null Beeld

Door het lint: de studentenclub van Axel Daeseleire

We weten allemaal waarom iemand na de middelbare school voor hogere studies kiest: om een boeiende, lucratieve job te vinden – én een lief, natuurlijk. Maar waarom kiezen sommige studenten ervoor om zich aan te sluiten bij een studentenclub? Wat levert zo’n clubkaart je op (behalve een lief, natuurlijk)? Onze vraag brengt ons bij acteur Axel Daeseleire, die zijn verleden bij studentenclub Andoverpia nooit onder stoelen of banken heeft gestoken. Tijd voor een reünie!

Hanne Van Tendeloo

Koen Van Dyck (preses), Bruno Van Meerbeeck (financiën), Axel (cantor), Myriam Daenen (financiën), Marielle Duchesne (pr) en Tarzan (bij de burgerlijke stand gewoon Andries-Jan Geensen, pr-secretaris en vicepreses): bijna het voltallige Andoverpia-presidium van een kwarteeuw geleden is opgetrommeld. Een wandeling down memory lane – voor de gelegenheid een zijstraat van De Meir – zien ze wel zitten, maar niet als het alleen maar over io vivats, cantussen, dopen en de zatlapperij gaat waarmee studentenclubs tot in den treure in verband worden gebracht. Voor deze bende betekende Andoverpia veel méér. Het ging over samenzijn, over vriendschap. En ja, daar kwam weleens een pint of een vat bier bij kijken. Zoals bij hun Andoverpia-gloriemoment, dat de geschiedenisboeken zou ingaan als ‘The Wall’.

Axel Daeseleire «Aan de basis van The Wall lag een gevoelige prijsstijging van het bier in ons stamcafé, De Prof. Een pintje kostte toen 26 frank. Omgerekend voor de moderne student die dit leest: 60 eurocent. De cafébaas, een iets oudere man die Marc heette, moest op vraag van de brouwers de prijs verhogen naar 27 frank. Waarop wij bij wijze van protest de deur van zijn café hebben dichtgemetseld.»

Bruno Van Meerbeeck «Die actie was bijzonder goed georkestreerd. We hadden vooraf de cafédeur opgemeten en de cementstenen zorgvuldig op maat gesneden en genummerd bij Koen thuis op zolder. ’s Nachts hebben we ze in iemands auto geladen en zijn we die muur gaan metselen. Op de hoeken van de straten hadden we uitkijkposten gezet, die ons verwittigden als er een auto of politie aankwam. Tegen vijf uur ’s ochtends stond onze muur recht. Omdat het café pas openging om 9 uur, heeft de kruidenier om de hoek z’n winkel voor ons geopend.

»Marc en zijn vrouw woonden boven het café, dus het was even schrikken toen ze hun café wilden openen en hun voordeur gebarricadeerd zagen. We waren wel zo vooruitziend geweest om een gat in de muur te voorzien, net groot genoeg om een pint door aan te reiken.»

Koen Van Dyck «We hadden vooraf de krant gebeld. Ze zijn foto’s komen maken en hebben er een artikel aan gewijd. Het was best een goeie publiekstrekker. Tot afgunst van de andere clubs, natuurlijk – die konden het niet uitstaan dat wij zo veel succes hadden.»

Van Meerbeeck «De hele dag heeft onze protestactie geduurd. Al die tijd stonden we hier op de stoep met onze spandoeken en onze cassettespeler. ‘The Wall’ van Pink Floyd hebben we die dag grijsgedraaid.»

HUMO Heeft jullie protest ook iets uitgehaald? Zag de cafébaas af van zijn prijsstijging?

Van Dyck «Voor één dag toch. De hele dag hebben we nog pinten aan 26 frank gedronken. De cafébaas heeft zelfs nog een vat gegeven. Maar de dag erna was het 27 frank.»

Daeseleire «Het was natuurlijk vooral een ludieke actie, maar er zat toch ook een doel achter: opkomen voor de student. Ik weet niet of de studenten van vandaag nog even militant zijn.»

Van Meerbeeck «Repercussies zijn er in elk geval nooit gekomen. Dat soort clubacties werd toen gezien als een kwajongensstreek. Nu levert zoiets je waarschijnlijk een GAS-boete op.

»Een paar jaar eerder – ik was de enige van deze groep die toen al bij de club zat – hebben we zelfs toenmalig burgemeester Bob Cools ontvoerd uit het Schoon Verdiep: we hebben hem een strop omgebonden en aan een kar met ezel vastgemaakt en zijn zo met hem over De Meir tot aan De Prof gestapt. Hij werd pas vrijgelaten als hij beloofde een gratis vat te geven. Daarna hielden we een cantus en werden onze kelen gesmeerd met de milde gift van de burgemeester. Ik zie het Bart De Wever niet doen (lacht).»

HUMO Wat ik me evenmin kan voorstellen: De Prof sloot toen om zeven uur ’s avonds. Iets doet me vermoeden dat jullie daarna niet braafjes naar huis gingen.

Van Meerbeeck «Toch wel, om patatjes te eten. Mijn ouders hadden één regel: het maakt niet uit wanneer je in je bed kruipt, maar eten doe je samen met ons.»

Daeseleire «Zij die op kot zaten, gingen naast De Prof eten: 85 frank voor een dagschotel. En meer dan eens heb ik voor de deur van De Prof geslapen. Geloof me: zacht lig je daar niet.»


Wit marmer uit Carrara

Andoverpia heeft intussen de middelbare leeftijd bereikt: de club bestaat al 56 jaar. De meeste studentenclubs ronselen hun leden binnen de grenzen van een faculteit. Zo verenigt Sofia al jaar en dag de Antwerpse rechtenstudenten en sluiten de studenten toegepaste economische wetenschappen zich vaak aan bij de Wikings. Daarnaast heb je de regionale kringen, die leden uit uiteenlopende faculteiten, maar uit eenzelfde regio hebben: Andoverpia-leden zijn afkomstig uit de buurt van Antwerpen, de Klauwaerts zijn de Antwerpse studenten uit Oost-Vlaanderen en Vlaams-Brabant, de Bokkerijders verenigen de Kempenaren en de Westkanters (‘Of zoals wij ze meestal noemden: de boeren van de verkeerde kant van ’t Scheld’) hebben West-Vlaamse roots.

Daeseleire «De meesten hier aan tafel studeerden toegepaste economische wetenschappen, maar ik niet. Ik ben begonnen bij de rechten.»

Van Meerbeeck «Waarom ben jij eigenlijk bij ons gekomen? Waarom ging je niet bij Sofia?»

Daeseleire «Dat kwam door jullie, geloof ik. Marielle en Myriam kende ik al van de middelbare school. Mijn broers zaten allemaal bij Sofia – ik kom uit een advocatenfamilie, dus werd je bij ons thuis geacht rechten te studeren – maar over Andoverpia hoorde ik veel leukere verhalen.»

HUMO Van de rechten ging het richting Studio Herman Teirlinck, met een korte tussenstop in Namen, waar je je eerste jaar rechten nog eens hebt overgedaan.

Daeseleire «Dat jaar heb ik meer in Antwerpen gezeten dan in Namen.»

Myriam Daenen «Hij sliep toen altijd bij mij op kot, op een heel dun matje. Dat was, geloof ik, het enige jaar dat ik een zware tweede zit had.»

Van Dyck «Toen Axel ons het jaar nadien zei dat hij naar Studio Herman Teirlinck wilde om te gaan acteren, versleten wij hem eerst voor onnozelaar. ‘Wacht maar,’ zei hij, ‘voor m’n 30ste speel ik een hoofdrol.’ Et voilà.»

HUMO Axel, keken je Studio-genoten neer op je studentenclubleven?

Daeseleire «Ik herinner me het commentaar van Alfons Goris, de vroegere Studio-directeur. Omdat ik aanvankelijk kleinkunst volgde, had ik elke week zangles. Die lessen waren dure privélessen, dus je kon maar beter in vorm zijn. Alleen wilde het toeval dat ze telkens op woensdagochtend vielen en we bij Andoverpia onze cantussen op dinsdagavond hadden. Als cantor was het mijn taak die cantussen te leiden. De volgende ochtend was mijn stem dus volledig naar de vaantjes. En dan heb ik het nog niet over de bierwalm die ik verspreidde. Enfin, met mijn stembanden viel niks meer aan te vangen. Dan zei Fons: ‘Wat zit jij nog bij die studentenclub te doen? Blijf toch weg uit die Bierstube!’

»Tijdens mijn tweede jaar Studio mochten we de eerstejaarsstudenten verwelkomen met een soort ontgroening. Alleen heette dat daar niet ontgroening, maar rebirth. Die rebirth had niet veel om het lijf – het was allemaal nogal op z’n theaterschools. Ik heb daar toen wat, euh, proeven ingelast. Niks ergs, hoor: gasten bier laten drinken met een condoom over het glas, dat soort dingen. Een lightversie van onze doop bij Andoverpia, zeg maar. Daar is toen wel wat kritiek op gekomen. Geen grote debatten, maar het jaar nadien zijn ze wel weer overgeschakeld op hun saaie rebirth.»

HUMO Werd er door de andere Andoverpia-leden neergekeken op die acteerstudent? ‘Wij blokken ons hier suf, terwijl hij wat mag spelen.’

Marielle Duchesne «Dat waren andere werelden, maar erop neerkijken deden we niet.»

Van Meerbeeck «Iedereen bij ons deed z’n eigen ding.»

Daeseleire «Mag ik er even op wijzen dat jullie zo’n 20 à 30 lesuren per week hadden, terwijl ik er 48 had. Elke dag volgde ik les van halfnegen tot zeven uur ’s avonds, plus nog enkele uren op zaterdagvoormiddag. En mijn aanwezigheid was vereist – brossen was uitgesloten.

»Maar het klopt dat ik een buitenbeentje was bij Ando. Tijdens de cantussen heb je de Oude Roldersklacht, waarin aan elke faculteit één specifieke zin is gewijd: rechten, geneeskunde... Van acteren was daarin geen sprake, dus hebben ze me maar bij pedagogie ondergebracht.»

HUMO Was jij toen al een entertainer?

Daeseleire «Tja, de verhalen over mijn lesopdrachten spraken tot de verbeelding van de anderen: een oehoe spelen is natuurlijk iets anders dan de stelling van Pythagoras toepassen.»

Duchesne «Ik herinner me dat wij heel hard hebben gelachen toen hij voor een ingangsproef marmer moest spelen.»

Daeseleire «Geen gewoon marmer. Wit Carrara-marmer moest ik spelen!»

HUMO Hoe zat het met de anderen? Was jullie rol binnen de club een teken aan de wand?

Duchesne «Dat vind ik wel. Koen was toen al een leidersfiguur en hij is dat gebleven.»

Daenen «Hij had gezag en was verbaal ook sterk. Ik herinner me zijn grappige en bevlogen speeches. Op reünies geeft hij die nog steeds.»

Daeseleire «Op cantussen waren de preses en de cantor een soort stand-upcomedians: improviseren, snel een andere tekst verzinnen op een bestaand lied, op elkaar inspelen... Het had allemaal een hoog theatraal gehalte.»


Boswandeling in ’t Stad

Hoe menens het hen was en is, merk ik wanneer de linten worden omgegord voor de foto’s. Nog altijd zijn ze trots op dat groezelige lint. Toegegeven: het straalt op één of andere manier gezag uit. In deze studentenbuurt over straat lopen met een lint om heeft veel weg van rondlopen in militaire dracht, met een Purple Heart opgespeld. Als we een groepje piepjonge studenten voorbijlopen, roept één van hen: ‘Den Ando?’ Het antwoord klinkt kort, krachtig en voldaan: ‘Yep.’ Alleen als we de geborduurde jaartallen op de linten aflezen, valt er een licht afgrijzen te bemerken: ‘’87-’88, ’88-’89, ’89-’90: toen waren de studenten van vandaag nog niet eens geboren!’

HUMO Hadden jullie het gevoel dat jullie engagement verder ging dan louter plezier maken?

Daeseleire «Vriendschap is altijd de maïzena van Andoverpia geweest.»

Van Dyck «Als bende hingen wij bijzonder goed samen. Je vond ons elke dag op dezelfde plek: in De Prof. Daar kwam je ’s ochtends toe voor koffie. Hup, boekentas aan de kant. En maar kaarten, een hele dag lang.»

Van Meerbeeck «Tussendoor gingen we ook naar de les, maar je merkte vast wel aan onze resultaten dat het gros van onze tijd aan Andoverpia werd besteed. Dinsdag en donderdag waren de zuipdagen. Op maandag gingen we naar de activiteiten van de andere clubs. En dan was er nog het weekend.»

Daeseleire «Sociale media bestonden nog niet, dus communiceerden we via een groot wit blad in De Prof. Daarop pende onze scriptor – een voltijdse functie, jawel – de activiteiten neer met een rode stift. Wilde je weten wat er die week zoal te gebeuren viel, dan hoefde je maar langs het café te lopen.»

Van Meerbeeck «Reclame maken voor onze t.d.’s (fuiven, red.) deden we via foldertjes. Uren hebben we achter die kopieermachines gestaan.

»Spelletjes werden er ook vaak gespeeld. Bierdammen, bijvoorbeeld. Het concept is simpel: je vervangt de pionnen door bakken bier. Als wij een pion van de andere club pakten, dan moesten zij die bak bier leegdrinken.»

Daeseleire «Oei, ik dacht dat wíj die bak dan mochten leegdrinken.»

Daenen «Eigenlijk zijn onze kinderen veel bravere studenten. Alleen moet je dat misschien niet in Humo zetten (lacht).»

Van Meerbeeck «Maar we organiseerden ook serieuze activiteiten: bowlingavonden en skireizen. En we gingen wandelen.»

HUMO Van de ene kroeg naar de andere?

Bruno (gespeeld verontwaardigd) «Maar nee! We organiseerden wandelingen door de stad, met een echte gids. We hebben zelfs nog een boswandeling gedaan op de Ossenmarkt. Daar stonden hoop en al zes bomen, maar toch kwam daar vijftig man op af (algehele hilariteit).

»Ook enig maatschappelijk engagement was Andoverpia niet vreemd: ik herinner me dat we eens condooms hebben uitgedeeld bij elke verkochte lidkaart. Aids was toen nog een nieuwe, onbekende ziekte en de studentenpopulatie behoorde tot de risicogroepen. Met dat soort ‘Zet ’m op!’-acties konden we ons onderscheiden van de andere clubs.»

HUMO We moeten er niet flauw over doen: in onze studententijd maken we ook volop jeugdige fouten.

Van Dyck «Op een bepaald moment was de club zo goed als failliet. We hadden een galabal georganiseerd op de Flandria-boot en achteraf bleek die boot, euh, licht beschadigd. Kennelijk waren er wat stoelen overboord gegooid.»

Daeseleire «Daar weet ik dus niks meer van (lacht).»

Van Dyck «Plots kregen we een brief: ‘Gelieve 136.000 frank schadevergoeding te betalen.’ Die mensen van de Flandria dachten waarschijnlijk dat wij onze verzekering zouden aanspreken, maar die hádden we niet eens. Wij waren zelfs geen vzw, gewoon een clubje studenten dat samen had besloten om hetzelfde lint te dragen. Gelukkig was de vader van Axel advocaat en heeft hij voor ons een minnelijke schikking van 30.000 frank uit de brand gesleept. Dat was nog altijd veel geld voor ons: dertig leden hebben toen elk 1.000 frank aan de club geleend om die boete af te betalen. Zo ver ging ons engagement.»

Duchesne «Nu kunnen we erom lachen, maar toen waren we serieus onder de indruk. We hebben er in elk geval veel uit geleerd. Sindsdien weten we heel goed wat ‘hoofdelijk aansprakelijk’ betekent.»


Facebooklikes avant la lettre

HUMO Geef nu toe, heren: jullie lint deed ook dienst als babe magnet.

Daeseleire «Het gaf je wel een zekere status, ja. Je behoorde tot het kader.»

Daenen «Ik denk wel dat sommige meisjes zich aangetrokken voelden tot de jongens met een lint.»

Van Meerbeeck «Maar een seksistische club waren we zeker niet. Er werd misschien wel wat vuile praat verkocht, maar we waren nooit denigrerend. Andoverpia is nooit een exclusieve mannenaangelegenheid geweest. In ons presidium zaten nagenoeg evenveel meisjes als jongens: je werd toch vooral verkozen op basis van competentie.»

Daeseleire «Je moest je kandidatuur met vuur verdedigen. Dat lukte enkel de meest mondige studenten.

»Wat er zonder twijfel mee voor zorgde dat er haast ogenblikkelijk een stevige band ontstond, dat was de doop. Om die dag door te komen moest je toch een drempel over. Niet dat er zulke gortige dingen gebeurden, maar er kwam wel wat bier aan te pas. En misschien ook wat bloed en orgaanvlees. Maar achteraf werd je op de t.d. triomfantelijk binnengehaald als ‘één van de onzen’. Dat moment zal ik nooit vergeten. Dat samenhorigheidsgevoel, daar draaide het om. In die grote poel van studenten hoorde ik ergens bij.»

Van Meerbeeck «Je kon zelf beslissen om af te haken, maar achtergelaten werd je nooit.»

Van Daeseleire «Weet je wat ook een band schept? Samenzang. Op een cantus moet je met z’n allen een zekere gêne overwinnen – je wéét dat je voor geen meter kunt zingen – en dat zorgt voor een groepsgevoel.»

Van Dyck «Ieder van ons had ook z’n eigen codex, het boekje met de teksten voor de cantussen. Daar schreven we korte berichten in voor elkaar. Een soort Facebooklikes avant la lettre.»

HUMO Jullie waren berucht bij de studenten en de andere clubs. Waren jullie dat ook bij de proffen?

Duchesne «Dat denk ik niet. Daarvoor was de massa studenten te groot.»

Daenen «Nu worden clubleden misschien gezien als ‘zware mannen’, maar dat was in onze tijd niet zo. Andoverpia telde toen nog 200 à 300 leden – nu zijn het er veel minder. Omdat het zo courant was, werden we niet scheef bekeken.»

Daeseleire «Er waren genoeg studenten die niet tot een club behoorden en óók elke avond in de kroeg zaten. En voor alle duidelijkheid: wij studeerden goed, hè.»

Van Meerbeeck «Natuurlijk was niet elke dag één groot feest. Soms werd je gedwongen om met iemand samen te werken die je niet meteen sympathiek vond – er loopt van alles rond in zo’n presidium. Er moesten ook stomme jobkes gedaan worden: aan de bonnekes zitten bij een t.d., de kassa doen, noem maar op. Kortom: in de studentenclub leerde je je belangeloos in te zetten.

»Zonder Andoverpia had ik waarschijnlijk meer met mijn neus in de boeken gezeten, da’s waar. Waarschijnlijk waren we ook allemaal een jaartje eerder afgestudeerd. Maar voor mij was het dat extra jaar meer dan waard.»

Duchesne «Toen ik was afgestudeerd en een job zocht, bleek dat ene zinnetje over het presidium van Andoverpia tijdens mijn sollicitatiegesprek belangrijker dan de rest van mijn cv.»

Daenen «Bij mij ging het net zo: op mijn tweede job ben ik aangenomen op basis van mijn functie bij Andoverpia. Mijn baas vertelde me achteraf dat hij mijn ervaring in het presidium blijk vond geven van sociale en organisatorische vaardigheden en emotionele intelligentie.»

Daeseleire «Ik kan er best inkomen dat zoiets meespeelt bij een sollicitatie. Goeie studenten zijn er genoeg, natuurlijk.»

Duchesne «Maar niemand van ons is om die reden bij het presidium gegaan. Zo’n bewuste keuze was het niet, we zijn er gewoon ingerold. Dat het je een voordeel kon opleveren op de arbeidsmarkt, beseften we pas achteraf.»

Van Dyck «Ik ben bij wijze van spreken aangenomen in De Prof. Toen ik afstudeerde, raakten enkel de studenten met grote onderscheiding gemakkelijk aan een job. Maar op een dag liep ik in De Prof de vroegere chef financiën van Andoverpia tegen het lijf: ‘Kom, pintje pakken.’ Hij heeft me toen binnengeloodst bij een softwarebedrijf. En daar zit ik na bijna dertig jaar nog steeds.

»Tegenwoordig neem ik zelf sollicitaties af. Het eerste wat mijn aandacht trekt op zo’n cv, is het laatste paragraafje: de hobby’s, de extracurriculaire activiteiten. Dat hoeft geen studentenclub te zijn – iemand kan net zo goed van fotografie houden – maar een IT’er moet mij niet komen vertellen dat hij in zijn vrije tijd graag achter de computer zit. Nee, ik moet merken dat hij weet wat plezier is, dat iets hem enthousiast maakt, dat hij van het leven houdt.»

Daeseleire «Tijdens audities heeft niemand mij ooit gevraagd: ‘Zijt gij nog cantor geweest?’ En toch heb ik er mijn carrière min of meer aan te danken. Mijn eerste filmrol speelde ik in ‘Ad fundum’ van Erik Van Looy. Voor de auditie moest ik een scène spelen met Pieter Embrechts. Pieter was de schacht; ik de schachtentemmer. Ik wist natuurlijk meteen hoe ik dat moest aanpakken. Pieter wist van niks: die kwam recht van de steinerschool (lacht).

»Tijdens het draaien is hij me nog meer dan eens raad komen vragen: ‘Axel, hoe pakken we dat hier best aan?’ Met de crew waren ze wel naar een paar studentendopen gaan kijken, maar da’s toch niet hetzelfde als zelf gedoopt zijn. Ik herinner me nog één van de openingsscènes, waarin Tom Van Bauwel, die de preses speelde, samen met wat schachtentemmers de aula kwam binnengestormd om nieuwe schachten te ronselen. Oorspronkelijk was die scène heel braafjes – er werd hooguit wat op een trommel geroffeld. Ik ben toen naar Erik gestapt en heb hem uitgelegd hoe we dat bij Andoverpia deden: we kwamen die aula binnen met een sigaret en een pint, klommen op de banken, gooiden wat pennenzakken aan de kant, leunden tegen een griet aan – allemaal om een beetje te intimideren. Erik heeft geluisterd – kijk er ‘Ad fundum’ maar op na.»


Senior, I’m going commando

De foto’s, de herinneringen, de constante lachsalvo’s hier aan tafel: voor deze bende is de rekruteringskreet ‘Bij een studentenclub maak je vrienden voor het leven’ geen loze belofte gebleken.

Van Dyck «Nog tijdens onze studentenjaren zijn we begonnen met het bestendigen van onze vriendschapsband. Neem nu ons jaarlijkse mosselsouper: die organiseren we al sinds 1990, toen we nog met z’n allen studeerden.»

Daenen «We gaan ook elk jaar samen op weekend. Dat doen we al sinds 2003. Zelfs onze kinderen gaan mee. Ik sta er altijd weer van versteld hoe snel we de band oppikken tijdens zo’n uitje, alsof we elkaar nog elke dag zien.»

Tarzan «We hangen absoluut niet wekelijks met elkaar aan de telefoon, maar voor de grote momenten staan we er wel: huwelijken, geboortes...

»Een belangrijke factor bij het smeden van die levenslange band was ook het peter- en meterschap. Elke schacht kreeg bij de doop een peter of meter toegewezen, bij wie hij voor van alles en nog wat terechtkon. In geval van nood kan ik nog altijd rekenen op mijn peter daar (wijst naar Bruno). Daar ben ik zeker van.»

Van Dyck «Tarzan is het levende bewijs dat we bij Andoverpia niemand achterlaten. Hij heeft een zwaar auto-ongeluk gehad in Frankrijk. Ik ben hem daar gaan bezoeken in het ziekenhuis. Hij zag me en zei meteen: ‘Dag senior.’ Op de gang kwam zijn vader huilend naar me toe: ‘Jij bent de eerste die hij herkent.’»

Tarzan «Andoverpia heeft me geholpen dat lange herstelproces door te komen. De steun en de vriendschap die ik van mijn clubgenoten kreeg, deden me weer voor het leven kiezen.»

HUMO Mooi, maar ik kan jullie niet laten gaan voor ik weet hoe je aan de naam Tarzan bent gekomen.

Van Dyck «Dat kan ik je wel vertellen: mijn moeder had in die tijd een winkel, waar ze ook tangaslips verkocht. Voor onze doop had ik wat van die slipjes met tijgermotief meegenomen. Op een gegeven moment gaven we de schachten de opdracht hun broek uit te trekken en die door het raam van de kroeg te gooien. Waarop onze Tarzan hier: ‘Senior, ik heb een probleempje: I’m going commando.’ De rest van de avond heeft hij in zo’n tijgerslip rondgelopen, vandaar: Tarzan.»

Tarzan «Ik heb mijn vrouw leren kennen bij Andoverpia: het heeft een halfjaar geduurd voor ze mijn echte naam kende.»

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234