'Don't Worry, Be Happy' op VIER

‘Niet voor iedereen is the sky the limit,’ zei Peter Boeckx in de inleiding van ‘Don’t Worry, Be Happy’, alsof je na vier seizoenen protserigheid echt was gaan geloven dat het in Vlaanderen vol Harry’s en Olga’s liep. Maar liefst een vijfde van alle Vlamingen leeft tegen de armoede-grens aan, ging de programmamaker verder. Het waren die mensen om wie ‘Don’t Worry, Be Happy’ draaide: stuk voor stuk beschikten ze over een pover budget, maar hun levensvreugde kwam daardoor niet in het gedrang. Het bracht Boeckx ertoe hen onomwonden ‘levens-kunstenaars’ te noemen. Ho maar.

De eerste levenskunstenaar was Eddy, het van een nektapijt voorziene hoofd van een nieuw samengesteld gezin met elf kinderen dat dankzij een uit de oevers getreden voorliefde voor mo-toren bekendstond als de Davidsons. Niet bepaald het beste voorbeeld van een doorsneegezin op de armoedegrens, merkte je, en toen Eddy in bloot bovenlijf een blikje opentrok in z’n tuin, kreeg je na een terloopse opmerking van Peter Boeckx – ‘Het is nog frisdrank, zie ik?’ – al snel door waar het eigenlijk om draaide.

Louis en Hubert waren dan weer het soort levenskunstenaars dat je als ingezetene van de 21ste eeuw al lang uitgestorven waande: bejaarde boerenzonen, eeuwige vrijgezellen die de schoffel hadden opgeraapt waar hun ouders die destijds hadden laten vallen, en die ter aanvulling van hun karige pensioen aardappelen kweekten en voor een habbekrats verkochten. Gebogen stonden ze op het veld, een houding die de broers ook onvrijwillig volhielden als ze door hun huis schuifelden, tussen de vale muren, het stof en de spinnenweb-ben. Af en toe kwam een teil water op tafel die dienstdeed als badkamer. Een ander leven konden de broers zich niet indenken, en toch klonk er een tomeloze tristesse door in hun bestaan – iets waar de soundtrack van ‘Don’t Worry, Be Happy’ niets aan kon veranderen, hoezeer die ook aldoor probeerde iets opmonterends te toeteren.

Er zaten een paar goede journalistieke ideeën in ‘Don’t Worry, Be Happy’. Van Evert, die als architect ooit mee de Ghelamco Arena had getekend en nu mest schepte op een kleine bio-boerderij, wilde je bijvoorbeeld meer zien.

Ook Jo Lernout, die dezer dagen lusteloos tegen een boksbal mept op de Filipijnen, verdiende zijn eigen reeks, of toch minstens z’n eigen aflevering.

Maar voorts verschilde ‘Don’t Worry, Be Happy’ in niets van ‘The Sky Is the Limit’ of ‘The Show Must Go On’: hoe het ook schermde met cijfers die maatschappelijke relevantie veinsden, het ging in de eerste plaats om mensjes kijken – mensjes die bovendien liefst zo weinig mogelijk gemeen hadden met jezelf. Zo’n Steve Tielens verdraag je ook alleen maar als hij niet naast je zit. ‘Don’t Worry, Be Happy’ beweerde dan wel binnen te kijken bij een vooralsnog onzichtbare bevolkingsgroep, in plaats van vooroordelen te ontkrachten ging het liever op zoek naar die paar vertegenwoordigers ervan. Zouden Louis en Hubert weten wie boer Charel was? Peter Boeckx anders wel.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234