null Beeld

Door been en merg: het superieure spel van Dirk Roofthooft en Geert Van Rampelberg

De nieuwe VTM-serie ‘De infiltrant’ trakteert ons op drie primeurs: Geert Van Rampelberg (42) speelt de hoofdrol – dat deed hij nog nooit, en als je ziet hoe superieur aanstekelijk hij infiltrant en oplichter Danny Desmedt neerzet, vraag je je af: waarom in hemelsnaam niet? Dirk Roofthooft (59) speelt voor het eerst met pruik, en het is ook een raadsel waarom hij dát niet eerder deed. Ten slotte is de reeks iets unieks en ongezien: een politieserie die geen politieserie is.

'Juist van die wanhopige zoektocht naar het Grote Geluk word je ongelukkig'

HUMO ‘De infiltrant’ is gebaseerd op het boek ‘Alpha 20’ van Kris Daels, een agent die undercover drugbendes heeft helpen oprollen.

Geert Van Rampelberg «In de eerste versie was ‘De infiltrant’ ook een heel donkere, serieuze misdaadreeks. Té donker volgens veel mensen.»

HUMO De vorm is erg ongewoon. Freddy Bernaerts, met een pruik zoals Sean Penn in ‘Carlito’s Way’, en Danny zijn bijna stripfiguren. En de pompiedom-muziek maakt er bijna slapstick van, maar toch is ‘De infiltrant’ spannend.

Van Rampelberg «De muziek wijst erop dat je niet naar een serieuze politiereeks kijkt. Maar we spelen wel heel serieus, we brengen geen comedy. De grappen zitten verborgen in de situaties.»

HUMO En dat werkt. Dirk, jij zegt altijd dat je iets van herkenning moet voelen bij je personage om hem te kunnen spelen. Wat zag jij in Freddy?

Dirk Roofthooft «Wat ik tragisch maar ook charmant vind aan Freddy, is dat de man voor geen haar te vertrouwen is, maar wel veel vertrouwen stelt in een infiltrant. Dat is een sterk voorbeeld van hoe groot onze behoefte is om iemand te vertrouwen, terwijl het gevaar zo groot is dat je bedrogen uitkomt. In werk- en liefdesrelaties hechten we er elke keer weer zoveel belang aan dat, als het vertrouwen wordt beschaamd, die relaties als een Titanic zinken. Desondanks zullen we even later wéér iemand tegen beter weten in vertrouwen.»

Van Rampelberg «Mijn personage Danny is meer een vluchter. Hij leeft niet, hij feest.»

HUMO Maar hij heeft iets heel wanhopigs.

Van Rampelberg «Ja. Hij is zo’n discotheekfiguur uit de jaren 90 die meisjes probeert te zoenen en de slager geld aftroggelt. In het dorp waar ik ben opgegroeid, liepen zulke figuren overal rond. Volgens mij hadden ze geen idee waar hun leven naartoe ging.»

HUMO Het is je eerste echte hoofdrol op tv.

Van Rampelberg «Maar als het sneller was gegaan, dan had ik dat niet prettig gevonden. Ik doe de dingen liever op het gemak, ik grijp kansen wanneer ze zich aandienen en ik probeer niets te forceren. De personages die ik in ‘Dubbelleven’, ‘Code 37’ en ‘Clan’ heb gespeeld, waren niet opvallend, maar het waren wel sleutelfiguren.»

HUMO Ik belde daarnet naar Koen De Graeve om te vragen of je nog hetzelfde gsm-nummer had en hij zei: ‘Natuurlijk! Geert zal niet de moeite doen om van nummer te veranderen.’

Van Rampelberg (lacht) «Ja. Ik creëer voor mezelf graag comfortabele situaties waarin ik rustig kan rijpen.»

HUMO ‘Ik moet wel uitkijken voor inertie,’ zei je me eens.

Van Rampelberg «Omdat ik me dat door de buitenwereld laat aanpraten. Ik krijg weleens het commentaar dat ik niet ambitieus ben. Maar ik vind het heel gezond en prettig om geregeld niets te doen en mezelf helemaal leeg te maken. Ik begin me daar pas ongerust over te maken als omstanders me dwingen het te verantwoorden.»

undefined

null Beeld

'Soms heb ik op de scène staan huilen zonder dat ik het wist. Dan schaam ik me en vraag ik me af: 'Heb ik me niet te veel laten gaan?' Dirk Roofthooft (rechts)

HUMO Undercoveragent zijn, lijkt dat je iets?

Van Rampelberg «O, neen, dat is niets voor mij. Ik zoek nooit het gevaar op. Dat Danny constant moet nadenken – ‘Wie ben ik nu?’ – en moet opletten dat hij niet de verkeerde persoon is in de verkeerde situatie, dat lijkt me de hel. Ik wil op mijn gemak zijn, ik ben overal en altijd dezelfde persoon.»

HUMO Dat doet me denken aan een uitspraak van jou, Dirk: ‘Ik kom het meest met mezelf overeen als ik speel.’

Roofthooft «Ja, dat is waar. Het is niet echt een compliment voor mezelf.»

HUMO Maar het is wel een eerlijke reflectie.

Roofthooft «Dank u (lacht). Wat ik met die uitspraak bedoel, is dat ik op het toneel dingen makkelijker kan uitleggen en alles makkelijker wordt aanvaard, omdat ik altijd speel voor mensen die ervoor gekozen hebben om mij te zien. Ik vind het elke keer weer ongelofelijk dat ze twee uur lang alleen maar luisteren. Ik ben iemand die in een gesprek alles wat hij denkt meteen wil kunnen zeggen. Anders kan ik mijn gedachten niet bijhouden. Daardoor ratel ik door en onderbreek ik andere mensen. In het echte leven is dat niet fijn voor hen, maar in het theater vindt men mijn geratel niet erg. Het is zelfs de bedoeling dat ze mij laten uitspreken.»

HUMO Alleen uit je daar niet je eigen gedachten.

Roofthooft «Maar de rollen die ik speel, kies ik niet zomaar. Het gaat altijd ongelofelijk over mezelf. Alleen vind ik het iets veiliger als mensen denken dat het Shakespeare is die spreekt. Soms schrik ik enorm van mezelf, zoals toen ik Claude speelde in ‘Clan’. ‘Ben ik dat?’ denk ik als ik de beelden terugzie. Na een voorstelling hoor ik ook weleens dat ik op de scène heb staan huilen zonder dat ik het wist. Dan schaam ik me, en vraag ik me af: ‘Heb ik me niet te veel laten gaan?’»

HUMO Geert, ken jij dat, schaamte na een voorstelling?

Van Rampelberg «Zeker. Met Olympique Dramatique hebben we eens een voorstelling gemaakt die niet af was voor de première. De zaal zat vol en ik moest een slotmonoloog brengen die ik nog niet uit het hoofd kende. Na afloop heb ik me opgesloten in de kleedkamer en heb ik zitten huilen als een klein kind. Ik ben geen geboren improvisator. Om mijn schaamte opzij te zetten en te durven spelen moet ik gewapend zijn met een tekst die goed is en die ik door en door ken.»

Roofthooft «Mijn schaamte heeft niet alleen te maken met goed of slecht spelen. Als we straks foto’s laten maken, schaam ik me ook voor mezelf. Daarom sta ik ook heel weinig op vakantiefoto’s. Ik kan niet uitleggen wat het is.»

HUMO Er zijn professionele uitleggers van menselijk gedrag die je toelichting kunnen geven.

Roofthooft «Ik ben nooit hulp gaan zoeken. Daar heb ik geen behoefte aan.»

HUMO Je bent gewoon zo.

Roofthooft «Ja, het is iets karakterieels. Vroeger in de discotheek danste ik ook altijd in de hoek, met mijn gezicht naar de muur en mijn rug naar de dansende massa. Al waren er natuurlijk momenten...»

Van Rampelberg «Als je gedronken had (grijnst).»

Roofthooft «...dat ik het centrum opzocht.»

HUMO Dus een gesprek met de wereld gaat je het best af via een theatertekst.

Roofthooft «Ja, en het allerbest in een monoloog. Dan kun je op het podium een alinea overslaan als je die ingeving krijgt, en die elders plakken omdat je dat opeens beter lijkt. Of je valt gewoon stil en maakt er zo bijna een performance van. Je bent vrij. Samenspelen is veel moeilijker.»

HUMO Geert, ben jij een monologenman?

Van Rampelberg «Neen, dat ligt niet in mijn aard. Maar als oefening zou ik het wel willen proberen, juist omdat het zo ver van mij af ligt. Ik functioneer beter in groep.»

HUMO Jij speelt net als de andere Olympique-acteurs her en der in toneelstukken en films, maar één keer per jaar spelen jullie samen.

Van Rampelberg «Ja. Er gaat niets boven met je beste vrienden op een podium staan. Ik zie hen ook zo graag spelen, ik ben elke keer weer benieuwd naar hoe ze geëvolueerd zijn. Ik ben echt een teamspeler. Ik vind het belangrijk dat niet alleen mijn medeacteurs, maar ook de meisjes van de schmink en de mannen van het licht tevreden zijn. Dat iedereen het gevoel heeft dat zijn talent ten volle uit de verf komt.»

HUMO Dirk, jij hebt je nooit willen verbinden aan een gezelschap.

Roofthooft «Nee, maar ik werk graag samen met mensen. Voor de monoloog ‘Bezonken rood’, die ik al dertien jaar speel, ben ik altijd op pad met dezelfde technici. De hele wereld hebben we met die voorstelling afgereisd, van Taiwan tot Canada. Zij voelen als familie aan. Dat is ook mee de reden waarom die voorstelling zo sterk is. Als ik voel dat er in een groep iets wringt, stap ik vóór de eerste repetitie naar de regisseur, want dat moet uitgeklaard worden. Ze mogen ook een andere acteur kiezen als iemand problemen met mij heeft.»

HUMO Je bent onlangs uit de Toneelhuisproductie ‘Het kleine meisje van meneer Linh’ van je vriend Guy Cassiers gestapt.

Roofthooft «Ik ga daar niets over zeggen. Het is voor mij een heel pijnlijke situatie. Het gaat over mensen met wie ik hechte banden heb, vrienden, vriendinnen, mijn broer. Ik hoop dat je het begrijpt.»

HUMO Olympique Dramatique maakt deel uit van het Toneelhuis. Heb jij, Geert, al ervaren dat de leiding autoritair optreedt en geen kritiek verdraagt?


Van Rampelberg «Ik ben daartegen beschermd, omdat wij met Olympique op ons eilandje onze eigen voorstellingen maken.»

HUMO Hoe ga jij om met bazen en autoriteit?

Van Rampelberg «Heel speels. Ik onttrek me eraan door te spelen. Bij Olympique zijn er wel mensen die geïnteresseerd zijn in hoe het Toneelhuis werkt. Ik zit zo niet in elkaar en ik kan mezelf ook niet voorliegen dat het me boeit.»

HUMO Op het voetbalveld ben je de verdediger die de rust brengt, en bij Olympique ben je degene die het evenwicht bewaart.

Van Rampelberg «Ben Segers kan dat ook, hoor, met een mop of een streepje slapstick de druk van de ketel halen. En ik laat iedereen meestal gewoon praten, ik luister. Ik ben geen spits en ik klop niet op de tafel. Als ik een idee opper en ik merk dat ik het moet verdedigen, krijg ik meteen het gevoel dat het niet goed genoeg is en denk ik al snel: ‘Oké, stel maar iets anders voor.’ Ik kan met grote ogen kijken naar Tom Dewispelaere en Stijn Van Opstal, die wel op de tafel blijven kloppen en hun ideeën kracht bijzetten. Ik vind dat vreselijk knap. Tom wilde graag eens een monoloog spelen. ‘Oké,’ zeiden we meteen, ‘dan ben jij dit jaar Olympique Dramatique.’ We zijn wel samen, maar er ligt niks vast bij ons, we zijn benieuwd naar de evoluties van de ander omdat we au fond allemaal zo anders zijn. We hebben in de twintig jaar dat we nu bestaan amper met regisseurs gewerkt, maar toen we ‘Augustus ergens op de vlakte’ en ‘Risjaar Drei’ begonnen te maken, wilden Tom en Stijn de regie doen. Wat blijkt: dat werkt ook voor ons. Sterker nog, het bleek veel constructiever te zijn dan we dachten. We willen nu ook wat vaker met regisseurs van buitenaf werken, omdat we na al die jaren de nood voelen aan de kijk van anderen op wat wij maken.»

HUMO Dirk, jij bent een fervente wielrenner.

Roofthooft «Ik heb ook gevoetbald. Ik was keeper.»

HUMO De enige speler met een eigen plek. Je houdt, denk ik, graag de touwtjes in handen.

Roofthooft «Maar ik werk bijna altijd met regisseurs! En dan nog met Jan Fabre en Guy Cassiers, mannen met een uitgesproken visie. Ik vind dat altijd heel heftig. Als acteur geef je je elke dag helemaal bloot, je biedt de regisseur je ziel aan. En hij bekritiseert je elke dag: ‘Dit is niet goed. Opnieuw, alsjeblieft.’ Zo’n verhouding is zeldzaam. Stel dat een koppel zo met elkaar zou omgaan, dat overleeft de relatie niet. Tussen een acteur en een regisseur kan het ook twee kanten op. Ofwel ontstaan er wrijvingen die een leven lang duren, ofwel ontstaat er een prachtige vriendschap uit, ook voor het hele leven. Dat lukt alleen maar als een regisseur erin slaagt je het gevoel te geven dat je hem volkomen kunt vertrouwen. Hij moet zoveel harmonie om je heen creëren dat zijn kritiek je niet kan deren. Maar ik krijg de indruk dat jij denkt dat ik niet graag samenwerk en niet graag in een groep verkeer. Dat is niet waar. Ik heb juist veel behoefte aan gezelschap, en ik ben heel graag samen met mensen. Ik vond het zalig dat Geert altijd binnenviel met een muziekje of een koffie. Of nog wat sliep in de camper. Dan viel de druk meteen van mijn schouders. Geert en Peter (Van den Begin, red.) zijn mensen die graag samen zijn. Dat werkt aanstekelijk, en geeft me een goed gevoel. Ik wilde dat ik zo relaxed kon zijn als zij. Ik kan niet zoals Geert nog even een dutje doen vlak voor een opname, of gezellig op restaurant gaan. Ik heb het gevoel dat mijn acteerprestatie niet optimaal zal zijn als ik me niet concentreer op wat komen gaat.»

Van Rampelberg «Je bent tijdens de opnames toch een paar keer mee gaan eten?»

Roofthooft «Ja, dankzij jullie, en dat was heel uitzonderlijk. Ik sliep zoals altijd in een ander hotel dan de rest. Ik ben zo bang in de verleiding te komen om met de anderen mee te drinken. Ik ben namelijk niet gedisciplineerd genoeg om het bij één glas te houden en dan te gaan slapen. Bij mij is het alles of niks. Ik laat dan alle teugels los en ga all the way.

»Ik zonder me dus af. Niet dat ik dan hard zit te werken op mijn kamer, maar ik denk wel intensief na over de scènes van de volgende dag, ik fantaseer erover, droom ervan. Ik heb die afzondering nodig – of dat maak ik mezelf toch wijs. Ik vertrouw mezelf niet in staat van ontspanning. Ik ben bang dat ik daarna niet goed genoeg zal spelen. Snap je nu waarom ik niet wil lesgeven? Stel je voor dat een neurotische bangerik als ik voor de klas zou staan en zou zeggen: ‘Straks gaan we spelen, dus jullie mogen niet gaan eten. Jullie moeten nu op je stoel blijven zitten en nadenken over je scène, anders kun je straks niet goed zijn.’ Er zouden daarna nogal wat verknipte acteurs rondlopen (lacht).

»Het gekke is dat Wim Vandekeybus, die mij vaak mee op café heeft gesleept, mij altijd het best vond als we de nacht ervoor zwaar uit waren geweest: ‘Dan ben je zo levensgeil,’ zei hij. En die geilheid bracht ik de volgende dag mee op de scène, ik stond er met een enorme drive om de voorstelling bij zijn nekvel te pakken.»

HUMO Misschien moet je gewoon consequent proberen om wel uit eten te gaan en je te ontspannen vóór je op moet.

Roofthooft «Ja, maar, Stefanie, dat bang zijn zit heel diep, en het heeft ook niet alleen met het werk te maken. Ik ben nu net mijn woning uitgelopen en drie keer teruggekeerd om te zien of het gasvuur uit was. Ik ben gewoon een heel bange man.»

HUMO Terwijl je zo bang bent voor de dood, heb je al vaak gezegd.

Roofthooft «Ja. Gisteren vond ik het opeens zo vreselijk dat ik na mijn dood niet zal weten hoe het mijn dochter zal vergaan. ‘Ik wil zo graag dat het haar goed zal gaan,’ dacht ik, ‘maar hoe regel ik dat?’»

Van Rampelberg «Niet. Zij regelt dat zelf. Ik zie dat mijn kinderen schoonheid en liefde opzoeken, dus ik denk: ‘Het komt wel goed.’»

Roofthooft «Maar ik zie het ook in een ruimer wereldbeeld. Wat de toekomst betreft, ziet het er toch niet goed uit.»

Van Rampelberg «Ik ben niet zo bang voor een instorting van het systeem. Ik zal me wel aanpassen. Of toch een poging wagen. Voor de dood ben ik alleen bang geweest als kind. Dat was toen ik besefte dat mijn grootmoeder zou sterven. Ik ben toen een tijd bezig geweest met uit te rekenen: ‘Als ze volgend jaar sterft, ben ik zo oud. Als ze over drie jaar sterft, ben ik zo oud.’ Maar op een gegeven moment had ik het me zo vaak voorgesteld zonder dat er iets veranderde, dat ik ermee ben gestopt.

»Ik heb al vaak afscheid moeten nemen: van goede vrienden die ik aan de dood heb verloren, van de relatie met de moeder van mijn kinderen waar ik ooit keihard in heb geloofd. Ik weet nu dat alles gewoon stroomt en vooruitgaat. De drang om dingen krampachtig te willen vasthouden ben ik helemaal kwijt. Ik zie geluk ook niet meer als een heilige graal, iets waar je constant naarstig naar op zoek moet. Je wordt juist ongelukkig van die wanhopige zoektocht naar het Grote Geluk.»

undefined

null Beeld

'Ik zie dat mijn kinderen schoonheid en liefde opzoeken, dus ik denk: 'Het komt wel goed.'Geert Van Rampelberg (links)]'

HUMO Dirk, ‘Bezonken rood’ speel je al dertien jaar, en ‘Terug naar Oosterdonk’ is nog eens herhaald op tv. Eigenlijk bedwing jij als geen ander de tand des tijds.

Roofthooft «Ik zou zo graag willen dat je gelijk hebt. Maar als ik iets maak, is er geen enkele garantie dat het weer zal lukken. Ik streef wel elke keer naar dezelfde graad van schoonheid. Daarom ook stap ik soms uit producties, omdat er niet genoeg harmonie is om dat gezamenlijke streven naar schoonheid te vrijwaren.»

HUMO Geert, jij zou graag een job als handarbeider zoeken. Misschien meubelmaker, zoals je grootvader, zodat je iets kunt maken waarvan je het concrete resultaat ziet.

Van Rampelberg «Ja, dat geeft me een fijn gevoel. Ik ervaar dat nu al wanneer ik kook. Het is ook een romantisch idee, hoor. Het kan goed zijn dat ik het voor bekeken houd als ik een tafel heb gemaakt.»

HUMO Je ouders speelden allebei amateurtoneel. Van je moeder, die je extravert noemt, kan ik me dat voorstellen, maar je vader is een stille man die ook graag met hout werkt.

Van Rampelberg «Ja (glimlacht). Er is één foto van hem op het podium, die vind ik zo schattig. Maar ik weet niet of het acteren wel bij hem paste. Hij heeft in één stuk meegespeeld, om de hobby van mijn moeder met haar te delen.»

HUMO Wat mooi. Dat is liefde.

Van Rampelberg «Ja. Dat mooie voorbeeld heeft me misschien wel parten gespeeld. Ik heb heel jong een gezin gesticht. Zo moet het, dacht ik als ik naar hen keek. Ik wilde dat geluk kopiëren. En toen mijn relatie niet goed meer werkte, heb ik het lang koste wat het kost in stand proberen te houden. Ik wilde niet zien dat we allebei ongelukkig waren. Psychologen zeiden me: ‘Je moet luisteren naar je kompas.’ Of hoe zij dat ook noemen. Ik ging daartegenin omdat ik aan de maatschappelijke verwachtingen wilde blijven voldoen. Mijn gezinsleven is nu helemaal anders dan ik me had voorgesteld. Dat heb ik moeten aanvaarden.»

undefined

'Ik krijg weleens het commentaar dat ik niet ambitieus ben. Maar ik vind het heel gezond om geregeld niets te doen en mezelf helemaal leeg te maken'


Een eigen kerk

HUMO Dirk, jouw vader sprak zijn veto uit toen jij op je 16de besloot dat je wielrenner wilde worden. Je hebt toen een grote wielerwedstrijd georganiseerd waar je zelf aan zou meedoen, om hem te tonen wat je kon en hem alsnog over te halen. Je werd vierde, maar hij hield voet bij stuk: wielrennen was te duur en te gevaarlijk.

Roofthooft «Voor hem kwam zekerheid voor alles. Hij was zijn leven lang bediende bij Agfa-Gevaert. Hij was bang dat ik niet goed genoeg was om topwielrenner te worden, en dat ik als renner een povere toekomst tegemoet zou gaan.»

HUMO Je hebt toen ook een jongerenkerk mee opgericht.

Roofthooft «Mijn ouders zijn praktiserend katholiek – mijn vader is nog altijd lector in de mis. Maar ik vond toen dat ze in de eucharistieviering niet genoeg stilstonden bij wat dat werkelijk betekent – tijdens het delen van het brood, bijvoorbeeld. Daarom heb ik toen JOKE opgericht – een samentrekking van ‘jongeren’ en ‘kerk’, en daarmee organiseerden we alternatieve eucharistievieringen in de pastorie van de kerk. We gebruikten geen teksten van de kerk, maar droegen gedichten voor van iemand als Pablo Neruda

HUMO Nam jij het woord?

Roofthooft «We deden van alles. Er bestaat een foto van mij waarop ik, omringd door mensen, in kleermakerszit samen met twee vrouwen op de klanken van kosmische muziek van Tangerine Dream de lucht voel (staat op en maakt op één been plukkende bewegingen in de ruimte).»

Van Rampelberg «Echt!?»

Roofthooft «Die jongerenkerk had zoveel succes dat we ermee moesten stoppen. Alle kinderen van katholieke ouders volgden de vieringen bij ons, en daar heeft de priester toen een stokje voor gestoken. Ik heb op mijn 16de tegen mijn ouders gezegd: ‘Ik ga niet meer.’ Dat heeft mijn vader veel pijn gedaan, denk ik, maar hij heeft er nooit iets van gezegd. Hij is een ontzettend lieve man.»

HUMO Een bange man ook? Heb je je angsten van hem meegekregen?

Roofthooft «Die kronkels en muizenissen heb ik van mijn moeder. Zij was en is nog altijd heel bezorgd. Als één van de kleinkinderen ziek is, vertellen we het haar pas als ze weer beter zijn. Anders kent haar ongerustheid geen grenzen.»

HUMO Zij vond het ook heel onrustwekkend dat jij tot diep in de nacht resultaten van wielrenners zat op te tellen.

Roofthooft «En dat ik in mijn dagboek zat te schrijven. Ik heb een tijdje de ongelofelijke obsessie gehad dat alles wat er overdag was gebeurd op papier moest staan. Zeker toen ik voor het eerst verliefd werd. Elke dialoog die ik met mijn lief voerde, moest ik vastleggen. Niks van wat er tussen ons was, wilde ik kwijt.»

HUMO Je bent al sinds jaar en dag samen met je vrouw Els. Ook al slaap je vaak op een andere verdieping of zelfs op hotel, als je je op repetities of opnames wilt concentreren.

Roofthooft «Ik vind het heel erg voor mijn omgeving dat ik maar niet de rust vind die ze me zo gunnen, hoe hard ze ook hun best doen. Kennelijk kan zelfs de grootste liefde daar niets aan veranderen.»

Van Rampelberg «Kom hier, Dirk, dat ik je vastpak. Ik zal je eens leren wat ontspannen is. Wat wil je drinken?»

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234