Dokter, waarom dromen wij?

Sigmund Freud, geen botterik, wist het al: de literatuur over dromen is een donker bos, bijeengeschreven door auteurs die de bomen niet zien. De dag dat ik begrepen had dat Douwe Draaisma zijn nieuwste boek aan dromen heeft gewijd, ben ik naar Nederland gereisd om hem over ‘De dromenwever’ uit te horen.

Want van Draaisma, hoogleraar geschiedenis van de psychologie aan de Rijksuniversiteit Groningen, verwacht ik, zoals eerder in zijn beroemde boeken over het geheugen, een no-nonsenseaanpak: wat weten psychologen en neurologen met zekerheid over dromen?

Het is iets dat ons allen aanbelangt: iederéén droomt, ook wie ervan overtuigd is dat hij of zij dat nooit doet. Elke nacht anderhalf tot twee uur lang, vijf tot zeven dromen. Voilà, de cursus dromen is al begonnen.

HUMO Professor Draaisma, waarom dromen wij?

Douwe Draaisma «Dat dromen een functie hebben, is helemaal niet zeker. Als mensen om wat voor reden ook geen dromen meer hebben – sommige antidepressiva maken bijvoorbeeld dat je niet meer droomt – dan overkomt hen niks: ze worden niet gek, zoals vroeger weleens werd beweerd, en ze krijgen geen geheugenproblemen. Maar als je de remslaap van mensen verhindert (de slaapfase waarin de ogen snel bewegen en er veel hersenactiviteit is, terwijl de spieren volledig ontspannen zijn, red.), dan raken ze wél aardig in de war. Er zijn experimenten gedaan met ratten: die gingen dood als men ze de remslaap onthield.

»De droom kan een bijverschijnsel zijn, een fenomeen dat gewoon meelift met de remslaap, terwijl het zelf geen functie heeft. Ik vergelijk het graag met de brom in je koelkast: die brom is helemaal niet nodig, maar hoort nu eenmaal bij het koelmechanisme, dat wel nodig is.»

HUMO Wat is dan de functie van die remslaap, die we wel nodig hebben?

Draaisma «Sommigen zeggen dat het een manier is om te checken of alles in het brein het nog goed doet – en wel om het anderhalf uur. De remslaap zorgt ervoor dat je weer even alert bent, want in de nacht kunnen allerlei gevaren je besluipen: als je acht uur een ononderbroken diepe slaap zou hebben, zou je een gemakkelijke prooi zijn.

»Als we slapen, moeten sommige delen van ons brein blijven waken – er moet van alles op peil gehouden worden: je hartslag, je ademhaling. Een aantrekkelijke theorie is dat die activiteit van een deel van ons brein leidt tot toevallige ontladingen in onze visuele hersenen. Je kunt het je voorstellen als een soort flipperkast waarbij hier eens een herinnering wordt aangetikt, daar een fantasie of een voorstelling. Al die prikkels worden vanuit de hersenstam naar het voorbrein gestuurd, en dat doet wat het overdag ook al doet: het probeert uit die chaos een soort verhaal te maken. En dat verhaal noemen wij een droom.»

HUMO Daar kunnen veel mensen niet mee leven, geloof ik, dat de droom maar een toevallig bijproduct zou zijn. Door de eeuwen heen hebben mensen de grootste betekenis gehecht aan dromen.

Draaisma «Functie en betekenis moet je uit elkaar halen. De droom mag dan een bijproduct zijn, het is mentaal wel een belangrijk bijproduct. Het is jouw brein waaruit een bepaalde droom tevoorschijn komt. Hij maakt gebruik van jouw herinneringen, associaties en angsten. In die zin heeft een droom wel betekenis: omdat hij jou typeert, iets over jou zegt.

»Vandaar ook de geheime aantrekkingskracht van de droom: je geest staat als het ware in de vrijloop, en je bent onvermijdelijk nieuwsgierig naar wat er uit je eigen brein tevoorschijn komt als de censuur is uitgeschakeld.»

HUMO Hebben ze dan toch zin, al die boeken waarin geprobeerd wordt onze dromen te duiden, waarvan u zegt dat u er met een wijde boog omheen loopt?

Draaisma «Jij vertelt me een droom en ik zal je vertellen wat die droom betekent, pretenderen die boeken: droom je over een sleutel, dan wil het dít zeggen, droom je over een paard, dan wil het dát zeggen. Dan haak ik af: die boeken zijn een belediging voor het verstand, alleen al omdat een paard in het ene boek wat anders blijkt te betekenen dan in het andere. En wie er precies aan het dromen is, heeft ook al geen belang.

»Als jij vannacht gedroomd hebt dat je kon vliegen, vind ik het wél interessant je te kunnen vertellen dat zo’n vliegdroom één van de categorieën is van dromen die haast in elke cultuur voorkomen, naast examendromen, naaktdromen en zoveel andere. En ik zal je de neurologische achtergrond van die vliegdroom kunnen geven: de kans is groot dat je ’m tegen de ochtend had, tijdens de remslaap, dat je ’m als heel aangenaam hebt ervaren, dat je waarschijnlijk vooroverliggend hebt gevlogen, enzovoort.

»Maar de speculatie begint als men die droom gaat duiden en komt aanzetten met één van die tientallen verklaringen die je ook makkelijk kunt vinden op het internet: als je vliegt in je droom, is dat uit grootheidswaan, of omdat je er niks van maakt in het leven, compensatiegedrag dus, of omdat je wilt ontsnappen aan de beperkingen van de maatschappij...»

HUMO Heeft het niet iets sympathieks, dat soort speculaties?

Draaisma «Ik vind ze dikwijls vooral heel plat. Toen ik vroeger verkering had, vertelde mijn lief me haar dromen weleens. Had ze in een lift gezeten die niet wou stoppen en door het plafond heen ging, dan zei ik haar: ‘Dat betekent dat je je nog altijd niet helemaal durft te geven.’ En die uitleg gaf ik aan élke droom van haar (lacht). Een verklaring voor een droom verzinnen is nooit moeilijk. Een veel grotere kunst vind ik het om de betekenis die je aan dromen hecht, een beetje verankerd te houden aan wat we zeker weten over dromen.»

HUMO Wat ik zeker weet over mijn dromen, is dat ze in ontgoochelend grote mate nare, repetitieve ondingen zijn: ik raak ergens niet weg, vind iets niet...

Draaisma «Je bent geen uitzondering: in tachtig procent van de gevallen dromen we over negatieve dingen, dingen waar je je schuldig over voelt of je zorgen over maakt, dingen die je angst inboezemen. Dat is een beetje spijtig, ja. Maar dat betekent volgens mij niet dat we voor tachtig procent uit angsten bestaan. Je moet bedenken dat die dromen voortkomen uit een lichaam dat in de nacht allerlei fases doormaakt: tegen de ochtend moet je vaak naar de wc, je lichaam is een beetje gespannen. Het is dus logisch dat zoveel van die dromen met onrust of zenuwachtigheid te maken hebben, niet omdat dat je ware aard is, maar omdat het besloten ligt in de fysieke conditie waarin je op dat moment verkeert.»

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234