null Beeld Getty Images/iStockphoto
Beeld Getty Images/iStockphoto

Privacy

Door corona zijn we nóg meer online. Hoe blijft u de baas over uw data?

Door de coronacrisis zijn we nog meer online dan we al waren. Onderschatten we de impact van algoritmes en wat er met onze data gebeurt? Maken we het onszelf niet iets té makkelijk?

Wakker worden, scrollen, zoomvergadering, pushmelding, Twitter, swipen, scrollen, Netflix, Facetime, scrollen, slapen. Er zijn van die dagen waarop je vrijwel de hele dag online bent. Alsof je opstaat, de digitale wereld instapt en die pas weer verlaat als je terug naar bed gaat.

Door de coronacrisis is de digitalisering van de samenleving in een stroomversnelling geraakt. We zitten meer dan ooit vastgeplakt achter onze schermpjes, onderwijsinstellingen omarmen massaal het digitaal lesgeven en werkgevers laten hun personeel thuiswerken, waar ze moeten inloggen in een digitale werkomgeving.

Voor communicatiewetenschapper Mariek Vanden Abeele, die voor de Universiteit Gent onderzoek doet naar ons digitale welzijn, is dit een interessante periode. Hoe gaan we om met onze smartphone als de wereld weer teruggaat naar normaal? Uit haar onderzoek blijkt dat we onze telefoon bijna 30 procent meer gebruiken tijdens de pandemie. Om nieuws te consumeren, in contact te staan met onze vrienden en familie, te posten op sociale media. ‘Er zijn allerlei patronen en gewoonten ingesleten, het is niet eenvoudig om die kwijt te raken.’

Lichamelijkheid

Stel: we blijven onze telefoon straks een uur langer per dag gebruiken. Gaat dat dan ten koste van bijvoorbeeld televisietijd? Van tijd die we normaal met familie doorbrengen? Of waarin we sporten? Of kunnen we onze schermtijd toch afbouwen na corona? Want naast al het moois dat het brengt, is het voor veel mensen ook een hindernis, zegt Vanden Abeele. ‘Die zeggen: ik had mijn tijd achteraf toch liever anders besteed, bijvoorbeeld door meer aanwezig te zijn tijdens een dagje weg met het gezin.’

Die andere, digitale werkelijkheid doet wat met ons, zegt techniek­filosoof Peter-Paul Verbeek van de Universiteit Twente. ‘Het doet geen recht aan onze lichamelijkheid. Dat is ook precies wat we missen. Niet alleen een knuffel of aanraking, maar het gevoel dat we als lichaam aanwezig zijn. De digitale wereld vervangt de echte niet, het is meer een bemiddeling.’

Verbeek noemt de tijd waarin we nu leven de ‘vierde revolutie’. Eerst was er de industriële revolutie, toen massaproductie, gevolgd door het tijdperk van informatietechniek. In de vierde revolutie wordt de intelligentie van machines vermengd met die van mensen. Artsen stellen diagnoses mede geïnformeerd door expertsystemen. Een rechter velt een vonnis mede met hulp van een machine. Onze zoekresultaten op internet bepalen in hoge mate hoe wij de wereld begrijpen, op welke politieke partij we stemmen.

De coronacrisis versterkt en intensiveert die vierde revolutie. Het is een soort groot maatschappelijk experiment, zegt Verbeek. ‘Neem onderwijs: daar worden nieuwe digitale vormen ontzettend snel uitgewerkt. Dat levert voordelen op, maar we merken ook hoe belangrijk fysieke aanwezigheid is voor het contact tussen docent en leerling.’

Dat geldt ook voor online conferenties die Verbeek bijwoont. ‘Het is positief voor het milieu dat we daardoor minder reizen. Bovendien worden ze inclusiever: wetenschappers uit Afrika en Zuid-Amerika zijn normaal vaak ondervertegenwoordigd, omdat het vliegticket te duur is, en zijn nu in groteren getale aanwezig. Dat wil ik niet meer kwijt. We zullen daarom waarschijnlijk naar een meer hybride samenleving toegaan, waar online en fysiek contact elkaar afwisselen.’

Suggesties van Netflix

Volgens Verbeek geeft die vierde revolutie ons denken opnieuw vorm. Wat betekent het wanneer daar zo’n versnelling in optreedt? Kunnen we dat bijbenen? Verbeek zegt dat we daar met aandacht naar moeten kijken. Hij noemt als voorbeeld de algoritmes van Spotify en Netflix, die ons telkens adviezen geven over welke series en artiesten we misschien ook leuk zouden vinden. ‘Dat heeft invloed op de culturele diversiteit van de samenleving. Als die suggesties ons opsluiten in onze voorkeur, schiet het niet op met onze openheid voor andere samenlevingen en kunstvormen. Omdat die technologieën invloed hebben op hoe we naar de wereld kijken, moeten we ons als samenleving afvragen: welke waarden vinden we belangrijk? En hoe kunnen we die inbedden in onze techniek?

Belangrijk, want onze schermpjes zijn toch het venster waardoor we naar de wereld kijken. Misschien onderschatten we wel in hoeverre we worden gedisciplineerd door die algoritmes. De subtiele gedragsvoorschriften van bijvoorbeeld Instagram – val op en word succesvol – internaliseren we. Of neem YouTube: hoe meer video’s je kijkt, hoe extremer de content wordt. Volgens filosoof Hans Schnitzler zijn die algoritmes op een perverse manier ingericht, en is het verstandig om ze repareren, of ons er minder afhankelijk van maken. ‘Anders wordt het lastig om in de toekomst met elkaar ergens overeenstemming over te bereiken. Want door het dataverdienmodel zijn algoritmes een soort radicaliseringsmachines.’

Het gevolg van de digitale versnelling is ook dat grote techbedrijven nog harder groeien dan ze al deden. Schnitzler: ‘De techindustrie doet erg haar best om haar producten de scholen binnen te krijgen. Veel onderwijsinstellingen zien daar terecht de voordelen van in. Het is alleen wel de vraag: houdt men voor ogen voor welk probleem een oplossing wordt gezocht, als corona straks voorbij is? Veel waarden die in technologie zitten versleuteld, zoals efficiëntie, vinden we prettig en omarmen we. Maar is dat een waarde die je wilt terugzien in het onderwijs?’

Volgens Koen Frenken, hoogleraar innovatiestudies aan de Universiteit Utrecht en gespecialiseerd in online platforms, betekent het dat ouders worden gedwongen een commercieel product af te nemen, terwijl ze met een publieke partij te maken hebben. ‘De overheid en gemeenten hebben in hun contact met de burger hun eigen systemen, met alle waarborgen van dien, al gaat er ook weleens wat mis. Maar in principe zijn je gegevens beschermd. Bij commerciële partijen heb je die garantie niet. De data kunnen bijvoorbeeld worden doorverkocht voor advertentiedoeleinden.’

In de gaten gehouden

Volgens filosoof en essayist Miriam Rasch, die een boek schreef over dataïsme, is de datasurveillance, het verzamelen en analyseren van data, tot nog grotere hoogte gestegen door de coronacrisis. ‘Er is geen moment meer op de dag dat je niet in de gaten wordt gehouden: thuiswerken, online boodschappen doen, een cadeautje bestellen, vrienden spreken. Er worden zo veel data verzameld op werkelijk alle vlakken van ons leven, dat er niet meer een structureel gebied is dat daaraan kan ontsnappen.’

Neem MyAnalytics van Microsoft, zegt Rasch. Een veelgebruikt Officepakket dat meet hoeveel vergaderingen werknemers hebben, hoeveel mails ze ontvangen en hoe snel ze die beantwoorden. Dat zou goed zijn voor de productiviteit. ‘Willen we dat mensen gaan werken aan hun score en aan het einde van de middag nog even snel zes mails tikken in plaats van een relevant artikel lezen over hun vakgebied?’

Een nieuwe ontwikkeling als massaal thuiswerken wordt dus ontzettend snel uitgebuit door datatoepassingen. Volgens Rasch ontbreekt de discussie over de vraag of zo’n toepassing nuttig is, hoe bedrijven het willen gebruiken en of er data wordt verzameld. En zo ja, wat gebeurt daar dan mee? ‘De tendens is: eerst een nieuwe technologie invoeren, de discussie afwachten, en dan eventueel bijstellen.’

Bovendien onderschatten we wat voor data techbedrijven van ons kunnen verzamelen. Rasch: ‘We weten niet wat ze van ons weten. Neem het onderwijs. Google zou kunnen opslaan hoelang een student doet over het beantwoorden van een vraag, in vergelijking met zijn medestudenten. Daar kan een score uit worden afgeleid over hoe slim hij is. Dat kan weer als dataset worden verkocht aan een derde partij, die hem zou kunnen targeten om bijles te kopen.’

Dat is volgens Frenken in een notendop het probleem van datasurveillance. Je keurt het goed om een bepaalde toepassing, maar gegevens worden dan toch weer voor andere doeleinden gebruikt. Beveiligingscamera’s zijn bedoeld om criminaliteit en vechtpartijen in beeld te krijgen, maar werden in Antwerpen gebruikt om te kijken of mensen zich aan de coronamaatregelen hielden. ‘Waar het doorverkopen van data al langer een verdienmodel is in de private sector, zien we dat die binnen de overheid ook op allerlei manieren worden gebruikt.’

Rimpelloos

En uiteindelijk omarmen we al die technologie, zegt Schnitzler, omdat de wereld is ingericht op efficiëntie, snelheid, optimalisering en zelfredzaamheid. Allemaal waarden die we prettig vinden, en op zichzelf niet zoveel kwaad kunnen, als ze tenminste niet doorschieten.

Het is volgens Schnitzler verstandig je te realiseren dat een verrijkt leven een leven is dat moeite kost. Hoe makkelijker en rimpellozer ons bestaan, hoe minder betrokken we raken bij wat we doen. Met een paar clicks innen we onze beloning, terwijl de hele middag boodschappen doen, een ambacht onder de knie krijgen, op eigen houtje nieuwe artiesten ontdekken, kortom, ergens moeite voor doen, uiteindelijk juist leidt tot voldoening.

Bovendien, zegt Rasch, is frictieloosheid ook onderdeel van het kapitalistische productieproces. ‘Technologieën of apps die frictie wegnemen, hebben als doel versnelling mogelijk te maken. Daardoor kunnen we meer produceren, wat meer data oplevert, en dus geld. Die logica is overgezet naar onze communicatie, vriendschappen en liefdes. Tinder is de frictieloze manier om een partner te vinden. Als je daar iets tegenover wilt zetten, is de eerste stap: die versnelling een halt toe te roepen en meer tijd te nemen. Inefficiëntie. Als een soort verzet.’

(Parool)

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234