'Docteur Plastique' Jacques Vandeput: 'Als patiënten mij om een geslachtsoperatie vragen, lach ik hen uit. Om hen te ontmoedigen'

De flamboyante Jacques Vandeput (79), één van de oudste plastisch chirurgen van het land, maakte de opgang van die mooimakerij vanop de eerste rij mee.

'Je moet een esthetische ingreep voor jezelf doen, niet om je partner gelukkig te maken'

In de hal van zijn privépraktijk in Hasselt hangen vergeelde foto’s van kleine en grote sterren die hij mooier heeft gemaakt. ‘Hier hing een gehandtekende foto die Mohammed Ali me gaf uit dankbaarheid.’ Hij wijst naar een donkere rand in het behangpapier, het enige wat er vandaag van overblijft. ‘Maar die is gestolen.’ In een oud krantenartikel prijkt Ali nog wel, naast Luc Appermont, Agnetha van ABBA, Marvin Gaye en Diana Ross. ‘Diana is nog een liefje van mij geweest,’ voegt Vandeput er schalks aan toe. ‘Maar schoonheid is niet alles: je moet ook hersenen hebben. Dat was bij dat brave kind niet het geval. Maar dat mag ik niet zeggen over een ex-lief, zeker?’

Over enkele weken wordt Vandeput 80 en hij werkt nog altijd. Al herinnert zijn royaal bemeten wachtkamer met gedateerde en verkleurde tijdschriften vooral aan vervlogen tijden. ‘Toen zat het hier altijd vol.’

HUMO Moeten plastisch chirurgen niet met pensioen gaan?

Jacques Vandeput «Het is een vrij beroep, dus waarom zou ik stoppen? In het ziekenhuis werk ik niet meer, vandaag doe ik vooral nog borstvergrotingen bij vrouwen en neuscorrecties bij mannen. Ik werk verder omdat ik het gráág doe. Ik denk ook nog elke dag na over hoe ik technisch iets kan verbeteren.

»Geneeskunde was bij mij trouwens een toevallige keuze. Ik wilde niet per se dokter worden om mensen te helpen. Eigenlijk wou ik ingenieur worden. De positieve wetenschappen trokken mij aan. Daarom heb ik ook nog fysische scheikunde gestudeerd. Tot voor kort doceerde ik het vak elektronica aan industrieel ingenieurs.»

HUMO Bent u chirurg geworden omdat dat het beroep van ingenieur het dichtst benadert?

Vandeput «Misschien wel, chirurgie komt van het Oudgrieks en betekent letterlijk handwerk. Bij mij moet je niet aankomen met begrippen als de ziel of het hiernamaals. Plastisch chirurgen zijn doeners, dat past bij mij.»

HUMO U begon op uw 16de al geneeskunde te studeren en trok in 1958 als student naar de VS. Nu is daar studeren bijna een must, toen was dat iets voor pioniers. Wou u daar het vak leren?

Vandeput «Nee, het ging eerder toevallig. Nadat ik een tijd in Congo had gezeten, had ik de reismicrobe en de zin voor avontuur te pakken. Toen ik de kans kreeg om stage te lopen in de VS, heb ik die meteen gegrepen. Dat was niet voor iedereen weggelegd, enkel voor de goeie studenten zoals ik.

»Uiteindelijk ben ik in Detroit bij enkele plastisch chirurgen terechtgekomen. Zij vonden dat ik daar thuishoorde. En ze vertrouwden mij ook. Ik mocht neuzen weer rechtzetten. Het bood mogelijkheden, je mocht inventief zijn. Bij gewone chirurgie moest je darmen of een appendix opereren, dat vond ik maar saai.»

'Je kunt een geslachtsverandering wel uitvoeren als chirurgische oefening, maar ik denk niet dat je daar mensen mee helpt'


Plantrekkerij

HUMO Wat moet ik me voorstellen bij plastische chirurgie in de jaren 60?

Vandeput «Dat leunde toch al fel aan bij wat plastische chirurgie tegenwoordig inhoudt. Ik moest van alles leren: misvormingen na ongevallen herstellen, gespleten gehemeltes opereren, maar ook brandwonden verzorgen, huid overplanten... Ik kwam in het brandwondencentrum in Atlanta terecht. Daar moest ik de hele dag tapisseren: huid plakken over brandwonden.

»Op den duur dacht ik: dat moet beter kunnen, en ik begon wat te experimenteren met proefdieren. Ik nam kleine stukjes huid, stak die in een mixer en maakte er een soort gelei van, die ik dan over de brandwonde uitsmeerde, zodat de huid weer dichtgroeide. Dat werkte! Maar omdat het toch veeleer kleine brokjes huid waren en geen echte pasta was dat niet mooi. Het resultaat was te hobbelig. Maar mijn dierproeven trokken wél de aandacht van een andere chirurg, dokter Tanner. Hij wou meedoen.»

HUMO Dat is de man met wie u later een nieuwe techniek hebt uitgevonden om brandwonden te behandelen.

Vandeput «Ja, één dag per week gingen we samen aan de slag. Niet officieel aan de universiteit, omdat je dan eerst een beurs moest aanvragen en die tijd had ik niet. Maar ik vond mijn proefdieren wel in de afdeling veeartsenij. Dat mocht eigenlijk niet, dus zette ik af en toe in ruil een overreden hond of kat weer in elkaar. Voor wat, hoort wat, zeg ik altijd. Plantrekkerij.

»Nu goed, Tanner had een idee om het probleem van die brokjes op te lossen. Hij at graag een goeie steak en had thuis een metalen hamburgergrill. Zo’n grill wordt gemaakt met een machine die eerst kleine sneetjes maakt in het metaal en dat materiaal vervolgens opentrekt. Als we die techniek nu eens gebruikten? Als je een stuk huid volgens de juiste wiskundige formule versnijdt en daarna opentrekt, kun je zo van een kleine hoeveelheid huid een veel groter netje maken: de mesh skin graft was geboren. Daardoor kunnen we nu met een klein stukje huid een veel grotere oppervlakte overspannen.»

Hij staat op en begint te rommelen in zijn archiefkast tot hij een wetenschappelijk artikel met foto’s vindt.

Vandeput «Kijk, zo ziet ons machientje eruit. Die techniek wordt nu nog steeds overal ter wereld gebruikt.»

HUMO Het lijkt op een gehaktmolen. Toch niet zo gek dat jullie soms de bijnaam slagers toebedeeld krijgen.

Vandeput «Wij zijn geraffineerdere slagers: wij grijpen in met een duidelijk doel om iets te verbeteren. Maar het vergt ook heel wat denkwerk. En je moet wiskunde kennen.

»Nu, dit lijkt een beetje op een gehaktmolen, maar het origineel had meer iets van de wasmachine van onze grootouders. Zij wrongen er natte kleren mee uit, wij zetten her en der gekartelde mesjes in de trommel zodat die huid in stukjes kon snijden. De eerste op wie we dat uitgeprobeerd hebben, was een mens. Een neger.»

HUMO Excuseer?

Vandeput «Ik werkte toen in het zuiden van Atlanta. Die man liep al negen maanden rond met een open brandwonde. Ons systeem werkte perfect.»

HUMO Het was toch niet omdat hij zwart was dat u hem als proefkonijn gebruikte? Het had ook een blanke kunnen zijn?

Vandeput «Ja, op zich was dat toeval, maar zwarten belandden gewoon vaker in het ziekenhuis omdat ze gevaarlijke dingen deden; ze kwamen meer in aanraking met messen en geweren. Later heb ik die techniek ook vaak bij blanken toegepast.

»Nu goed, onze techniek was een revelatie. Al waren we niet graag gezien omdat we die experimenten in een dierenkliniek hadden uitgevoerd en niet aan de faculteit geneeskunde. Maar mijn vriend Tanner had dat goed bekeken. Aan de universiteit kun je geen patent krijgen, en wij konden dat toen wel: daardoor hoef ik eigenlijk al niet meer te werken sinds ik 30 ben. Ik was toen ook de jongste plastisch chirurg van heel Amerika.»


De eerste facelifts

HUMO Hoeveel plastisch chirurgen telde ons land toen u midden jaren 60 terugkeerde naar België?

Vandeput «Erg weinig. De bekendste was dokter W. Cowell in Antwerpen, een Britse legerchirurg. Hij had zoveel burgerslachtoffers van de vliegende bommen uit de Tweede Wereldoorlog verzorgd, dat hij hier mocht blijven om zijn patiënten verder op te volgen. Hij verrichtte algemene chirurgie, maar ook een soort plastische chirurgie. Hij deed dat goed, was betrouwbaar. Hij maakte vooral reconstructies na bommenletsels, maar behandelde later ook patiënten na verkeersongevallen. In Brussel had je ook nog een neus-, keel- en oorspecialist die gaandeweg neuzen begon recht te zetten en die hazenlippen behandelde.»

HUMO En welke ingrepen verrichtte u?

Vandeput «Ik paste hier toe waar ik in Amerika groot mee geworden was. Ik heb mijn techniek voor huidtransplantaties voor het eerst toegepast in Genk. Maar daar mocht ik alleen operaties doen die terugbetaald werden door het ziekenfonds. Ik begreep al snel dat ik daar weer weg moest, omdat ik ook esthetische chirurgie wou doen. Dat hoort er nu eenmaal bij.»

HUMO Speelde geld ook een rol?

Vandeput «Ja, natuurlijk. Behalve huidtransplantaties deed ik in het begin ook veel hazenlippen, maar ook facelifts bij oudere dames. Zoiets was toen nog verdacht, hè. (Begint te fluisteren) Facelifts waren voor ijdele mensen, roddelde men. Ik was de eerste arts in Hasselt die consultatie hield in een gewoon kantoor. Patiënten liepen mijn deur eerst voorbij. Ze glipten pas binnen als ze zeker waren dat niemand hen kon zien. Ze vroegen ook of ik hen voor een andere ingreep wou inschrijven in het ziekenhuis, en vooral om tegen niemand te zeggen dat ze bij mij waren geweest.

»Mond-tot-mondreclame deed de rest. Na een tijd heb je een zekere naam. Ik heb jarenlang één van de grootste praktijken van België gehad. En zelf deed ik toch zo’n 800 operaties per jaar. Ikzelf, hè. Dat zijn er vijf tot zes per dag.»

'Ik gebruikte bij mijn operaties vaak ketamine als bijkomend verdovingsmiddel, dat is verwant aan lsd'


Zoals de koeien loeien

Vandeputs stijl zinde niet iedereen. Toen ‘Koppen’ in 2000 onder de titel ‘De plastische slager’ een bijgewerkte RTBF-reportage uitzond die Vandeput aan het werk toonde, kostte het hem zijn job in een Hasselts ziekenhuis. Hij werd neergezet als een cynische versnijder die zijn patiënten achter hun rug uitlachte en politiek incorrecte uitspraken deed. Kijkers reageerden vooral geschokt op een scène waarin hij over een patiënte die kreunde van de pijn zei dat ze loeide als een koe. Vandeput eiste een schadevergoeding bij de rechter, de VRT bond in en beloofde de uitzending niet te herhalen.

HUMO Begrijpt u intussen dat mensen aanstoot namen aan die scène?

Vandeput «U weet niet alles. Die vrouw was aan het dromen. Ik gebruikte bij mijn operaties vaak ketamine als bijkomend verdovingsmiddel, zodat ik mijn patiënten niet onder volledige narcose hoefde te brengen. In de VS doen ze dat ook, maar hier beschouwen anesthesisten dat als broodroof. Nu, ketamine is verwant aan lsd. Als je dat krijgt, maak je een trip. Sommige patiënten krijgen er een black-out van, anderen beginnen te dromen of honderduit te praten. Je hebt er ook die beginnen te schreeuwen (stoot een dierlijk geluid uit). Tja, zo doen de koeien dat ook. Ze loeien.»

HUMO De publieke opinie was verontwaardigd dat u zo over patiënten sprak, maar u noemde het een grap.

Vandeput «Sommigen vonden het heel grappig, anderen aanstootgevend. Het is maar hoe je het opneemt. Het is het resultaat van de ingreep die telt. En dat was goed.

»Ik heb nooit problemen gehad na ingrepen, nooit sterfgevallen. Dat kan niet iedereen zeggen. Soms moeten mensen enkele dagen beademd worden, soms gaan ze in shock, maar bij mij niet.

»Ik verneder niemand, ik doe gewoon mijn werk. Die patiënten waren tevreden. Ik verdenk sommigen er zelfs van dat ze terugkeren voor kleine prullen omdat ze die ketamineroes weer willen.

»Ik heb die aanpak niet uitgevonden, hè, dat medicijn wordt in de hele wereld gebruikt. Dierenartsen verdoven er katten of honden mee, al gebruiken ze wel een zwaardere dosis. Daarom willen junkies, als ze het kunnen vastkrijgen, ook liefst een veterinaire dosis. Maar dat spelletje speel ik niet mee.»

HUMO U gebruikte ook een zelfgemaakte vetafzuigmachine voor liposucties.

Vandeput «Ja. In het ziekenhuis werkten ze met perslucht, maar ik maakte een systeem met ventielen waardoor ik positieve druk omzette in zuigkracht. Zo trok ik het vet naar buiten.»

HUMO Waarom maakte u dat zelf?

Vandeput «Die ziekenhuistoestellen werkten niet goed genoeg voor mij. Ik ben een moeilijke jongen en ik heb een slecht karakter. Dus dacht ik: I will do it my way.»

HUMO Ook al is het totaal onorthodox?

Vandeput «Als het maar werkt, hè. En het werkte. Ik gebruik dat nu nog.

»Ja, ik ben een eigenaardige dokter die zelf machientjes maakt. De brave jongens gebruiken voor liposucties heel dunne zuigslangetjes. Maar als je een goeie brok vet wil weghalen, heb je een dikke buis nodig. Ik heb nu een nieuw systeem met twee buizen én water. Je kunt vet meetrekken met het water. Ik ontwikkel dat aan de ingenieursschool.»

HUMO Collega’s keuren uw aanpak niet altijd goed.

Vandeput «De anderen keuren het af omdat ze niet begrijpen hoe het werkt. Waarom zou ik voor een schaar trouwens tien keer zoveel moeten betalen bij een leverancier van chirurgisch materiaal, als ik een soortgelijke schaar in een grootwarenhuis kan kopen? Het is toch maar om een draadje mee door te knippen? Als dat steriel en proper is, is dat toch prima? Zolang het maar werkt.»

'Ik ben de goedkoopste plastisch chirurg van België: ik heb het geld niet nodig'

Even later troont hij me mee naar zijn tweede bureau. Daar wijst hij naar een kast waar een doodshoofd op ligt, met nog twee tanden. ‘Dat is mijn grootmoeder,’ zegt Vandeput. Ik sta verstomd en vraag of hij die schedel wel mag hebben. Hij houdt zijn wijsvinger voor zijn mond en glimlacht. Maar hij wil mij iets anders tonen: hij wijst naar enkele oude filmspoelen die in de kast stof liggen te vergaren. Op één ervan staat ‘Docteur Plastique’ geschreven. ‘Dat zijn de tv-opnames waardoor ik in de problemen ben gekomen.’ Hij knipoogt. ‘De originele. Och, die hele heisa heeft mij niet echt geraakt. Zoals ik al zei: ik ben een plantrekker. Altijd geweest.’


Leve de middelmaat

De concurrentie is alleen maar groter geworden. Wat vindt Vandeput daarvan? ‘Vandaag schieten de kliniekjes voor esthetische chirurgie overal als paddenstoelen uit de grond, maar ik bemoei me er niet mee. Vroeger mocht je geen prijzen vermelden, maar ik heb daar weinig scrupules over. Ik ben de goedkoopste van België. Ik heb het geld niet nodig.»

HUMO Hoeveel vraagt u dan voor een facelift?

Vandeput «2.000 euro voor een facelift van de wangen en eventueel de hals erbij. (Diept een prijslijst van een collega op) Deze vraagt 2.200 euro voor een minilift. Facelift: 4.000 euro. Face- en halslift: 6.000 euro. Ge ziet: ik heb gelijk.»

HUMO Kreeg u soms gekke vragen van patiënten waar u niet in meeging?

Vandeput «Ja, dan schiet ik in de lach. Een man vroeg mij ooit of ik hem de oren van Mr. Spock wou geven. ‘Dat is goed voor iemand met een tv-carrière,’ heb ik hem geantwoord, ‘maar daar bent u niet aan toe.’ Tijden veranderen. Neem nu de mensen die van geslacht willen veranderen. De meesten lach ik uit.»

HUMO Euh, waarom?

Vandeput «Ik wil hen ontmoedigen. Als je niet tevreden bent als man, waarom zou je dan tevreden zijn als vrouw? Ik zou geen vrouw willen zijn, dat is mijn genre niet. Al ben ik wel erg voor de meisjes, hè.»

HUMO Dus u helpt hen niet omdat u zélf geen vrouw zou willen zijn?

Vandeput «Nee, ik ontmoedig hen omdat ik niet overtuigd ben van het nut van zo’n ingreep. Ik héb een stuk of tien transgenders geopereerd, maar vijf van hen zijn achteraf uit het leven gestapt. Niet omdat de ingreep op een fiasco was uitgedraaid – dan had ik het misschien nog kunnen begrijpen. Nee, de resultaten waren goed. Soms hadden ze zelfs een nieuwe partner. En toch. Dan besef je dat dat geen ideale oplossing is. Ik heb ook verschillende transgenders borsten gegeven nadat ze een geslachtsverandering hadden ondergaan in Hongkong. Ze zijn daar dan geweldig blij mee, maar toch blijven ze triest. Omdat ze hun draai niet vinden. Daarom ben ik niet echt een voorstander van zulke ingrepen. Je kunt dat wel doen als chirurgische oefening, maar ik denk niet dat je daar mensen mee helpt.»

HUMO Als patiënten nog niet klaar zijn voor die ingrijpende verandering, moet je dan geen psychologische ondersteuning bieden?

Vandeput «Voor transgenderoperaties raadt men aan dat een psycholoog de patiënt begeleidt. Voor facelifts trouwens ook. Er zijn er die doorverwijzen naar een psycholoog of psychiater, maar ik doe dat niet.»

HUMO Waarom niet?

Vandeput «Ik ben een materialist. Ik werk met machientjes, voor mij moet het concreet zijn. Ik hou niet van al dat gepraat. Maar als iemand bijstand nodig heeft, mogen ze die zeker zoeken. Vroeger vervulde de dorpspastoor die rol, nu de psychiaters.»

'Je hebt alleen lucht nodig, wat water en een boterham. Al de rest is luxe'

HUMO U bent begonnen met reconstructieve geneeskunde. Zijn esthetische ingrepen gaandeweg de hoofdbrok van uw werk geworden?

Vandeput «Waar ligt de grens? Als iemand zijn kromme neus wil laten rechtzetten en beweert dat een ongeval de oorzaak is, is dat dan reconstructief of esthetisch? Dat is altijd esthetisch, maar men noemt het reconstructief omdat het ziekenfonds dan tussenbeide komt. Als iemand na een ongeval één afhangend ooglid heeft, maar nog kan zien, is een ingreep uitermate gewenst. Maar echt nodig is het niet. Je kan evengoed 100 jaar worden met zo’n oog. Het criterium voor een ingreep is: beantwoordt iemand aan de middelmaat?»

HUMO Het schoonheidsideaal voor die middelmaat is gaandeweg toch opgeschoven?

Vandeput «Ja, maar niet iedereen kan zijn zoals Sophia Loren. Dat hoeft ook niet. Ik heb mannen met de jaren ook fierder zien worden. Vandaag opereer ik meer mannen dan vrouwen aan hun oogleden. Vanaf hun 40ste, vaak 50ste komen ze voor zakken onder hun ogen, of omdat hun oogleden zo gaan doorhangen dat ze er vermoeid uitzien. Je ziet ook veel mannen die geen bril meer willen dragen, maar lenzen laten plaatsen. Waarom? Omdat een bril een negatief erogeen effect heeft? Ik zou het niet doen, te veel risico.

»Ik vraag altijd wel waarom iemand een ingreep wil. Als een jong meisje zegt dat ze er slecht uitziet als ze in de spiegel kijkt, heeft één of andere vrijer haar waarschijnlijk gezegd dat ze te dikke wallen onder haar ogen krijgt. Zo gaat de bal aan het rollen.»

HUMO Komen er nu patiënten voor ingrepen die u vroeger niet nodig gevonden zou hebben?

Vandeput «Nee, ik begrijp die mensen. Iedereen wil zoals de middelmaat zijn. Hoe oud bent u, als ik vragen mag?»

HUMO Bijna 40.

Vandeput (glimlacht) «Dat is goed. Dat is de gemiddelde leeftijd van de dames die ik voor mij krijg.»

HUMO Komen vrouwen doorgaans voor een ingreep omdat hun partner heeft gezegd dat hij haar niet meer mooi vindt?

Vandeput «Dan opereer ik hen niet. Ze moeten het voor zichzelf doen, niet om een ander gelukkig te maken. Daar geloof ik niet in. Geluk moet uit jezelf komen. Een ander kan je dat niet bieden.»

HUMO U zei ooit dat uw wachtzaal bijna een Miss België-show was: de ene vrouw nog mooier dan de andere.

Vandeput (blinkende ogen) «Dat is zo, soms zit hier een hele reeks appetijtelijke vrouwtjes. Die concurreren tegen elkaar op.»

HUMO Als die al zo mooi zijn, waarom hebben ze dan nog plastische chirurgie nodig?

Vandeput «Je hebt alleen lucht nodig, wat water en een boterham. Al de rest is luxe. Mijn vrouw gaat elke week naar de kapper, ik vind dat tijdverlies.»

HUMO Aan mannen worden nu eenmaal minder uiterlijke eisen gesteld dan aan vrouwen.

Vandeput «Dat weet ik nog zo niet. Ik hoor vrouwen toch ook vaak over knappe mannen zeggen dat ze hen ‘een stuk’ vinden met wie ze weleens naar huis willen gaan. Het heeft me trouwens altijd verwonderd hoe heel kokette, elegante vrouwen samen kunnen zijn met een lelijke kletskop. Ik begrijp dat niet. Tenzij die andere kwaliteiten heeft. Misschien is het wel een geweldige plastisch chirurg? (lacht)»

HUMO Is de publieke opinie over het dwingende schoonheidsideaal niet aan het keren? Renée Zellweger kreeg de wind van voren toen ze door plastische chirurgie onherkenbaar was veranderd. Fotoreeksen over échte vrouwenlichamen gaan viraal op sociale media.

Vandeput (ontwijkend) «De hele samenleving is fantastisch aan het veranderen. Steeds meer plastisch chirurgen, maar ook rechters of mensen in hoge posities, zijn vrouwen. Vrouwen zijn geen domme schepsels, hè.

»Toen ik afstudeerde, zaten er vijf of zes vrouwen in mijn jaar, maar appetijtelijke vrouwen zaten er niet tussen. Er was zelfs een non bij.»

HUMO Nu zegt u het toch zelf: intelligentie is niet voldoende voor een vrouw, ze moet ook mooi zijn.

Vandeput «Ik heb dat toch graag. Het moet niet, het mag.»

HUMO Keurt u na al die jaren mensen meteen op schoonheidsfoutjes als u hen ontmoet?

Vandeput «Niet noodzakelijk. Ik heb bijvoorbeeld nog niet met die gedachte naar u gekeken. Het gaat óók om de innerlijke schoonheid die iemand uitstraalt. En om intelligentie.»

HUMO Hebt u zelf al een ingreep laten uitvoeren?

Vandeput «Nee. Ik vind mezelf perfect zo (schaterlach). Ik heb in mijn humaniorajaren wel een vitaminekuur gevolgd omdat ik mezelf te klein vond. Ik hoopte daardoor te groeien, maar dat is niet echt gelukt.»

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle verhalen van de Humo rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234