), dat lijkt wel Stockhausen en Boulez en Xenakis, kortom muziek van de underground en van de bluesgroepen en van de misschien niet zo kommerciële maar steengoeie groepen (muziek moet je in groep maken, op je eentje staan zingen voor publiek is zo bezopen als zingen op de plee).’

Ondertussen hebben ze iets te vieren op de redactie van Humo. Op 5 juni rolt nummer 1.500 feestelijk van de persen. 200 pagina’s, dubbel zo dik als op doordeweekse donderdagen, want Humo verschijnt dan nog op de vierde dag van de week. Voormalig langeafstandsloper Emil Zátopek staat prominent op de cover. En het is lachen geblazen binnenin, met kinderen die het over The Beatles hebben.

‘Dat ze lang haar hebben. Ze zingen wild. Op de naam kan ik niet komen.’ Anne C., 9 jaar.

‘Ze maken veel lawaai met hun lange haren.’ Leopold M., 11 jaar.

‘Sommige mensen zien ze niet graag maar horen ze graag, omdat hun haren in hun gezicht hangen. Ik hoor ze graag maar zie ze niet graag.’ Niko S., 12 jaar.

‘The Beatles zijn meestal Engelsen.’ Chr. P., 10 jaar.

‘Zij zingen ‘Lady me donau’, ‘Hey Joe’ en ‘Wie a love in de ny ele sauf marine’.’ Raf B., 11 jaar.

‘Vroeger waren ze de beste groep van België nu niet meer.’ Guy V., 11 jaar.

‘Ze staan dikwijls aan de kop bij de hetpereet. Ze hebben ook mooie liedjes.’ Frank M., 11 jaar.

Minder kan er gelachen worden met het interview dat administrateur-generaal Paul Vandenbussche van de BRT geeft. Op de vraag ‘Betekent pop iets voor u?’ luidt het antwoord: ‘In brede zin wel, niet in de betekenis die jullie TTT-krant eraan geeft, als ik het goed heb. Beat vind ik eerlijk gezegd afstompend, opdringerig en hinderlijk, pijnlijk voor de oren. Maar ik zou het wel een resultaat vinden als wij aan de pop iets konden toevoegen, als wij verwaarloosde genres als de 19de-eeuwse muziek populair zouden kunnen maken.’


CLEVERE AFFICHE

Terug naar het First International Pop Event. Scholier Bert Geenen, 16 en nog niet toe aan een lange radiocarrière, kijkt er alvast naar uit.

BERT GEENEN «Wij zaten in het voorlaatste jaar humaniora. De examens waren net gedaan en dus gingen we er met de hele klas naartoe. Een soort groepsaankoop. We kochten tickets voor de tribune, dan konden we bij elkaar zitten. De hele affiche sprak mij aan, ik vond het allemaal goed. Je had Belgische groepen met soulaccenten, zoals Davy Jr. & Guess Who? en Jess & James, waarop toen gedanst werd in de jeugdclubs. Er was de commerciële Belgische pop, met The Pebbles en Wallace Collection. Er was Fleetwood Mac, een groep die toch grote hits had gescoord met ‘Albatross’, ‘Oh Well’ en ‘Need Your Love So Bad’. En dan waren er de ‘progressieve’ bands als Yes en The Nice. Die affiche was clever opgebouwd, een beetje als een dag op de radio: ambiance in het begin, populair in het midden en wat moeilijker op het eind.»

De Vries «We hadden één groot podium opgesplitst in twee helften. Aan de linkerkant stond een groep te spelen, terwijl aan de rechterkant achter een gordijn een andere groep aan het opstellen was, en daarna andersom. Dat ging vlot. Voordeel was wel dat ze allemaal dezelfde geluidsinstallatie gebruikten. Nu zou dat ondenkbaar zijn, ze zouden weigeren. Maar toen wilden ze gewoon heel graag komen. Yes speelde daar voor 15.000 frank (375 euro, red.), plus kosten, vooral om op het continent te kunnen spelen. Een paar maanden later stond hun debuutplaat op nummer één in de charts. De duurste act was Dave Dee, Dozy, Beaky, Mick & Tich. Als ik me niet vergis, vroegen die 40.000 frank (1.000 euro, red.). Maar uiteindelijk zijn die er niet geraakt. Ze zaten vast in Oostende. Ik kreeg telefoon van hun manager: ‘Louis, they can’t come, there’s a problem with the van.’ Ik heb dat nooit geloofd. Ik vond dat ook niet erg: het was toch uitverkocht en hun muziek zat helemaal niet in de lijn van de rest van het programma.»

'Mick Fleetwood (links) en Peter Green van Fleetwood Mac. Bert Geenen: 'Dat was een groep die onbereikbaar leek, maar opeens stonden ze met hun grootste hits bij ons om de hoek.''

Ook Chicken Shack, The Tremeloes en Procol Harum ontbreken uiteindelijk; de band van ‘A Whiter Shade of Pale’ had telefonisch toegezegd, maar vergat vervolgens het ondertekende contract op te sturen. Het kan de pret niet drukken. Colosseum, dat in allerijl aan de affiche wordt toegevoegd, vangt het gemis uitstekend op. Het wordt samen met Yes één van de grote ontdekkingen van het festival, herinnert Jean Jième zich, de man achter de site memoire60-70.be, waarop de nostalgische lezer unieke foto’s en reportages vindt over de rockconcerten uit die periode.

Jean Jième «De drummer van Colosseum, Jon Hiseman, was een ongelofelijk type. Hij amuseerde er zich mee om tijdens een solo zijn drumstokjes omhoog te werpen en op te vangen. Het was een formidabele groep.»

De goede affiche levert ook iets op: het evenement is helemaal uitverkocht.

DE VRIES «Er stonden 6.000, misschien wel 7.000 mensen in een volgepakte Arenahal. Om drie uur ’s middags gingen de deuren open en mensen bleven op hun plaats staan tot ’s avonds laat. Ze gingen zelfs niet naar het toilet, want dan waren ze hun plekje voor het podium kwijt. Je kunt je dat nu niet meer voorstellen.

»De zaal zat vol jonge mensen, teenagers. Toen kreeg je geen dertigers, veertigers of vijftigers naar een rockfestival, die vonden dat lawaai. Zelfs wat The Beatles deden, noemden zij al ‘ketelmuziek’. De oudste aanwezige was mijn vader, die had z’n oordopjes in. En als hij knikte naar mij, dan wist ik: het is goed.

»Van politie- en brandweervoorschriften en andere veiligheidsmaatregelen was nog geen sprake. Security? Tien jongens van jeugdclub Horizon uit Hoboken, die vooral de muzikanten op en van het podium hielpen. Maar de sfeer was heel gemoedelijk. De mensen waren content dat er eens iets gebeurde in hun stad, ze waren nog bereid hun auto ergens ver weg te parkeren en een paar kilometer te stappen. Die hoefden geen parkeerplaats naast de deur. Máár: ze waren wel kritisch. Ze hadden snel door wat goed was en wat niet.»

Hoe zat het met de klank in zo’n sporthal?

GEENEN «Over de akoestiek hadden we niet te klagen, maar het ging ons toch vooral om de sfeer. Die was typisch voor die tijd: rookgordijnen, fluobeelden op de muur, veel oranje tinten. Tijdens de set van The Nice werd er behoorlijk veel geïmproviseerd. Keith Emerson ging op zijn orgel staan, onder het motto: ‘Hoe meer lawaai, hoe liever!’ Die man was een belevenis op zich. Maar ik bewaar de beste herinneringen aan het concert van Fleetwood Mac. Dat was een groep die onbereikbaar leek en opeens stonden ze met hun grootste hits bij ons om de hoek op een podium.»


VOLLE BAK

DE VRIES «Het meeste succes hadden Yes, The Nice – met als backing vocal P.P. Arnold, die een hit had gehad met ‘The First Cut Is the Deepest’ — en The Pebbles. Die hebben daar werkelijk furore gemaakt: ze speelden iedereen weg met ‘Seven Horses in the Sky’. Vuurwerk op het podium, letterlijk. En dat in een zaal met 6.000 mensen. Als je dat nu zou toelaten, steken ze je in de bak

FRED BEKKY (The Pebbles) «Als Louis zegt dat wij iedereen naar huis speelden, zal dat wel zo zijn. Wij waren het ook gewend om succes te hebben. Vanaf de eerste dag dat we optraden.»

BOB BAELEMANS (The Pebbles) «Leden van Engelse groepen kwamen achteraf een praatje met ons slaan. ‘Jullie staan tien jaar voor op ons,’ zeiden ze. De mannen van Yes waren onder de indruk van ‘Seven Horses’ en vooral van ‘Mackintosh’. ‘Wat een nummer, nog nooit gehoord!’»

GEENEN «Bij The Pebbles was het altijd volle bak. Die speelden ook geregeld een set van een halfuur op de bovenste verdieping van de Grand Bazar op de Groenplaats: daar was altijd een massa volk en veel ambiance.»

Minder enthousiasme is er voor het optreden van Wallace Collection, de groep die een paar maanden eerder uitpakte met de geweldige single ‘Daydream’.

SYLVEER VANHOLME (Wallace Collection) «We speelden daar mét en ook tégen groepen die meer op rock-’n-roll gericht waren. En we hadden ook nog eens klankproblemen. Onze bezetting leende zich niet zo goed voor sporthallen en openluchtoptredens. We kwamen het best tot ons recht in concertzalen. Die andere bands hadden een repertoire dat bonkte. Zij speelden er maar wat op los, maar dat kwam beter over bij het publiek, dat hoofdzakelijk uit hippies bestond. Daar kon je op dansen en uitfreaken, wat toen de mode was. Wij speelden eigenlijk onze plaat na, we konden daar niet tegenop. Ad lib-ritmes en jazzachtige improvisaties, met nummers die soms tot een halfuur duurden, dat was niets voor ons.»

‘Het publiek, duizenden, tot in de nok van de arena, genoot intelligent,’ schrijft Gazet van Antwerpen op maandag 23 juni. ‘Geen spoor van hysterie. Vedettenkultus is hier niet bij. Men uit zijn geestdrift nauwelijks. Geen stoel wordt kapotgeslagen en de zaal blijft overeind. Men laat het over zich komen, men drinkt de muziek met alle poriën. Iedereen is gelukkig, ook wie geen plaats vindt of wie te veel betaalde. Wellicht werd de basis gelegd van een nieuw festival dat jaarlijks het beste kan verzamelen inzake beat en blues, underground en psychedelic en hoe het verder ook mag heten.’

'Er werd vuurwerk afgestoken in een zaal met 6.000 mensen. Als je dat nu doet, steken ze je in de bak'

‘Die zaterdag heeft meer goeds gedaan voor de popmuziek dan een reeks ellenlange artikels,’ schrijft Jean Jième op memoire60-70, al verwijst hij ook naar de meer dan 500 mensen die onverrichter zake naar huis worden gestuurd omdat er geen plekje meer te vinden is in de zaal. De ‘grote triomfator’ van de avond is voor Jième The Nice. ‘Organist Keith Emerson heeft zijn Hammond niet in brand gestoken. Wij hadden nochtans horen zeggen dat dat zijn gewoonte was. Maar neen. Hij stelde er zich tevreden mee om over de hele breedte van het podium te wandelen, tegen zijn orgel te trappen, er bovenop te gaan staan, en de binnenkant van zijn instrument te betokkelen. Bij dit alles weerklonk er geen enkele valse noot.’

Ook Humo is een dikke week later positief. ‘Zaal Arena zit afgelaaie vol, pakweg 5.000 à 6.000 man. Afwezig: Chicken Shak (sic), Tremeloes (oef), Dave Dee undsoweiter (oef), Procol Harum (oeioei). Fleetwood Mac had wel af te rekenen met het late uur (na middernacht), er was bijna geen mens meer in de zaal.’

‘De zaal was tweemaal te klein voor de sterkte van het publiek (én voor de sterkte van de muziek),’ laat Humo-lezer Ludwig uit Borgerhout optekenen. ‘Van de aanvang tot het einde was er spanning en sfeer in de zaal. Soms vlogen er wel eens kwartjes tomaten over de hoofden naar het podium, die door enkele fanatieke supporters werden afgevuurd, maar zonder zieken of gewonden heeft deze eerste van een hopelijk lange reeks Pop Events zijn sporen verdiend.’

Helaas, er komt geen tweede editie.

DE VRIES «Tja, er kwamen het jaar daarop weer andere dingen langs. Het was wel de bedoeling dat er een tweede editie zou komen, maar Belga is toen zelf optredens beginnen te organiseren, hun pr-man werd concertpromotor.

»Wat wij deden, deden we vooral uit liefde voor de muziek. Idealisme bijna. Ik heb het nooit voor het geld gedaan. Nóóit. Het management van Ferre (Grignard, red.) niet, de Pebbles niet, de concerten van Pink Floyd of Jimi Hendrix niet. Ik deed het omdat ik dat tof vond. Omdat het móést. Als ik een lege zaal zie, denk ik: ik moet die vullen. Ik denk niet: dat zijn 2.000 plaatsen tegen 50 euro, dat is dan 100.000 euro.

»Ik kan wel tellen, maar ik deed het niet dáárom. We hebben er nooit aan gedacht om dat festival commercieel uit te baten, laat staan: uit te buiten. Iets leuks doen, daar ging het om. Mijn medewerkers en trouwe vrienden waren net hetzelfde, daar zat niemand tussen die ergens big business in zag. Mijn dierbare vriend Paul Ambach had dat wel, die had diamantair Michel Perl naast zich, die weinig van muziek kende, maar veel van zakendoen. Zij dachten wél na over het commerciële aspect. Ik was gewoon trots dat ik het publiek nieuwe groepen had leren kennen.»

Geert De Vriese en Frank Van Laeken, ‘Woodstock in België. De eerste festivals’, Houtekiet.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234