Dood op krediet: de biecht van een huurmoordenaar'Mijn leven is mislukt'

‘Wat hier gebeurd is, verwondert mij eigenlijk niet.’ Zo zegt een buurvrouw van de 60-jarige Armand Van Royen, die donderdagmorgen vermoord werd aangetroffen in zijn statige herenhuis ‘La Dyle’, Koningin Astridlaan 12, te Leuven. Van Royen werd doodgeschoten terwijl hij naar de televisie keek.’

(Verschenen in Humo 3514/02 op 8/1/2008)

(Het Laatste Nieuws, 13 maart 1981)

Guy Carels herinnert zich 11 maart 1981: het is de dag dat hij Armand Van Royen doodschoot met acht kogels uit zijn punt 22 long rifle.

In de literatuur heet zo’n wapen erg licht te zijn. ‘Vooral gebruikt voor de jacht op klein ongedierte als muizen en ratten.’ Carels weet wel beter. De kogels zijn licht, ja. Maar: gevaarlijk.



Guy Carels «Een .22 is dodelijk tot op vijftienhonderd meter. Oorlogswapens van tegenwoordig zijn ook maar 7,42 mm. Hoe kleiner de kogels, hoe zuiverder. Als je kan schieten, tenminste. En dat kón ik.»

Zijn herinnering aan de moord is niet zo scherp als je zou denken. Hij nam destijds grote dosissen valium. En dan dronk hij. ‘Niet veel, maar een paar pinten en een paar dosissen valium, en je slaat tilt.’ Hij woonde boven een café – ‘De Kastanje’. Hij hoefde de trap maar af om zichzelf een pint te tappen.

Hij herinnert zich vooral dat hij die avond in de gang stond bij Van Royen, het wapen in de hand.

Carels «Ik heb zeker een kwartier in die gang gestaan. Uiteindelijk ben ik toch de woonkamer binnengestapt. Ik dacht: ik ben hier nu toch. Ik rekende er niet op dat ik aangevallen zou worden. Ik ben binnengestapt, ik heb gevraagd waar het geld was, en toen is hij rechtgesprongen. Ik was banger dan hij, denk ik. Hij is rond de tafel gelopen om me aan te vallen. Maar: een halfautomaat vuurt elke keer als je zo doet (maakt trekkerbeweging met vinger). Ik kón tamelijk goed schieten, en zo’n groot doelwit als een mens die op je afkomt: dat kán je bijna niet missen.»

Toch hebben nog drie kogels gemist.

‘Ik had serieus de trac.’

Hij weet niet meer of de veiligheidspal van zijn wapen al afstond toen hij de kamer binnenstapte. Het doet er ook niet toe: zo’n veiligheidspal is maar een knopje, dat is maar indrukken en je bent schietensklaar.

In het onderzoek staat dat op Van Royens borst een voetafdruk is gevonden: vermoedelijk omdat de moordenaar zijn slachtoffer met de voet had omgerold. Carels weet het niet meer. Volgens hem is hij gewoon gaan lopen. Het wapen heeft hij in de Vaart gegooid.


De negus

Aanvankelijk lijkt het de perfecte moord. Speurders staan voor een raadsel. Niemand van de bewoners van residentie La Dyle – vijf studenten en een gezin – heeft wat gehoord van de schermutseling. Carels is niet verbaasd. Hij klapt in zijn handen: klap! Klap! Klap! Zoveel lawaai maakt een punt 22, meer niet. Dat wist hij van zijn oefenensessies op schietschijven.

Carels «Ik kocht altijd de stilste munitie als ik ging schieten. Om de buren niet te storen.»

Kandidaat-daders hebben de onderzoekers genoeg: Van Royen wordt in Leuven universeel gehaat – door de huurders van zijn zestig ‘onfrisse kamers’ zoals ze in de krant heten, door zijn familie, door zowat iedereen die met hem in aanraking kwam.

Zijn bijnaam in Leuven is ‘de Negus’, schrijft een krant, ‘vanwege zijn betweterigheid’. Mensen die hem tegenkomen, steken liever de straat over dan zijn pad te moeten kruisen. ‘Vijanden had Van Royen bij de vleet, terwijl zijn vriendenkring praktisch onbestaande was’. Hij heeft een ‘opdringerig en agressief karakter’, en staat erom bekend dat hij conflicten op de spits drijft. Hij is ex-rijkswachter en dreigt bij het minste meningsverschil dat hij naar de politie of de rijkswacht zal stappen. Hij gaat zijn huurders ook fysiek te lijf als er onenigheid is over geld, ‘tenminste als hij denkt hen de baas te kunnen.’ Daarover verwondert Carels zich nog altijd: de felheid van Van Royen.

Carels «Zou jij iemand aanvliegen die in je woonkamer staat met een geweer en geld eist? Hij is uit zijn zetel gekomen, en is dan nog helemaal rond de tafel gelopen om mij aan te vallen. Een normale mens doet dat toch niet?»

Maar ondanks de veelheid aan verdachten, raken de speurders geen stap vooruit in hun onderzoek. Yvonne Smets, de weduwe Van Royen, wordt opgepakt op de dag van de begrafenis van haar man, maar moet na 67 dagen weer vrijgelaten worden wegens gebrek aan bewijs. Een huurder die ruzie had met Van Royen, blijkt over een sluitend alibi te beschikken. En al die tijd zit Carels in Leuvense cafés uit te bazuinen dat híj Van Royen heeft vermoord.

Carels «Ik moet het zeker tegen honderd mensen verteld hebben. Niemand geloofde mij. ‘Drink nog iets, Guy.’»


Eenzaam en verlaten

Carels is 24 jaar in 1981, en op de dool. Ex-bakkersjongen. Ex-dakloze. Ex-psychiatrisch patiënt. Ex-gedetineerde. Ex-verslaafde. Ex-afgekickte verslaafde. Ex-taxichauffeur.

In 1978 was hij het slachtoffer van een verkeersongeval dat aan twee mensen het leven kostte. Hij zelf werd zwaar verbrand in het aangezicht. In de zomer vragen mensen hem tot op de dag van vandaag of hij een blauw oog heeft. Het is geen blauw oog, maar zijn huid, die, onder een schijnbaar volmaakt geheelde oppervlakte, blijvende littekens vertoont.

Guy Carels is 24 jaar en ex-slachtoffer. Van zijn jeugd herinnert hij zich vooral afranselingen van zijn vader. Zijn vroegste herinnering: een pak slaag toen hij vier of vijf jaar was. Hij weet nog altijd niet waarom. Nee, hij heeft het nooit gevraagd aan zijn vader.

Carels «Zo is het mijn hele leven geweest. Ik weet niet waarom. Mijn vader was werfleider in Kinshasa: hij was de baas op verschillende grote werven. Fabrieksgebouwen en zo. Hij verdiende goed zijn kost. Hij heeft me ooit zijn loonbriefje laten zien, om te stoefen: honderdduizend frank per maand. Zelfs nu is dat nog veel geld, laat staan in de jaren zeventig. Ik heb nog nooit zoveel geld gehad in mijn leven. Hij had zichzelf opgewerkt: hij was op zijn veertien, vijftien gaan werken in de bouw. Daarna is hij voor zichzelf begonnen.»

HUMO Waarom was je vader zo gewelddadig? Lag dat aan het milieu waarin hij werkte?

Carels «Nee. Met de andere kinderen was hij zo niet: alleen met míj. Op mijn proces heeft er een psychiater getuigd dat ik een ongewenst kind was. Meer heb ik er niet over gehoord. Ik heb er ook nooit naar gevraagd.

»Toen we in Congo woonden, hadden we een Duitse scheper. Zelfs díé is ooit tussenbeide gekomen toen ik weer eens slaag kreeg. Mijn vader stond klaar, zò (heft arm boven het hoofd). De hond is naar zijn arm gesprongen. Hij heeft niet eens gebeten: hij is gewoon met zijn gewicht aan de arm van mijn vader gaan hangen. Een paar dagen later hebben ze het beest in de jungle achtergelaten.»

HUMO Ging je naar school?

Carels «Je weet hoe pubers zijn: omdat het zo slecht ging thuis, was school de enige plek waar ik een beetje kon rebelleren. Dacht ik.

»Ze hebben me laten weten dat ik niet meer moest komen. Daarna heb ik thuis gezeten, mijn vader geholpen. Zodra hij wist dat ik kon autorijden – nadat ik zíjn auto had gepikt – moest ik rondrijden voor hem.

»Toen ik achttien was, zijn mijn ouders een tijd terug naar België gekomen. Ze huurden voor mij een kamer in Zaventem. Na een maand zijn ze weer vertrokken naar Afrika: trek je plan.

»Ik werkte bij een bakker, en ik deed dat graag. Het was vroeg opstaan, om een uur of vier ’s ochtends. Acht kilometer met de fiets naar het werk, acht kilometer terug. Maar de dag dat mijn ouders weer naar Afrika vertrokken – 2 mei ’75 – heb ik een klap gekregen. Ik ben gewoon niet meer gaan werken. Ik voelde me verlaten.»

'Ik ben jaloers op rijke, gelukkige mensen, ja. Niet vanwege het geld, maar omdat ze niet alleen zijn. Ik heb nog nooit een relatie gehad'


Op straat

HUMO Je had je ook bevrijd kunnen voelen toen je ouders vertrokken.

Carels «Ja, maar ik stond er opeens alléén voor. Je kan iemand van achttien in die tijd niet vergelijken met iemand van achttien nu. Ik wist niks van het leven. Als ik zie hoe rijp kinderen van elf, twaalf jaar tegenwoordig zijn... Ik wist niet hoe ik met geld moest omgaan, ik had geen relatie...

»Ik ben op straat beland. Ik heb een tijdje in slaapzalen van het JAC (Jongeren Advies Centrum, red.) in Schaarbeek gewoond, in de Paleizenstraat. Daar heb ik het zelf verknoeid: ik lag met alles en iedereen overhoop. Ik was niet gewelddadig, maar: een scherpe tong, hé. Dat heb ik nog altijd, dat krijg ik er niet uit.

»Ze hebben me buitengegooid. Vervolgens heb ik weer een tijdje op straat geleefd. Eerst in Schaarbeek, daarna in Antwerpen, in het huis der daklozen. Daar kreeg ik elke dag één slaappil van de dokter. Die heb ik opgespaard. Twee dagen voor mijn negentiende verjaardag heb ik geprobeerd zelfmoord te plegen. Ik dacht dat ik genoeg pillen had, maar ik had me vergist. Zo ben ik in Stuyvenberg terechtgekomen.

»Op de psychiatrie heb ik mijn allereerste verjaardagscadeau gekregen, van de mensen van de verpleging. Een pakje blauwe Bastos. Met een takszegel van achttien frank.

»Van Stuyvenberg ben ik naar de psychiatrie in Tienen verhuisd, maar dat ben ik na een tijd zo moe geworden, dat ik me ook daar heb laten buitengooien. Ik ben zo weer in Brussel terechtgekomen – ik ben zelfs nog een paar dagen in de gevangenis beland, voor een winkeldiefstal.»

Rond 1981 is Carels onherroepelijk in de marginaliteit gesukkeld. Hij spoelt aan in Leuven, waar hij een tijdje in een studentenhuis woont. Een job als taxichauffeur kan hij maar kort houden.

Carels «Ik heb nochtans altijd graag met de auto gereden. Maar de regelmaat werd me op de duur te veel. Elke dag, van dat uur tot dat uur... Blijkbaar is het iets psychisch. Hoe graag ik ook iets doe, na een tijd zeg ik gewoon: ‘Foert’. Mijn psychiater heeft het me proberen uit te leggen, maar ik begrijp het nog altijd niet.»

Carels belandt opnieuw op straat en leert Marie-Louise Remy kennen, een cafébazin die hem onderdak verleent in haar café ‘De Kastanje’. Ze wil het kwakkelende café aan hem verpatsen, maar stuit op een veto van de brouwer: Carels heeft geen inkomen. Niets wijst erop dat hij geschikt is om een café te runnen.

Carels «Louise maakte me het hoofd een beetje gek met dat café. Achteraf gezien: die zaak hád nooit kunnen draaien, ze was zo goed als failliet. Maar wat wist ik daar allemaal van in die tijd? En met welk geld had ik dat café trouwens kunnen overnemen? (Schamper) Veel fantasies, ja.»


‘Een ongeluk’

Marie-Louise heeft nog andere plannen voor Carels. Al in de loop van 1980 was Yvonne Smets, de vrouw van Armand Van Royen, in marginale milieus in het Leuvense op zoek gegaan naar iemand die haar echtgenoot uit de weg wilde ruimen. Ene Jacques Urbain stopt ze 33.000 Belgische frank toe. Ze belooft hem nog eens tweehonderdvijftigduizend frank als hij haar man effectief vermoordt. Urbain bedankt voor de eer. Daarna volgen Marcel Schoonjans, de voormalige minnaar van Marie-Louise Remy, en Richard Paesbrugghe en Auguste Pacques, twee bewoners van een opvangtehuis van Oikonde, waar ook Carels rond die tijd verblijft.

Op 2 maart 1981 gaan Paesbrugghe en Pacques aanbellen bij Van Royen om hem met een mes neer te steken. Het slachtoffer is niet thuis, Smets zegt hen ‘dat ze op een andere keer zullen moeten terugkomen’. Paesbrugghe onderneemt nog een poging een paar dagen later. Hij vat een nacht lang post voor het appartement van de Van Royens in Blankenberge. Als hij Van Royen ’s ochtends ziet buitenstappen, slaat hij in paniek en rijdt hij weg. Marie-Louise Remy, die met financiële problemen kampt, probeert vervolgens Carels in te huren voor de klus, wellicht in de hoop een commissieloon op te strijken.

Op zijn proces in 1984 verklaart Carels: ‘Marie-Louise vroeg of ik geld wilde verdienen door iemand kapot te maken. Ze wist dat ik een geweer had. Ik zou tweehonderdduizend frank krijgen. In het begin weigerde ik, maar ze zaagde zodanig dat ik pillen begon te slikken. Ik moet een overdosis genomen hebben, want ik wist niet meer wat ik deed. Marie-Louise gaf me de sleutels van het huis en een plan van de benedenverdieping. De sleutels heb ik haar teruggegeven de dag na de feiten, en het plan heb ik verbrand.’

Nu wil Carels niet meer horen van een ‘huurmoord’. Wat er met Van Royen is gebeurd, houdt hij vol, was een ongeluk. Hij ging naar Van Royen om er geld te stelen, niet om Van Royen te vermoorden.

Carels «Het wás geen huurmoord!

»Toen Louise het voorstel de tweede keer deed, zei ze: ‘Je hóéft hem niet kapot te maken, er is altijd veel geld in huis.’ Ze gaf me de sleutel met de woorden: pas op, ’t is een tamelijke struise en agressieve tiep.»

In zijn getuigenis tijdens zijn assisenproces bekent Carels dat hij Remy herhaaldelijk geld ging vragen na de moord. Remy zou gezegd hebben: ‘Ik kan u niks geven, want Smets zit in de gevangenis.’ Remy stelt hem vervolgens voor om een vrouwelijke postbode te overvallen en dood te schieten. Carels weigert, verklaart hij tijdens zijn proces: ‘Ik slikte op dat moment minder pillen, en ik dacht: ene is genoeg. Ik zie dat beeld na drie jaar nog altijd voor mij. Ik hoor nog altijd zijn geschreeuw.’

HUMO Cru gesteld: het was inderdaad geen huurmoord, maar alleen omdat je te dom was om je te laten betalen voor de moord?

Carels «Omdat ik naïef was, ja. Ik heb inderdaad achteraf tegen Louise gezegd: hoe zit het nu? Ik had nog altijd niks, ik stond nog altijd op straat.

»Toen heeft ze me wat geld gegeven, omdat ik een huurauto moest terugbrengen. Ik móést die auto betalen, of ik kwam financieel in de problemen – en ze was waarschijnlijk bang dat ik dan zou gaan kletsen.»

HUMO Als je overal rondvertelde dat jij de dader was, waarom heeft de politie dan zo lang moeten zoeken?

Carels «Geen idee. Ze zijn uiteindelijk puur per toeval bij mij terechtgekomen. Aan de hand van de kogels hadden ze ontdekt met welk wapen de moord was gepleegd. Ze hebben gewoon met iedereen contact opgenomen die zo’n wapen had gekocht. Maar ze hadden geen enkel bewijs.»

HUMO Hoe hebben ze je dan laten bekennen?

Carels (zucht) «Ik weet niet of je al ooit met flikken te maken hebt gehad? Dat zijn slijmballen, hé. Ze weten maar al te goed hoe ze iemand moeten bespelen. ‘Vertel het, dan ben je ervanaf!’ zeiden ze. Ik wílde ook bekennen. Ik was serieus ondersteboven van die moord.

»(grimmig) Nu zou het niet meer waar zijn. Wat er nu ook gebeurt, ik zeg niks meer. Desnoods lieg ik. Dat heb ik al gedaan, ja! Ik ga je de details niet geven, want ze lezen mee. Een zaak waarvan ze wísten dat ik het gedaan had, maar ze konden niks bewijzen (lachje). Dat ging over een prul – in mijn ogen – maar toch...»

»Had ik geweten wat ik nu weet, dan hadden ze me nooit wat kunnen maken. Het enige wat ik moest doen was: blijven ontkennen. Ze hadden niks!»

HUMO Denk je nog vaak aan Van Royen?

Carels «Nee. Ik heb daar een punt achter gezet. Als iemand me erover aanspreekt, praat ik erover, maar het dóét me niks meer. Sorry, hé. Als mensen nu vinden dat ik een monster ben: laat ze maar denken. Ik zeg het gewoon eerlijk zoals het is.»

HUMO Zijn kinderen noemden hem een ‘sadist’ op het proces. Iemand die ervan genoot om zijn vrouw te slaan. Zijn dochter had het over zijn ‘beestachtige’ karakter. Je wist zelf wat het was om mishandeld te worden: gaf dat je een beter gevoel over wat je gedaan had?

Carels «Dat heb ik ook gehoord. En dat deed me ten dele wel deugd, ja.»

'Voor mijn gevangenisstraf had ik last van mijn geweten. Nu kan ik een pistool pakken, iemand afknallen, en vervolgens rustig gaan slapen'


Geen schuld

Carels werd veroordeeld tot levenslange dwangarbeid, waarvan hij uiteindelijk elf jaar uitzat. ‘Elf jaar tijdverspilling,’ spuwt hij.

Carels «Vergeet al die verhaaltjes over begeleiding van gedetineerden. Weet je wat die elf jaar met mij gedaan heeft? Voor de gevangenis had ik last van mijn geweten, ik voelde me schuldig over die moord. Nu kan ik een pistool pakken en (maakt een denkbeeldig pistool met duim en wijsvinger): BAM! Iemand afknallen. En vervolgens rustig gaan slapen. Ik ga daar geen seconde van wakker ligggen. En dat is geen bluf.»

HUMO Ben je ’t nog van plan?

Carels «Nee. Ik heb zelfs nooit nog een wapen in huis gehad.»

HUMO Waarom zeg je zoiets dan?

Carels «Gewoon. Dat is mijn harde kant.»

HUMO Fantaseer je er nooit over? Om rekeningen te vereffenen misschien?

Carels «Nee. Maar ik sluit niet uit dat ik op een dag ontplof, als het te ver gaat.»

HUMO Ik heb de indruk dat je je leven als mislukt beschouwt. Carels «Mijn leven ìs ook mislukt.»

HUMO Is er iemand die je daarvoor verantwoordelijk acht?

Carels
«Mijn ouders – de enige twee mensen die ik ooit écht gehaat heb.»

HUMO Vind je dat je je schuld aan de maatschappij hebt afgelost door die elf jaar in de gevangenis? Carels (fel) «Ik vind dat ik aan de maatschappij geen schuld te betálen had! De maatschappij had ervoor moeten zorgen dat ik normaal kon opgroeien, dat ik normaal kon leven.»


Kinderen aan huis

Vorig jaar is Carels opnieuw veroordeeld. De aanklacht luidde: kindermisbruik.

Carels «Sinds ik hier woon, heeft het hier altijd vol kinderen gezeten. Vroeger had ik een andere fauteuil, zo eentje waar je een bed van kon maken. Er bleven regelmatig kinderen slapen. Nooit problemen gehad. Kinderen zijn het grootste plezier in mijn leven. Ik ging babysitten, ik ging met kinderen op stap.

»Er was een jongen blijven slapen, en die heeft een paar weken later tegen zijn ouders gezegd dat ik hem had misbruikt. Acht maanden heb ik gekregen, drie maanden binnengezeten.

»Die drie maanden waren voor mij erger dan die elf jaar.»

HUMO Omdat je als zedendelinquent zat?

Carels «Nee, omdat ik niks verkeerds had gedaan.

»Eén ding heb ik verkeerd gedaan – toevallig. Ik heb een buurman die af en toe binnensprong als hij ruzie had met zijn vriendin. Dan werd er altijd serieus gedronken. Ik had die avond praktisch niks in huis – hij is een fles wijn gaan halen. Toen hebben we te veel gedronken, en ben ik in slaap gevallen waar ik zat.»

HUMO Naast die jongen?

Carels «Dat was het probleem: die jongen lág niet in slaap. Kijk, ik ben vrijgezel, ik doe wat ik wil in bed... Enfin, hier lagen seksspeeltjes. Hij heeft die gevonden. Er was één plaats waar geen enkel kind mocht komen: mijn slaapkamer. Maar ja, als je hier dronken in de zetel ligt...

»De flikken hebben vlakaf tegen mijn maat gezegd: we hébben geen bewijzen tegen hem. Het is woord tegen woord, maar het gerecht zal hem pakken op dat drinken. Zo is het ook gebeurd. Ik drink te veel, ik bén een alcoholist. Maar ik zou niet weten hoe ik ervan af moet geraken. Ik wíl er ook niet meer vanaf: het interesseert me niet meer. Sinds ik die drie maanden heb binnengezeten – vorig jaar rond deze tijd – interesseert niks me nog.

»Omdat ik weet dat ik (met verstikte stem) godverdoemme altijd... – kinderen zijn altijd mijn rootste plezier geweest. Nu nog. »Volgens het psychiatrisch verslag was ik paranoïde, psychopathisch en dus een gevaar voor de maatschappij en vooral voor kinderen. Dat wist die psychiater na een onderzoek van tien minuten.

Zogezegd.»

HUMO Psychopathie wil onder meer zeggen dat je je niet kan inleven in andere mensen. Klopt dat?

Carels «Nee. Ik krijg regelmatig het verwijt dat ik veel te véél wil doen voor mensen. Dat ik naïef ben. Dat klopt misschien wel, maar psychopathisch? Nee. Ik heb een harde kant, maar die probeer ik zoveel mogelijk te verbergen.

»Die roddels over kinderen zijn er al jaren. Al sinds ik hier woon. Vraag dadelijk maar eens in de buurt wanneer ik gisteren de deur ben uit geweest. Ze zullen het niet tot op de minuut weten, maar toch tot op het kwartier na.

»Een jaar of zeven, acht geleden zeiden ze tegen de dochter van een vriend dat ze hier maar moest wegblijven, omdat ik ‘een pedofiel’ was – dat meisje was toen een jaar of twaalf, dertien. Ze heeft me de vrouw aangewezen die haar dat gezegd had. Ik heb haar geconfronteerd, maar ‘ze wist van niks,’ zei ze. (Woest) Ik heb haar gezegd: ‘Kijk, als ge nu nog uw bakkes opentrekt, krijgt ge mijn vuist erop.’

»Ik heb hier al zeker tíén onderzoeken gehad in verband met kinderen, hé. Door roddels, denk ik. Ze hebben mijn computer doorzocht, de kinderen ondervraagd, ouders ondervraagd, noem maar op. Ze hebben nooit wat gevonden. En als ze twee minuten nadenken zouden ze dat ook kunnen wéten. Als je altijd met één of twee kinderen zit, ja, dan kan er misschien iets gebeuren. Niet als dat kot hier altijd vol zit.

»Ik hoor dat ze hier in de buurt bang van me zijn. Waarom? Ik weet het niet. 1981: hoe lang is dat al geleden? Eerlijk gezegd: het interesseert me allemaal niet meer. Ik heb mijn eerste infarct in ’99 gehad. Mijn dokter zei onlangs dat ik dringend een overbrugging nodig heb. De vorige keer hebben ze via mijn lies een stent gezet, maar dat zou nu niet meer gaan. Zó deed hij (vouwt een denkbeeldige borstkas open).

»Ik denk dat ik het gewoon níét ga laten doen. Ik ga een papier opstellen dat ze níét aan mijn lijf mogen komen. Dat stomme leven interesseert me niet meer. Ik heb al mijn hele leven zelfmoordgedachten. De laatste tijd is het weer erger dan vroeger. Ik heb 741 euro per maand als mindervalide. Je kán je daar een tijd mee uit de slag trekken, als je tenminste een perspectief hebt. Maar dat heb ik al lang niet meer.

»Het is iets psychisch. Soms denk ik: ik zou dit of dat kunnen doen. En een seconde later vraag ik me al af: wat voor nut heeft het?»


Uitdagen

HUMO Als je rijke, gelukkige mensen ziet, wat voel je dan?

Carels «Vroeger had ik daar serieuze problemen mee. Niet vanwege het geld, maar omdat ze niet alleen zijn. Ik heb nooit een relatie gehad. Jaloers, ja. Waarom zij wel en ik niet?

»Nu kan het me niet meer schelen. Ik ben te oud geworden. Ik zou geen relatie meer willen. En ik zou het niet meer aankunnen. Ik heb er nog op gehoopt toen ik vrijkwam, maar nu niet meer.»

HUMO Zou je je nog willen verzoenen met je vader?

Carels «Nee. Zeker niet na wat er dit jaar is gebeurd. Mijn neefje van twaalf is gestorven aan leukemie. Ik heb mijn zus en broer een mail gestuurd om te vragen wanneer en waar de begrafenis was. Ik heb een mail teruggekregen: dat ik niet welkom was, want dat ik zogezegd geprobeerd had geld af te troggelen van mijn neefje. Onzin. Welk kind van twaalf jaar heeft geld? Ik heb twee keer met die jongen gechat, toen hij in de kliniek lag.

»Ik heb hun een paar kwade mails teruggestuurd. Resultaat: mijn broer en zijn vrouw hebben een klacht tegen me ingediend. ‘Bedreiging en belaging’. Ik wil ze nooit meer zien.»

HUMO Heb je nog contact gehad met je medeveroordeelden?

Carels «Nee. Louise heeft nog een café gehad aan het station. Daar ben ik één of twee keer iets gaan drinken. Uitdagen, hé. Dat zit in mijn karakter. Ik heb me aan de toog gezet en ik heb gezegd: een pintje. We hebben geen woord gewisseld.»

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234