'Dode hoek': ex-commissaris en ex-Vlaams Belanger Bart Debie stond model voor Peter Van den Begin

Een Antwerpse politiecommissaris die blaft en bijt, als een kruising tussen Rambo en Rocky de criminaliteit bestrijdt, en uiteindelijk overstapt naar een extreemrechtse politieke partij: het is het fictieve verhaal van Jan Verbeeck in ‘Dode hoek’, de film van Nabil Ben Yadir die momenteel in de zalen loopt. Maar het is ook het echte verhaal van Bart Debie.

'We sloegen mensen niet tot moes zoals in de film. Maar het ging er soms wel grof aan toe, ja'

‘Een loveseat voor de heren?’

Nou, dat hoeft niet meteen. Bart Debie (42) en ik hebben elkaar immers net, aan de ticketbalie van Kinepolis Antwerpen, voor het eerst de hand geschud. Het is met voorsprong mijn meest bizarre valentijnsdate ooit: zo meteen zal ik met gewezen gemeenteraadslid en ex-woordvoerder van de Vlaams Belang-fractie in het Vlaams Parlement naar de film ‘Dode hoek’ kijken, met Peter Van den Begin in de hoofdrol. In het begin van de film is Jan Verbeeck – het personage van Van den Begin – een politiecommissaris die op een doortastende manier de Antwerpse drugsbrigade leidt, en op het punt staat om over te stappen naar een op law-and-order verlekkerde extreemrechtse partij. Het is makkelijk zoeken naar gelijkenissen, want van 1998 tot en met 2003 was Debie – als twintiger! – zo’n politiecommissaris.

Bart Debie «Leona Detiège was toen nog burgemeester van Antwerpen. Zij gaf me een heel heldere opdracht: de Atheneumwijk in Antwerpen Noord – van oudsher een socialistisch bolwerk – opkuisen. Die wijk was verloederd: er waren grote problemen met vreemdelingen, drugs en prostitutie. Ik moest de criminaliteit daar op alle mogelijke vlakken doen dalen. Toen dat min of meer gelukt was, kreeg ik de taak om het Falconplein op te kuisen. (Lachje) Je hoort het: opkuisen is een term die al langer gebruikt wordt in de politiek. Illegalen opsporen, jagen op drugsdealers, de Albanese en Georgische maffia bestrijden: ik werd niet betaald om met bloemen in mijn haar op een bakfiets door Borgerhout te rijden, vrolijk ‘What a Wonderful World’ zingend.»

HUMO In ‘Dode hoek’ is Jan Verbeeck een grofgebekte en opvliegende commissaris. Herkent u zich in hem?

Debie «Ik was wel zo grofgebekt, maar niet zo opvliegend – het personage is een wel heel agressief ventje.»

HUMO U had wel de naam erg agressief te zijn.

Debie «Impulsief: dat is het juiste woord. In de film gaat Verbeeck er meteen op af wanneer hij een tip krijgt: zo was ik ook. Dat was niet altijd even verstandig. Maar het kon in die tijd, omdat ik me gesteund voelde door het parket.

»We spreken nu over de tijd net vóór de politiehervorming. We hadden een heel goed contact met de rijkswachtpost in de Korte Vlierstraat. Op een bepaald moment zaten we met hetzelfde probleem: onze ‘klanten’ kenden onze anonieme dienstvoertuigen. We hebben toen ons autopark uitgewisseld: wij reden met de Nissan Primera’s van de rijkswacht, de rijkswacht met onze Opel Vectra’s. Daar was geen juridisch kader voor, en volgens mij waren we zelfs niet verzekerd. Maar het was een geweldige vondst: we hebben op die manier veel straatdealers kunnen verrassen.»

HUMO Goed, maar scherpzinnig de wet oprekken is nog iets anders dan gratuit politiegeweld. Roekeloos wapenvertoon, onnodige agressie, hardhandige arrestaties: er circuleerden voortdurend onfrisse verhalen over u en uw manschappen.

Debie «Ik was 25 jaar toen ik het CONA-team onder mijn hoede kreeg, dat de criminaliteit op het De Coninckplein en in de Atheneumbuurt moest aanpakken. Alle middelen waren goed: we liepen rond in kogelwerende vesten, reden in anonieme auto’s, mochten stormrammen gebruiken om een deur in te beuken, kregen onze overuren dubbel betaald. Alle clichés van een machowereldje, ja, en dat waren we ook: macho’s. Ik had een gewezen paracommando in m’n team, en iemand die bij de special forces had gezeten. En ja, het ging er soms grof aan toe. Niet zoals in ‘Dode hoek’ weliswaar: mensen werden niet tot moes geslagen. Maar hardhandige arrestaties hoorden erbij.

»Er is de theorie en er is de praktijk. Als je net een dealer hebt neergeschoten die dreigde in te rijden op Serge Muyters (huidig Antwerps korpschef, toen wijkofficier in de zone City, red.), dan aai je die niet met fluwelen handschoentjes uit de auto – je sleurt hem eruit. Als je ergens binnenvalt en in de loop van een pistool kijkt, ontwapen je die kerel niet op een zachtzinnige manier. Als je een paar straatcriminelen klist die een 80-jarige vrouw het ziekenhuis in geslagen hebben om een juweel van haar te stelen, vraag je niet vriendelijk of je hen handboeien mag omdoen. Neen, dan spreekt je overlevingsinstinct, een adrenalinekick die je niet kunt uitschakelen. Het reptielenbrein neemt het over: als je behandeld wordt als een beest, word je zelf een beest. Dat gold in twee richtingen, voor politie en criminelen.»

'Je zal mij niet horen roepen dat de grenzen dicht moeten. De vluchtelingen zijn hier al. We moeten die mensen kansen geven'

HUMO Ik verwacht van de politie dat ze de criminaliteit grondig aanpakt, maar ook dat ze dat correct doet, en niet met onnodig geweld. Is dat naïef dan?

Debie «Neen: zo zou het moeten zijn. We waren toen vaak té agressief, dat geef ik nu zonder aarzelen toe. Maar het helpt als je de context kent. Al op de politieschool werd ons gezegd dat we in een door en door rot politiekorps zouden belanden, waar de sfeer heel agressief was. Dat beeld bleek te kloppen. Nog tijdens mijn opleiding kwam ik terecht in het commissariaat in de Maréestraat in Borgerhout. De bijnaam van de hoofdcommissaris daar was De Zeemeeuw, omdat hij ergens binnenkwam, iedereen onderscheet, en weer buitenging (lacht). Dat korps bestond uit mensen die zich bekwaamd hadden in nietsdoen, en door en door corrupt waren.

»Nadien kwam ik op het commissariaat in de Gasstraat terecht, bijgenaamd ‘de Stalag 27’. Dat was een verwijzing naar een oorlogsfilm over een Duits gevangenenkamp – het huisnummer van het commissariaat was 27. Mijn eerste rondleiding kreeg ik er van de adjunct-commissaris, die áltijd bezopen was, en op een dag naar het werk kwam met een milieubox vol sangria. Met een vijftal stagiairs werden we rondgeleid in de Seefhoek. Het eerste wat hij deed was bij een bevriende supermarktuitbater binnenstappen, waar we naar de eerste verdieping mochten: whisky voor iedereen! In het commissariaat in de Gasstraat zag ik voortdurend agenten die arrestanten tegen de muur klopten. Ooit werd ik als officier van wacht ’s nachts thuis opgebeld: het inbraakalarm was afgegaan. In een cel van het commissariaat, dat ’s nachts niet bemand was, vond ik een man van wie de aanhouding nergens geregistreerd stond, en die zelf ook niet kon zeggen waarom hij daar zat. Ze waren hem ’s avonds gewoon vergeten! Ik heb hem maar laten gaan.

»Als je in zo’n club terechtkomt, heb je twee mogelijkheden. Als je een heel sterk karakter hebt, en privé goed omkaderd bent, dan durf je te zeggen: ‘Hier doe ik niet aan mee.’ Maar als je die kracht niet hebt, dan ga je mee in die kwalijke groepsdynamiek. Bij mij is het tweede gebeurd. Ik was op dat moment jong, slecht omkaderd, en mijn privésituatie was niet stabiel. Daar is het fout gegaan.

»Als ik erop terugkijk, en dat doe ik nog vaak, denk ik: ‘Hoe is het in godsnaam kunnen gebeuren?’»

'Als je behandeld wordt als een beest, word je zelf een beest'


Grote bek

Net voor Jan Verbeeck in ‘Dode hoek’ de politie verlaat, wil hij nog één case tot een spectaculair einde brengen. Het loopt – wat had u gedacht? – fout. Voor Bart Debie was het oppakken van vijf Turkse familieleden, op 11 februari 2003, zijn waterloo. Een lid van de familie diende een klacht in wegens mishandeling, het Comité P spitte oudere zaken op waarin Debie rechts van de wet was gaan lopen, en uiteindelijk werd hij op 31 januari 2008 door het Antwerpse hof van beroep veroordeeld tot vier jaar cel, waarvan één effectief.

Debie «In de wachtcel zat ik naast een Marokkaan die veroordeeld was voor een drugsdelict, en voor het slaan van een politieagent. We moesten beiden héél hard lachen toen ik hem vervolgens vertelde dat ik veroordeeld was voor het slaan van mensen die een politieagent geslagen hadden. Het bleef bij één dag in de gevangenis van Vorst. De rest van dat jaar effectieve celstraf kreeg ik een enkelband. Redelijk hilarisch: dat systeem stond toen helemaal nog niet op punt. Om de haverklap stond er een elektricien aan mijn deur omdat mijn enkelband flipte.

»Minder hilarisch vond ik de veroordeling zelf. Zoals gezegd: ik héb buiten de lijntjes gekleurd, en ik héb dingen gedaan waar ik spijt van heb. Maar in deze zaak viel me nauwelijks wat te verwijten. Op het ogenblik van de mishandeling in het commissariaat was ik zelfs niet aanwezig – dat heeft één van de slachtoffers later bevestigd. Voor het gebroken kaakbeen van één van de familieleden, opgelopen tijdens de arrestatie zelf, was ik wel verantwoordelijk, maar dat was wettige zelfverdediging. Ik heb toen ook meteen een ziekenwagen gebeld.»

HUMO En al die dossiers uit het verleden dan?

Debie «Ik werd gezocht. Er bestaan twee pv’s van het Comité P waarin sms’jes van misnoegde ex-rijkswachters geciteerd worden. Ze waren gericht aan mijn toenmalig personeel: ‘We spreken af in het politiemuseum in Wommelgem. We gaan Debie flikken.’ Die vergadering is er effectief geweest, nota bene terwijl ik op vakantie in Duitsland was, en daarna is een aantal mensen in mijn verleden gaan graven.»

HUMO Er moet toch een reden geweest zijn waarom u zo werd gecontesteerd?

Debie «Ik was 24 jaar toen ik commissaris werd, de op één na hoogste graad binnen het korps. Ik had alleen nog de hoofdcommissaris boven me. Het bracht met zich mee dat ik vanaf het begin tegenstanders had in het korps. Er speelde jaloezie van mensen uit het middenkader die al jaren een promotie najoegen, en voorgestoken werden door een snotneus met een grote bek.

»De onderzoeksrechter die met mijn zaak belast werd, was Frank Camberlain – een bizarre situatie, want wij gaven samen les aan de politieschool, en we noemden elkaar bij de voornaam. Hij zei me toen: ‘Ik heb maar één conclusie: jij bent veel te snel veel te hoog geklommen. Je was niet matuur genoeg voor die graad. En het is maar de vraag of überhaupt iemand op die leeftijd matuur genoeg kan zijn voor die functie.’ Die woorden zullen me altijd bijblijven, omdat ze wáár zijn.

»Wat ook speelde: binnen het korps bestonden twee kampen, en of je dat nu wilde of niet: je moest kiezen. Er was het kamp van Luc Lamine – de toenmalige korpschef – en het kamp van Serge Muyters – de huidige korpschef. Ik was goed bevriend met Muyters, en werd dus automatisch in zijn kamp ondergebracht. Op hoger niveau – ook in de politiek – wou men koste wat het kost Muyters eraf rijden. En dus kwam ik, zijn luitenant, automatisch in het vizier.»

HUMO Dat klinkt weinig geloofwaardig in de wetenschap dat Muyters vandaag korpschef is.

Debie «Zijn bureaustoel staat op houten blokken: álle poten zijn er in het verleden afgezaagd. Ik denk dat Muyters heeft kunnen overleven dankzij twee dingen. Eén: zijn geniale persoonlijke strategie. Toen hij tijdens mijn schorsing (als gevolg van de klacht van de Turkse familie, red.) vol in de wind kwam te staan, heeft hij zich geout als homo. Daardoor werd het moeilijker om hem aan te vallen, want dan zou het gecatalogeerd worden als gaybashing. En twee: volgens mij viel er Muyters nauwelijks wat aan te wrijven. Hij was een correcte flik, en ik geloof dat hij nu zijn werk als korpschef heel goed doet. Hij heeft zich teruggetrokken uit de media, en hij weet zich gesteund door de politiek. ’t Is dan ook bijna een familiebedrijf geworden: Serge is de broer van Philippe Muyters, en de tweede in rang bij de Antwerpse politie (directeur regio- en fenomeenpolitie Johan Hegge, red.) is de schoonbroer van De Wever. Enfin: ik denk dat de Antwerpse politie nu veel beter functioneert dan in mijn tijd.»

HUMO In 2003 – ten tijde van de klacht, maar nog jaren voor de veroordeling – hebt u zelf uw ontslag ingediend.

Debie «Ik voelde aan wat er ging gebeuren. Patrick Janssens had wat hij wilde: na de Visa-affaire was Detiège van haar sokkel gevallen.

»Ach, Janssens en ik: dat klikte niet. Je kon geen gesprek met hem voeren. Niemand binnen het politiekorps vertrouwde hem echt. Eigenlijk heeft hij zo de rode loper uitgerold voor Bart De Wever: die werd op applaus onthaald.»

'In de film gaat Verbeeck er meteen op af wanneer hij een tip krijgt: zo was ik ook. Dat was niet altijd even verstandig[Peter Van den Begin in 'Dode hoek'['


Marcel Hitler

Terug naar het pluche van de Kinepolis. In ‘Dode hoek’ staat Jan Verbeeck op het punt om de overstap te maken naar de politiek: met zegezeker klaroengeschal en veel driftige praatjes wordt hij ingehaald bij de VPV, een extreemrechtse, Vlaams-nationalistische partij.

Debie «Héél herkenbaar. In 2003 was ik in contact gekomen met Filip Dewinter, en hij wilde me absoluut bij het Vlaams Belang – toen nog Vlaams Blok.»

HUMO Er werd aangenomen dat u ook als commissaris al dik was met Dewinter.

Debie «Neen, ik had hem nooit gesproken. Eigenlijk kom ik uit een socialistisch nest. Bij de politie ben ik zelfs nog vakbondsafgevaardigde geweest voor het ACOD. Maar ik had redelijk snel door dat dat toch niet echt mijn club was (grijnst).»

HUMO En het Vlaams Belang wel?

Debie «In 2003 was de partij in stemmenaantallen de N-VA van vandaag. Mainstream, maar zonder politieke mandaten. Daarom wilden ze er verruimers bij: mensen zonder expliciet Vlaams-nationalistische achtergrond. In diezelfde periode werden ook Jurgen Verstrepen en Marie-Rose Morel aan boord gehaald. (Verontschuldigend) Dewinter is iemand die heel overtuigend kan zijn.

»Bij de verkiezingen voor de Kamer van 2007 haalde ik vanop de tiende plaats 8.500 voorkeurstemmen in Antwerpen, hoewel ik op dat moment al in beschuldiging gesteld was, en met pek en veren besmeurd werd in de pers. Daar was ik trots op, maar eigenlijk voelde ik me toen al niet meer goed bij de partij. Ik zag er dingen die ik niet voor mogelijk achtte.»

HUMO Een voorbeeldje?

Debie «In datzelfde jaar was er een boekvoorstelling van Karel De Gucht, die Vlaams Belangers met mestkevers had vergeleken. Dewinter wilde actie voeren: ik moest voor hem een bak mestkevers kopen. Maar dat kan helemaal niet, vertelden ze me bij de Zoo van Antwerpen, want het is een bedreigde diersoort. Dus kocht ik in een speciaalzaak een bak kakkerlakken van een soort die heel erg op de mestkever lijkt. ‘Zie dat ze niet ontsnappen,’ zei de winkelier me, ‘want dat kweekt gelijk zot.’ Dewinter vond het geweldige beesten, en liet ze in zijn bureau in het Vlaams Parlement over zijn arm lopen. Hij was van plan om die kakkerlakken binnen te gooien in het theater waar die boekvoorstelling van De Gucht zou plaatsvinden. Dat idee kon ik hem uit het hoofd praten: het hele theater zou ontsmet moeten worden, en dat zou de partij veel geld kosten. De volgende dag zei hij me met een grijns dat partijmedewerkers de kakkerlakken losgelaten hadden in de bloembakken van Groen, die een verdieping lager hun kantoren hadden.»

HUMO Dat getuigt van slechte smaak, maar staatsgevaarlijk is het niet.

Debie «Klopt: het is een voorbeeld van de puberale anekdotiek waar ze bij het Belang zo van hielden. Maar er waren ook ernstige voorvallen die iets onthulden over de ware aard van de kopstukken. Elk jaar weer zag ik bijvoorbeeld hoe partijmedewerkers én parlementsleden op de verjaardag van Adolf Hitler in het restaurant van het Vlaams Parlement gingen eten. ‘We gaan nonkel Marcel z’n verjaardag vieren,’ klonk het dan.

»Ik heb indertijd ook een bijeenkomst in het Vlaams Parlement moeten organiseren van politici en activisten van over de hele wereld met het meest foute, ranzige gedachtegoed. Later las ik het manifest dat Anders Breivik schreef om zijn gruweldaden uit te leggen: hij citeerde haast alle mensen die toen op kosten van de belastingbetaler op de koffie mochten bij het Belang. Met dat soort mensen wilde ik niets te maken hebben.»

HUMO Dacht u dan tussen quinoareceptjes uitwisselende bloemenkinderen te belanden? U wist toch waar het Vlaams Belang voor stond?

Debie «Ja, maar dat neemt niet weg dat Morel, Verstrepen en ik in de val gelokt zijn. Ik had het gevoel dat ze het meenden, dat ze écht ‘fatsoenlijk rechts’ wilden worden. Ik dacht ook dat dat kon. Maar toen ik in een werkgroep ‘Politie - Justitie’ zat, en daar met een aantal anderen zinnige voorstellen uitwerkte, werden die vervolgens op het partijbureau door de hardliners van tafel geveegd. Na verloop van tijd was al mijn motivatie weg. Ik had een dikbetaalde job, en ging gewoon de hele dag fitnessen in het Vlaams Parlement – Liesbeth Homans was ook vaste klant daar.

»Ik ben gebruikt als stemmenkanon. En dat ik een ex-flik was, vonden ze ook handig. Niet alleen omdat er op die manier weleens gevoelige informatie tot bij mij kwam – over een verijdelde aanslag in Antwerpen, bijvoorbeeld – maar ook voor concrete zaken. In ‘Dode hoek’ is het hoofdpersonage daags voor een belangrijk congres onbereikbaar, en binnen de partij wordt een mannetje aangeduid met maar één opdracht: ‘Vind hem.’ Die passage leek rechtstreeks uit mijn leven te komen: dat order heb ik ook ooit gekregen van Gerolf Annemans. Het ging toen om een Kamerlid dat spoorloos was. De man had een drankprobleem, en na wat speurwerk vond ik hem onder een struik – stomdronken en onderkoeld.»

HUMO Naar eigen zeggen speelde u in die tijd ook informatie door aan de Staatsveiligheid. Maar Alain Winants, de toenmalige administrateur-generaal, weigerde dat te bevestigen.

Debie «Ik herinner me een redelijk hilarisch fragment uit het VTM-nieuws: Winants die van krommenaas gebaarde terwijl achter hem, goed zichtbaar in beeld, een map met opschrift ‘Dewinter’ lag.

»Eén of twee keer per maand had ik een afspraak met mijn informantenrunner, telkens in een ander hotel in de Brusselse rand. Twee mannen die voor een paar uur een kamer boeken: ik kan me voorstellen wat er gedacht werd (lacht). Ik gaf informatie door, en de Staatsveiligheid vroeg mij soms om dingen na te kijken. Ze waren heel geïnteresseerd in de partijfinanciering, maar op dat vlak heb ik nooit iets fouts gezien. Die dubbele rol was niet gemakkelijk. Een paar jaar lang heb ik de agenda van Dewinter gekopieerd, en zijn mails uitgeprint: behoorlijk stresserend.»

HUMO Hoe reageerde Filip Dewinter toen u in 2013 over die dubbelrol getuigde?

Debie «Niet. Maar ik kan me voorstellen dat hij zich gepakt voelde. Ik was daar vriend aan huis, hè. Dat was ook mijn opdracht: zorg dat je heel close met Dewinter wordt, zodat je zoveel mogelijk te weten komt. Of ik daar nu spijt van heb? (Denkt na) Neen, want ik vond Dewinter toen oprecht gevaarlijk. Nu niet meer: zijn rol is uitgespeeld. Ik had ook geen problemen met die gefakete vriendschap, want ik wist toen al dat Dewinter geen échte vrienden heeft. Een vriend is: iemand die nuttig is voor hem.

»Binnen het Vlaams Belang is Filip Dewinter de eeuwige puber. Gerolf Annemans is twintig keer intelligenter, én zachtaardiger. Met hem kon je heel interessante gesprekken voeren. Annemans werd door politieke tegenstanders ook meer geaccepteerd dan Dewinter. En Frank Vanhecke, tja, dat was gewoon een vrouwenzot.»

'Al op de politieschool werd ons gezegd dat we in een door en door rot politiekorps zouden belanden'


Ribbe Debie

Vanhecke was de partner van Marie-Rose Morel toen die het bericht kreeg dat ze kanker had. Toen op 23 november 2010 bekendraakte dat Morel erg slechte vooruitzichten had, postte de toenmalige partner van Debie op haar Facebookpagina een vrolijke statusupdate: ‘Vraagt zich af of het einde nu werkelijk in zicht is. Laat ons hopen!’ In de comments reageerde Debie zelf: ‘Leg de champagne maar al koud!’ De interpretatie, binnen en buiten de partij: er werd gedanst op het toekomstig graf van Marie-Rose Morel.

Debie (Schudt het hoofd) «Dat is pertinent onwaar, en het raakt me nog altijd heel erg als dat beweerd wordt.

»Mijn relatie met Morel was helemaal niet zo slecht. Toen ze een koppel vormde met Vanhecke, heb ik ooit op hun vraag de villa van Morel in Schoten helemaal doorzocht: ze verdacht haar ex-man ervan het hele huis vol afluisterapparatuur gezet te hebben. Ik moest dus een soort van huiszoeking uitvoeren – toevallig had ik daar wel enige ervaring mee (lacht). Enfin, ik heb toen die hele villa uitgekamd, maar afgezien van wat goedkope flessen wijn in de kelder was er niets te vinden. Of toch: een gps-traceersysteem, in haar wagen.»

HUMO Toch: boezemvrienden waren jullie allesbehalve. Het was wel heel toevallig dat u met blije statusupdates kwam telkens – want er waren meerdere incidenten – als Morel met slecht nieuws naar buiten kwam.

Debie «Met de hand op het hart: we hadden een optie genomen op een pand om er het schoonheidssalon van mijn toenmalige partner in onder te brengen, en na een verschrikkelijke procedureslag hadden we eindelijk goed nieuws gekregen over een attest van brandveiligheid dat we nodig hadden. Vandáár de champagne die klaargelegd mocht worden. Ik kwam die dag aan in het Vlaams Parlement en iedereen sprak me erover aan. Maar ik was me van geen kwaad bewust: ik had het nieuws over de penibele gezondheidstoestand van Morel nog niet gehoord.

»Morel en Dewinter, dat ging niet – logisch, want Morel was veel te ambitieus en te slim voor Dewinter. Vanhecke zag zijn kans schoon om Dewinter een hak te zetten, en ik werd eruitgegooid. Dat vond ik op zich niet erg. Ik was blij dat ik van de partij verlost was. Maar de mediastorm deed wél pijn. Het beeld van iemand die kankerpatiënten uitlacht, strookt niet met wie ik ben. Mijn eigen moeder is verdorie aan kanker gestorven!»

HUMO Hoe kijkt u naar het Vlaams Belang van vandaag?

Debie «Ik denk dat het herleid is tot wat het moet zijn: een partijtje. Een randfenomeen dat er af en toe de zweep oplegt, en andere, wél democratische partijen soms wat doet bewegen. Maar ze hebben geen bekwaam personeel. Op het secretariaat van Dewinter werd indertijd om halftien ’s ochtends het eerste glas witte wijn gedronken. Ik hou m’n hart vast voor het moment waarop ze ooit ergens aan de macht komen, al is het maar lokaal. Mensen zonder de nodige verstandelijke vermogens zullen dan op z’n Trumps impulsieve beslissingen nemen.

»Huidig voorzitter Tom Van Grieken is een beloftevolle politicus en een goede debater, maar dat hij nu witter dan wit wil wassen, vind ik een béétje merkwaardig. Ik herinner me hem nog als snotneus, toen hij in café De Leeuw van Vlaanderen ‘The Flying Fascist’ speelde, een drankspel. Maar ik herinner me vooral zijn vader, die ook een flik was – bij de federale politie. Hij kwam zich vaak bij mij beklagen over zijn zoon: wat moest hij toch met die tiener met in zijn kamer een vlag met daarop een hakenkruis? Wat als iemand dat ooit zou ontdekken?»

HUMO Mag ik weten op welke partij u hebt gestemd bij de recentste verkiezingen?

Debie «O ja: op de Piratenpartij. (Haalt de schouders op) Ik vind in elke partij wel iets dat me zint. Wouter Van Besien is bijvoorbeeld een geweldige kerel die zinnige dingen zegt. De SP.A komt soms ook wel met iets dat hout snijdt, de N-VA af en toe.»


Bart Brancard

Na zijn ontslag bij het Vlaams Belang, in 2010, trok Debie zich helemaal terug uit het publieke leven.

Debie «Ik had er genoeg van. Ik ben toen teruggekeerd naar mijn allereerste passie: de dringende geneeskundige hulpverlening. Ik heb een bedrijf dat medische opleidingen organiseert, en in bijberoep ben ik ambulancier. Ik wil mensen helpen. Als ambulancier kom ik vaak in de wijken waar ik vroeger als flik werkte. Soms herkennen mensen mij nog. En af en toe vervoer ik iemand die kletsen gekregen heeft van de politie (lacht).»

HUMO Hoe voelt het om terug te keren naar die wijken?

Debie «Vandaag is het Falconplein een mooie plek: stadsgidsen laten toeristen daar hun selfies nemen. Die pluim mag ik toch een beetje op mijn hoed steken, vind ik. Antwerpen is properder, veiliger en leefbaarder geworden. Maar niet gezelliger: de stad mist wat warmte, vind ik. Mensen gaan er afstandelijker met elkaar om dan vroeger.

»Weet je, het is een heel ambigu gevoel. Langs de ene kant ben ik heel erg trots op wat ik indertijd als politieman verwezenlijkt heb. Ik heb een lelijk stukje stad mooier gemaakt. Tegelijk zie ik in dat ik ook vaak over de schreef ben gegaan, en blijf ik het gevoel hebben dat ik iets goed te maken heb in Antwerpen.»

HUMO In ‘Dode hoek’ zegt Jan Verbeeck bij zijn afscheid van de politie dat hij altijd een flik zal blijven.

Debie «Ik ben geen politieman meer, ook niet in het diepst van mijn gedachten. Maar wat me indertijd naar de politie heeft gebracht, is er nog wel: een groot rechtvaardigheidsgevoel. Ik krijg nog altijd maagpijn van criminelen die bejaarden brutaal overvallen. Het verschil met vroeger is dat ik intussen ook empathie kan opbrengen voor de daders. Er wonen in Antwerpen een hoop mensen die sinds hun geboorte niets dan conflict en geweld hebben gezien. Dat praat deviant gedrag niet goed, maar daardoor kun je het wel in een context plaatsen. Die context zag ik vroeger niet. Ik zag gewoon crapuul dat een bomma in elkaar timmerde.

»Je zal mij niet horen roepen dat de grenzen dicht moeten. Nog los van de overweging dat dat heel wat nadelen met zich zou meebrengen, zou het ook volkomen nutteloos zijn: de recente vloedgolf vluchtelingen uit internationale conflictgebieden ís hier al. We moeten met die mensen aan de slag gaan, ze kansen geven. Dat is geen links geblaat, wel puur realisme: anders krijg je in Antwerpen duizenden analfabeten zonder opleiding, zonder werk, zonder talenkennis. Die zullen maar één uitweg hebben: de criminaliteit. Ik zou bijvoorbeeld graag EHBO-cursussen geven aan vluchtelingen: het is een manier om met de Nederlandse taal in contact te komen, en het is nuttig.»

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234