null Beeld

DNA-detectives helpen donor­kinderen hun biologische vader te vinden: 'Ik ben opgegroeid met leugens. Het voelt alsof ik niet volledig ben'

Vorige week werd de Stichting Donor Detectives NL/BE opgericht, een Belgisch-Nederlandse samenwerking van donorkinderen die op zoek zijn naar hun natuurlijke vader. Ze nemen het heft in eigen handen: de opkomst van grote, openbare DNA-databases maakt dat de wettelijk vastgelegde anonimiteit van hun donorvaders plots in veel minder stug beton is gegoten. 'Onze boodschap is duidelijk: we gaan je vinden.'


Lees alle artikels over donorkinderen op humo.be

'Als je niet eerlijk bent over de afkomst van je kinderen, doe je aan kindermishandeling'

ELS LEIJS (64) (Donor Detectives) «Ik heb me gespecialiseerd in familieonderzoek: het helpen van mensen die een familielid willen vinden. Ik werkte indertijd mee aan het televisieprogramma ‘Spoorloos’ en ben me in dat soort van opsporing blijven verdiepen. Ondertussen heb ik een groot netwerk over de hele wereld, en weet ik wat waar te vinden is in allerlei soorten archieven.»

In Nederland is Leijs de eerste erkende detective die donorkinderen via DNA-onderzoek helpt in de zoektocht naar hun biologische vader.

LEIJS «Ik ben er nu een tweetal jaar mee bezig. Er was flink wat studiewerk voor nodig: ik moest me helemaal inwerken in de wereld van het DNA. Maar dat had ik ervoor over, want tot voor kort waren de mogelijkheden voor zoekende donorkinderen beperkt. Als de donor anoniem was en de dossiers niet bewaard waren gebleven, moesten ze het proberen met oproepen in de media. Dat heeft in een enkel geval wel tot een succesvolle hereniging geleid, maar structureel leverde het niet veel op.»

Nu is er een nieuwe generatie DNA-testen. Leijs legt uit waarom die revolutionair zijn.

LEIJS «Het komt hierop neer: iedereen kan zijn DNA nu laten bepalen en het vergelijken met dat van andere mensen. Bovendien heb je zelfs geen bloedafname meer nodig voor een stukje DNA: wat wangslijm volstaat.

»Op het internet vind je een aantal labs waaraan een grote DNA-database is gekoppeld. Family Tree DNA, AncestryDNA en 23andMe zijn de bekendste. Je bezorgt zo’n lab een DNA-staal van jezelf, er wordt een profiel opgemaakt, en dat wordt vergeleken met alle andere profielen die in de database zitten. En vervolgens kun je een match hebben. Dat betekent dat je een stuk DNA gemeen hebt met iemand anders in de database, en dat jullie dus op de één of andere manier familie zijn. Het mooie is dat dat heel ver gaat. Als je bijvoorbeeld op zoek bent naar je vader, hoeft hij niet zélf in die database te zitten. Ook met pakweg een zoon van een zus van een neef van die vader is er een match. Zodra je zo’n match hebt, kun je met de hulp van die persoon via stamboomonderzoek de gemeenschappelijke voorouder zoeken. Vervolgens vlooi je diens stamboom helemaal uit. Dat is moeilijk en tijdrovend werk – het kan een jaar duren – maar als je dan uiteindelijk de vader van een donorkind vindt, is het dat meer dan waard.»

HUMO Het klinkt heel logisch. Maar hoe groot is de kans dat je in zo’n wereldwijde database een familielid van je vindt?

LEIJS «Die kans wordt elke dag groter, want steeds meer mensen laten hun DNA registreren. De database van AncestryDNA, bijvoorbeeld, bevat al meer dan vier miljoen profielen. Dat zijn gelukkig niet alleen donorkinderen. Ook mensen die geadopteerd werden, of vermoeden dat ze exotische roots hebben, of intensief bezig zijn met stamboomonderzoek, laten hun DNA registreren. En er zijn er ook die het louter uit nieuwsgierigheid doen, om te kijken waar ter wereld hun DNA zoal verspreid is.

»Er komen dagelijks mensen bij, en het is dus best mogelijk dat je nu geen match hebt, maar over drie jaar wél. Daarom vind ik het ook belangrijk dat zoveel mogelijk mensen hun DNA laten registreren, ook al hebben ze er zelf geen concreet belang bij. Ik kon bijvoorbeeld mijn schoonmoeder – intussen helaas overleden – overtuigen om een profiel aan te maken, en vorige week kreeg ik een bericht uit de Verenigde Staten: ‘Ik ben het kind van een donorvader, en ik heb een match met haar.’ Via de stamboom van mijn schoonmoeder kan ik dus iemand in Amerika misschien wel richting zijn biologische vader helpen. Dat is toch fantastisch?»

HUMO Is je DNA laten registreren wel verstandig in tijden waarin privacy een bedreigd goed is?

LEIJS «Als iemand jouw DNA wil, dan zal-ie het krijgen. Ik hoef maar gewoon je glas mee te jatten en ik heb het al. Neen, je pincode: díé moet je voor jezelf houden (lacht)

undefined


Bingo!

Tot zover de theorie, maar wat in de praktijk? Een halfjaar geleden kon Leijs voor het eerst een donorkind helpen via de DNA-methode. Emi Stikkelman (32), dochter van een donor, was al sinds haar 16de op zoek, en had al behoorlijk wat resultaat geboekt.

EMI STIKKELMAN «Het was lang improviseren. Ik heb bijvoorbeeld ooit een oproep gedaan in ‘Spoorloos’ – tevergeefs. Een interview in de Volkskrant leverde wel wat op. Een meisje contacteerde me omdat ze veel in mijn verhaal herkende, ongeveer even oud was en in dezelfde kliniek verwekt was: ‘Ik denk dat wij zussen zijn.’ Toen we koffie gingen drinken, geloofde ik het ook: we hadden meteen een geweldig goeie band. We deden samen een DNA-test, en ja hoor: we bleken dezelfde vader te hebben. Dat heeft ontzettend veel voor me betekend. Het zwarte gat was een poos opgevuld. Ik vond het heerlijk om samen te vergelijken op welke manieren we op elkaar leken en wat we niet deelden met onze ouders.


'Eigenlijk had ik niet moeten bestaan. Ik vind niet dat ik op deze manier geboren had mogen worden'

null Beeld

»Toch bleef het gemis aanwezig. Ik vond ook dat ik het recht had om mijn vader te kennen. Mijn zusje was iets pragmatischer: zij had een kosten-batenanalyse gemaakt en wilde niet zoveel tijd en energie steken in iets dat hoogstwaarschijnlijk geen resultaat zou opleveren. Maar voor mij werd het een beetje een obsessie. Er was geen andere weg.»

De doorbraak komt er als Emi zich aanmeldt bij de DNA-databanken. Er is een match. In Australië, zowaar.

STIKKELMAN «Ik ben daar toen ook geweest, en heb die vrouw ontmoet. Ze was erg lief en behulpzaam.»

LEIJS «Het bleek een achternicht van Emi’s vader – haar oma was een zus van Emi’s overgrootoma, om precies te zijn.»

Vervolgens begint het meticuleus uitvlooien van de stamboom.

LEIJS «Het kon een Australische student zij die ooit in Leiden gestudeerd had, en daar sperma gedoneerd had – dat was alles wat Emi wist over haar natuurlijke vader: dat hij indertijd waarschijnlijk student was in Leiden. Maar die Australische vrouw bevestigde ons dat ze Nederlandse ouders en grootouders had, en bezorgde ons de namen.

»Ze had ook een deel van de stamboom van haar familie, waardoor we meteen al wat mensen konden wegstrepen. Toen duidelijk werd dat we in de familie van haar oma moesten zoeken, heb ik via archiefonderzoek alle broers en zussen van die oma gezocht. En zo weer verder: met wie ze getrouwd waren, wie hun kinderen waren. Tot ik in het heden belandde, waar privacywetten archiefonderzoek beletten. Op zo’n moment is het handig dat ik detective ben: ik weet mijn weg in allerlei databases.

»Uiteindelijk bleven er nog een paar mogelijkheden over. Ik bezorgde Emi alle familienamen, en die legde ze naast een almanak van de universiteit van Leiden uit het jaar waarin ze verwekt werd. En ja: bingo.»

undefined


Het is goed, meisje

Emi Stikkelman is dus het eerste donorkind – ‘Wat een knullige term toch: alsof ik nog niet volwassen ben’ – uit de Lage Landen dat haar natuurlijke vader vond na DNA-onderzoek.

HUMO Maar wat dan? Hoe benader je die man?

LEIJS «Er zijn cliënten die mij vragen om het eerste contact te leggen. Vaak is dat geen overbodige luxe, want vader en kind verwachten soms andere dingen van elkaar. Maar Emi heeft graag de controle en regelde het helemaal zelf.»

STIKKELMAN «Mijn zus en ik hebben toen heel goed nagedacht over onze volgende stap. We konden een brief sturen, maar dat leek ons geen goed idee. Te onpersoonlijk, en wat als we geen antwoord zouden krijgen? Ik wilde toch ook een beetje mijn recht claimen: als mijn vader niets met me te maken wilde hebben, mocht hij dat wel recht in m’n gezicht zeggen. Want uiteindelijk zou ik een afwijzing wel aanvaard hebben. Je kunt nu eenmaal niet in iemands tuin gaan kamperen. Maar ik wilde het van hém horen, en ik vond dat hij mijn zus en mij in levenden lijve moest zien.»

En dus boeken Emi en haar zus een afspraak op zijn werk – hun vader is hulpverlener.

STIKKELMAN «We vroegen een gesprek aan om het over ‘de problematische relatie met onze ouders’ te hebben. Niet gelogen, dus (lacht). En ja, ik weet dat veel mensen het niet vinden kunnen dat je zomaar binnenvalt bij je natuurlijke vader. (Ferm) Dat is dan hun probleem: ík vind het niet kunnen dat mijn ouders mij via spermadonatie hebben verwekt.

»Ik ben nog nooit in m’n leven zo zenuwachtig geweest als toen, in de wachtkamer bij m’n vader. Daar, een deur verder, zat hij: de man naar wie ik al zeventien jaar op zoek was, en die ik al meer dan dertig jaar miste. Toen mijn zus en ik bij hem binnengingen, begon ik te huilen. Jarenlang had ik te horen gekregen dat hij niet gevonden wilde worden – die verzekerde anonimiteit, weet je wel. Jarenlang had ik me voorbereid op afwijzing: ‘Ik wil helemaal jouw vader niet zijn.’ Terwijl je natuurlijk niet afgewezen wilt worden door je vader. Nee, je wilt geknuffeld worden, je wilt dat hij ‘Het is goed, meisje’ in je oor fluistert.»

'Veel mensen vinden het niet kunnen dat je zomaar binnenvalt bij je natuurlijke vader. Dat is dan hun probleem'

Maar kijk: in het bureau van hun vader ontwikkelt zich voor Emi en haar zus het voorzichtige begin van een vader-dochterrelatie.

STIKKELMAN «Hij reageerde goed! Al na een halfuur zei hij, met een prettige, bijna bewonderende blik in zijn ogen: ‘Nou, hier zit ik dus naar twee biologische dochters van me te kijken.’ Twee dagen na het gesprek kregen we een lieve mail: hij had zijn ogen niet kunnen afhouden van de foto’s die we hem bezorgd hadden en hij wilde het contact onderhouden.»

Dat gebeurt ook: Emi en haar zus gaan enkele keren met hun vader uit eten.

STIKKELMAN «Ik kan het nog het best beschrijven als een soort van verliefdheid. Je bent plots enorm met iemand bezig, je wilt alles van hem weten, je leeft in een bubbel met die ene persoon. Voor de eerste keer een knuffel van mijn vader krijgen, dat voelde fijn en bizar tegelijk. Eindelijk die bevestiging van hem: ‘Het is oké dat je er bent.’

»In het begin dacht ik: de stoel van de vader is altijd leeg geweest, ga daar dus maar zitten. Maar al snel kwam ik erachter dat dat niet zomaar kan. Hij moet op een stoel ernaast. Want ook al voelt het zo wel, we hebben geen geschiedenis samen. En dus moeten we op zoek naar wat we precies van elkaar willen. Ik heb ’m enkele keren ‘pap’ en ‘vader’ genoemd, maar dat voelde wat bevreemdend. Ik noem ’m nu meestal gewoon bij zijn voornaam. Maar tegen anderen heb ik het wel consequent over ‘mijn vader’.

»We gaan niet krampachtig proberen om tijd in te halen. In zekere zin is het gemis zelfs nog gróter geworden. Vroeger fantaseerde ik er gewoon een vader bij. Nu stel ik me mijn hele jeugd voor met hém – die aardige, fijne man. Maar begrijp me niet verkeerd: ik ben zielsgelukkig dat ik hem gevonden heb. De meeste mensen hebben een hele hoop dingen op hun bucketlist, bij mij stond er één wens op. Als ik nu doodga, is m’n missie tenminste volbracht.»

HUMO En je hebt nóg een bijzondere ontmoeting op je programma.

STIKKELMAN «Binnenkort stel ik m’n ouders aan elkaar voor. Beiden zijn heel nieuwsgierig, en ik wil het ook graag. Dat wordt een heel bizar moment. De meeste ouders hebben het toch minstens éventjes goed met elkaar kunnen vinden – al was het maar voor één nacht. Maar de mijne hebben elkaar nooit gekend. Zij gaan binnenkort de persoon ontmoeten met wie ze al 33 jaar een kind hebben: een beetje absurd is het wel, ja.»

undefined


Donor in België

In België is de anonimiteit van spermadonoren nog steeds wettelijk gegarandeerd – al is de optie om met een gekende donor te werken wel toegestaan. Maar dat het in veel gevallen dus nog altijd om een anonieme donor gaat, is wraakroepend. Dat vindt althans Stephanie Raeymaekers, één van de Belgische vertegenwoordigers van de stichting Donor Detectives.

STEPHANIE RAEYMAEKERS «Gewaarborgde anonimiteit gaat lijnrecht in tegen het fundamentele basisrecht om je afstamming – je beide biologische ouders, dus – te kennen. En er is ook een pragmatisch argument: eigenlijk worden spermadonoren belogen, net als eicel- en embryodonoren, want door de nieuwe DNA-technieken kún je die anonimiteit gewoonweg niet meer garanderen.»

Er werden in het federaal parlement al drie wetsvoorstellen voorbereid die elk in meer of mindere mate de anonimiteit willen opheffen, maar de boel zit muurvast. In Nederland is er wél al zo’n wet. Sinds 2004 is de anonimiteit van de spermadonor niet meer gegarandeerd. Een kind kan op z’n 12de een donorpaspoort met ‘niet-identificeerbare informatie’ bekomen over de natuurlijke vader, en op z’n 16de een aanvraag indienen om in contact te komen met hem. Maar die wet voldoet niet, vindt Emi.


'Als iemand jouw DNA wil, dan zal-ie het krijgen. Ik hoef maar gewoon je glas mee te jatten en ik heb het al'

null Beeld

STIKKELMAN «Het is geen oplossing voor wie – zoals ik – geboren is vóór die wet gestemd werd. Er is wel een databank waar donoren van voor 2004 zich vrijwillig kunnen aanmelden, maar dat kost veel, en er gaat veel mis.»

LEIJS «De databank van de Stichting Fiom is dat. Maar die functioneert heel slecht, er worden geregeld matches gemist. Op korte tijd heb ik meegemaakt hoe drie van mijn cliënten niet gelinkt werden aan hun vader, of aan hun halfbroers en -zussen, terwijl die ook in de database zaten.»

STIKKELMAN «En ook bij wie na 2004 geboren is, stellen er zich problemen. Je moet immers zelf je aanvraag doen. En dus: wéten dat je een donorkind bent.»

LEIJS «Klopt. Het is niet zo dat je op je 12de verjaardag een telefoontje krijgt van de overheid: ‘Gefeliciteerd, je bent een donorkind! Je kunt het donorpaspoort opvragen.’ Er zijn nog altijd erg veel kinderen aan wie het niet verteld wordt. Vroeger werd daar zelfs op aangedrongen: ‘Zeg het tegen niemand, en zéker niet tegen je kind.’»

Eefje Habets (33) is zo iemand tegen wie gelogen is. Ze groeide op in een gezin met een vader en een moeder.

EEFJE HABETS «Maar op heel jonge leeftijd vroeg ik me al af of mijn papa wel mijn echte vader was. Ik had een slechte band met hem, en ik leek ook op niemand in de familie. Daar kwamen kwetsende grapjes van – ik kreeg weleens te horen dat ik een kind van de melkboer was. Ik herinner me nog hoe ik die melkboer vanuit de gang stond te bestuderen toen hij langskwam.

»Ik was 15 toen ik achter de waarheid kwam. Mijn zus, die drie jaar ouder is dan ik, had toen een vriend met wie ze het al over kinderen had. Maar omdat onze vader een dwerg was, wilde ze weten hoe het zat met erfelijkheid. Mijn moeder stond met haar rug tegen de muur, en moest ons vertellen dat ze indertijd – samen, zegt ze – voor spermadonatie hadden gekozen, net om te vermijden dat het gen zou doorgegeven worden.

»Ik was opgelucht, want ik had mezelf altijd de schuld gegeven van de slechte band met mijn vader. Toen uitkwam dat er geen genetische verwantschap was, kon ik dat hoofdstuk afsluiten. Dat was handig, want twee jaar eerder waren mijn ouders gescheiden. Mijn vader wandelde de deur uit, en ik heb hem sindsdien nooit meer gesproken.»

HUMO Was er nog meer dat niet helemaal klopte?

HABETS «Mijn zus en ik zijn tegenpolen – we lijken echt niet op elkaar. Maar mijn moeder bleef volhouden dat we dezelfde donor hadden, en dus volle zussen van elkaar waren. Op m’n 28ste verzamelden mijn zus en ik onze moed: we zouden een DNA-test ondergaan. Toen onze moeder daarvan hoorde, bekende ze dat we halfzussen waren.

»Tot dan was het allemaal niet zo’n issue geweest. Maar dat ze ons twee keer belogen had, triggerde mijn boosheid. Rond mijn 30ste ging het me allemaal heel erg bezighouden. De belangrijkste persoon in mijn leven had me de hele tijd lopen beliegen: dat is hard, hè?»

Intussen is Eefje ook op zoek naar haar natuurlijke vader, onder meer via de DNA-databanken.

HABETS «Ik heb weinig aanknopingspunten, ik word er soms een beetje moedeloos van. Maar als het ooit lukt, zal het natuurlijk allemaal de moeite geweest zijn. Het zou zo fijn zijn om mijn vader eens te zien, om te horen hoe zijn stem klinkt, om te zien hoe hij beweegt. Ik wil gewoon weten wie hij is en hoe hij zijn leven heeft geleid.

»Ik mis een deel van mijn roots én ben opgegroeid met leugens. Ik vind wel dat ik daardoor beschadigd ben, ja. Maar het is niet zo dat al mijn geluk is gestolen. Ook als ik m’n vader nooit vind, zal ik een gelukkig mens zijn. Maar toch zal ik het wel altijd frustrerend blijven vinden. Het voelt alsof ik niet volledig ben.»

HUMO Misschien vind je ook wel halfbroers en -zussen.

HABETS «Dat schrikt me wat af. Ik wil ze wel leren kennen, maar stel je voor dat het er veel zijn? Dan wordt het toch ingewikkeld. Je krijgt er dan plots zoveel relaties bij.»


Tweede keuze

STIKKELMAN «De vrouw van mijn vader heeft nooit geweten dat hij spermadonor was, al heeft hij het haar nu wel verteld. Ze hebben nooit kinderen gewild, maar voor zijn vrouw komt dat nu wel in een heel ander perspectief te staan. Het is heel moeilijk. Ze vreest ook dat ze straks 25 kinderen aan de kerstdis krijgt. We weten dat er naast mijn zus en ik nog zeker vier kinderen van hem zijn – omdat hun moeders alleen mijn vader als donor hadden. En er zijn er 28 waarbij hij één van de drie donoren was. Want dat gebeurde dus, hè, ook bij mijn moeder trouwens: dat een vrouw in één cyclus zaad van drie mannen ingespoten kreeg. Zolang ze maar zwanger raakte. Van wie, dat maakte niet uit. Vaak gebeurde het ook met vers zaad, van de donor van de dag. Zo ging het ook bij mij. Ik weet dus dat mijn vader zich op 14 december 1983 heeft afgetrokken. Dat was een mooie dag, pa! (schatert)

'Dat je er vrede mee hebt om je zaad te verspreiden zonder te weten waar het terechtkomt. Dan heb je toch niet doorgedacht'

»Enfin, de andere kinderen van mijn vader dus: het zijn er maximaal 32. Voor hem was dat jarenlang iets abstracts, maar dat is veranderd sinds twee van zijn kinderen een gezicht hebben. Mijn zus en ik willen onze halfbroers of -zussen graag vinden. Ze hebben evenveel recht om hun vader te kennen, en we zijn nieuwsgierig naar wie ze zijn. Tegelijk zijn we ook wel bang, omdat het heel ingrijpend kan zijn. Mijn zus en ik zijn zes jaar bij elkaar, en het is allemaal heel intens. Ik weet niet of daar makkelijk nog iemand bij kan. Wat ook meespeelt: je wilt toch een beetje uniek zijn, niet één van de dertig. Maar toch: we zoeken verder.»

HUMO Hébben ze dat recht? De spermadonors is natuurlijk wel anonimiteit beloofd.

STIKKELMAN «Ze hebben wel iets heel dubieus gedaan. Daar hoeven ze toch niet voor beloond te worden? Mijn vader begreep aanvankelijk ook niet waarom ik zo boos was. Hij had het toch uit altruïsme gedaan? Dat is wel lekker makkelijk, zeg: je geeft je kind weg en vervolgens laat je je erop voorstaan dat je de wereld helpt. Terwijl je er dus voor gekozen hebt om niet voor je kinderen te zorgen, en je er klaarblijkelijk vrede mee hebt om je zaad te verspreiden zonder te weten waar het terechtkomt. Ik heb mijn vader rechtuit gezegd dat hij daar toch allemaal niet over doorgedacht heeft.

»Bovendien: in de tijd dat ik verwekt werd, was anonimiteit de standaard. Het was niet iets dat donoren eisten. Wij krijgen steeds maar te horen dat onze vaders ervoor gekozen hebben om géén band te hebben, om niets te zijn voor ons. Wel, ik heb mijn vader dus na zeventien jaar zoeken gevonden, en hij wil zelfs méér van mij dan ik van hem.»

HABETS «Mensen veranderen ook. Iemand doneerde toen hij twintig was, en wilde er verder niets mee te maken hebben. Maar misschien is hij intussen dertig, en vraagt hij zich wel af wat voor mensen zijn kinderen zijn? En of hij een band zou kunnen hebben met hen?»

STIKKELMAN «Onze boodschap aan de donors die gezocht worden door hun kinderen is hoe dan ook: we gaan je vinden. Hoe meer mensen hun DNA laten registreren, hoe makkelijker het wordt. Al is het beste scenario toch een donor die zich meldt, en vervolgens sociale begeleiding bij het kennismakingsproces. Ik vond het doodeng om op de stoep bij mijn vader te staan.»

Het is niet bekend hoeveel donorkinderen naar hun vader op zoek zijn.

LEIJS «Er zijn mensen die zeggen dat het ze niet uitmaakt. ‘Ik weet wie ik zelf ben, en dus hoef ik niet te weten wie mijn vader is.’ Maar het merendeel heeft er wél behoefte aan. Dat is ook natuurlijk, denk ik. Als je in de spiegel kijkt, zie je iets bekends. Iets dat geschiedenis heeft. Maar wie een biologische ouder niet kent, ziet iedere dag een lacune: de helft van je afkomst is een mysterie.

»Het spijt me het te zeggen, maar liefde is niet genoeg.»

STIKKELMAN «Natuurlijk moet je in een warm nest opgroeien, en natuurlijk moet je liefde en tederheid krijgen. Maar wat zo pijnlijk is, is dat alles wat met biologische afkomst te maken heeft zo weggemoffeld wordt, alsof dat er niet toe doet. Het enige wat wij willen, is die zijde van de medaille tonen.»

HABETS «Het klopt niet dat afkomst onbelangrijk is. Want bij elke kraamvisite staat iedereen wel hetzelfde te kraaien: ‘O, de neus heeft-ie van z’n vader!’ En later: ‘O, dat heb je echt van je moeder.’ Mensen refereren de hele tijd aan erfelijkheid, maar in ons geval is het plots niet meer relevant. Dat vind ik superirritant.»

STIKKELMAN «Als DNA toch niet belangrijk is, waarom krijgen ouders na de bevalling dan niet gewoon een willekeurige baby mee naar huis? Als het toch alleen maar belangrijk is dat je in een warm nest opgroeit? Maar zo werkt het natuurlijk niet: je wilt niet eender welke baby.»

Het potje troost dat vaak voor donorkinderen geschonken wordt: dat ze er op z’n minst zeker van zijn dat ze zeer gewenst waren.

STIKKELMAN «Ik mag inderdaad aannemen dat mijn moeder niet per ongeluk een fertiliteitskliniek is binnengelopen. Maar wat koop ik daarmee? De waarheid is dat ik tweede keuze was. Want alle ouders willen het allerliefst een kind met z’n tweeën – ook de holebistellen, ook de alleenstaande moeders. Als dat om welke biologische of relationele reden dan ook niet lukt, dan ben je als donorkind een goedmakertje.

»Als je niet eerlijk bent over de afkomst van je kinderen, als je je kind niet steunt als het wil weten wie z’n vader is, als je zegt dat biologie er niet toe doet, dan doe je aan kindermishandeling.»

HUMO Betekent dat dan dat jullie tegen elke vorm van spermadonatie zijn?

LEIJS «Ik ben niet per definitie tegen doneren. Wel tegen geheimhouding: een kind hoort het zo vroeg mogelijk te weten, en zou op zijn twaalfde al zijn vader moeten kunnen ontmoeten.»

STIKKELMAN «Ik begrijp dat een kinderwens een oergevoel is, vergelijkbaar met mijn drang om te weten wie mijn vader is. En ik kan me best verbeelden dat je daar ver in gaat. Net daarom denk ik dat het goed is dat het begrensd wordt. Dat de maatschappij zegt: met bepaalde dingen kunnen we je helpen, maar een anonieme donor gaat te ver. Dat doen we níét.»

undefined


Recht op kinderen

HUMO Heeft iedereen dan niet het recht om kinderen te krijgen?

STIKKELMAN «Neen. Ik vind niet dat dat een verworven recht is.»

HABETS «Het recht om goed voor je kinderen te zorgen, dát heb je.»

STIKKELMAN «Kijk, mensen zeggen altijd dat het zo bijzonder is om een kindje te krijgen. Maar tegelijkertijd wringen ze zich in de meest onpersoonlijke bochten om er toch maar voor te zorgen dat dat kindje er komt. Terwijl je op een bepaald moment misschien gewoon moet inzien dat het je niet gegeven is. Ik snap wel dat je het niet na twee keer proberen opgeeft, dat het een slopend traject is vol verdriet en rouw. Maar als ik absoluut minister-president van Nederland wil worden, kan ik op een bepaald moment ook tot de vaststelling komen dat het er niet in zit. Niet alles is maakbaar.»

HABETS «Die dwangneurose – ‘Een leven is pas af als het doorgegeven is’ – moet uit onze samenleving.»

STIKKELMAN «Als je tien jaar lang heel je ziel en zaligheid legt in het fabriceren van een kind, er duizenden euro’s aan besteed hebt en emotioneel heel diep bent gegaan, dan zit er een enorme druk op dat kind. Het móét episch worden, dat nieuwe leven. Is dat zo gezond?»

Ze zetten hun visie met veel vuur uiteen. Dat levert een eigenaardige paradox op: eigenlijk pleiten Emi en Eefje tegen hun eigen leven.

STIKKELMAN «Ik ben daar heel consequent in: ik had niet moeten bestaan. Niet dat ik geen fijn leven heb, hoor. Ik heb het geweldig naar m’n zin, en ik ben absoluut niet van plan om van een brug te springen. Maar ik vind niet dat ik op deze manier geboren had moeten worden. Ik vind niet dat de fertiliteitsindustrie, de overheid en mijn moeder voor mij mochten bepalen dat mijn vader niet nodig was. Dat is fundamenteel niet oké.

»Die vader is er nu – gelukkig. Maar ik wilde dat hij er geweest was toen ik 3 was en voor het eerst naar school moest, toen ik proefwerken had, toen ik een jaar in het buitenland ging studeren. Dat hij me m’n eerste autorijles had gegeven, en dat hij me getroost had op de momenten dat ik op de lelijkheid van het leven botste. We zullen dat nooit kunnen inhalen, maar er komt wel iets in de plaats: de fijne, voorzichtige zoektocht naar hoe we op latere leeftijd toch nog iets moois voor elkaar kunnen zijn: vader en dochter.»

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234