Door een roze bril: Michel Pollentier en Johan De Muynck, de laatste Belgische Giro-winnaars

In vervlogen tijden was een zege in de Giro volstrekt normaal voor Belgische topwielrenners. Michel Pollentier en Johan De Muynck speelden het klaar in 1977 en 1978, vlak na het tijdperk van Eddy Merckx. Veertig jaar later hebben ze nog steeds geen opvolger. Wij spraken met onze laatste Giro-winnaars over la vita in rosa. ‘Midden in de Giro werd ik papa. Maar wat moest ik thuis gaan doen? Mijn vrouw moest bevallen, niet ik.’

'Op een avond kwam Moser samen met de koersdirecteur op mijn kamer. Ze boden me een koffer vol geld aan om de Giro te verliezen'

Michel Pollentier (67) en Johan De Muynck (69) kennen elkaar goed. Ze zijn generatiegenoten en waren tot twee keer toe ploegmaats: in het prille begin bij Flandria, en later bij Splendor.

Michel Pollentier (lacht) «Awel, moet je niet werken?»

Johan De Muynck «Ik heb vrijaf. Ik restaureer een huis voor mijn dochter. Van Monumentenzorg mocht ze het gebouw niet afbreken. Wrééd werkske, maar ik doe het graag. Ik ben dan wel bijna 70, maar stilzitten kan ik niet. Het enige nadeel is dat ik niet meer op mijn fiets raak. Het is al vier maanden geleden.»

Pollentier (lacht) «Bij mij is het van 8 oktober 1984 geleden dat ik op een koersfiets heb gezeten, mijn laatste koers. Ik fietste nochtans graag, van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat. Maar toen ik stopte met koersen, was het voorbij, van de ene dag op de andere. Ik had genoeg afgezien.»

De Muynck «Dat is het verschil met mij. Ik heb niet genoeg afgezien. Ik ben nooit tot het uiterste gegaan. Andere renners konden meer dood dan levend over de finish komen. Ik niet.»

Pollentier «Ik ben vaak tot het gaatje gegaan. Na de koers moesten ze mij van mijn fiets helpen. Ik wist niet meer van welke parochie ik was.

’s Avonds moesten ze mijn eten op bed brengen, ik raakte er niet meer uit.»

De Muynck «Elk jaar deed ik een uithoudingstest aan de Gentse universiteit en elk jaar zeiden ze: ‘Je kunt makkelijk doorgaan.’ Maar ik kon het niet, ik kon niet door de muur gaan.»

Pollentier «Ach, die tests... Ik zat eens in de preselectie voor de Olympische Spelen, maar de conclusie van Bloso na een test was: ‘Niet geschikt om te koersen.’ Mijn huisdokter zei hetzelfde: ‘Je hart is dubbel zo groot als normaal. Je gaat op een dag doodvallen.’ Maar ik was niet verontrust. Hij zei dat mijn hart ‘te groot’ was, niet dat het ‘te slecht’ was. En dus bleef ik koersen.»

De Muynck «Ik begon te koersen omdat ik weg wilde uit de textielfabriek. Ik was wever, en elke morgen om vijf uur ging de fabriekspoort open. Om één uur mocht ik naar huis. Van maandagmorgen tot zaterdagmiddag, week in, week uit. Als ik dat de rest van mijn leven had moeten doen, had ik het niet lang getrokken. Wielrennen was de ideale vlucht, de hefboom naar een beter leven.»

Pollentier «Als kind supporterde ik voor Rik Van Looy, ik wilde de nieuwe Rik worden. Ik ben op mijn 16de gestopt met school. Ik had automechanica gestudeerd en ik ben bij mijn vader in de garage gaan werken. Vaak halve dagen, de rest van de tijd zat ik op de fiets. Toen ik een profcontract kon tekenen bij Flandria, heb ik niet getwijfeld.»

De Muynck «Koersen was voor mij vooral reizen, de wereld zien. Winnen was minder belangrijk. Boven op een berg dacht ik niet: en nu zo snel mogelijk naar beneden! Nee, ik keek rond en dacht: wauw, zo schoon, hier moet ik nog eens terugkomen! Als mijn collega’s dan demarreerden in de afdaling, verwenste ik ze, want zo kon ik niet genieten van de omgeving.»


Razende Roger

Michel Pollentier en Johan De Muynck werden allebei prof op hun 22ste en reden eerst een paar jaar als knecht. De Muynck reed in dienst van Roger De Vlaeminck bij Brooklyn, Pollentier was de rechterhand van Freddy Maertens bij Flandria.

HUMO Maar jullie wisten al snel dat jullie meer waard waren.

De Muynck «Ik kon goed bergop rijden. We gingen met vier Belgische amateurs naar de Ronde van Colombia. Na drie dagen lagen er al twee in het ziekenhuis. Hun poriën waren dichtgetrokken door de hitte, ze konden niet meer zweten en het vocht hoopte zich op in hun lichaam. De derde Belg kon geen meter klimmen en verloor elke dag een uur. Helemaal alleen veroverde ik de leiderstrui in het Andesgebergte, op meer dan 3.000 meter hoogte. Ik mocht als leider in het klassement in één van de mooiste hotels van Colombia slapen. Elke kamer had een eigen springplank van waarop je rechtstreeks in het zwembad kon springen. Maar ik genoot iets te veel van dat hotel, de volgende dag was ik mijn leiderstrui kwijt.»

Pollentier «Ik werd prof op 1 mei 1973, kort voor de Ronde van Romandië. In de tweede rit bleven we plots nog met drie man over. Lucien Van Impe, Wilfried David en ik. Bergop bepaalde ik het tempo. De anderen riepen: ‘Ow! Ow! Niet zo rap!’ Ik werd derde door een gebrek aan ervaring, maar toen wist ik al: ik kan klimmen.»

'Michel Pollentier (rechts): 'Ik had vooral een gebrek aan stijl op de fiets.''

HUMO Langzaam maar zeker durfden jullie de kopmannen al eens te overvleugelen, maar dat werd niet altijd op applaus onthaald.

De Muynck «De miserie begon in Parijs-Roubaix in 1976. Roger De Vlaeminck verspeelde die dag zoveel krachten dat hij op de piste geklopt werd door Marc Demeyer. Roger kreeg een tik en trok naar de Ronde van Romandië om de sponsor te laten zien dat hij nog steeds ‘de man’ was. Maar in de eerste rit klopten ze hem opnieuw in de sprint. De volgende dag zaten Roger en ik allebei in de kopgroep. Mijn aanwezigheid werkte hem duidelijk op de zenuwen. ‘Wanneer ga jij eens demarreren?’ snauwde hij me toe. Als het dat maar was! Ik zette aan en ze hebben me niet meer teruggezien. Op de koop toe won ik ook de vierde en de vijfde etappe, én het eindklassement. Dat kon De Vlaeminck niet hebben. Op de dag van de afsluitende tijdrit eiste Roger mijn vaste masseur op. Het deerde me niet. Ik won, vóór Merckx en De Vlaeminck. Ze brachten ons drieën daarna in een taxi naar de luchthaven. Die hele rit lang is er geen woord gesproken. Geen woord. Maar toen wist ik: ik kan ook kopman zijn.»

Pollentier «Bij Flandria was het anders. Freddy Maertens was de kopman, maar als hij niet kon winnen, gunde hij ons de zege. Demeyer en ik konden ons ding doen. Voor ploegleider Lomme Driessens telde nochtans alleen Freddy, naar de anderen keek hij niet om. Ik had het geluk dat ik bij Freddy op de kamer lag, zo kon ik af en toe mee profiteren van zijn privileges. Lomme nam ons op een rustdag in de Tour bijvoorbeeld mee naar Genève voor een diner in een sterrenrestaurant. En dat terwijl Carine Maertens speciaal naar Frankrijk was gekomen om op de rustdag bij haar man te zijn. Ze heeft Freddy die dag niet gezien. Dat was Lomme. Een goede ploegleider, maar een slechte mens.»

'Roger De Vlaeminck stond op: 'Ik? In dienst van De Muynck rijden? Vergeet het!' Maar de volgende dag zat hij er al na de eerste col door ''

HUMO Jullie ontbolsterden definitief in de Ronde van Italië. Johan schitterde een eerste keer in de Giro van 1976, Michel een jaar later.

De Muynck «Ondanks mijn eindzege in de Ronde van Romandië vertrok ik naar de Giro als knecht van De Vlaeminck. ‘Gedaan met de kermis,’ zei Roger bij de afreis. ‘Je bent weer knecht. Je wordt betaald om te knechten, niet om te winnen.’ Het liep anders. Ik veroverde de roze trui per ongeluk. In de vierde rit lag de finish in Matera op een kasseistrook. Roger had me gevraagd om het tempo hoog te houden in de laatste kilometer. Dat deed ik, maar in één van de laatste bochten gingen ze achter mij tegen de grond. We bleven nog met twee man over. Ik won en pakte ook het roze. ‘Met u is het altijd wat!’ zei Roger vlak na de ceremonie. Maar ondanks de leiderstrui bleef ik knechten. In één van de volgende ritten reed ik 30 kilometer op kop voor Roger, maar hij liet zich in de sprint kloppen door Francesco Moser. Hij was woedend en gooide zijn fiets op de grond. VRT-verslaggever Marc Stassijns vroeg hem: ‘Na deze nederlaag wordt De Muynck ongetwijfeld jullie kopman?’ Roger ontplofte: ‘De Muynck is knecht, en hij blijft knecht.’ Ik verloor de roze trui, maar in de eerste Dolomietenrit naar Torri del Vajolet, een klim zo steil dat er zelfs geen auto’s op mochten, pakte ik opnieuw de leidersplaats. Onze sportdirecteur zei die avond aan tafel dat de ploeg vanaf nu in mijn dienst zou rijden. De Vlaeminck stond op. ‘Ik? In dienst van De Muynck? Vergeet het! Morgen is het mijn rit.’ De volgende dag trok ik een gewoon Brooklyn-truitje aan boven mijn roze trui om zo weinig mogelijk op te vallen – ik wilde geen polemiek. Maar op de eerste col zat Roger er al door. Ik zag hem in het bos vluchten. Op de Monte Bondone hoorden we via de koersradio: ‘Abbandonato Roger De Vlaeminck.’ Toen Ronald De Witte, Rogers boezemvriend, dat hoorde, stapte hij ook meteen van de fiets. Ze lieten me in de steek, vier dagen vóór het einde van de Giro, terwijl ik in het roze reed.»

HUMO In de voorlaatste etappe ging je ook zwaar onderuit.

De Muynck «In een afdaling die ik niet kende, recht tegen de muur! Overal bloed. En Gimondi maar aanvallen. Toen heeft Merckx moeten ingrijpen: ‘Felice, wij hebben op jou gewacht toen je gevallen was. Nu moet jij je even groot tonen.’ Gimondi stopte meteen met aanvallen.»

HUMO Het was slechts uitstel van executie, want ook in de slottijdrit ging het fout.

De Muynck «Mijn ene ploegleider besloot om achter Gimondi te rijden, om te checken of alles wel eerlijk zou verlopen. Een goede keuze, alleen had ik de pech dat mijn andere ploegleider vast kwam te zitten in het verkeer en door de politie niet werd toegelaten op het parcours. Moederziel alleen stond ik op het startpodium, half in paniek omdat één lekke band me fataal kon zijn. Gelukkig was er Fred De Bruyne, sportjournalist van de VRT. Hij vroeg twee wielen aan een wielertoerist en ging op de achterbank zitten bij de koersdirecteur, die achter mij reed. Maar door mijn valpartij van de vorige dag raakte ik niet in mijn ritme. Aan de finish bleek dat Gimondi de Giro had gewonnen met 17 seconden voorsprong. Een drama!»


Koffer vol geld

In 1977 startte Johan De Muynck opnieuw als één van de favorieten. Dat jaar maakte Michel Pollentier zijn Giro-debuut.

Pollentier «Het was mijn eerste én enige Giro. Voor Flandria was de Ronde van Italië niet belangrijk, maar dat jaar hadden we een Italiaanse cosponsor, Latina, een verzekeraar. Die wilde per se dat we de Giro reden. Ik vertrok als knecht van Maertens en hij begon die Giro fabuleus. Van de eerste negen ritten won hij er zeven, waarvan slechts twee in een massasprint.»

De Muynck «Als Freddy in vorm was, waren er weinigen in staat om hem te kloppen. Als ik met hem in een kopgroep zat, dacht ik er niet eens aan om te winnen. Tweede worden na Maertens was het hoogst haalbare.»

Pollentier «Maar in de eerste bergrit verloor Freddy anderhalve minuut op de favorieten. Ik bleef bij hem, ook al voelde ik dat ik de benen had om mee te gaan met de besten.»

HUMO Maar Freddy Maertens viel op het circuit van Mugello en brak zijn pols.

Pollentier «We wilden samen opstappen om ons voor te bereiden op de Tour, maar onze Italiaanse cosponsor eiste dat we in de Giro bleven. Die avond kwam Lomme Driesens op mijn kamer: ‘Michel, het is simpel. Jij gaat de Ronde van Italië winnen.’ Ik wist niet wat ik hoorde. Eerst zag hij me niet staan, nu werd ik plots zijn kopman. Maar hij raakte wel de juiste snaar. Diep vanbinnen geloofde ik ook dat ik kon winnen.»

HUMO Je zelfvertrouwen groeide, en je vorm ook. Die anderhalve minuut achterstand verdween als sneeuw voor de zon, en je wilde er zelfs de geboorte van je zoon voor missen.

Pollentier «Op 26 mei werd ik papa van Fre. Maar wat moest ik thuis gaan doen? Mijn vrouw moest bevallen, niet ik. Zij kon dat best alleen. En ik pakte de roze trui in de eerste Dolomietenrit, met aankomst op een colletje in Cortina d’Ampezzo. Een paar ritten eerder had ik Moser al een mentale tik toegediend door hem 30 seconden aan te smeren. En zie, op een avond kwam hij op mijn kamer, samen met Vincenzo Torriani, de koersdirecteur. Ze boden me een koffer vol geld om de Giro te verliezen. Ik weigerde.»

De Muynck «In de koers is het simpel: als je zeker bent dat je gaat winnen, verkoop je niet. Je verkoopt alleen maar als je denkt toch niet te kunnen winnen.»

Pollentier «Zo is het. Als ik aan mezelf had getwijfeld, zou ik die koffer geld aangenomen hebben. Maar ik was zeker van mijn stuk en ik heb hen weggestuurd. Mijn roze trui is nooit meer in gevaar gekomen. Ik zette de kroon op het werk door de afsluitende tijdrit te winnen van Moser.»

De Muynck «Ik was er toen niet meer bij. Ik werd in de tweede week ziek. Op de voorlaatste dag stond ik nog zesde, maar de ploeg verplichtte me om op te geven en me voor te bereiden op de Ronde van Zwitserland. Stel je voor dat ze dat nu zouden doen: een Belg naar huis sturen die zesde staat in de Giro!»

'Johan De Muynck (rechts) naast Francesco Moser in de Giro van 1978: 'Daar heb ik mijn bijnaam gekregen: de kleine Merckx.''

HUMO Een jaar later was het wel raak voor jou. Met de hulp van zowaar Felice Gimondi kroonde je je tot de allerlaatste Belgische winnaar van een grote ronde.

De Muynck «Ik vind dat nog steeds een grote eer, al hoop ik dat er binnenkort eindelijk een opvolger opstaat. Dan ben ik ook meteen van die interviews af.»


Geen stijl

Terwijl Michel Pollentier in 1980 ook de Ronde van Vlaanderen won, mist Johan De Muynck die ene grote klassieke zege.

De Muynck «Het eendagswerk lag me niet zo. Ik heb me er ook nooit op toegelegd.»

Pollentier «Berten De Kimpe, mijn ploegleider bij Splendor, had me voor die Ronde in 1980 onbewust geprikkeld. Voor hem was Sean Kelly de kopman. Zijn fiets stond rechts op de volgwagen, de mijne kreeg slechts een plaats in het midden. Maar in mijn ogen was Kelly nog te groen achter de oren om te winnen.»

HUMO Wie de finale herbekijkt, kan niet om jouw koersintelligentie heen.

Pollentier «Op de Muur reden we weg met zes man en op de Bosberg voerde ik nog eens de forcing. Alleen Moser volgde. Jan Raas probeerde wel, maar raakte niet tot bij ons. Ik wist: als ik met Moser alleen naar de finish rijd, word ik geklopt. Dus hield ik de benen stil, zodat Raas kon aansluiten. Ik was veruit de traagste van de drie, maar ik vermoedde dat zij vooral naar elkaar zouden kijken. Ik wist ook dat Raas geen vijand was. Vooral Moser mocht niet winnen.

»Zij reden rechts van de weg en dus demarreerde ik op 400 meter aan de linkerkant. Ze konden me niet meer pakken.»

De Muynck «Koersen is schaken. En Michel kon goed schaken.»

HUMO En meer dan een aardig stukje tijdrijden. Je eerste écht grote overwinning was de slottijdrit in de Tour de France van 1974. Het was je tweede jaar als beroepsrenner, en je klopte die dag Eddy Merckx.

Pollentier «Niet dat België daardoor op zijn kop stond. Het was net genoeg voor een paar regeltjes in de krant.»

De Muynck «Als je na Merckx eindigde, kreeg je als tweede Belg een alinea. De rest was gereserveerd voor Merckx. Maar als je vóór Merckx eindigde, kreeg je óók maar een paar regeltjes. Want wat de journalisten dan bezighield, was de reden waarom Merckx die dag geklopt was. Ofwel had hij pijn aan zijn achterste, ofwel was hij ziekjes, ofwel had hij slecht geslapen... Merckx ging altijd met alle aandacht lopen. Negen jaar heb ik het niet anders geweten.»

Pollentier «In het peloton kreeg mijn tijdritzege wél weerklank. Ik had meteen naam gemaakt.»

HUMO Nochtans had je niet bepaald de vloeiende stijl van de tijdrijder.

Pollentier «Ik had vooral een gebrek aan stijl.»

De Muynck (schatert) «Zijn stijl was door niemand te benaderen.»

Pollentier «Ik schoof maar, van rechts naar links en van links naar rechts en van achteren naar voren. Elk jaar had ik acht of negen nieuwe zadels nodig. Na een paar koersen brak de top van mijn zadel telkens af. Eén winter heb ik een andere zithouding geprobeerd. Mijn stijl was misschien mooier, maar ik kon geen kracht meer ontwikkelen. En de bedoeling van koersen is nog steeds: zo rap mogelijk rijden. Niet: zo mooi mogelijk op je fiets zitten.»

HUMO In de nadagen van jullie carrière vonden jullie elkaar terug bij Splendor.

De Muynck «Ik was 33 en terugkeren naar een Belgische ploeg was wellicht de grootste fout uit mijn carrière. Het klikte niet met Berten De Kimpe. Voor de Tour wilde ik een week rusten. ‘Onmogelijk!’ zei De Kimpe. ‘Ik heb de organisatie van de Dauphiné beloofd dat je gaat starten!’ En met mijn startpremie voor de Dauphiné ging hij een koerspaard kopen in Oostende.»

Pollentier «Hij sprak iedereen aan met ‘jongetje’ of ‘ventje’ en hij gebruikte de hele tijd verkleinwoorden. Op een dag kwam hij bij mij: ‘Jongetje, jij verdient al genoeg centjes bij Splendor met je contractje. We gaan dus je startpremietjes zelf houden. Merci, ventje!’»

De Muynck (schatert) «Perfecte imitatie, Michel!»

Pollentier «Ik kan weinig goeds vertellen over De Kimpe. Hij zat aan mijn centen en dan heb je het verkorven bij mij.»

De Muynck «Ik heb wellicht een Tourzege verspeeld door bij Splendor te tekenen. Peter Post wilde mij in 1979 kopman van zijn team Raleigh maken voor de Tour. Hij deed me een contractvoorstel met een laag loon en hoge winstpremies. Maar als ik viel en iets brak, verdiende ik een heel jaar niets. Dus deed hij een tegenvoorstel, maar dat lag nog 10.000 frank (250 euro, red.) per maand lager dan wat ik wilde, toen toch niet niks. Ik was koppig en tekende niet. Dom! Ik ging naar Splendor en Post kocht Joop Zoetemelk vrij bij Miko. En wie won het jaar erna de Tour? Raleigh! Met Jopie!»

Pollentier «Ik heb bij Splendor vooral voor het geld getekend. In de krant stond: ‘Pollentier = Moser + Hinault’. Dat ging dus over mijn loon, in die tijd was dat een gigantisch bedrag. Armand Marlair, de grote baas van Splendor, wilde me per se. Hij had thuis een papegaai en de eerste keer dat ik daar kwam, begon die vogel plots te schreeuwen: ‘Allez, allez, roulez, Pollentier!’»

HUMO Jullie kwamen helaas niet alleen fans tegen. Een boekhouder heeft jullie allebei voor véél geld opgelicht.

Pollentier «In 1981 deed in het koersmilieu het nieuws de ronde dat een boekhouder geld belegde in Italië en hoge interesten uitbetaalde.»

De Muynck «Ik kwam thuis na de Driedaagse van De Panne en er lag een brief van de BOB op tafel. Ik moest mij aanbieden op hun kantoor in Veurne. Mijn vrouw maakte al van haar oren: ‘Heb je weer te rap gereden? Het is de zoveelste boete!’ Maar die BOB’er zei meteen: ‘Een boete? Was het dat maar.’ Hij toonde een cheque van de Italiaanse verzekeraar Generali met een paar nullen, op mijn naam. Ik wist van niks! Ik was véél geld kwijt.»

'Johan De Muynck (links): 'Koersen was voor mij vooral reizen, de wereld zien. Boven op een berg dacht ik niet: en nu zo snel mogelijk naar beneden! Nee, ik dacht: wauw, zo schoon, hier moet ik nog eens terugkeren!''

Pollentier «Ik ben 7 miljoen Belgische frank kwijtgespeeld (175.000 euro, red.), een waanzinnig bedrag in die tijd. Ik had bijna twee jaar voor niks gefietst. Ik belandde in een zware depressie, ik had nergens nog zin in. Niet om te koersen, niet om te trainen, niet om te leven. Ik heb me uiteindelijk veertien dagen laten opnemen in een instelling in Oostende. Ik ben daar als een nieuwe mens naar buiten gestapt, ik heb er geleerd om los te laten wat ik toch niet meer kon veranderen. Ik heb nog eventjes gekoerst, maar ik ben daarna met mijn bandencentrale begonnen.»


peer gestoofd

We kunnen niet voorbij die ene alliteratie waar Michel Pollentier eeuwig en altijd om bekend zal staan, de peer van Pollentier. In het kort: Pollentier komt in de Tour van 1978 als eerste boven op l’Alpe d’Huez. Maar tijdens de dopingcontrole betrappen ze hem en zetten ze hem uit de Tour. De ritzege gaat naar Hennie Kuiper en Bernard Hinault wint in Parijs zijn eerste Tour.

Pollentier «Die rit heb ik gewonnen. Punt. Ik heb het vaantje trouwens nog altijd thuis liggen. De Tourorganisatie wilde het graag terug, maar ik heb geweigerd. Ze hadden me al genoeg afgepakt.»

De Muynck «De Fransen zijn de sympathiekste mensen ter wereld, tot je ze verslaat. Eindig tweede na een Fransman en je bent formidable! Maar versla een Fransman en ze spuwen je uit.»

Pollentier «Hinault kwam net opzetten en de Fransen smachtten naar een Tourzege. Hinault heeft het zelf gezegd in ‘Belga Sport’: ‘Als Michel een Fransman was geweest, had hij de Tour gewonnen.’ Normaal gezien stelde een dopingcontrole in de Tour niet veel voor. Je wandelde het hokje binnen, de dokter liet je met rust of wachtte buiten en je kon doen wat je wilde. Behalve die dag. Een speciale dokter week geen seconde van mijn zijde. Toen wist ik al hoe laat het was.»

HUMO Online vind je allerlei theorieën over het hoe en waarom van de peer. Sommigen beweren zelfs dat het een condoom was, dat in je anus was ingebracht.

Pollentier «Fout! In ‘Belga Sport’ heeft de dokter uitgelegd hoe het in zijn werk ging (een reservoir met verse urine onder de oksel van Pollentier was verbonden met een buisje dat via zijn rug tot zijn penis liep, red.) Het stomme is dat ik goed genoeg was om de Tour zuiver te winnen, maar omdat ik rondom mij allerlei dingen zag gebeuren, dacht ik: ‘Ik ga toch niet verliezen omdat mijn concurrenten dit of dat doen?’ Ik begon te twijfelen en besloot hetzelfde te doen. Ik ben er nog altijd zeker van dat ik die Tour had gewonnen als Lomme Driessens toen mijn sportdirecteur was geweest. Hij zou gezegd hebben: ‘Michel, jij bent de beste en de sterkste van allemaal. Jij hebt niks extra nodig.’

»Ik zou nu ook namen kunnen noemen van renners die tijdens die Tour net hetzelfde hebben gedaan als ik, maar dat doe ik niet. Ik ben in de fout gegaan. Punt. Het jammere is dat dat verhaal me altijd zal blijven achtervolgen. De dag dat ik sterf, zullen ze het vooral over de peer van Pollentier hebben. Dat doet soms pijn.»

HUMO Jullie eindzege in de Giro, is die het hoogtepunt van jullie carrière?

Pollentier «Ik vind mijn winst in de Ronde van Vlaanderen mooier. Die dag was ik de beste, in wellicht de mooiste koers van allemaal. Twee jaar na Alpe d’Huez liet ik zien: ik kan wel degelijk héél hard rijden. Zonder peer.»

De Muynck «Ik schat mijn winst in de Ronde van Romandië hoger in. Daar was het één tegen allen en ik heb gewonnen. Die zege was een openbaring. Eindelijk kwam eruit wat ik hoopte dat erin zat. De Giro was alleen maar de bevestiging. In die twee rondes heb ik trouwens mijn bijnaam gekregen, de kleine Merckx. Waarom? Tja, omdat ik een paar centimeter kleiner ben dan Eddy, zeker?»

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234